schaatsthuis toertochtverhalen winterweer ijspret websporen contact
winter '93-'94
winter '95-'96
winter '96-'97
winter '00-'01
winter '08-'09
winter '09-'10
winter '10-'11
winter '11-'12

< < < vorige < < <

Het copyright van deze site en haar inhoud, voor zover niet anders vermeld, berust bij Johan Grootveld.

Overname van afbeeldingen of teksten alleen na toestemming, met link en bronvermelding.

Site design:
Johan Grootveld / Blinksoft


Winter 2011-2012.

Afgelopen winter 2010-2011 waren dit mijn wapenfeiten. Lees en geniet (alvast).


Weissensee 24-1-2012 t/m 29-1-2012.

Ik hoef niet zo lang na te denken, als Ed en Cees met de Weissensee op de proppen komen. Dat heilige, Oostenrijkse bergmeer, waar Nederlandse schaatsers de compensatie vinden voor wat ze in eigen land vaak moeten ontberen: het hei-li-ge na-tuur-ijs...
Al jaren loop ik met de gedachte rond om die unieke wintersfeer eens te gaan proeven, die de Stichting Alternatieve Elfstedentocht ter plekke alweer 24 jaar lang weet op te roepen.

Dus zitten we nu gedrieën opgevouwen in een dubbeldekbus van de Stichting. Die heeft ons even tevoren bij het Utrechtse transferium Westraven opgepikt. Een tussenstop in Zevenaar brengt nieuwe ijswillers aan boord. Dan rijdt het inmiddels stampvolle voertuig de nachtelijke Duitse duisternis in. Een slapeloze nacht fahren auf der Autobahn volgt. In wisselende, maar steeds oncomfortabele houdingen, rijden we tenslotte, via de Tauerntunnel, met het ochtendgloren een weinig besneeuwd Karinthië binnen. Even vóór de tunnel was het sneeuwdek aanmerkelijk dikker, en aldus mede verantwoordelijk voor de alarmerende Oostenrijkse nieuwsberichten eerder deze week.

weissensee
Voor ons eindigt de busreis voor de deur van het hotel. Familienhotel Kreuzwirt ziet eruit zoals je bij een Oostenrijks hotel verwacht: twee geschakelde chaletachtige bouwsels met een nieuw gebouwde hal ertussen. Veel hout, net hotel, aardige mensen, goede bediening. Enige nadeel is de redelijk forse afstand tot het ijs, zo'n drie kilometer. Naar het kloppende schaatshart van Techendorf komt daar nog eens zo'n twee kilometer bij. Onvermijdelijk gevolg van ons te laat genomen novemberbesluit. Alle horeca dichterbij het meer bleek inmiddels volgeboekt.

De oplossing voor het afstandsprobleem vormt de gratis skibus van Naturpark Weissensee. Die zet ons enkele uitrust-uren later af bij het tentendorp van de Stichting Alternatieve Elfstedentocht (AEW). Een stukje Hollandse schaatssfeer, in korte tijd opgebouwd op een knollenveldje langs een Oostenrijks bergmeer. Opblaasbare erebogen van KPN. Jan Smit schalt uit vele speakers over het ijs. Zelfs het bruggetje van Bartlehiem ontbreekt niet.
Bij de inschrijftent krijgen we eerst onze spullen voor de aanstaande monstertocht van komende vrijdag. Beennummers, Kärntenpromo en een transponder voor de tijdmeting. Honderd kilometers wachten er op mij, op Ed en Cees zelfs twééhonderd! Na een korte inspectie van de naastliggende feesttent, vooral van de daar geserveerde Pommes und Bratwurst, kunnen we de lokroep van het ijs niet langer weerstaan.
Ons eerste natuurijs deze winter! Er is helaas nog geen baan over het grote oostelijke meer beschikbaar. Nog te onbetrouwbaar, volgens regerend ijsmeester Norbert Jank. In plaats daarvan hebben zijn sneeuwschuivers (″Weissensee, Spielplatz der Natur″) een breed spoor geveegd over het kleine, slechts een goede twee kilometer lange westelijke meer. Met een lussenparcours volgens beproefd Flevonice-concept weet hij daar toch nog 12,5 unieke kilometers schaatsvreugde uit te persen. De eerste kilometers op dit spoor lijken mijn Rapsen al direct moeite te hebben met het Weissensee-ijs. Dit gaat zwaarder dan ik inschatte, het ijs voelt bijna als schuurpapier. Speelt de slapeloze busnacht mij parten? Of ligt het aan mijn iets te zware rugzak?
weissensee
Feit is, dat Cees en Ed gezien hun snelheid nergens last van lijken te hebben. Na enkele lussen gedrieën opgeschaatst te hebben, haak ik even af. Kluun tussen de lussen door, over de sneeuw terug naar het Startbereich en los daar mijn rugzak.
Dat helpt! Het gaat opeens een stuk beter. Een Zeeuws stel neemt mij deze verdere ronde op sleeptouw. Gaat best lekker zo. Niet zo snel, dat ik Cees en Ed weer kan bijhalen, maar voldoende om met goede moed voorbij de KPN-finishboog een tweede rondje te pakken.
Na twee rondjes Flevonicen slaat de vermoeidheid opnieuw toe. Ik heb dit kleine meer nu wel even gezien. Het is tijd om mijn blikveld te gaan verruimen. En wel op het grote meer, aan de andere kant van de brug. Twee op die plek geveegde sporen trokken al eerder, vanuit de skibus, mijn aandacht. Waar de betonnen verkeersbrug van Techendorf de Weissensee overspant, ligt op het ijs een houten kluunbrug klaar. Naar het gedroomde schaatswalhalla op het oostelijke meer.
Nader onderzoek ter plekke leert al snel, dat de ijskwaliteit hier a-bo-mi-na-bel is. Bovendien loopt elk van beide sporen, een goede twee kilometer verderop dood in een bijna ongerepte, besneeuwde ijsvlakte. Wat een tegenvaller! Donkere, vochtig aandoende plekken in de sneeuw, moeten al te ondernemende schaatsers overtuigen, voor wie de bordjes ″Halt, Lebensgefahr″ in het ijs niet afdoende zijn. Verdere exploratie lijkt mij dan ook niet verantwoord.
Reden om onverrichterzake via de kluunbrug terug te keren naar de feesttent. Ed en Cees blijken daar al even te zijn. We laven ons er gezamenlijk aan chocola en Guus Meeuwis, alvorens per skibus hotelwaarts te keren. Daar wacht ons een voedzaam diner. Alsmede een ditmaal uitstekende nachtrust.

De volgende ochtend zie ik mijzelf niet opnieuw dezelfde Flevonice-lussen op het kleine meer rijden. We moeten ons trouwens, in verband met de komende ″elfstedentocht″ morgen, ook een beetje in acht nemen.
Het ideale moment derhalve om mijn meegebrachte, al acht jaar niet meer gebruikte ski's opnieuw te ontdekken. Techendorf blijkt te beschikken over een heus skigebiedje. De Naggler Alm, van zo'n 1350m hoog. Niet zo erg groot, maar voldoende om te ervaren wat me nog aan ski-ervaring rest.
Na enkele glijpogingen, op het hellinkje bovenaan het peuterskischooltje, lijkt de vaardigheid voldoende weergekeerd om de tocht omhoog te wagen. ″Rücksack abnehmen!″ klinkt het bars, zodra ik bij de Vierersessellift verschijn. Geen originele Doppelmayr kabelbaan, zoals ik me van vroegere skivakanties herinner. Dit lijkt meer goedkope Oosteuropese namaak.
Geheel tegen de verwachting in, slalom ik een goed uur, enkele sleepliftjes en een zonnig almterrasje later de pistes af, alsof ik deze laatste acht jaar niets verleerd heb. weissensee
Me afvragend wat hier nu eigenlijk leuker is. Slalommen over een besneeuwde piste of lussen schaatsen op het ijs? Voor ik het weet is het beneden alweer sluitingstijd bij de skilift.
De avondmaaltijd brengt ons het gezelschap van een tafeldame. Als enige touringcargenote van ons, was Ingrid in dit hotel tot dusver aan een eenzaam eigen tafeltje geparkeerd. Gevieren is het toch gezelliger, zo blijkt na herschikking van de tafelverdeling.
We bespreken de plannen voor morgen. De Grote Alternatieve Elfstedendag. Ed en Cees gaan voor de 200km. Willen al ruim voor het startschot van zeven uur op het ijs staan. Omdat de skibus zo vroeg nog niet rijdt, betekent dat derhalve eerst een wandeling van enkele kilometers tot het ijs. Echte bikkels malen daar niet om. Begint die originele Friese tocht ook niet met een stuk wandelen naar het ijs?
Voor mijn doel is de eerste skibus van negen uur vroeg genoeg. Dat moet met de veel schameler 100km die ik in gedachten heb, qua tijd precies uitkomen. Zelfs bij mijn snelheid. De tijd vliegt altijd sneller om dan je denkt. Dus draait het op een nogal haastig ontbijtje uit. Net voor ik vertrek, schuift Ingrid aan tafel. Zij neemt zich 50km voor en heeft al helemaal geen reden zich te haasten.

De skibus zit vol met een Oostenrijks wandelgezelschap. De chauffeur legt het hok vol dames in bijna onverstaanbaar Karinthisch dialect uit, dat zo'n dertienhonderd maffe Hollanders vandaag op de ijsvlakte beneden ons, een ″Zweihundert Kilometer Rennen″ houden. De ″Oohs″ en ″Aahs″ zijn niet van de lucht.
Eerbiedig werpen de dames een blik op de ijsvlakte achter het dorp, met de achter elkaar langs glijdende rijen gebogen gestaltes. Deze ene, verlate landgenoot bij hen in de bus keuren ze geen blik waardig.
Heel Techendorf vormt eigenlijk een merkwaardige mengeling tussen de gangbare Oostenrijkse wintersportcultuur en de Hollandse schaatsgekte. Zo rijden er meer gele dan witte nummerplaten rond. Van diverse chaletbalkons hangt een Nederlandse of Friese driekleur. Eén hotel is van onder tot boven volgehangen met veelkleurige schaatspakken. Een Oostenrijkse bank zorgt via een spandoek voor de deur voor extra 'exposure': ″It giet Aon!″... Inderdaad, inclusief taalfout...

Asl ik rond halftien op het ijs sta, is het nog best fris. Min vijf à zes graden. Op dit moment hebben de vroeg vertrokken diehards er al zo'n drie tot vier rondes opzitten. Volgens het uit de luidsprekers knallende wedstrijdcommentaar. Onder hen ook Beau van Erven Dorens.

Tot mijn verbazing gaan de eerste lussen een stuk soepeler dan twee dagen geleden. De conditie van mijn knieën lijkt, ondanks het ski-avontuur van gisteren, mee te vallen. Ik besluit toch rustig aan te doen, om vandaag zover mogelijk te kunnen komen. Dat betekent na elke doorkomst onder de KPN-stellage met de tijdmeting, even aanleggen bij de warme soep, sportdrank en mandarijnen. Niet te lang, om het tijdverlies beperkt te houden.
Deze eerste pauze wordt pas in de tweede ronde gemeten: drie minuten bij een rondetijd van 45 minuten. Dat valt mee. Zo ga ik de voorgenomen honderd kilometers vóór de sluitingstijd om 17:30 uur ruim halen.
weissensee
De tweede en derde ronden gaan bijna even soepel als de eerste, maar de tijden lopen na de vijfde doorkomst wel op. Deels vanwege langere recupereerpauzes, maar vooral door de beperkte snelheid, als gevolg van een matige conditie. Inmiddels heb ik de lichtbak op de linkerpoot van de KPN-erepoort ontdekt, die elke doorkomst mijn naam en rondetijd toont. Bij de laatste twee keren zelfs met enthousiaste begroeting door de wedstrijdspeaker bij de andere poot: ″....en daar is-ie weer.... Johan Grootveld uit Vierpolders!....″
De hele dag nog geen reisgenoten gezien. Op twee meiden uit de touringcar na. Dan tref ik bij de soep opeens Ed. Die zit er even helemaal doorheen, maar heeft nog een aantal ronden te gaan. Ik voel me ook uitgeblust, maar laat Ed toch achter bij de uitrustbankjes. De heilige schaatsplicht roept, en met minder dan honderd kilometers kan ik niet thuiskomen.
Het inmiddels ingezette zevende rondje (87,5km) is het zwoegen geblazen. Bij ronde acht (100km) mag ik uitstappen. Tenminste van de wedstrijdleiding. De verleiding is groot. Zeker nu zojuist mijn vorige record, de 95km in de Friese Zuidwesthoektocht van 11 januari 1997, aan flarden is gereden. Toch besluit ik om nog een rondje van 12,5km aan dit eervolle resultaat toe te voegen. Daarvoor pers ik karaktervol het laatste restje energie uit mijn tenen. En rijd eerst ook nog resoluut de lokkende verzorgingspost voorbij.
Kort na mijn doorkomst klinkt er applaus. Niet voor mij, zo blijkt, maar voor Beau van Erven Dorens. Die voltooit juist zijn 200 "ongetrainde" kilometers. Ik ben normaal niet zo´n fan van hem, maar hij stijgt hiermee toch in mijn achting.
Na de glorieuze hereniging met Ed en Cees (goed voor resp. 150 en 175km) in de feesttent, blijkt het terug naar Hotel Kreuzwirt te laat voor de skibus. We zijn ook te uitgeput om te lopen, maar de plaatselijke taxi brengt uitkomst. Na het diner blijkt Ingrid nog energie te hebben voor het blarenbal in de AEW-tent. Als op leeftijd zijnde heren haken wij beleefd af.

weissensee
De laatste dag alweer. Dat betekent inpakken en de hotelkamer ontruimen. Een laatste ontbijt hier. De koffers veilig achter de balie van de hotelreceptie parkeren. Na gisteren lijkt iedereen te uitgeblust om deze laatste dag te vullen met een nieuw, inspannend schaatsavontuur.
Zelf heb ik me een knallend afscheid op de skipiste beloofd. Een beetje rustig slalommen door de sneeuw lijkt me een goede afleiding na het schaatsavontuur van gisteren. Op de Naggler Alm geniet ik dit laatste dagje nog even rustig van slalom en skiterras. Vanuit de skilift zie ik op het oostelijke meer de eerste veegwerkzaamheden beginnen voor het lang verwachte, grote schaatsrondje. Daar hebben wij helaas geen plezier meer van.
Hoog boven het dal ontvouwt zich een prachtig overzicht over de kleine Weissensee. Inclusief het lussenparcours. Daarop bewegen kleine stipjes zich, alleen of in groepsverband, heen en weer.
Vandaag vinden de Aart Koopmans Memorial-wedstrijden plaats. Genoemd naar de overleden, geestelijke vader van het Weissenseegebeuren. Cees en Ed staan beneden eerste rang.
Veel van de (in onze ogen erg jonge) deelnemers, waaronder de complete BAM-ploeg, blijken in ons hotel te overnachten. Een nieuwe schaatsgeneratie, die niet maalt om afgetrapt ijs.
Ingrid kent de meesten bij naam. Ik niet. Behalve Bob de Jong, die ik bij de koffieautomaat tref, zijn er weinig bekenden meer bij. Beroemdheden uit ″onze″ generatie, zoals Hulzebosch of Kleine, doen niet meer mee.

weissensee
Weer in het hotel, biedt de uitbaatster me na een heerlijke skidag, een douchegelegenheid bij de sauna. Zij heeft onze kamer al lang weer vergeven aan nieuwe gasten. De bus naar huis vertrekt pas tegen elf uur die avond. Veel later dan de eerder genoemde acht uur. Vertraging vanwege de sneeuw onderweg, wordt er gefluisterd. We doden de wachttijd met het nuttigen van ons galgemaal. Helemaal à la carte, op een speciaal voor ons gereserveerd plekje, aan de stamtafel bij de hotelbar.
Het onvermijdelijke vertrek. Om tijd te sparen per hotelbusje naar het verzamelpunt bij de skilift. Daar stappen we vol ervaringen in de touringcar. Opnieuw een rusteloze, vermoeiende busnacht dwars door Duitsland. Pas tegen de middag arriveren we in Nederland.
Daar blijkt plotseling de ijswinter te zijn uitgebroken. Zodat we binnen een week alweer in een polderlandschap zonder Alpen kunnen rondschaatsen. Waar, hoe Nederlands, de elfstedengekte onmiddellijk om zich heengrijpt.
Een goede week lang kunnen we vervolgens onverwacht Hollands ijsgenieten. Voor mij betekent dat zo'n 200km in het Westland, Oostvoorne en de Alblasserwaard. Een traktatie is het spiegelgladde, diepzwarte ijs op een zelden dichtgevroren Brielsemeer!
Alleen die Enige Echte Tocht..... It giet net oan......

pijl

schaatsthuis verhalen winterweer ijspret websporen contact