Dagboek winter 1979.

Door Cees van Zwieten

Winter 1979, dat staat bij velen met extreem winterse beelden op het netvlies. Van het TV-scherm was het "Winter 79" ook niet af te slaan bij het NOS-journaal tijdens twee barre wintermaanden. Vandaag op 2 oktober 2003 kijk ik terug naar die datum in 1978.

  1. .I Inleiding (oktober)

  2. .II Voorspel (21 oktober - 25 november)

  3. .III De plaagstootjes (25 november – 28 december)

  4. .IV Het grote werk (28 december – 8 januari)

  5. .V Het grote kwakkelen (8 januari – 13 februari)

  6. .VI De sneeuwramp (13 februari – 1 maart)

  7. .VII De nasleep (1 maart – 1 april)


  8. Wordt vervolgd....



.I Inleiding.

Winter 79, dat staat bij velen met extreem winterse beelden op het netvlies. Van het TV-scherm was het "Winter 79" ook niet af te slaan bij het NOS-journaal tijdens twee barre wintermaanden.

Vandaag op 2 oktober 2003 kijk ik terug naar die datum in 1978. Hoe zag de wereld er uit in dat jaar? Het was het jaar van de Nobelprijs voor de vrede, toegekend aan Sadat en Begin voor hun inspanningen voor vrede in het Midden-Oosten. Het jaar van de opstand in Iran tegen de Sjah, de hoogtijdagen van de dictaturen in Chili en Argentinië (met dat omstreden WK voetbal), en van de jonge paus JP de tweede. In ons eigen land waren we in de ban van "bestek 81", een regeringsprogramma dat tijdens het hanteren van ander bestek vorm kreeg. Van Agt en Wiegel waren het snel eens geworden in 1977, terwijl Den Uyl knarsetandend toekeek. Bezuinigingen natuurlijk, waarover ik nog een keer te spreken kom in het journaal.

Wat ging er aan die winter vooraf? Laat ik volstaan met een kort overzicht van de voorafgaande winters : Na de veelal koude en sneeuwrijke winters in de periode 1979 t/m 1971, afgesloten met een echte koudegolf van 2 t/m 6 maart , was het jarenlang treurig gesteld met winterweer in Nederland. Na een superzachte winter in het seizoen 1974-1975, waarin december zachter was dan oktober en de vorst in januari zelfs in delen van Siberië verdreven werd, viel er in 1976 voor het eerst weer echt te schaatsen. Als geheel was 76 wel weer een te zachte winter. In 1977 was het helemaal niets met de winter : heel even leek het er op met twee pittige ijsdagen op 29 en 30 december 1976. Ik herinner mij dat goed, die felle kou die volgde op sneeuwbuien uit over zee aangevoerde poollucht. De kou verdween echter weer snel; daarna volgde een te zachte januari en februari. De winter van 1978 verraste ons na een zachte december en januari met een heel aardige vorstperiode in februari. Daarin 4 ijsdagen op rij van 8 t/m 11 februari en in de gehele vorstperiode 38 punten voor het Koudegetal. Ik heb daar goede herinneringen aan als schaatser.

pijl


.II Voorspel.

In de zomer van 1978 hadden we te maken met meest te koel weer. Met een warmtegetal van 41 kwam die zomer op de 39-ste plaats van de koele zomers in de hele eeuw. Natuurlijk keek ik uit naar een koude winter en dacht daarbij steeds aan die koude lente en koele zomer van 78, waar die fantastische winter op volgde. In september 1978 zie ik achteraf weinig bijzonders op de weerkaarten. Als geheel scoorde september als zomermaand heel matig met weinig stabiel, mooi weer.

Op 1 oktober zie ik iets opvallends op de weerkaarten : een depressie, waarvan de kern eerst over de Oceaan naar Schotland koerste, trekt over de Noordzee naar het zuidoosten. De kern bevindt zich op zondagmiddag 1 oktober boven Luxemburg; intussen stijgt de luchtdruk snel boven de Noordzee, waardoor tijdelijke een smalle zone van hoge druk ontstaat van het midden van de Oceaan naar Scandinavië; de wind draait bij ons door noord naar noordoost en voert koudere lucht aan. Dat duurt niet lang, want een nieuwe depressie doet zijn invloed spoedig gelden. In de eerste week van oktober verplaatst het Atlantische hoog zich langzaamaan naar het vasteland van Europa. Dat leidt bij ons tot weersverbetering met geleidelijk stijgende temperaturen, van 9 graden op 2 oktober naar 22 graden op 11 oktober.

In het vervolg van oktober kiezen de hogedrukgebieden doorgaans een vrij noordelijk positie, terwijl de druk bij de Azoren wat aan de lage kant is. Dit alles leidt dan niet tot winters aandoende situaties; de positie van de hogedrukgebieden is daar nog steeds te zuidelijk voor. Rond 20 oktober zijn de maxima weer rond de normale waarden terug gekeerd, dat is dan ongeveer 13° bij een gemiddelde van 10°C. Kortom : weinig opwindends in het weer van die dagen. Interessanter is misschien nog het verhaal in Trouw van 13 oktober 1978, waarin de publiciteitsmachine rond de film Grease wordt besproken en tenslotte door een paar zeer kritische opmerkingen wordt begeleid. Als je nu de muziek uit die film hoort is het succes nog steeds goed te begrijpen. Ik had zelf andere perikelen aan het hoofd : een nieuwe studie begonnen (muziek) en dat gepoogd te combineren met een baan (onderwijs). Mijn winterdagboek begon dan ook pas toen ik begreep, dat er iets heel bijzonders gebeurde .........

27 oktober 1978:

Al een week lang handhaaft zich een hogedrukgebied met centrum in de omgeving van Bretagne en zuid Engeland. Het weer bij ons is daardoor niet erg inspirerend : wolkenvelden wisselen opklaringen af en de temperatuur ligt met maxima tussen 12 en 15° boven normaal. Het genoemde hogedrukgebied verplaatst zich nu iets meer naar midden Europa. Intussen trekt een zeer diepe depressie langs IJsland en Groenland naar het zeegebied ten noorden van de Noordkaap. Aan de zuidflank hiervan stroomt zeer zachte lucht Scandinavië binnen; dat wil je als winterliefhebber liever niet zien gebeuren, maar het is tenslotte pas eind oktober. Wat je wel graag ziet is de luchtdrukstijging die achter deze depressie plaats vindt bij IJsland; het is de vraag of dit van betekenis gaat worden voor het weer in onze omgeving.

3 november 1978:

In de laatste week van oktober 1978 is het rustig weer. Het hogedrukgebied blijft voortdurend boven midden Europa liggen en zorgt bij ons voor rustig en vrij zacht weer. Veel regen valt er niet maar de zon laat het vooral in de laatste dagen van oktober afweten. De laatste decade van oktober is zacht geweest met een gemiddelde van 10,2°C en is daarmee maar 1,4° kouder dan de eerste decade. Intussen heerst op het noorden van de oceaan de gebruikelijke herfstactiviteit van depressies. Luchtdrukstijgingen op het noorden van de oceaan zetten telkens niet door, zodat de poort naar Europa voor zachte lucht open blijft. Op 3 november is er slechts in het uiterste noorden van Rusland een beetje vorst te vinden. Aanwijzingen voor winterse veranderingen zijn er (nog) niet.

4 november 1978 :

Het is rustig en droog weer, de wind waait kalmpjes uit het zuidzuidwesten en er is weinig zon. Het is zo'n beetje het enige weertype waar ik een hekel aan heb: er is gewoon niets aan te beleven. Dat alles danken we aan een hogedrukgebied, dat zich nu al weer meer dan een week hardnekkig boven midden Europa ophoudt.

5 november :

Vandaag ongeveer 6 minuten zon. Wel een beetje raar getal, maar dat komt voort uit de opgave door het KNMI, en die luidt : 0,1 uur zon, oftewel 1% van de maximaal mogelijke duur. Opnieuw is de temperatuur met een gemiddelde van 9,6°C boven normaal. Een kleine verandering in de drukverdeling, o.a. door een depressie die richting Portugal koerst, leidt bij ons tot een draaiing van de wind naar zuidoost. Eindelijk, na een lange periode met temperaturen boven normaal, gaan we een ietwat te koude tijd tegemoet. Maar winterweer? Dat is ver te zoeken. De stroming is dusdanig dat vrijwel heel Europa zich in zachte lucht bevindt. Alleen onder het regime van het hogedrukgebied is het in centraal Europa iets aan de koude kant. Vorst is alleen te vinden in het uiterste noorden van Scandinavië en in noord Rusland.

6 november :

Een kleine storing, die over Scandinavië naar het zuidoosten trekt, neemt wat kou mee naar Rusland. Een nieuwe golf zachte lucht trekt al weer het noorden van Scandinavië binnen.

7 november :

Het hogedrukgebied lijkt wel vast te roesten in midden Europa. Door aanvoer van iets drogere lucht is in het zuiden van het land al nachtvorst geweest. De Bilt zit nog op zijn eerste vorst van het seizoen te wachten. Bij een toenemende zuidoosten wind is het gelukkig een stuk zonniger geworden; De Bilt had 6,8 uur zon, en dat is voor een novemberdag flink aan de maat. (Op het toneel van de wereldpolitiek zien we de positie van de Sjah van Iran wankelen. Een groep Iraanse ballingen verzamelt zich in een voorstadje van Parijs rond Ajatollah Khomeini om de situatie in hun moederland te bespreken. Volgens Khomeini zijn de misdaden van de Sjah te veel om op te sommen. Bron : Trouw, 7-11-1978)

8 november :

De circulatie boven de oceaan en Europa blijft vrijwel onveranderd. De straalstroom ligt nogal noordelijk, waardoor depressies af en aan gaan boven noord Europa. Ze blijven ver van ons land. Wij "profiteren" al weken van de invloed van een hogedrukgebied. Als je dit gebeuren overziet, is de afwijkende ligging van dat hogedrukgebied opvallend : voortdurend wordt de straalstroom, en daarmee het slechte weer, naar het noorden gedrongen.

9 november :

Opnieuw somber, en nu ook nevelig weer, weinig wind en met 6 graden een normale temperatuur. Er wordt meer mist verwacht, waarbij de maxima lager uit zullen komen. In midden Europa komt wat lichte vorst voor evenals in het uiterste noorden van Rusland. Met de wetenschap, dat er een spectaculaire winter volgde, verbaas ik me over deze onwinterse toestand. Wordt het niet eens tijd voor verandering?

10 november 1978 :

De eerste vorstdag van het seizoen is een feit. Vanochtend om een uur of tien komt de temperatuur nipt onder 0 in De Bilt : -0,8°C. In het zuidoosten van het land plaatselijk -2. Dit alles bij mistig weer en een zwakke tot matige zuidzuidoostenwind. Eindelijk een klein beetje wintersfeer. Aanstichter van dit moois is het hogedrukgebied met kerndruk van 1035 hPa boven de Oekraïne. Het zorgt voor rustig en vrij koud weer in een groot deel van midden Europa. In het noorden van Europa is het buitengewoon zacht weer bij krachtige zuidwesten winden.

11 november :

Mist en somberheid bepalen het weerbeeld. In De Bilt schommelt het kwik het hele etmaal tussen +1 en -1 met een gemiddelde van +0,1°C, net geen Hellmanndag. In Limburg werd vanochtend -3 gemeten. De laag koude lucht is maar 200 meter dik, daarboven gaat het rap omhoog tot +10°C op 400 meter. De wind blijft nog even uit het zuiden tot zuidoosten waaien.

12 november :

Een grote depressie bepaalt het weerbeeld van het midden van de Atlantische Oceaan tot in noord Rusland. Op het naderen van een front dat bij deze depressie hoort, neemt bij ons de zuidenwind toe. De mist wordt opgeruimd en de temperatuur stijgt in De Bilt tot 7° en in Limburg zowaar tot 14°. De verwachting is, dat we een periode met wisselvalliger weer tegemoet gaan; de depressie-aktiviteit lijkt zich naar het zuiden uit te breiden.

13 november :

In de buurt van IJsland heeft zich een zeer diepe depressie gevormd met kerndruk onder 955 hPa. Deze depressie trekt langzaam richting noordelijke ijszee. Tussen dit systeem en het nog altijd boven midden Europa vastgekleefde hoog is bij ons een stevige zuidwestenwind opgestoken. Een nieuwe stormdepressie is op weg van New Foundland naar het zeegebied tussen IJsland en Schotland. Kortom : aktiviteit van belang. Nog steeds raken de slechtweergebieden ons land nauwelijks.

14 november :

De temperaturen blijven boven normaal bij krachtige zuidwesten wind. Vandaag ook weer behoorlijk wat zonneschijn in De Bilt. In Noord Europa is er nog steeds weinig winter te bespeuren. Maar vandaag trekt dan toch weer een golf van relatief koude lucht Scandinavië binnen vanuit het noordwesten.

15 november :

Nog steeds staat er een krachtige tot harde zuidwestenwind. Echt slecht weer blijft uit en ook vandaag is er veel zon. Vooruitzicht op verandering is er vooralsnog niet.

16 november :

Jawel, in Finland is vannacht strenge vorst gemeld onder een rug van hoge druk tussen twee depressies door. De stroom van depressies gaat onder invloed van de westcirculatie, of misschien beter : zuidwestcirculatie, gewoon door.

17 november :

Vandaag weer een sombere, maar opnieuw erg zachte dag. In het uiterste noorden lijkt de winter nu toch te zijn ingevallen : in Lapland is er ook overdag matige vorst. Maar een voor ons gunstige verandering in de circulatie lijkt nog ver weg. (Nog steeds sleept de kwestie Aantjes zich voort; Aantjes verliet het politieke toneel, nadat Lou de Jong zijn vermeende gedrag in de tweede wereldoorlog aan de kaak had gesteld. De tweede kamer vindt, dat de betreffende kamercommissie zijn werk moet voortzetten, omdat onvoldoende zorgvuldigheid is betracht in het onderzoek. Bron : Trouw, 17 november 1978)

18 november 1978 :

Het verhaal wordt eentonig: bijzonder zacht is het met weinig zon en veel wind. Uit het zuidwesten uiteraard. Het beeld op de weerkaart is onveranderd : depressies kiezen nog steeds een noordelijke koers en verdrijven van tijd tot tijd de vorst uit Scandinavië.

19 november :

In Lapland is de vorst weer terug. Bij ons is vorst nog ver te zoeken. Een front nadert ons land en zal wat regen brengen. Na de frontpassage zal de temperatuur richting normaal gaan doordat minder zachte lucht van het midden van de Oceaan zal worden aangevoerd.

20 november :

Met 7,3° gemiddeld lijkt het zeer zachte weer nu voorbij. Daar is alles mee gezegd, want uitzicht op winterse ontwikkelingen zijn er niet. Eén lichtpuntje : in het noorden van Scandinavië neemt de vorst toe met overdag matige tot strenge vorst.

21 november :

De temperatuur gaat, bij doorstaande zuidwesten wind, weer omhoog. Een grote depressie koerst richting Scandinavië, waar het op dit moment in het noorden streng tot zeer streng vriest, ook overdag.

22 november :

De vorst in Scandinavië wordt wel aangetast, maar niet verdreven. Verder is er weinig nieuws. Met 12,1°C is het opnieuw een zeer zachte dag in De Bilt.

23 november :

Nog altijd is de luchtdruk boven midden Europa hoog. Het centrum van het hogedrukgebied ligt boven de Alpen met ruim 1035 hPa. Het KNMI meld, dat een overgangszone tussen de zachte lucht, waar we ons nu in bevinden (gemiddeld 11,5°C), en koudere lucht boven de Noordzee ligt. Deze zal achter een kleine storing in beweging komen en zal ons vrijdag (24-11) bereiken.

24 november :

Wat gebeurt er allemaal? Grote actieve depressies zijn niet op de weerkaart te vinden. In Noord Scandinavië is de vorst onder een oud lagedrukgebied toegenomen : strenge vorst overdag en 's nachts tot -30°C. Het front, waar achter zich iets koudere lucht bevindt is op de Noordzee iets opgehouden, maar komt de komende nacht toch naar het zuiden. En dan dit : de luchtdruk boven midden Europa gaat eindelijk dalen. Zijn dominante positie moet hij afstaan aan een ander hogedrukgebied, dat met 1040 hPa op het midden van de Oceaan ligt. Worden de bordjes nu dan verhangen?

pijl


.III De plaagstootjes.

25 november 1978 :

Er zit verandering in de lucht! De wind is na de passage van een koufront gedraaid naar west tot noordwest en minder sterk geworden. De lucht is open getrokken bovendien zal het de komende 24 uur kouder worden, met regen-, hagel- en natte sneeuwbuien; in de nacht is een graadje vorst mogelijk. Zo, dat lijkt tenminste iets meer op het winterseizoen. Het atlantische hogedrukgebied lijkt de rug te rechten in de richting van Groenland. Dit wijst op een doorzettende afkoeling van Europa.

26 november :

De afkoeling zet inderdaad door. Terwijl in de omgeving van IJsland de luchtdruk gestegen is ontstond boven het middellandse zeegebied een depressie. Al weer zo'n schakel in de winterketting; de noordwestelijke of noordelijke stroming boven west Europa zal er door worden aangetrokken. Bij ons wisselen buien en schaarse opklaringen elkaar af. Met een gemiddelde van 1,7°C is het duidelijk te koud. In het noorden van Scandinavië vriest het nu ook overdag al streng tot zeer streng en in Schotland vallen sneeuwbuien bij een temperatuur van iets boven 0.

27 november :

Prachtig, wat een ommekeer in een paar dagen! Er loopt nu een noordelijke stroming van het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen tot in noord Afrika. Het grootste deel van Europa koelt nu geleidelijk af. Wij hebben vandaag een dag met regen-, hagel- en sneeuwbuien afgewisseld met opklaringen. In de Bilt wordt 4,4° als maximum afgelezen en dat is voor eind november opnieuw vrij koud. Op de oceaan glipt een kleine depressie langs het hogedrukgebied en trekt in de richting van Spanje; dat is mooi voor ons. Wel is er via de achterdeur, langs de Zwarte Zee, zachte lucht op weg naar oost Europa, maar die zal ons niet bereiken.

28 november :

De hogedrukzone bij IJsland is weer snel van de kaart verdreven door een groot lagedruksysteem bij Groenland. Zou dit het eind van deze koudeperiode inluiden? Nee, er zijn andere ontwikkelingen die voor ons van belang zijn : vanuit de poolzee ontwikkelt zich een hogedrukgebied boven Scandinavië. Bij Italië ligt een forse depressie en de straalstroom ziet geen kans de oceaan over te steken. Kortom : voldoende ingrediënten voor aanhoudend winters weer. Bij ons is de lucht tot grote hoogte koud; het KNMI verwacht draaiing van de wind naar noordoost en kans op matige vorst in de nacht en ochtend. Vanochtend had De Bilt al -0,5 ; niet veel, maar het begin is er.

29 november :

De wind is door het noorden naar het noordoosten gedraaid. Dat is een gunstig bericht. Ook is het nu echt koud aan het worden : meest lichte vorst bij af en toe zon. Gezien de berichten over een hogedrukgebied boven Scandinavië lijkt het wel goed te zitten met het winterweer. Het hogedrukgebied ligt wel erg noordelijk, met een kerndruk van 1040 hPa boven noord Finland, maar het is in de hogere lagen goed ontwikkeld boven de Noorse Zee. Oceaandepressies vinden daardoor de weg naar noord Europa geblokkeerd. In De Bilt kwam het vanochtend met -4,6 bijna tot matige vorst. En met een gemiddelde van -2,1 hebben we de eerste Hellmann-punten van de winter binnen.

30 november :

En daar is de eerste ijsdag in De Bilt. Bij somber weer is de temperatuur in de middag op -1,2 blijven steken; op vliegbasis Deelen werd in de ochtend -8 gemeld. De wind is daarbij naar zuid gedraaid en het KNMI verwacht een winters weerbeeld met plaatselijk sneeuw en meest lichte vorst. Er lijkt zich toch weer een storingsgebied vrij te maken, met de bedoeling de oceaan over te steken richting Europa. Wat wordt dit? Eind van het miniwintertje? Of koerst hij naar zuid Europa en bestendigt daarmee ons winterweer?

Koudegetal : 4,6

1 december 1978 :

Een winters weerbeeld. Het is bewolkt weer met een maximum van -0,1 °C in De Bilt. De oceaanstoring nadert de golf van Biskaje en zal bij ons voor wat meer wind uit het zuidoosten gaan zorgen. Bij dit alles is er kans op wat lichte sneeuw. Het hogedrukgebied ligt met een centrum boven Lapland, met kerndruk 1046 hPa.

2 december:

Terwijl het hogedrukgebied iets in betekenis afneemt, dringt een nieuwe depressie op in de richting van Europa. Zachte en vochtige lucht is al gevorderd tot Engeland en west Frankrijk. In de overgangszone komt regen, ijzel en sneeuw voor. Het KNMI verwacht, dat deze zone zondag (3 december) boven ons land komt te liggen. Intussen is het vandaag kil en bewolkt weer met in De Bilt een temperatuur die schommelt tussen 0 en +2°C. Er waait een matige zuidoostenwind.

3 december :

Gestaag vordert de zachte lucht, maar het gaat langzaam. Vandaag ligt het front boven zuid België. In de zachte lucht valt in Ierland veel regen. Wij zitten nog steeds in de koude lucht; er valt geen neerslag en zelfs komt de zon af en toe door. Met een gemiddelde van -0,2°C is het toch weer iets kouder dan gisteren.

4 december 1978 :

In de afgelopen nacht zette het dooifront een spurt in en bereikte het midden van ons land. Er valt ijzel en regen en in het noorden van het land ook enige tijd sneeuw en ijsregen. Geheel onverwacht neemt alles een wending : boven Scandinavië en de Noordzee stijgt de luchtdruk in de loop van de dag. Dit gebeurt zo onverwacht, dat het KNMI in de ochtend nog verwacht, dat we in somber weer blijven met temperaturen rond of boven 0. Er gebeurde iets heel anders! Om 18 uur is de druk bij ons al weer 5 tot 6 hPa gestegen en is het front tot stilstand gekomen. Daarna gaat het hard: het front komt in beweging, nu zuidwestwaarts, waarbij opnieuw koude lucht ons land binnenstroomt. Dit gaat plaatselijk met ijsregen gepaard. Jan Visser vermeld in een artikel in Weerspiegel van januari 1979 het volgende : "Het arriveren van de koude vorstlucht werd het eerste aan mij bekend gemaakt door J. Bolt te Uithuizermeden, die mij 's avonds opbelde met de mededeling dat het er onbewolkt was en circa 3 graden vroor."

5 december 1978 :

Om 6 uur in de ochtend is het front afgevoerd richting België en in het hele land staat een oostenwind ; het is prachtig zonnig en vriezend weer geworden. De Bilt meldt als maximum +0,2°C. In het noordoosten van het land is het wel een ijsdag ; Eelde meldt als maximum -1,7°C. Ik heb een speciale herinnering aan die dag met dat mooie maar koude weer. In Den Haag werd een grote demonstratie gehouden tegen bezuinigingen in de muziekopleidingen. Van alle delen van het land waren docenten en studenten samengestroomd, blauwbekkend, maar tevreden, dat we onze stem hadden laten horen. Het zal overigens weinig hebben uitgehaald.

6 december 1978:

Het zonnige vriesweer met oostenwind houdt ook vandaag aan. De laagste temperatuur werd vanochtend gemeten op Soesterberg : -7°. Kouder was het in Polen en Duitsland, waar 8 tot 15 graden vorst werd gemeten. Onder het regime van het krachtige hogedrukgebied kwam in midden Zweden zeer strenge vorst voor, met minima tot -25°C.

7 december:

Het is voor begin december goed koud. De Bilt meldt een ijsdag met maximum van -1,3°C. De wind blijft matig en draait naar het zuidoosten. Dit lijkt de voorbode van een weersverandering; het KNMI voorziet dat zachtere lucht ons zaterdag (9 december) zal bereiken. Een diepe depressie midden op de oceaan ten westen van Ierland zet de aanval in. Het tegenspel van het hogedrukgebied neemt af, want dit hoog is bezig zich naar het zuidoosten te verplaatsen.

8 december:

Hoewel in heel midden-, oost-, en noord-Europa in de ochtend vorst voorkomt, met laagste waarde -27 in noord Zweden, gaat de dooiaanval nu wel snel. Een randstoring van de grote depressie op de oceaan trekt over de Britse eilanden snel naar het noordoosten. In de vroege ochtend regent het al in Zeeland, maar in de rest van het land valt er winterse neerslag, voornamelijk in de vorm van ijzel. Dat is de tweede dag met ijzel van deze winter. Plaatselijk werd het door de ijzel en ook ijsregen zeer glad; ook ontstonden stroomstoringen door ijsafzettingen op elektriciteitsdraden. Uit het noorden van het land worden zelfs schaatsers op straat gemeld. Uiteindelijk gaat het in de avond ook in het noordoosten van het land dooien; om 11 uur geeft De Bilt al een temperatuur aan van 7°C. Daarmee wordt nu een vorstperiode afgesloten, die ons de eerste bijdrage leverde aan het koudegetal van de winter van 78/79. Het was overigens te weinig voor serieuze ijsvorming op buitenwater.
(Met dank aan Jan Visser, uit wiens artikel in Weerspiegel 79-1 ik gegevens putte; en aan Johan Effing, die zo vriendelijk was mij copieën daarvan te mailen.)

Koudegetal op 8-12 : 13,9

9 december:

Het lijkt nu helemaal gedaan met de winter. Bij ons is de temperatuur tot ongeveer 10°C opgelopen; de vorst is terug gedreven tot de lijn Hamburg- midden Oostenrijk.

10 december:

Midden op de Atlantische Oceaan ligt een geweldige depressie. Deze zuigt zachte lucht van het zuiden van de oceaan in de richting van west Europa. Somber en zacht weer is het gevolg bij ons. Er is een lichtpuntje : in Scandinavië weet de vorst zich te handhaven.

11 december:

De Bilt heeft vandaag 12 graden als maximum. In de koude lucht in het noordoosten van Europa trekt een klein hogedrukgebiedje naar het zuidoosten. Hierin heeft het in Scandinavië plaatselijk 25 graden gevroren.

12 december:

Nog steeds is het superzacht weer, veroorzaakt door een zeer diepe depressie met kerndruk van 949hPa ten zuiden van IJsland. Een randstoring trekt met regen over ons land en gaat een nieuwe aanval doen op het bastion van Thialf. De kou in Lapland en noord Rusland is nog steeds onaangetast en de vorstgrens loopt nu van oost Polen naar Roemenië. Wie wordt hier de winnaar?

13 december:

Een groot lagedrukgebied ligt over de Atlantische Oceaan en west Europa. Het weer is daardoor bij ons somber, zacht en regenachtig. De zachte lucht dringt tot diep in Europa door, maar weet midden en noord Scandinavië en noord Rusland niet te bereiken.

14 december:

Europa lijkt het strijdtoneel te worden van het gevecht tussen oprukkende zachte lucht en zich ophopende koude luchtmassa's. In de koude lucht werden in noord Rusland extreem lage temperaturen gemeten, tot –44°C. De depressie van de Oceaan nadert nu ons land en brengt grote hoeveelheden regen.; De Bilt tapt in een etmaal 25mm af. De vorst wint in zuid Scandinavië weer enig terrein, waarbij de vorstgrens loopt van Oslo naar Kiev. Volgens het KNMI kan de koude lucht ons morgen al dicht genaderd zijn : de winter komt dus terug!

15 december:

Deze winter wil wat! Na de winterse sinterklaas-periode dooide het even flink. Maar na een week klopt koning winter alweer aan de deur. Terwijl de kern van een depressie vanaf Engeland langzaam richting midden Europa schuift, is de druk boven Scandinavië iets gestegen. Het is zeker geen krachtpatser, dit hoogje, maar het opereert onder bescherming van een nieuwe blokkade bij IJsland. Deze blokkade houdt nieuwe oceaandepressies op grote afstand. Deze ontwikkelingen zullen bij ons morgen de vorst doen invallen bij noordoostenwind.

16 december:

Het verdrijven van de zachte lucht ging gisteren en vannacht met veel regen gepaard, vooral in Noord Holland. Andijk krijgt vandaag maar liefst 34 mm te verwerken. Elders viel er wat minder, in De Bilt gisteren 7 en vandaag 3 mm. In de voornacht draait in De Bilt de wind van zuid naar noordoost en wakkert flink aan. Pas in de avond is de temperatuur onder het vriespunt; de wind is dan weer behoorlijk afgezwakt. Volgens het KNMI neemt de kans op een sneeuwbuitje toe.

17 december:

De uitloper van het Azorenhogedrukgebied, dat zich eerst richting IJsland uitstrekte, breidt zich over west Europa uit. Daardoor komt het weer tot rust; er komt iets meer zon en overdag komt de temperatuur maar net boven 0. Wel begint vandaag het koudegetal weer te stijgen : de temperatuur is vandaag in De Bilt gemiddeld –2,1°C.

18 december:

Een pittige vorstdag vandaag. In De bilt een maximum van –4 en een gemiddelde van –5. Het weer is nu onder invloed van een hogedrukgebied boven midden Europa. Plaatselijk wordt uit Polen en west Rusland –20 gemeld. De vorst lijkt nog wel even stand te houden.

19 december 1978:

Door mist bij matige vorst, met plaatselijk –9, is er in de afgelopen nacht ruige rijp opgetreden : het bevriezen van mist op koude voorwerpen, planten, bomen en struiken. Het is een schitterend gezicht, vooral als in de ochtend de zon weer door komt door aanvoer van iets drogere lucht. Wat gaat het weer doen? Op korte termijn is er weinig verandering, de vorst houdt nog aan. Bij IJsland stijgt de luchtdruk weer, wat zou kunnen wijzen in voortzetting van de winter op langere termijn. Het KNMI waagt zich in die tijd nog niet aan lange termijnverwachtingen. Twee dagen vooruit kijken, daar moeten we het mee doen. En tot zo ver zitten we als winterliefhebbers nog goed. Overigens : vandaag weer een ijsdag, met een Hellmannetje van 4,8.

Koudegetal op 19 december : 25,8

20 december 1978:

Het is in deze vorstperiode geweest, dat ik in de auto van Schiedam naar Vlaardingen, waarbij er lichte sneeuw viel, een ingeving kreeg over de winter van dat jaar. Zo hoort het deze winter, vorst en sneeuw, schoot er door me heen. Het was dan ook al de tweede periode met winters weer, en dat alles voor de kerstdagen. Geen flauw vermoeden had ik, wat er allemaal nog zou komen, zoals niemand in Nederland of elders in Europa dat had. Vandaag in De Bilt weer een ijsdag met maximaal –2,8°C. Er valt af en toe wat lichte sneeuw.

21 december 1978:

De winter weet nog niet van wijken. Zowel boven Scandinavië als bij IJsland is de luchtdruk weer gestegen en dat kan alleen maar gunstig zijn voor het aanhouden van het winterweer. Het is bij ons wel iets minder koud geworden, in De Bilt raakt de temperatuur het vriespunt. Verder is het somber weer met een matige oostenwind.

22 december:

Er verandert weinig aan het weer. De temperatuur komt nu een halve graad boven nul. De stroming op grotere hoogte is zuidoostelijk tot zuidelijk en daarmee wordt zachte lucht aangevoerd. Op 1 km hoogte is de temperatuur opgelopen tot +5°C. De vraag lijkt nu, of de noordelijke hogedrukgebieden de winter weer kunnen gaan versterken. Boven noord Scandinavië trekt een kleine storing met sneeuw langzaam naar Rusland. Het is bitter koud in die omgeving met minima rond –30.

23 december 1978:

Terwijl de koude hogedrukgebieden zich iets naar het noorden terug trekken, koerst een actieve oceaandepressie in de richting van Europa. Dit lijkt een serieuze aanval op de vorst te worden; bij ons toch nog weer een ijsdag.

24 december:

De depressie zet door en blaast alle de koude lucht in een dag weg uit west Europa. In De Bilt komt de temperatuur om 9 uur in de ochtend boven 0. Op veel plaatsen in het land gaat het binnendringen van de zachte lucht gepaard met ijzel; de problemen zijn niet van lange duur, want in de loop van de dag komt bij veel wind de temperatuur een paar graden boven nul. De wind waait trouwens nog een groot deel van de dag uit het zuidoosten en draait pas in de avond naar zuidwest. Boven Scandinavië en Groenland is de luchtdruk nog steeds hoog, waardoor de winter vast in het zadel blijft zitten in noord Europa. In Moskou wordt –30 gemeten! Op dat moment kon nog niemand een uitspraak doen over het terug keren van de winter. Als je echter nu de weerkaarten ziet uit die dagen, dan zie je het als het ware wel aankomen : de winter hergroepeert zijn troepen en beraadt zich over de definitieve aanval. Het KNMI verwachtte in ieder geval wel, dat het na de kerstdagen weer kouder wordt. Maar voorlopig gingen we natte, zachte en sombere kerstdagen tegemoet.

Koudegetal op 24 december : 34,0

25 december 1978:

Wind, regen en hoge temperaturen. Typisch kerstweer zou je zeggen. De weerkaart vertoont allerminst een normaal beeld. Terwijl de druk boven Groenland onverminderd hoog is, trekken storingen met veel regen Europa binnen. Het zijn kleine storingen die over een smalle baan trekken en noord Europa ongemoeid laten. Daar is het onverminderd extreem koud. Eén van de storingen trekt vandaag over ons land. Aan de zuidzijde heersen zuidwesten winden; aan de noordzijde staat boven zuid Scandinavië een oostenwind, die koude lucht aanvoert; er valt daar ook sneeuw.

26 december:

Weer zo'n dag. Veel wind, regen en temparuren tegen de 10 graden. De druk stijgt nog iets boven Groenland; boven het midden van de oceaan ligt een groot lagedrukgebied. Door dit geheel is Europa verdeeld in een zuidelijk deel met hoge temperaturen en zuidwestenwind en een noordelijk deel, waar koude lucht zich heeft opgehoopt. De vorstgrens is vandaag iets naar het noorden teruggedrongen en ligt over Denemarken en de Oostzee naar de randstaten. Gaat de zachte lucht dit winnen? Gaat de strijd verhevigen? Wanneer wordt het nu weer koud? Deze vragen hielden ons bezig tijden de kerstdagen van 1978.

27 december 1978:

De wind draait naar het oosten in een groot deel van het land. Veel kouder wordt het niet, want een storing, die als uitloper van de oceaandepressie dieper in Europa probeert in te snijden, brengt een nieuwe partij zachte lucht onze kant op. Boven Scandinavië stijgt de druk nu weer langzaam; het hogedrukgebied neemt nu geweldige proporties aan en beslaat een deel van Canada, Groenland en een deel van de Poolzee. De strijd lijkt zich nu te verscherpen; in noord Scandinavië en noord Rusland worden temperaturen van ver onder de –30 gemeten. In Denemarken daalt de temperatuur weer en gaat er in de nacht sneeuw vallen bij oostenwind. Hoe lang moeten wij daar nog op wachten? Niemand heeft daar besef van op dat moment.

pijl


.IV Het grote werk.

28 december :

Een historisch keerpunt in een historische winter. In Duitsland spreekt men van de Jahrhundertwinter, waar de winter op een onvoorstelbare wijze te keer ging. Jan Buisman spreekt in "Bar en Boos" van één van de meest spectaculaire kou-invallen van de afgelopen eeuwen. Op 28 december begon de extreem koude lucht vanuit noord-Rusland zijn opmars over Europa. Het oprukken van de kou verliep zeer langzaam en nam ongeveer 5 dagen in beslag. Dat bracht twee verschijnselen met zich mee. Het front tussen de zachte en de koude lucht was voortdurend zeer actief en veroorzaakte daardoor steeds veel neerslag, vaak in de vorm van een sneeuwstorm. In de tweede plaats was het voor de weerdiensten lastig om de juiste verwachting te maken. Een 100 km verplaatsing van het front, wat op de schaal waarop weersystemen opereren heel weinig is, kan in Nederland een groot verschil maken voor de helft van het land. Hoe moeilijk het KNMI het had, blijkt uit de verwachting op 28 december : morgen nog zacht, maar op 30 december wordt het kouder. We zullen zien, dat dat er voor een deel van het land niet ver naast zat, maar voor het noorden gewoon de plank mis sloeg.

Er begint een veldslag in Europa. Je kan haast niet anders, dan de ontwikkelingen in termen van oorlogsvoering te beschrijven. Twee grootmachten strijden om de heerschappij over west en midden Europa. In het noorden heerst oppermachtig Koning Winter, met een bastion van hogedruk over Noord Canada, Groenland, IJsland, een deel van het poolgebied, Scandinavië en noord Rusland. Zijn gebied is volgestouwd met uitzonderlijk koude lucht; in noord Europa worden temperaturen rond –40 dagenlang gemeten; overdag komen er temperaturen van –20 tot –30 voor. Aan de ander kant probeert Koning Oceaan zijn zachte en vochtige rijk uit te breiden over Europa. Op 28 december heeft hij versterking laten aanrukken in de vorm van een storing, die tot ver in vijandelijk gebied, te weten Polen en West Rusland, is doorgedrongen.

In deze veldslag is een front aanwezig, waar hevige strijd woedt; het front loopt op 28 december om 12 uur in de middag van het noorden van Schotland over midden Denemarken naar het noorden van Polen. Vandaag wordt duidelijk, dat de strijd heviger wordt en dat Koning Winter langzaam terrein wint. Terwijl het in Nederland, Frankrijk en Duitsland zeer zacht is bij een temperatuur van 10 tot 12°C, worden sneeuwjachten gemeld uit Schotland en Denemarken bij krachtige oosten- tot noordoostenwind. Het front verplaatst zich maar heel langzaam naar het zuiden. In het front vinden af en toe golfbewegingen plaats, die zowaar ook gevolgen hebben voor het weer in het uiterste noorden van ons land : af en toe worden vooruitgeschoven posten van Koning Winter gesignaleerd. Zo komt even een bel koude lucht over de Wadden het noorden van Groningen binnen. Waarnemer J. Bolt in Uithuizermeden meldt aan Jan Visser om 16.00 uur een temperatuur van 4,6 °C bij zwakke noordoostenwind! Het is van uiterst korte duur : om 16.05 leest hij 7,6°C af bij harde zuidwesten wind.

Het lijkt er op, dat Koning Winter vandaag nog geen vaste voet zet op Nederlandse bodem. Toch wordt zijn regime in het uiterste noorden in de loop van de avond nog een keer gevoeld. Op Ameland en Terschelling is er tijdelijk een noordoostenwind. Om 21.00 uur lijkt het te gaan winteren in Uithuizermeden; daar wordt dan 2,8°C gemeld. Hoe klein het wintergebiedje is, blijkt uit het volgende : in Ten Post, op 13 km afstand, is het op dat moment 8,1°C bij een krachtige zuidwesten wind. In de loop van de late avond wordt de kou opnieuw verdreven en lijkt de zachte lucht weer in noordoostelijke richting op te rukken. Voor hoe lang? Dat is op dat moment niet helemaal duidelijk. Het zal er van af hangen wat een nieuwe storing, die in de nacht zal passeren, precies gaat doen. Duitse meteorologen verwachten dat er op de Noordzee een oosterstorm zal opsteken, waarbij de kou langzaam naar het zuiden komt.

29 december 1978 :

De temperatuurtegenstellingen in Europa zijn buitengewoon groot. In het zuiden wordt met een lange zuidwestelijke stroming maritiem-tropische lucht aangevoerd. Hierin ligt de temperatuur tussen 10 en 15°C. Het noorden van Europa lijkt een deel van Siberië te zijn geworden met in noord Rusland ook overdag temperaturen ver onder –30°C. Deze continentaal-arctische lucht wordt met een lange oostelijke tot noordoostelijke stroming naar west Europa getransporteerd, nog altijd gestuurd door een gigantisch hogedrukgebied, dat zich uitstrekt van het noorden van Canada over Groenland naar Scandinavië en noord Rusland. Langs het front, dat de beide luchtsoorten scheidt, zijn de temperatuurtegenstellingen vooral in Polen groot : terwijl het in Warschau om 12.00 uur –10°C is, komen in het zuiden van Polen en in Slowakije nog voorjaarsachtige temperaturen van 10 tot 13° voor. Aan de noordzijde van het front, dat aan een langzame beweging naar het zuiden bezig is, ontwikkelt zich een zware sneeuwstorm. Vooral Schotland, Denemarken en Polen worden hierdoor getroffen, maar daar zou het niet bij blijven.

Tot zover het beeld in Europa. Ook in ons land worden in de vroege ochtend de tegenstellingen voelbaar. In de nacht passeerde een storing met veel regen ons land. De voorposten van Koning Winter werden weer de Noordzee op gejaagd. Plaatselijk viel veel regen, in het noorden plaatselijk 15 tot 20 mm. Op de weerkaart van die nacht is deze te zien als een snel lopende frontale storing die over ons land en België naar het oosten gaat om daar op de koude lucht in te beuken. De kou komt echter onverbiddelijk naar het zuiden opzetten, daar blijkt in de loop van de ochtend geen houden meer aan.

6.00 uur : Op de Waddeneilanden is het in de vroege ochtend begonnen; het is daar dan +1°C terwijl het in het hele land rond 10° is. Hans de Jong in Gorredijk meldt +8°C; Harrie Laanstra in Harkema : +8°C
7.00 uur : In het uiterste noorden van het land is de wind gedraaid naar ONO en begint de winter zijn opmars. Eelde : +2° ; Den Helder : +4°.
8.00 uur : West Terschelling en Uithuizermeden zitten al op de vorstgrens met 0°C. Folkert IJnsen in Stiens meldt na een hele nacht met regen +0,5°C bij een ONO-wind. Het wordt daar tijdelijk droog. Ook zuidelijker, in Gorredijk wijst de thermometer met +3,0° al naar winter. Elders in het land is het modderzacht met temperaturen van 9 tot 12°; daar valt af en toe lichte regen. In de loop van de ochtend nemen de tegenstellingen in ons land toe. Het front beweegt zich langzaam naar het zuiden. Waar het front langs trok daalde de temperatuur in 1 uur tijd 5 tot 7 graden. In het noorden van het land neemt de oostenwind toe tot krachtig en daalt het kwik gestaag. Het KNMI geeft in het weerbericht nu aan, dat de vorst morgen in het hele land een feit zal zijn.
12.30 uur : Een waarnemer in Amsterdam doet verslag van de frontpassage; hij ziet dan de windwijzer op het CS westzuidwest aanwijzen. Aan de overkant van het IJ ziet hij aan de vlaggen, dat de wind daar om is naar oostnoordoost! Om 12.41 uur ziet hij de windvaan nog steeds op wzw staan, maar een ogenblik later op ono. Op hetzelfde moment wijst de haan op de Nieuwe Kerk, 500 meter zuidelijker nog steeds wzw. Dergelijke verschillen worden ook op Schiphol gezien, aan de uiteinden van een startbaan.
13.00 uur : Eelde –1°C. Hier en daar in het land valt neerslag. In Groningen en Friesland begint onderkoelde motregen te vallen, wat daar leidt tot gladde wegen; zo komen de eerste winterongemakken het land in. Aanvankelijk valt het nog wel mee met de gladheid, doordat de grond nog relatief warm is door het zachte weer van de afgelopen vier dagen. In de loop van de middag schuift het front verder naar het zuiden; de laag koude lucht wordt ten noorden daarvan dikker, wat tot een geleidelijk meer winters karakter van de neerslag leidt. Stiens, tegen de avond : tijdelijk ijsregen. (IJsregen is gedeeltelijk gesmolten sneeuw, die in een koude luchtlaag weer bevriest). Intussen is in Noord Duitsland een sneeuwstorm opgestoken; ook in Denemarken en Polen woedt de sneeuwstorm voort. Moskou meldt –27°C; Warschau –10.
16.30 uur : Op Ameland begint de sneeuwstorm ; deze melding van Jan Bakker is waarschijnlijk de vroegste melding van sneeuw in ons land. De windkracht is onbekend, maar we kunnen rustig aannemen, dat daar toen een windkracht 8 gestaan heeft bij enkele graden onder 0. IJzel wordt gemeld uit Noord Holland, Groningen en Friesland.
18.00 uur : Het front is in het westen van het land nog iets opgehouden en ligt nu op de lijn Amsterdam-Zutphen-Winterswijk.
19.00 uur : In het noorden ligt het kwik bij omstreeks –3, zoals op vliegveld Eelde. Er valt hier en daar wat onderkoelde motregen. Ook in Den Helder vriest het nu. In Twente leest de waarnemer +1°C af en in Deelen, De Bilt, Rotterdam en Eindhoven staat +9°C op de thermometers.
20.00 uur : De eerste sneeuw valt in het noorden van Groningen bij –4°C en een krachtige oostenwind : het spel is begonnen.
21.10 uur : Stiens : de sneeuwstorm is begonnen met hoge driftsneeuw. Harde en af toe stormachtige oostenwind; tijdens de sneeuwval een versnelde temperatuurdaling.
21.30 uur : In De Bilt begint het opnieuw harder te regenen, na een dag met af en toe wat lichte regen of motregen. In het nu volgende half uur, van 21.30 tot 22.00 valt er 3 mm en daalt de temperatuur van 8 naar 7 °C. Dan draait omstreeks 22 uur de wind naar het noordoosten; de regen wordt minder en de luchtdruk vertoont een licht stijgende tendens.
22.30 uur : De winter breidt zijn invloed uit naar het zuiden. IJzel wordt nu gemeld uit het midden van het land, oa Santpoort; sneeuwstorm met driftsneeuw uit het noorden van het land. Stiens : -4,5°C
23.30 uur : De temperatuur is in De Bilt gezakt tot +2°C; daarmee is Utrecht gevallen voor de overmacht van Thialf.
24.00 uur : In de loop van vandaag heeft de winter langzaam, maar met grote overtuiging ruim de helft van ons land veroverd. Zware sneeuwstormen komen voor in Sleeswijk-Holstein, waar de sneeuw hoog opstuift bij –6 tot –10 en harde oostenwind. Hoe lang gaat dit nog door? Gezien het tempo waarin het front opschuift, kan dit nog wel een etmaal door gaan.
30 december 1.00 uur : Eelde –6 , Den Helder –4 , Twente –1 , Schiphol –0 , Deelen en De Bilt +2 , Rotterdam +3 , Eindhoven +7 en Beek(L) +8. Intussen in Warschau –14 ; Moskou : -33 en noord Rusland : -45°C.
30 december 2.00 uur : Ik ben nerveus; in Schiedam was tot laat in de avond niets van de winter te merken, maar dat er iets spectaculairs stond te gebeuren, daar was ik wel van overtuigd. Om 2 uur in de nacht maak ik een wandelingetje om de wintersfeer te proeven. Het is al koud geworden, de vorstgrens is Schiedam tot op zo'n 25 km genaderd en loopt over de lijn Leiden-Arnhem. In Rotterdam en omgeving is het dan nog +2°C. Een licht briesje uit het oosten blaast af en toe een paar verdwaalde regendruppels in mijn gezicht. Ik ben misschien één of twee uur te vroeg om het invallen van de vorst mee te maken, maar ik geniet met volle teugen van dit moment. Lang heb ik moeten wachten na 1963, maar nu is het zo ver : het grote werk gaat beginnen!

Met dank aan : Het KNMI, Jan Visser, Hans de Jong, Folkert IJnsen, Johan Effing, Harrie Laanstra en andere waarnemers, in dit verhaal genoemd.

30 december 1978 :

Wat een dag, die zaterdag de 30-ste december 1978 ! Als ik in de loop van de ochtend buiten kom zie ik een heel andere wereld dan gisteren aan het eind van de middag. Velen in het midden van het land zullen dat zo beleefd hebben. Gisteren nog zacht weer, met 9 tot 10° , motregen en zuidwestenwind. Nu is het –5° en jaagt een krachtige tot harde oostenwind een fijne sneeuw over de straten.

Als ik tegen het eind van de ochtend de straat over ga voor boodschappen, proef ik de wintersfeer met alle zintuigen. Niet alleen ìk weet, dat het gisteren nog zacht weer was; ook het plaveisel weet dat nog, want er zijn bij –5° nog natte plekken in de trottoirtegels zichtbaar; er is nog niet zo veel sneeuw gevallen dat ze zijn dicht gestoven. Het zal niet lang meer duren of alles is verijst. Hoe mooi en dynamisch kan een winter op zo'n moment zijn! En, we hebben nog meer te verwachten, zoals uit het weerbericht blijkt : in het weekeinde felle kou en sneeuwval.

In de vroege ochtend zijn de tegenstellingen in ons land bijzonder groot : in het noorden –7 tot –8 bij sneeuw en stormachtige wind. In het uiterste zuiden is het dan nog 8 graden boven 0! Het zal ook daar niet lang meer duren : om 13 uur is alleen het zuiden van Limburg nog vorstvrij, maar de temperatuur is er dan al tot +2°C gedaald. Om 14 uur is Koning Oceaan, met zijn natte dweilenweer, uit heel het land verdreven; en dat voor lange tijd. Thialf heerst alhier, en hoe!

In het noorden van het land zijn er nu grote verkeersproblemen door de gladheid en de stuifsneeuw. Er vinden veel slippartijen plaats, soms met ernstige gevolgen, zoals in het Friese Follega. In Noord Holland raken veel auto's beschadigd door botsingen op de spekgladde wegen. Daar ligt nog ijzel onder de sneeuw. Het openbaar vervoer loopt grote vertragingen op.

Het vorstgebied in Europa is sinds gisteren een stuk groter geworden; de vorstgrens loopt van noord Frankrijk over Luxemburg naar Tsjechië. Het zuiden van Duitsland heeft nog steeds zacht weer. Op veel plaatsen is de temperatuur het afgelopen etmaal 15 tot 20° geduikeld. Waar het gisteren al vroor, is het nog kouder geworden. Om 13.00 uur : Noord Duitsland –8 tot –14, Warschau –18, Moskou –33 en Noord Rusland –40. In de Alpen is het nog steeds zacht en regenachtig weer; er ligt bijna geen sneeuw!

De sneeuwstormen in Sleeswijk-Holstein duren nog steeds voort. De sneeuw wordt metershoog opgejaagd en veroorzaakt buitengewone problemen, zoals geïsoleerde plaatsen, volledig vastgelopen verkeer en zelfs ingesneeuwde treinen. Particulier autoverkeer wordt daar in de loop van het weekend verboden. De Poolse regering heeft delen van het land tot noodgebied verklaard.

In De Bilt zien we het hele etmaal de temperatuur dalen, van +2 om 0.00 uur tot –10 om 24.00 uur. Dat alles bij een toenemende oostnoordoostenwind en in de ochtend een beetje (2 cm) sneeuw. Ongeveer hetzelfde beeld maak ik mee in Schiedam : in de loop van de dag wordt het steeds kouder en neemt de wind toe. Opvallend op de registratie van De Bilt is de stijgende luchtdruk die door gaat tot ongeveer 16.00 uur. Dan buigt de curve langzaam weer om en om 18.00 uur, de druk is dan 1000 hPa, begint een daling, die rond middernacht versneld door gaat. Wat is hier nu weer aan de hand? Een blik op de weerkaart laat dat zien : een nieuwe storing trekt snel over noord Frankrijk naar het oosten en verscherpt het winterweer bij ons; er wordt nu sneeuw verwacht vooral in het zuiden bij een stormachtige oostenwind.

In het weerbericht geeft het KNMI aan, dat nog koudere lucht naar ons onderweg is; voor 1 januari worden temperaturen tussen -8 (max) en -12 (min) verwacht en op dinsdag van -9 tot -13. In de loop van de avond wordt het weer bijna beangstigend. Om een uur of 10 in de avond is bij ons de wind zeker tot hard uit het oosten aangewakkerd, bij een nu tot -9 gedaalde temperatuur. De wind loeit echt om het huis, op een manier die we niet kennen, namelijk vanuit het oosten. Iedere windrichting heeft zo zijn eigen geluid en dit speelt zich af aan een ongebruikelijke kant van de woning, een voormalig winkelpand waarvan de winkelruimte als woon- en werkkamer in gebruik is.

Die winkelruimte had een klapraam, waarvan op dat moment bleek, dat het niet goed sloot. Zo'n harde oostenwind had er ook sinds mensenheugenis niet op gestaan. Met een forse klap tuimelt dit raam open en daar waait de stormachtige oostenwind de woonkamer binnen. Op het "grote werk" heb ik lang gewacht, maar dit gaat me verder dan me lief is. Kan iemand zich dat nog voorstellen in Nederland, dat je je niet veilig voelt in je eigen huis door het weer? Ik heb dat later nog een keer gehad, toen mijn kelder (in een andere woning) in 2001 onder liep bij zware regenval. Het probleem van het openklappende raam is gelukkig binnen een half uur verholpen, maar toch, het was even schrikken.

Een wel heel opvallend ongeluk gebeurt in Den Haag, waar een klant van een benzinestation probeert de bevroren tankdop te ontdooien met een ..... aansteker. Resultaat : geblakerde auto en zwaar beschadigd benzinestation. Persoonlijke ongelukken doen zich gelukkig niet voor.

(De wereld draait verder, alsof er niets aan de hand is : het rommelt in Iran; het lot van de Sjah is onzeker. Bij het vormen van een nieuwe regering wordt de eis gesteld, dat de Sjah het land zal verlaten; voor hoe lang is onduidelijk. Bron : Trouw, 30-12-1978)

Rond middernacht is het bar en boos in Nederland. De temperatuur ligt overal rond -10°; alleen zuid Limburg blijft met -7 iets achter. Er waait doorgaans een krachtige ONO wind met uitschieters tot windkracht 7 in het binnenland en kracht 8 aan de kust; op dit moment valt er vrijwel geen sneeuw. Het is onherbergzaam geworden in Nederland. We zitten midden in de grootst mogelijke kou en ik vraag me af hoe dit verder zal gaan. In de loop van de avond valt er af en toe wat korrelsneeuw. Het weerbericht belooft ons nog meer spektakel op oudejaarsdag : vannacht sneeuwval in het zuiden en verder dalende temperatuur. Kan dit in Nederland? Een sneeuwstorm bij strenge vorst? Zijn we in het Russische klimaat beland? Met dit soort gedachten in mijn hoofd val ik in slaap.

Koudegetal na 30-12-78 : 40,0

31 december 1978 :

Om half acht wordt ik wakker en kijk natuurlijk direct naar buiten. Een sneeuwjacht woedt, met zeer fijne sneeuwvlokjes. Er is al een paar centimeter gevallen, en het gaat nog even door. Wie kent niet dat verhaal over het poolklimaat, waar een bijzonder soort sneeuwval voor komt, die wij in Nederland niet kennen? Welnu, vandaag kennen we het poolklimaat. Een sneeuwjacht bij een temperatuur van -11°C met een zeer fijn soort sneeuw die door alle kieren binnendringt. Vooral tochtige zolders moesten het ontgeleden, of, zoals Jan Visser het formuleerde : op menig zolder werd sneeuw geruimd. Gelukkig heb ik een paar jaar geleden een dik gevoerd jack met capuchon gekocht ; die komt me nu goed van pas, want dit moet ik natuurlijk buiten beleven. Ik maak een wandelingetje in de sneeuwstorm, een geweldige ervaring is dat; een krachtige oostenwind bij -11°C stuift de sneeuw bijna mijn kleren in. Mooi is ook het "roken" van de grachten; door het zachte weer van de afgelopen week is het water nog flink boven 0, terwijl er een ijskoude wind overheen waait; daardoor koelt de warme damp af tot een soort rook.

Bij mij ligt op de deurmat een hoopje sneeuw, die kennelijk door de brievenbus is binnengewaaid. Later op de ochtend vraag ik bij mijn buren, die op hetzelfde portiekje wonen, hoe de toestand is. De sneeuw is daar drie treden hoog de trap op gewaaid; en dat is niet alles. Mijn buurman vertelt, dat ze bij het openen van de gordijnen in de woonkamer kleine sneeuwhoopjes aantroffen op de vensterbank!

De storing, die over Frankrijk trekt, bezorgt ons dit bijzondere winterweer. Hij trekt ver genoeg van ons langs om de kou te laten voortduren, en dicht genoeg om die sneeuw te brengen; vooral in het zuiden valt de sneeuw. In Zuid Limburg komt het tot 15 cm sneeuw; De Bilt heeft slechts ruim 1 cm. In het hele land waait het daarbij hard en overal vriest het streng met in de ochtend op Twente en Deelen -13°C. In het noorden neemt de vorst iets af door een draaiïng van de wind naar NNO. Zo heeft Eelde om 7 uur -10 en Den Helder -8. Is dat in Den Helder niet het effect van het warme zeewater? Dat kan, maar ook in Den Helder is het in de voornacht kouder geweest met -9.

Op de weerkaart van Europa overheerst om 12 uur in de middag een depressiegebied met kernen boven Bretagne en boven Slowakije. Ten noorden daarvan is het bitter koud met temperaturen van -14 tot -15 in het oosten van ons land; -18 in Berlijn, -21 in Warschau en -31 in Moskou. In noord Rusland is in de ochtend plaatselijk -45 gemeten. Het barre winterweer verschuift langzaam naar het zuiden; het heeft de Alpen nog steeds niet bereikt. Aldaar is het regenachtig en zacht weer; in Garmisch Partenkirchen vraagt men zich af, wat er terecht moet komen van de traditionele nieuwjaarwedstrijd op de Ski-springschans.

De afgelopen dagen ging de winter als een razende te keer. Op veel plaatsen bar winterweer met uitzonderlijke temperatuurdaling : Warschau : in de nacht van donderdag op vrijdag(29) +7°; vandaag -21° Berlijn : vrijdagnacht +9° ; vandaag -18°. Sleeswijk-Holstein : vanmiddag stopt het daar eindelijk met sneeuwen, na een sneeuwstorm van ruim 72 uur! Op donderdag nog +5° ; op oudejaarsavond is het daar -18°. Parijs : zondagochtend vroeg nog +10° en in de late avond al -11°.

Intussen is het hogedrukgebied boven Scandinavië aan het afkalven; boven de Britse eilanden stijgt de druk. Dit moet er op wijzen dat de kou versneld naar het zuiden zal worden gebracht. Bij Schotland is in de zeer koude lucht boven het warme zeewater een klein lagedrukgebiedje ontstaan. We zullen daar nog iets van gaan merken.

In de loop van oudejaarsdag daalt , met uitzondering van het uiterste noorden van het land, de temperatuur nog verder. In Vlissingen komt het midden op de dag tot -11°. In De Bilt gaat de daling door tot even voor drie uur in de middag; dan staat er -13,2°C op de thermometer en daarmee is dan tevens de laagste temperatuur van heel 1978 bereikt. In het oosten van het land gaat het er nog kouder aan toe : in Twente staat het kwik om één uur in de middag op -15; ook daar gaat de daling nog voort. In de loop van de middag wordt daar een minimum van -15,7° bereikt en aan het eind van de middag gaat het dan weer iets omhoog. In het noorden van het land is de temperatuur dan al in opwaartse beweging. Eelde meldt om 13 uur -9° en om 17 uur -7°. Dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen op de weerkaart, waardoor de wind naar het noorden draait. In het hele land neemt in de loop van de dag de wind af en draait bij naar noord.

Om een uur of drie ga ik met de auto van Schiedam naar Voorburg. Normaal gesproken een ritje van 20 minuten; nu echter een moeizame tocht die zeker vier keer zo lang duurt. Op de snelweg is de toestand chaotisch; de gestrooide pekel kan bij -12 vrijwel niets meer uitrichten. De snelheid ligt bij 30 à 40 km/uur; af en toe moet ik afremmen voor een sneeuwduintje dat dwars over de weg ligt. Opspattende pekel droogt snel op op mijn voorruit; na een paar minuten is deze veranderd in matglas. Sproeien gaat niet; stom, stom, niet voldoende antivries in het sproeiwater; doorrijden is onmogelijk. Er ligt een simpele oplossing voor de hand : ik stap uit, neem een hand droge sneeuw en boen de voorruit daarmee schoon. Dat alles herhaalt zich een paar keer en zo kom ik in drie kwartier die 20 km snelweg wel door. Ik blijf als automobilist wel gehandicapt, want de zijruiten blijven dicht zitten met ijsbloemen, die mijn verwarming er op de hoogste stand nog niet af krijgt.

Winterproblemen stapelen zich op in Nederland en elders in Europa. Noord Duitsland lijkt geheel ingesneeuwd; door de oosterstorm breekt aan de oostzeekust zelfs een dijk door. In Polen zit een deel van de bevolking zonder elektriciteit; Engeland meldt de zwaarste sneeuwstorm sinds 15 jaar. Ook in de Verenigde Staten heerst een felle koudegolf met temperaturen beneden -30°. In Groningen, Friesland en Drenthe is autoverkeer bijna onmogelijk door meterhoge sneeuwduinen; in Amsterdam veel gesprongen waterleidingen; bij V&D in Amsterdam vriest de sprinklerinstallatie kapot en zorgt voor veel wateroverlast; de spoorwegen hebben te maken met wisselstoringen en bevroren bovenleidingen; treinverkeer naar het buitenland is niet meer mogelijk. De NS adviseren het publiek om geen gebruik van de trein te maken als het niet absoluut noodzakelijk is. De NS verlenen ook bijzonder service : op oudejaarsavond worden nog extra treinen ingezet om gestrande reizigers verder te helpen. Veel treinen stoppen op verzoek van reizigers op ongebruikelijke plaatsen; voor die reizigers de enig manier om nog op hun bestemming te komen.

Het zuidoosten is op oudejaarsavond het koudste van het land; het is daar aan het begin van de avond 15 à 16 graden onder nul; er ligt nu een pak sneeuw van 15 tot 20 cm. De wind gaat ook daar afnemen en zo gaat heel Nederland een rustige maar zeer koude nieuwjaarsmorgen tegemoet. Om één uur in de nacht loopt de temperatuur uiteen van -7 in Den Helder tot -16 in Deelen. Terwijl bij ons de rust weer keert, is het in de Alpen ook eindelijk gaan winteren. Eerst daalt de temperatuur, waarna er een flinke hoeveelheid ijzel valt. Ook daar wordt verdere daling van de temperatuur verwacht; de vorst bereikt nu ook zuid Frankrijk en zal verder zuidwaarts oprukken.

Koudegetal na 30-12-78 : 51,6

1 januari 1979 (maandag):

Eindelijk is het weer tot rust gekomen; het KNMI had ons nog wat sneeuwbuien in de kustprovincies beloofd, maar die blijven uit. Het is na een koude nacht, met minima van -12 tot -16, in de middag aangenaam weer geworden : de zon schijn, er is weinig wind en de maxima liggen op een niet al te koude -5 tot -8. Alleen zuid Limburg is aan de koude kant met een maximum van -10. (In een normale winter zou je dit al buitengewoon koud noemen; nu zijn we erger gewend.)

Het winterfront heeft een enorme spurt naar het zuiden gemaakt. Vorst wordt nu ook gemeld uit zuid Frankrijk en het alpengebied. Vooral in midden en zuid Duitsland is de kou-inval bijzonder snel verlopen; op veel plaatsen is de temperatuur razendsnel de diepvries in geduikeld, met temperatuurdalingen van 25° in minder dan 24 uur. En dan gaat het niet over nachttemperatuur, maar midden op de dag. De ene dag nog +12 en de volgende dag -13 bij een stevige oostenwind.

In een groot deel van Europa worden bijzonder lage temperaturen gemeten. In Noord Rusland opnieuw omstreeks -45; in het Zweedse Hemavan -47 en in een Noors bergstation bijna -50. De Berlijners maken met -18,6 de koudste jaarwisseling mee sinds 1871. Hoe dik de laag koude lucht is, blijkt uit de metingen in het 850 hPa-vlak, dat is ongeveer op 1500 meter; met -21,6°C is daar een nieuw record gevestigd; het oude stond met -20,0 op 31 januari 1956, aan het begin van die extreem koude februari.

Vandaag zien we op de TV voor het eerst uitgebreid beelden van de sneeuwwoestijn in noord Duitsland. Het weer is daar ook opgeknapt, maar de chaos is enorm, evenals in Polen. Fantastische beelden zien we, na een sneeuwstorm die in Sleeswijk-Holstein 80 uur heeft geduurd. Huizen tot aan het dak ingesneeuwd, treinen aan alle kanten vast in de sneeuw, bulldozers die met grote moeite de snelwegen van sneeuw ontdoen. Dat sneeuwruimen levert daar overal grote problemen op; zelfs maakt men zich zorgen over bossen, die grote schade kunnen lijden door de sneeuwval.

In zuid Duitsland leidt de overgang naar winter tot een sportieve ramp : in Garmisch Partenkirchen kan voor het eerst in de geschiedenis de traditionele nieuwjaarswedstrijd op de springschans niet doorgaan. Men weet daar wel met sneeuwproblemen om te gaan maar niemand was voorbereid hierop : Na een week met zacht weer was alle sneeuw op de schans verdwenen; op nieuwjaarochtend gaat de regen over in ijzel. Zo vormt zich een stevige ijslaag op de schans; de sneeuw die daarna begint te vallen glijdt over het ijs naar beneden. Er is niets mee te beginnen en de wedstrijd wordt afgelast.

Op de weerkaart van vanmiddag zien we een paar ontwikkelingen. Bij Ierland heeft zich een klein hogedrukgebied ontwikkeld en boven Scandinavië is de druk verder gedaald. Hierdoor komt een klein storing bij Schotland in beweging in de richting van de Noordzee. De lucht boven de Noordzee en omgeving is op grotere hoogte uitzonderlijk koud. Het is daarom aan te nemen, dat zich hier een sneeuwstoring, ook wel Polar Low genoemd, gaat ontwikkelen. Dat blijkt ook uit de weersverwachting, die ons enkele sneeuwbuien, vooral in het westen, in het vooruitzicht stelt. De maximumtemperatuur zal daarbij op ongeveer -5 uitkomen. Dat zou opnieuw sneeuwproblemen kunnen geven, maar dat zien we morgen wel weer.

1 januari 1979 :

Een nieuw jaar in zware kou. En helaas opnieuw een zonloze dag. In het hele land blijft de temperatuur in de middag steken bij ongeveer –8. En dat bij een matige oostenwind. Inmiddels zijn we wel gewend aan de overal aanwezige sneeuw en voortdurend vorst; ijsbloemen op de ramen en koude voeten, maar dit is wel bar koud. De hoge druk boven Scandinavië wordt al weer aangetast door depressies die uit de poolzee naar het zuiden trekken en heel ver weg, bij het zuiden van Portugal, meldt zich een nieuwe warme depressie met de intentie om naar het noorden te trekken. Wordt dat dan het einde van deze koudegolf?

Koudegetal na 1 januari : 78,7

2 januari 1979 :

Op deze dag bracht de winter opnieuw spektakel. Alsof het allemaal nog niet genoeg was geweest aan het eind van het oude jaar, kregen we op 2 januari een bizarre weerdag met extreem weer, bijzondere weersveranderingen en opnieuw grote verschillen tussen delen van het land (zie bijvoorbeeld het weer om 15.00 uur). Met name Zuid Holland kreeg te maken met uitzonderlijke weersverschijnselen en weersveranderingen. Stel je voor, op één dag : lichte dooi en (zeer) strenge vorst ; mist, regen, hagel en sneeuw; onbewolkte hemel en onweer; storm en windstil weer? Het gebeurde allemaal in Rotterdam en omgeving.

Zoals zich al aankondigde op de weerkaart van gisteren, ontstond er een aktieve sneeuwdepressie op de Noordzee, ook wel Polar Low genoemd, die in zuidzuidoostelijke richting over ons land trok. Een Polar Low is in het zeegebied bij Noord Noorwegen een heel normaal verschijnsel. Het ontstaat boven het relatief warme oceaanwater als daar koude lucht uit de poolstreken overheen stroomt. Door clustering van buien ontstaat een klein lagedrukgebied, waarin het intensief kan sneeuwen. Je zou het kunnen zien als de arctische tegenhanger van de tropische cycloon; ook een Polar Low heeft een centrum met rustig weer een blauwe luchten. Op 1 januari was heel west Europa volgepompt met zeer koude, arctische lucht, zodat boven de Noordzee zo’n Polar Low kon ontstaan. Het exemplaar, dat ons op 2 januari bereikte, was voor onze streken van grote intensiteit en bracht op korte afstand enorme weersverschillen. We zullen het zien in de beschrijving. Meteorologen hadden het bijzonder moeilijk met de ontwikkeling van dit slecht weergebied; het ging op de Noordzee gewoon te snel en onverwacht om te kunnen worden bijgehouden.
1.00 uur : Het vriest in bijna het hele land streng tot zeer streng. Temperaturen : Den Helder –15, De Bilt en Beek (L) –14 en Eelde -19. De wind neemt in het westen al iets toe, waardoor het daar minder hard vriest : Rotterdam –12 en Vlissingen –6.
4.00 uur : De Bilt : het is –14°C; de wind waait uit het zuiden en neemt iets toe. Vanaf nu begint een stijging van de temperatuur. In het westen van het land raakt de lucht betrokken en waait het wat harder uit het zuiden. De temperatuur is daar al opgelopen tot boven –10. De verwachte mist is in het westen niet komen opdagen of is nu al lang verdwenen.
8.00 uur : De wind is op de nadering van de depressie in het hele land uit het zuiden gaan waaien. In het westen van het land daalt de barometer nu snel en is matige tot zware sneeuwval begonnen, die zich naar het oosten uitbreid; daarbij vriest het matig. In het noorden en oosten is het nog vrij rustig met strenge vorst.
10.00 uur : Schiedam : Ik wil met de auto vertrekken om op het conservatorium (Rotterdam) wat te gaan studeren. Het is ongeveer –5°C, het waait hard en het sneeuwt zwaar. Met enige moeite heb ik het portierslot geopend en ik zet mijn tas in de auto. Daarna ga ik aan het werk om de ruiten sneeuwvrij te maken; het sneeuwt zo hard, dat het zicht maar ongeveer 500 meter is. Snel wil ik weer in de auto stappen; dat was ijdele hoop, want nu zit het portierslot opnieuw dicht gevroren. Met nog meer moeite dan de eerste keer krijg ik het weer ontdooid en geopend. De rit van ongeveer 5 km verloopt moeizaam door de niet weg te pekelen sneeuw op de weg. Ik kom zonder problemen op het conservatorium aan.
In Noord en Zuid Holland sneeuwt het hevig bij harde wind en matige vorst. In De Bilt gaat de winter iets minder te keer; het begint daar bij –9 en een matige tot vrij krachtige zuidenwind zachtjes te sneeuwen.
10.15 uur : Amstelveen : De sneeuwval die rond 10 uur is begonnen loopt uit op een ware blizzard met zicht terug lopend tot 200 meter; de wind heeft uitschieters van 16 m/s. En dat bij –6° : niemand waagt zich buiten als het niet hoogst noodzakelijk is. Om 10.30 uur wordt de sneeuwval minder.
12.00 uur : Enorme verkeerschaos in het westen van het land. Op de snelwegen wordt nog gereden met een snelheid van 30 tot 40 km/uur; binnenwegen raken plaatselijk onbegaanbaar. De spoorwegen hebben het opnieuw moeilijk; veel treinen vallen uit en de nog rijdende treinen hebben een kwartier tot anderhalf uur vertraging. Intercity’s naar het noorden rijden al bijna niet meer. De problemen worden veroorzaakt door bevroren wissels en door stuifsneeuw onklaar geraakte motoren. Eén trein bezwijkt in het zicht van de haven : de reizigers moeten de laatste 800 meter naar het CS van Amsterdam langs de rails lopen.
Amstelveen : de temperatuur is opgelopen tot omstreeks –5; de lucht is donker maar het hevige sneeuwen is opgehouden; nog altijd die harde zuidoostenwind.
De Bilt : bij –7° sneeuwt het nu iets harder; de luchtdruk daalt snel bij krachtige zuidzuidoostenwind.
Vlissingen : de wind draait door het zuiden heen naar zuidwest, de temperatuur stijgt richting vriespunt.
13.00 uur : Het centrum van de sneeuwdepressie nadert onze kust. Op verschillende plaatsen in Zuid en Noord Holland worden enkele klappen onweer waargenomen. De sneeuw en hagel heeft een buiïg karakter.
Amstelveen : -4°C; drie onweersontladingen bij opnieuw sneeuwval met nu ook korrelhagel.
De Bilt : -6°C. Ook in de buurt van Leiden wordt een klap onweer gehoord ; de temperatuur stijgt, maar het komt net niet tot dooi.
Valkenburg meldt een maximum van –0,1°C.
In het noordoosten van het land is van dit bijzondere weer niets te merken. Er staat een zwakke tot matige zuidoostenwind en de temperatuur ligt tussen –8 en –10; af en toe valt wat lichte sneeuw. In de kop van Noord Holland komt plaatselijk mist voor bij matige vorst.
Vlissingen : De krachtige wind draait door naar zuidwest en de temperatuur komt nu in de loop van het volgende uur boven het vriespunt uit.
14.00 uur : Amstelveen : De temperatuur is gestegen tot –3, de wind is gaan liggen en de barometer stopt met dalen. De sneeuwdikte is uitgegroeid tot 10 cm.
Rotterdam/Schiedam : Geleidelijk is het sneeuwen minder geworden. Maar wat er nu gebeurt verbaast mij wel heel erg ; na een licht regenbuitje klaart de lucht op, de zon breekt af en toe door en de wind is gedraaid naar noordwest. Het waait trouwens helemaal niet hard meer. Wat is hier aan de hand, vraag ik me af. Op straat is te zien dat het een beetje dooit en de temperatuur blijkt inderdaad tot +2 graden te zijn gestegen. Komen we dan toch in zachtere lucht? Daar was in de verwachting helemaal geen sprake van. Of zou het centrum van de depressie langs trekken?
Vlissingen : de dooi is ingevallen. Met een krachtige tot harde noordwesten wind stroomt minder koude lucht van de Noordzee binnen. De wind neemt in daarna nog verder toe.
14.30 uur : De Bilt : De hoogste temperatuur van de dag wordt nu gemeten : -4,7°C en dat bij oostenwind. De luchtdruk stijgt weer en een windstoot van 15 m/s wordt gemeten.
14.45 uur : Amstelveen : de luchtdruk begint snel te stijgen; vanuit het noordwesten wordt het steeds donkerder. Mogelijk trekt de kern van de depressie tussen nu en drie uur het land op.
15.00 uur : Schiedam : Een vreemd soort aangenaam weer is het, als een vrij normale winterdag met zwakke noordwestenwind en opklaringen. Dit duurt mij allemaal te lang; waar is de kou gebleven? De maximumtemperatuur op Zestienhoven wordt bereikt met 2,2°C.
Valkenburg/Leiden : Er valt korrelhagel en de wind, die eerst was afgezwakt, neemt snel toe uit het noordnoordoosten. De temperatuur, nu nog –1, gaat van nu af snel omlaag. Het centrum van de depressie lijkt voorbij te zijn.
De Bilt : De luchtdruk bereikt met 1010,2 hPa nu zijn laagste waarde. De sneeuwval wordt nu minder; er is vandaag 2,5 cm gevallen. Temperatuur –5 en een krachtige, naar oost krimpende wind.
Amstelveen : Het wordt aardedonker bij een temperatuur van –3°C. Even na drieën begint er een dicht gordijn van sneeuw te vallen; het zicht loopt terug tot 100 meter. De windmeter schiet uit tot 18 m/s uit het noorden in een tiental minuten daalt de temperatuur van –3 naar –7. Kennelijk baant de koude lucht zich hier met geweld een weg terug naar het westen van het land.
Eelde : Zwakke oostenwind bij ongeveer –10.
Eindhoven : Vrij krachtige zuidenwind en sneeuw bij ongeveer –3.
Vlissingen : De noordwesten wind zwelt aan tot hard; de maximumtemperatuur wordt bereikt met +3,2 °C.
16.00 uur : Schiedam : De lucht betrekt nu en het wordt snel donkerder. Dan om 16.20 begint het : zo maar ineens komt een loeiende noordnoordoosten wind opzetten en brengt een grote partij sneeuw mee. Ik kijk uit het raam en zie, dat het zicht is terug gelopen tot minder dan 200 meter. Is dit stuifsneeuw, of nieuwe sneeuw? Het is in al dat geweld niet meer uit te maken; de sneeuw die als stuifsneeuw te zien is moet eigenlijk wel nieuwe sneeuw zijn, want het heeft hier ongeveer twee uur gedooid. Ook hier dat gevoel : met groot geweld herneemt de winter zijn positie in Nederland; dat zachte weer van vanmiddag was een intermezzo van slechts een paar uur.
Het gebied met rustig weer (we zouden dit “het oog van de storm” kunnen noemen), waarin zich de kern van de depressie bevindt, is waarschijnlijk een 30 tot 50 km groot; onduidelijk is nog waar precies het centrum over gekomen is. De dooi met noordwestenwind in Rotterdam moet haast wel betekenen, dat de kern hier oostelijk langs is gekomen. Valkenburg bij Leiden, een station veel dichter bij de kust, had geen dooi. Dat betekent, dat de zachtere lucht met noordwestenwind daar niet is doorgedrongen en dat de kern daar dan iets westelijk moet zijn gepasseerd.
Zeeland : Hier raast nu een noordwesterstorm. In de Volkskrant van 3 januari staat een bericht over de schade die is aangericht aan jachten in de haven van Breskens. Deze plaats heeft de modernste jachthaven aan de Westerschelde. Ze staat in open verbinding met de zee. Veel peperdure jachten zijn door de storm op de dijk gesmeten, andere werden op de pontons kapot gebeukt. Volgens de havenmeester was er sprake van een soort woedende vloedgolf. Niemand was op dit natuurgeweld voorbereid; ook de overheid niet, die achteraf het verwijt krijgt onvoldoende gedaan te hebben om te redden wat er te redden viel.
Amstelveen : Er is 8 cm verse sneeuw gevallen in korte tijd en totaal op deze dag 15 cm. Dalende temperatuur bij noordnoordoosten wind.
16.30 Schiedam : Overal in huis verschijnen nu weer ijsbloemen op de ramen. De sneeuwval gaat nog even door.
Vlissingen heeft nog steeds die stormachtige noordwesten wind. Hevige sneeuwval nu in Brabant.
Eindhoven meldt nog steeds een vrij krachtige zuidelijke wind en sneeuwval.
17.00 uur: De Bilt : De temperatuur is al weer gezakt tot –7°C. Het sneeuwt nu weer harder en de luchtdruk schiet als een pijl omhoog : bijna 7 hPa in twee uur. Vlissingen : Stormachtige noordwestenwind bij +3°C. Eelde : zwakke noordoosten wind bij –9°C.
18.00 uur : Schiedam : Het weer komt geleidelijk tot rust, de wind is wat afgenomen en de temperatuur is gedaald tot –5°C.
De Bilt : Lichte sneeuwval, -7°C en een krachtige noordoostenwind.
Eelde : Het is koud, ongeveer –9 en de wind is zwak tot matig en gedraaid naar oost. Van sneeuwstorm of andere heftige verschijnselen is hier weinig te merken.
Vlissingen : Een harde noordnoordwestenwind bij dalende temperatuur.
Eindhoven : De wind draait nu naar noord en neemt iets toe. Na een maximum van –2,1 is de temperatuur al weer aan het dalen.
Gilze-Rijen : de kern van de depressie verlaat hier ons land. De dooi kan dit deel van Brabant niet meer bereiken; het maximum was hier tegen 18.00 uur –1,3°C.
19.00 uur : Schiedam : Temperatuur –7°C bij matige tot krachtige noordnoordoosten wind. Het sneeuwen is gestopt.
De Bilt : Een matige tot vrij krachtige noordnoordoostenwind; temperatuur –7,5 en dalend.
Vlissingen : De wind draait door het noorden heen naar het noordnoordoosten en neemt geleidelijk verder af. De vorst is weer ingevallen en heeft zo heel Nederland heroverd.
Eelde : het is bijna windstil geworden bij omstreeks –9.
24.00 uur : De rust van een etmaal geleden is weergekeerd. Plaatselijk is veel sneeuw gevallen tot 15 cm toe plaatselijk in Noord en Zuid Holland. In het uiterste noordoosten viel weinig; in Eelde bv maar 0,3 cm. De wind is overal verder afgezwakt, veelal tot zwak. Doordat het ook is opgeklaard, is het in het midden van het land al weer bijzonder koud. Om 1.00 uur –15 in Rotterdam, -16 in De Bilt en –18 in Twente. In het zuiden is de daling nog in volle gang en in het noorden is bij zwakke noordwesten wind het kwik omhoog gekomen. Den Helder heeft slechts –1. In onze omgeving ligt nu een kleine 15 cm sneeuw.

Enigszins verbijsterd overzie ik de afgelopen dag : 4 verschillende weertypen op één dag, waarvan er twee uitzonderlijk zijn:

  1. -sneeuw bij krachtige zuidenwind; -5 tot -7
  2. -opklaringen bij zwakke noordwestenwind na een regenbuitje; +2
  3. -stormachtige noordnoordoostenwind met sneeuwval; snel dalende temperatuur van +2 naar –7
  4. -rustig, helder weer bij –15

De meest bizarre weerdag die ik ooit heb mee gemaakt. Bijna alle denkbare weersverschijnselen kwamen in Rotterdam voor : regen, hagel, sneeuw, mist, onweer en stormachtige wind. Tevens kwam hier van alle KNMI hoofdstations de grootste luchtdrukstijging voor: tussen 15 en 19 uur steeg de druk met 14 hPa.

In de drukregistratie van De Bilt is een bijzonder verloop van de druk te zien : een halve dag daling, gevolgd door zeer snelle stijging. De druk aan het eind van de dag is vrijwel gelijk aan die aan het begin. Het beeld doet denken aan een “onweersneus” ; dat is eenzelfde drukverloop bij een zware onweersbui. Bij zo’n onweersbuibui gaat alles alleen op een kleinere schaal.

De vraag die mij later bezig hield, was deze : waar is nu precies de kern van de sneeuwdepressie over Zuid Holland gekomen. Ik noemde al de dooi, die Valkenburg niet en Rotterdam wel bereikte. Dit zou er op duiden, dat Valkenburg oostelijk van de kern bleef. Rotterdam kreeg enige tijd zwakke noordwestenwind, kennelijk in de warme sector van de depressie. Dit lijkt er op te duiden, dat de kern hier oostelijk langs ging. Kijken we naar de luchtdruk, dan zien we, dat het minimum van Rotterdam 1007,6 hPa was en van Valkenburg 1007,9 hPa. Als we aannemen, dat boven land gekomen, de druk in de kern langzaam begon te stijgen, dan betekent dit, dat de kern in ieder geval dichter bij Rotterdam langs kwam dan bij Valkenburg. Het zal dan een lijn zijn geweest iets westelijk van Leiden over centraal Zuid Holland naar Rotterdam of iets oostelijk van Rotterdam. De aangevoerde zachtere lucht (+2 in Rotterdam) zorgde voor heftige buien doordat deze lucht boven de koude lucht werd gedwongen om op te stijgen. Van diverse stations kwam melding van hagel en onweer.

De Volkskrant kopte op 3 januari een artikel met “Vervoer duurder wegens sneeuw” en daaronder “Alle verkeer in grote problemen”. Op 2 januari 1979 was het de unieke combinatie van zware sneeuwval, harde wind en zeer lage temperaturen die voor de grote overlast zorgde. Wegen werden afgesloten, vrachtauto’s konden hellingen niet nemen, slippartijen en langzaam rijdend verkeer. Sommigen verkozen de trein boven de auto. Dat hielp niet zo veel, want bij de spoorwegen vroor zo’n beetje alles vast : deuren, koppelingen en wissels; veel treinen vielen uit en alles wat nog reed kwam met grote vertraging op de plaats van bestemming. Het tramverkeer in Amsterdam kampte met dezelfde problemen. Gelukkig was er ook nog een positief bericht : het strooien van wegenzout is verbeterd; door gebruik te maken van nat wegenzout kunnen de strooiwagens nu met veel hogere snelheid rijden. Als de toestand van de weg dat tenminste toelaat……

Bronnen :
Het KNMI, voor de registratie van De Bilt en gegevens van alle andere stations. Dankbaar heb ik ook gebruik gemaakt van gedetailleerde windgegevens van het KNMI.
“Mijn boeiendste weerdag” , een uitgebreid een zeer goed gedocumenteerd artikel van Tom van der Spek uit Amstelveen; verschenen in tijdschrift “Het Weer!”, jaargang 1 no 2, dec/jan 2000/2001.
De Volkskrant van 3 januari 1979
Eigen waarnemingen in Schiedam/Rotterdam.
Waarnemingen van Rutger in Woubrugge/Leiden.

3 januari :

Na al het wintergeweld van gisteren is het vandaag een rustige dag. De vorst weet zich in het hele land te handhaven. In het uiterste noordoosten van het land is het in de nacht en ochtend al weer extreem koud. Waarnemer Henk Veldman in Ten Post (tussen Groningen en Delfzijl) leest in de nacht – 22,1°C af. Het was daar gisteren ook al zo koud met –23,3°. Elders in het land vriest het minder, maar ook De Bilt kwam nog tot –17,7° C. Overal is de temperatuur in de loop van de nacht gestegen; zo is het in De Bilt om 8 uur al weer –6. Bij zuidwestenwind stijgt de temperatuur bij in de middag tot –2° in het zuidwesten en tot –5 in het oosten.

De winter is natuurlijk voorpaginanieuws in de kranten. In noord Groningen is een boerderij met sneeuwschuivers uit zijn isolement, dat drie dagen heeft geduurd, verlost. Het verkeer komt weer op gang; de spoorwegen draaien ongeveer op halve kracht; de helft van de intercity’s rijdt nog niet en er komen nog steeds grote vertragingen voor. Het wegverkeer gaat redelijk, dankzij de hogere temperaturen van vanmiddag. De veerdiensten op de Waddeneilanden krijgen het moeilijk met drijfijs in de Waddenzee.

Het KNMI verklaarde, dat die unieke combinatie van zware sneeuwval, harde wind en matige vorst van gisteren nooit eerder was voor gekomen. Ook elders in Europa is de winter nadrukkelijk aanwezig; zelfs in Italië is de koude vrieslucht doorgedrongen; Spanje is het enige land in Europa, waar het nog zacht weer is. Hevige kou heerst ook in de Verenigde Staten.

Op de weerkaart van vanmiddag 13.00 uur is van de sneeuwstoring van gisteren niets meer terug te zien. In plaats daarvan ligt er boven west Europa nu een zwak hogedrukgebied. Op de oceaan koerst een aktiverende depressie in de richting van Frankrijk; deze zal bij ons de wind uit het zuidoosten tot oosten doen toenemen en in het zuiden de kans op sneeuw vergroten.

Uit Friesland komt het bericht, dat er mogelijk volgende week een elfstedentocht kan worden gehouden. De grote hoeveelheden (stuif)sneeuw op delen van het traject maken de kwaliteit en dikte van het ijs op dit moment nog slecht. In de krant lees ik een “schaatskalender” met vandaag al tochten in Overijssel en Noord Holland. Dan moet er in Zuid Holland ook al geschaatst kunnen worden.

Om een indruk van de situatie te krijgen maak ik tussen 12 en 2 uur een tochtje langs schaatsgebieden bij Vlaardingen en de Rottemeren; een prachtig winterlandschap met (helaas) nogal wat sneeuw op het ijs. Aan meerpalen langs de Rottemeren is heel mooi de geschiedenis van de winter tot nu toe te zien : een decimeter dikke laag ijs op de palen door opspattend water bij matige tot strenge vorst, dan het ijs en vervolgens de sneeuw die daarop is gevallen.

Ik besluit om maar een tochtje te gaan wagen bij Vlaardingen. Hier is het ijs, ondanks de sneeuw, vrij goed te berijden. Later in de middag wordt het al weer kouder, te zien aan het opvriezen van kleinere wegen.

Koudegetal na 3 januari : 80,4

4 januari :

In een groot deel van het land begint het weer kouder te worden door een aantrekkende oostenwind. Daarmee wordt een nieuwe hoeveelheid zeer koude lucht uit Duitsland aangevoerd. In het noordoosten van het land was het vanochtend al bijzonder koud. Eelde : -21,5. En niet te vergeten : Ten Post met –24,7. Dat is het dieptepunt van de winter aldaar; het is een voor Nederlandse begrippen extreme kou; kouder was het o.a. in 1956 met –26,8 in Uithuizermeden en –27,4 in 1942 in Winterswijk. In het zuidwesten is de kou veel gematigder; in Rotterdam is het om 8 uur -5, maar opvallend is het, dat de temperatuur nog daalt tot –7 om 10 uur.

Ook vandaag brengen de kranten veel winternieuws : de post kampt met vertragingen; de Waddeneilanden dreigen geïsoleerd te raken; de jacht op waterwild wordt gestaakt; transport van olie en propaangas wordt moeilijk. Dat is nog maar een summiere aanduiding van een aantal problemen. Natuurlijk hebben de NS moeite om de reizigersstroom te verwerken. En op Schiphol komen grote vertragingen voor; dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het winterweer elders in Europa; vertragingen lopen soms op tot 7 uur en sommige vluchten vallen uit.

Het vervoer over water is een heel ander verhaal. In Friesland geldt al een paar dagen een vaarverbod; op andere vaarwegen in het noorden is scheepvaart al zeer moeilijk. Het IJsselmeer en het Markermeer zijn volledig dicht gevroren. De veerdiensten op de Waddeneilanden zijn niet meer volgens dienstregeling vol te houden. Naar Texel vielen gisteren al twee diensten uit en de veerdienst naar Ameland heeft al een ijsbreker nodig om te kunnen varen.

Een greep uit buitenlands winternieuws : In België wordt door de zware sneeuwval bijna geen post meer bezorgd; sommige gebieden zijn verstoken van elektriciteit. In Noord Duitsland is de situatie eindelijk genormaliseerd; treinen lopen weer normaal en intussen is overal weer elektriciteit. In Washington ging de temperatuur in een paar uur onderuit van +17 naar –12. In Italië werd de laagste temperatuur sinds 1968 gemeten. In Turkije werden vliegvelden gesloten en werden wegen onbegaanbaar.

De Elfstedentocht is nog ver weg, nu ijsmeester Henk Kroes heeft geconstateerd, dat over een deel van de route het ijs nog “uitgesproken slecht” is. Plaatselijk is het ijs nog maar 5 cm; bovendien zijn er nog veel wakken. In de noordwesthoek kon men door de dikke laag sneeuw nog geen baan over het ijs trekken. Misschien kan de tocht in de loop van de volgende week georganiseerd worden.

Op de weerkaart zien we een zwak hogedrukgebiedje bovenScandinavië en een depressie voor de zuidkust van Bretagne. Er zit maar weinig beweging meer in dat systeem, dat geen bedreiging vormt voor het winterweer in ons land. Eigenlijk heeft het de kou bij ons alleen maar verscherpt. In de loop van de middag gaat overal het kwik gestaag omlaag; in De Bilt van –6 om 15 uur tot –12 om 23 uur. Om 18.00 uur heeft Leeuwarden al –18 en Eelde –14. Waar gaat dat heen vannacht, vraag ik me op zo’n moment af. Om 24.00 uur : Rotterdam –10 bij vrij krachtige oostenwind, Leeuwarden –20 en Eelde –21. Om 1.00 uur : Eelde –22.

5 januari 1979:

Een prachtige, zeer koude winterdag. In de ochtend kwamen weer de supertemperaturen uit het noorden binnen : Eelde –22.0 en Ten Post –23,7. Bij Rotterdam is het om 7 uur –13. Overal in het land wordt geschaatst, veel toertochten zijn uitgezet : de schaatskalender in de Volkskrant beslaat vandaag al een kolom van een halve pagina.

Het nieuws over de winter wordt inmiddels ook al gewoon ; nog steeds zijn er vertragingen bij de spoorwegen door stuifsneeuw. Wie had anders verwacht? We wennen er aan, dat het leven met iets meer ongemak verloopt. Het verkeer op de weg is nu vrijwel normaal, dankzij het strooien van ongewoon veel wegenzout. Het grootverbruik van strooizout begint wel discussie op te roepen over de schadelijkheid van strooizout voor het milieu. Je vraagt je ook af, of er wel genoeg zout beschikbaar is bij aanhoudende gladheidsproblemen; schaarste doet zich op dit moment nog niet voor. In Europa is nu ook Griekenland aan de beurt voor een portie winterweer; er is daar veel sneeuw gevallen bij zeer lage temperaturen, tot –20 toe.

Het mooie winterweer, met afnemende oostenwind, vraagt nu om een langere schaatstocht. Met een paar vrienden ga ik de Alblasserwaard in om daar een rondje te rijden. Prachtig is dat, bij temperaturen van –6 tot –8 door het besneeuwde landschap, dat is het ultieme wintergevoel. Schaatsers met snorren en baarden rijden na een paar uur met lange ijspegels aan het gezicht. Het ijs is zo dik, dat het ook een auto houdt (nou ja, een 2CV); deze doet dienst als sneeuwschuiver. Om een uur of vijf, in de langzaam opkomende schemer, verlaten we het ijs; dan merk je, na een paar minuten stil staan of stil zitten, hoe koud het is. Het zal al weer –10 geweest zijn. We reppen ons naar het dichtstbijzijnde café in Alblasserdam om op te warmen.

Hoe zal het verder gaan met de winter? Volgens computerberekeningen van het KNMI is er een temperatuurstijging in aantocht; voor de komende nacht mogen we echter nog op –15 rekenen. Om 1 uur in de nacht blijkt dat al waar te worden : Rotterdam –13, De Bilt –18, Twente en Eelde –17.

Koudegetal na 5 januari : 100,4

6 januari:

“Willen diegenen die er niet meer in kunnen, helpen duwen?” De vraag breekt onmiddellijk het ijs, in de trein van Amsterdam naar Utrecht dan. “Ik moet er in Abcoude uit. Kunt u mij even doorgeven?” of : “Mogen mijn tenen even onder?”. Deze humor, opgetekend door een medewerker van de Volkskrant, houdt reizend Nederland op de been; dat is wel nodig, want de spoorwegen werken nog steeds met een noodschema, wat inhoudt, dat 70% tot 80% van de treinen rijden en dat er nog steeds gereden wordt met vertraging.

In de rest van Europa komen nog noodtoestanden voor. In Frankrijk zijn veel automobilisten gestrand in de sneeuw; het leger is er ingeschakeld om wegen sneeuwvrij te maken. Veel dorpen zijn geïsoleerd door de zware sneeuwval en in sommige plaatsen is geen elektriciteit meer. Op het eiland Rhodos is sneeuw gevallen, wat in elf jaar niet meer gebeurd was. In Joegoslavië heerst energieschaarste; televisieprogramma’s worden daarom ingekort. Volgens de Volkskrant zou in Moskou het kwik tot –50 gedaald zijn. Dat moet een vergissing zijn, want op de weerkaart zijn geen temperaturen beneden –30 te vinden.

Vandaag beleven we nog een zeer koude dag; in de ochtend wordt in Ten Post –17,9 gemeten, wat na vier nachten beneden –20 aldaar gematigd mag heten. De wind waait zwak uit het zuiden bij doorgaans veel zon. In de middag stijgt de temperatuur tot –6 à –7. Overal waar ooit water is geweest wordt nu geschaatst. In Schiedam zie ik ze op de Lange Haven en bij de sluis; plekken waar je als schaatser niet gauw komt. Een mooie foto zie ik in de krant van schaatsende kinderen op de Amsterdamse grachten, waar zelden geschaatst kan worden. Ook is er een geweldige schaatskalender in twee kolommen over een paginahoogte; zelfs in Zeeuws Vlaanderen wordt een tocht gehouden; boven de kalender prijkt een foto met Jeen van den Berg, die zich voorbereidt op de elfstedentocht, die nog maar niet wil komen. Op delen van het traject ligt een zo dikke laag sneeuw op het ijs, dat het praktisch niet meer aangroeit. Sneeuwruimen is niet mogelijk, omdat het ijs te dun is.

Een paar krantenkoppen van 6 januari 1979 : “Pekelen is weinig schadelijk” ; “Vogels in nood kunnen rekenen op ‘oom agent’ “ ; “Lange latten en lange tenen” . Alle kranten brengen vandaag uitgebreid winternieuws met foto’s; het Parool heeft mooie verhalen en foto’s van schaatstochten, ijszeilwedstrijden, arresleetochten en een langlaufwedstrijd op de Holterberg. Die langlaufwedstrijd leidde nog tot een rel : de wedstrijd was georganiseerd door een ondernemende hotelier; vervolgens kwam de wedstrijd in de pers als “Open Nederlands Kampioenschap” wat weer de woede van de Nederlandse Skivereniging opriep. Maar er zijn ook andere zaken aan de orde : vogels krijgen het moeilijk in deze barre tijden; het strooien van zout op de wegen wordt besproken als een milieukwestie. Het blijkt echter, dat dezelfde hoeveelheid zout als welke in de afgelopen week gestrooid is, binnen 5 dagen via de Rijn ons land binnen stroomt. Dat weten we dan ook weer; er zijn kennelijk nog andere “strooiers” aan het werk.

Zoals het KNMI al eerder heeft aangekondigd, is het eind van deze vorstperiode, zeg maar gerust : koudegolf, in zicht. De weerkaart laat een diepe depressie zien, die met een kerndruk van 973 hPa tussen IJsland en Groenland ligt. Een afzonderlijke storing trekt ten noorden van Schotland langs in de richting van Noorwegen; een frontensysteem ervan komt in de richting van ons land en zal morgen de dooi inluiden. We moeten daarbij rekenen op sneeuw en ijzel en later, als de dooi eenmaal doorgezet is, ook regen. Is dit het einde van de winter van 79? Ik kan het nog niet geloven.

Koudegetal na 6 januari : 111,4

7 januari 1979:

De dooi komt er aan, maar ik kan nog niet geloven, dat die echt doorzet. In de ochtend is het nog droog bij een temperatuur van enkele graden onder 0. In de loop van de dag begint het te ijzelen; dat is de vijfde ijzeldag van deze winter. De grond is nog erg koud, de luchttemperatuur iets onder 0, dus die ijzel zet in de loop van de middag en avond flink aan. De straat voor mijn deur is in de avond een matglanzende ijsvlakte; zo’n mooi ijzel hebben we deze winter nog niet gehad! Het verkeer ondervindt veel hinder van de gladheid. Die gladheid blijft de hele dag, omdat de temperatuur niet verder oploopt dan tot het vriespunt. In De Bilt is het om middernacht (van 7 op 8 januari) nog steeds 0°C.

De weerkaart ziet er niet best uit : een grote depressie ligt op het noorden van de Atlantische Oceaan en voert zachte lucht naar west Europa. Zo te zien komt er een westcirculatie op gang. Dat betekent, dat de vorst voorlopig verdreven zal zijn uit ons land. Strenge kou heerst nog steeds in Rusland en zuidoost Europa.

Nu er een eind aan deze geweldige vorstperiode komt, is het tijd om de balans op te maken. Binnen een periode van 8 dagen hadden we te maken met een zeer heftige kou-inval, sneeuwstormen en spectaculaire weersveranderingen. Als we de kou in getallen proberen te vangen, dan blijkt, dat we een bijzonder hevige koudegolf achter de rug hebben. De koudegolf telt, als er een periode van tenminste 5 ijsdagen (T-max onder 0) is met daarin minstens 3 dagen met strenge vorst (T-min onder –10). In De Bilt duurde de koudegolf 7 dagen, van 31-12 t/m 6-1. Rotterdam had officieel geen koudegolf, omdat op 2 januari de temperatuur enkele uren boven 0 geweest is. Hieronder de gemiddelde temperaturen op een aantal stations over de periode 31 december t/m 6 januari :
Door de gemiddelden met 7 te vermenigvuldigen krijg je de bijdragen aan het koudegetal in die week. Dan blijkt, dat ook Zeeland een behoorlijk portie kou kreeg (38,5), genoeg om overal te kunnen schaatsen.

Was die koudegolf in De Bilt extreem? We kunnen gaan vergelijken met koudegolven in het verleden; hieronder een lijstje met jaartal, de periode en de gemiddelde temperatuur :
Dat is dan de top 6 van de 20-ste eeuw (t/m 1979). Deze koudegolf van 79 scoort zo gezien een tweede plaats op de lijst. Wel is het goed, om ook eens naar de lengte van de koudegolven te kijken. Vooral die van 42 en 56 waren met 18 dagen extreem lang, en daardoor ook zeer heftig in de gevolgen. De koudste, in de winter van 1908/1909, was maar 5 dagen lang, dus precies het minimum. Op 1 januari 1909 zette in de loop van de dag lichte dooi in en op 2 januari werd, bij lichte dooi, de eerste officiële elfstedentocht gehouden.

Het is ook mogelijk om de koudste periode van 5 dagen te selecteren ter vergelijking; dat levert het volgende top 6 lijstje van de 20-ste eeuw (ook weer t/m 79) :
Hier scoort 1979 iets minder; maar toch nog op de zesde plaats. Later heeft 1987 zich nog op plaats 4 ingevochten.

Tenslotte nog eens het rijtje minima in Ten Post, van 2-1-79 t/m 6-1-79 :
-23,3 ; -22,1 ; -24,7 ; -23,7 ; -17,9. Een waarlijk onhollands gebeuren!

Koudegetal t/m 7-1 : 114,1

pijl


.V Het grote kwakkelen.

8 januari:

In Nederland, noord Duitsland en zuid Scandinavië is de dooi binnengedrongen. Overal ging dat gepaard met ijzel. Bij ons blijven er vandaag gladheidsproblemen, omdat de temperatuur maar heel moeizaam boven het vriespunt uit getrokken wordt. De Bilt heeft vandaag een maximum van +1,1. De echt zachte lucht, met temperaturen van 6 tot 8 graden, kan ons niet of nog niet bereiken. Koud blijft het in noord Frankrijk en zuid Duitsland.

In mijn omgeving is duidelijk te zien hoe moeizaam de dooi terrein wint : doorgaande wegen en straten zijn schoon gereden, dankzij de pekel, maar fietspaden en weinig bereden straten zijn nog steeds ijsvlaktes. De gladheid bracht de Middelbare Tuinbouwschool in De Lier er toe om na 10 uur de school maar weer te sluiten bij gebrek aan leerlingen; zo is het op veel plaatsen gegaan.

Bijzondere problemen deden zich voor bij de Brienenoordbrug en de Spijkenisserbrug bij Rotterdam. Grote platen met aangegroeide ijzel, van centimeters dik en meters lang, kwamen in de loop van maandagmiddag los en vielen op het wegdek. De politie besloot om de rest van de dag de brug voor alle verkeer af te sluiten. De spoorwegen hebben vandaag relatief weinig problemen; de luchtvaart heeft op Schiphol last van mist. Het wegverkeer past zich in het algemeen aan, maar blikschade is onvermijdelijk. Wijselijk laten veel automobilisten hun auto in deze barre winterdagen gewoon voor de deur staan. De veerdiensten op de Waddeneilanden profiteren nu van de hogere temperaturen : het ijs wordt zachter en de normale dienstregeling kan vandaag weer worden gevaren.

Over het verloop van het weer in de komende dagen zie ik twee verschillende berichten : De Volkskrant : Dooi zet door ; Het Parool : Dooi zet niet echt door. De volkskrant heeft hiervoor een “weerkundige correspondent”, Het Parool een “weerkundige medewerker”; wat zou het verschil daar tussen zijn? De situatie is wat lastig in te schatten; het KNMI spreekt wel van warmere lucht, die over ons land zal uitstromen, maar belooft tevens buien waarvan sommige met sneeuw; in de nacht kan lichte vorst voor komen. Op langere termijn is belangrijk, dat de luchtdruk boven Groenland weer begint te stijgen; voorlopig zitten we in een akelig, koud soort dooiweer met af en toe regen.

9 januari 1979:

Het wil niet vlotten met de dooi : hoewel de wind in de zuidwesthoek blijft vandaag, komt de temperatuur maar een graad of 3 boven 0. De gladheid neemt langzaam af; toch heeft de politie de weg Apeldoorn-Ede tijdelijk afgesloten, nadat daar een ongeluk was gebeurd door de gladheid. De Brienenoordbrug in Rotterdam is weer opengesteld, nu alle ijsbrokken er door de brandweer af zijn gehakt. Als aan het eind van de middag de lucht half opklaart, vriezen de straten binnen een kwartier weer op, zelfs bij een temperatuur boven 0, zo zwaar zit de kou in de grond. In het zuidoosten van het land valt plaatselijk wat sneeuw.

Op de weerkaart zien we een depressie, met kernen bij IJsland en voor de kust van noord Noorwegen. Een storing trekt met grote snelheid over het midden van de Oceaan in de richting van de Britse eilanden. Daar achter stroomt via IJsland al weer koudere lucht uit de poolstreken naar het zuiden. De verwachting, die in de late avond van het KNMI komt, luidt : tijdelijk regen of sneeuw en een stormachtige zuidenwind, later draaiend naar west.

Het comité “Wintervoeding vogels” wijst er op, dat het nog steeds noodzakelijk is om talloze in nood verkerende vogels te voederen. De veerdiensten op de Waddeneilanden varen toch nog niet helemaal volgens schema; op Terschelling en Vlieland is de dienst gehalveerd. Al met al veel ongemakken maar weinig plezier van de winter; al die blubber op straat bij waterkoud weer, geen vorst en (nog) geen sneeuw, het is een beetje deprimerend; we wachten maar op betere tijden. Dit is regelrecht kwakkelweer.

Bron temperatuurgegevens : KNMI en Henk Veldman in ten Post

10 januari :

Op straat vertoon je je vandaag alleen bijzonder goed gekleed : er valt een pak natte sneeuw bij harde tot stormachtige zuidenwind. Ook dit kleffe gezicht toont de winter van 79 ons. De problemen in Duitsland zijn nog steeds niet verdwenen, zoals in Sleeswijk-Holstein, waar veel scholen gisteren voor de tweede dag achtereen dicht bleven. De wegen naar Berlijn waren gisteren nog geblokkeerd en de rivieren waren bevroren, zodat ook per schip geen aanvoer kon plaats vinden. In Hamburg proberen ijsbrekers de toegang tot de haven open te breken.

De AKZO werkt op topcapaciteit : 9000 ton strooizout per dag. Dat lijkt nog niet genoeg voor een halve dag strooien! Hoe lang kan die situatie doorgaan, met meer verbruik dan productie? Het KNMI verwacht : het onbestendige weer met winterse buien houdt aan. De strooiwagens kunnen dus voorlopig actief blijven.

De weerkaart laat vandaag een groot depressiegebied zien met centrum boven de Noordzee; dat ziet er niet mooi uit; de vorst is in Rusland nog slechts licht; in Lapland blijft het koud met temperaturen om en nabij de –20. De straalstroom buigt iets naar het zuiden, wat er op wijst dat volgende storingen een zuidelijker baan gaan kiezen; dat maakt dan de weg vrij voor de koudere lucht op het noorden van de Atlantische Oceaan. Intussen is de grote koudegolf verder doorgestoten in het Euraziatische continent : vandaag is de vorst binnengevallen in Iran.

In de omgeving van Rotterdam ligt nu een papperig geworden laag sneeuw, die langzaam wegdooit. Bij de geringste opklaring zie je het wegdek weer snel opvriezen, doordat de vorst nog flink in de grond zit.

11 januari 1979:

Bij ons in het westen lijkt het wel zachter en natter te worden; toch is de maximum temperatuur overal in het land slechts 1 tot 3 graden boven nul. West Nederland lijkt wel ongeveer de enige plek in Europa te zijn waar geen sneeuw valt ; wel sneeuw wordt gemeld uit België, zuid Nederland, Frankrijk, Engeland, Sleeswijk Holstein en Denemarken. Door de harde wind waaien veel wegen er opnieuw vol met sneeuw.

Vandaag een kop in de Volkskrant : “Strooizout tekort”, AKZO gaat over tot distributie. Sommige gemeenten zijn door hun voorraad strooizout heen en komen dus voor problemen te staan. Maar ook daar is een oplossing voor. De commissie gladheidsbestrijding (waar komt die zo gauw vandaan?) zei de indruk te hebben, dat er in veel gevallen te gauw gestrooid wordt. “Als er sneeuw valt, moet men niet gaan strooien, maar eerst gaan sneeuw ruimen”. Ik vraag me dan af : hebben we daar een commissie voor nodig om op dat idee te komen? Intussen lijden veel oudere wegen onder de winteromstandigheden; door de vorst en zgn opdooi wordt het wegdek aangetast. Ook vallen er hier en daar grote gaten in het wegdek, waarop automobilisten hun velgen verspelen.

Het KNMI meldt, dat de depressie, die zulk slecht weer veroorzaakt, nu net ten noorden van ons land naar noord Duitsland zal trekken. Morgen kunnen we op enkele sneeuwbuien rekenen; in het temperatuurverloop komt weinig verandering. Toch heb ik wel weer hoop op enige afkoeling, als we in de noordwestelijk stroming terecht gaan komen. Dan krijgt de weerkundige medewerker van Het Parool (zie journaal 8 januari) zijn gelijk.

12 januari:

Vandaag krijgen we dan echt de beloofde sneeuwbuien. En bovendien zien we, na vijf druilerige dagen de zon ook weer eens. Door de kou in de grond vriezen de straten bij opklaringen in de avond ogenblikkelijk weer op. In de stad wordt nu niet meer gestrooid. Om het tekort aan wegenzout op te heffen wil AKZO nu wegenzout uit Frankrijk halen.

In de krant van vandaag opnieuw veel berichten over winterproblemen in Europa. In Engeland en Denemarken veel sneeuw, veel ongelukken op de weg Wenen-Salzburg; in het Rijnland lag het verkeer vrijwel stil. In de Oost Duitsland stagneert de voedselvoorziening en is er energietekort. Ook een energiecrisis heerst in Tschecho-Slowakije; scholen blijven tot het eind van de maand gesloten; ook bedrijven werden gesloten. In Bohemen zijn legereenheden, studenten en vrijwilligers te werk gesteld om de productie van steenkool te vergroten. In ons land is het koude weer een grote strop voor de tuinbouw; in de spruitenteelt in Brabant en Groningen wordt een verlies van 25 miljoen gulden genoemd.

Voor morgen worden nog enkele sneeuwbuien verwacht; in de nacht en ochtend kan het plaatselijk matig gaan vriezen. Boven zuid Zweden ligt de kern van een depressie; dit systeem zorgt bij ons voor aanhouden aanvoer van vrij koude lucht, waarin sneeuwbuien ontstaan. Een rug van hoge druk, die van de Britse eilanden naar onze omgeving komt zal zorgen voor meer opklaringen. Schuiven we zo langzaamaan de winter weer in?

13 januari:

Vandaag ongeveer hetzelfde weerbeeld als gisteren : sneeuwbuien worden afgewisseld door opklaringen. In de loop van dit weekend mogen we een weersverbetering verwachten met meer opklaringen, afnemende wind en meest lichte vorst in de nacht. Door deze ontwikkeling gaan we inderdaad heel langzaam weer het winterweer in.

Het verhaal van het strooizout krijgt nu bijna iedere dag een vervolg. Vandaag luidt het : “Frankrijk weigert zout te verkopen”. De Fransen zijn bang om zelf te kort aan zout te krijgen; de AKZO wil nu proberen het zout uit Italië of Spanje te halen. Merkwaardig, dat zelfs zout een schaars artikel kan worden. Er komt een “zwarte handel” in zout op gang: een handelaar bood een gemeente zout aan boven de gangbare prijs; de herkomst van het zout was onduidelijk.

Gisteren en vandaag was het opnieuw op veel plaatsen glad, nu veelal door opvriezing. Er wordt nu veel selectiever gestrooid dan aan het begin van de winter. Er is inmiddels al zo veel zout gestrooid, dat waarschijnlijk het record van de winter 62/79 in de komende week gebroken gaat worden.

Op de weerkaart vinden we de oude depressie nu met centrum boven zuid Zweden. Terwijl deze opvult, stijgt de druk boven Frankrijk en onze omgeving. Daardoor komt het weer tot rust. In een mooie rustige winteravond maak ik mijn dagelijkse wandelingetje. Alles is weer mooi wit geworden; alleen dicht bij huizen en midden op de rijbanen ligt geen sneeuw. Een mooie ervaring is het, om onder de witte sneeuwlaag hier en daar de oude ijskoeken van sneeuw en ijzel te horen kraken : ik loop op historische grond, dit is de winter van 1979!

14 januari:

Prachtig winterweer, met veel zon en weinig wind, en middagtemperaturen even boven het vriespunt. In de ochtend heeft het op veel plaatsen matig gevroren. Het sneeuwdek wordt door de zon maar nauwelijks aangetast; de buitenhaven in Schiedam is weer dicht gevroren. Zo sluipt de winter weer heel langzaam ons land binnen.

15 januari 1979:

Uit de krantenberichten van vandaag blijkt, dat opnieuw veel mensen in het weekeinde verrast zijn door de gladheid. Nu was het weer het opvriezen in de namiddag en avond, dat voor problemen zorgde. Het KNMI zou daar vandaag de dag een “weeralarm” aan gewijd hebben. Het heeft ook wel weer stevig gevroren, met in de afgelopen nacht en ochtend een minimum van –13,5 in Gilze-Rijen; elders heeft het meest matig gevroren. Bij mooi zonnig weer blijft vandaag op veel plaatsen de temperatuur onder 0 hangen.

De winter blijft nieuws in de kranten. Naast de berichten over ongelukken door het winterweer plaats het AD een pagina met tips “om zonder deuk of ergernis op de weg te blijven”. De zout-soap gaat ook door met vandaag het bericht : “Wegenzout spoedig op”. Over een dag of acht zal de voorraad wegenzout echt op zijn. Een nieuwe oplossing dient zicht aan : mijnzout uit Duitsland halen. Jan Terlouw stelt vragen in de tweede kamer, met als teneur : we hoeven toch niet met zoveel tonnen zout te smijten; we weten, dat Nederlandse winters ook streng kunnen zijn! Volgens mijn eigen waarneming wordt er al spaarzaam gestrooid : veel straten zijn nu voorzien van een laag ingereden sneeuw.

Er heeft zich nu een gordel van hoge druk gevormd, die van Frankrijk naar de Noordkaap loopt. Wij hebben er het mooie weer aan te danken; het KNMI verwacht, dat de kou nog aan houdt, met vannacht op veel plaatsen strenge vorst en in de middag overwegend lichte vorst. De wind gaat uit het zuiden waaien; ook in Frankrijk en België is het koud boven een sneeuwdek, zodat deze wind gewoon koude vrieslucht blijft aanvoeren.

16 januari:

Winterweer! Vannacht was er op veelal matige en plaatselijk strenge vorst. Overdag blijft het overal licht vriezen. Doordat boven de Oceaan een nieuw hogedrukgebied is ontstaan, waarbij de druk boven Scandinavië weer daalt, komt een gebied met bewolking boven de Britse eilanden onze kant op. Het KNMI verwacht, dat daar morgen sneeuw uit gaat vallen. Om 8 uur in de avond zie ik al een heel fijne motsneeuw vallen.

17 januari:

Het is vandaag een sombere dag, met een aantrekkende oostenwind. De temperatuur blijft enkele graden onder nul hangen. Geen aangenaam weer; de beloofde sneeuw blijft echter uit. Dit heeft te maken met de ontwikkelingen in de drukverdeling. Door drukstijgingen boven het zuiden van Scandinavië kwam de storing met sneeuw vanuit Engeland niet door in onze omgeving. De verwachte draaiing van de wind naar noord bleef ook uit. Met een oostelijke stroming zal nu een sneeuwgebied vanuit Duitsland naar ons land komen.

Een greep uit het krantennieuws : Nog steeds zijn ijsbrekers nodig om de toegang van Hamburg tot de Noordzee, via de Elbe, open te houden. Olieprodukten worden in ons land duurder door een sneeuw- en ijzeltoeslag. “België is woedend over de winter; overheid krijgt de schuld.” kopt de Volkskrant in een artikel. Hun probleem is, dat de wegen onvoldoende berijdbaar worden gehouden, terwijl op radio en TV de indruk wordt gewekt dat het allemaal wel mee valt. Eenzelfde probleem geldt voor de vertragingen in het openbaar vervoer; die zijn veel groter dan in de media wordt voorgespiegeld. Ook daar heerst uiteraard schaarste aan zout; keukenzout wordt door particulieren gehamsterd.

Koudegetal na 17 januari : 131,6

18 januari 1979:

In de ochtend blijkt het opnieuw geijzeld te hebben. Ik noteer de zesde ijzeldag deze winter. Het is vandaag vervelend koud, met veel bewolking en een matige tot vrij krachtige oostenwind. In de loop van de dag daalt de temperatuur van om het vriespunt in de ochtend naar –5 in de avond.

Inmiddels strekt zich een krachtig hogedrukgebied uit van het zeegebied tussen IJsland en Schotland tot diep in Rusland. Volgens het KNMI zal aan de zuidflank ervan koude lucht worden aangevoerd waarin het licht tot matig zal vriezen de komende dagen. In het algemeen zal er veel bewolking zijn, waaruit af en toe wat lichte sneeuw kan vallen.

In de strijd om de elfstedentocht hebben de Friezen een nieuw wapen in de strijd gebracht : met landbevloeiingsapparatuur wordt getracht het slechte ijs te verbeteren. In de Volkskrant van 18 januari zien we een foto waarop, onder toeziend oog van bestuurslid Schweigmann, een stuk besneeuwd ijs bij Heerenveen experimenteel wordt bevloeid.

Door de daling van de temperatuur in de afgelopen dagen kan er op veel plaatsen weer geschaatst worden. Helaas verwacht het KNMI in het komende weekend al weer dooi.

19 januari:

Opnieuw een sombere dag met een temperatuur die in de loop van de dag oploopt naar iets onder nul. In de ochtend constateer ik opnieuw een heel klein beetje ijzel. Moet dit als de 7-de ijzeldag tellen, of is het daarvoor te weinig? Er staat een krachtige oostenwind, die nu weer tot stuifsneeuwproblemen leidt. Met name op de Veluwe stuiven een aantal wegen weer vol met sneeuw. Niemand kijkt hier meer van op, het zijn bijna berichten in de marge geworden.

Er is weer een prachtige schaatskalender; met name in Zuid- en Noord Holland staan vandaag en in het weekend tientallen schaatstochten op het programma. Gisteren werd het Nederlands marathonkampioenschap op natuurijs verreden. De winnaar over de wedstrijd van 100km was Henk Portengen. Als tweede eindigde (dolle) Dries van Wijhe. Niemand minder dan Jeen van den Berg (51) reed in het eerste deel van de wedstrijd aan kop. Hij kon door een schouderblessure het door dolle Dries ontketende spektakel aan het eind van de marathon niet meer volgen.

In de middag klaart het op. Dat is geen voorbode voor beter weer, want er zit een dooi-aanval aan te komen. Het KNMI meldt, dat er morgen stijging van temperatuur gaat plaats vinden met kans op sneeuw of ijzel.

20 januari:

Nu is het goed raak met de ijzel, de 8-ste ijzeldag. In het hele land begint het in de loop van de dag te ijzelen bij ongeveer –1 à –2. Bij ons in Schiedam begint dat omstreeks 11 uur. De ijzel zet flink door, waardoor het strooien van zout nauwelijks meer helpt. Zout water wordt afgevoerd, de straat wordt extra koud door het ijs/zout mengsel en enige tijd na een strooibeurt begint de ijsvorming opnieuw. Belangrijkste gevolg van het strooien is in feite, dat het wegdek en de grond daaronder kouder wordt dan de –2 van de lucht. Het bevordert zo de gladheid net zo hard als dat die wordt bestreden. Compleet zinloos onder deze omstandigheden.

In de middag rijd ik over een brede, geheel verlaten weg in Rotterdam west. Een mooie gelegenheid om zelf eens wat met slippen te experimenteren; het valt me nog tegen hoe moeilijk een auto in een slip te krijgen is als je dat juist wilt. Snelheid opvoeren tot 30 km/uur, dan remmen en eventueel een rukje aan het stuur; eenmaal in een slip krijg ik hem er weer gemakkelijk uit. Even later, in de stad, valt me op hoe tergend langzaam de auto’s rijden. Toch wel terecht, bedenk ik; remmen is namelijk nauwelijks mogelijk, en dat was ik bijna vergeten.

De straat voor mijn huis heeft om 3 uur een ijslaag van 5 mm. Mijn buurman is zo attent om de stoep schoon te bikken. Tevergeefs natuurlijk; er ligt om 6 uur opnieuw een laag van 5 mm. Elders in het land gaat het niet anders. In het hele land komt het verkeer bijna tot stilstand.

Het KNMI heeft de grootste moeite om de ontwikkelingen bij te houden. Door plotselinge drukstijgingen boven Scandinavië wordt de opmars van de zachte lucht vertraagd; in de loop van de avond komt het front, dat de voorste begrenzing van de zachte lucht vormt, boven het zuidwesten van ons land tot stilstand. Om 19 uur is het in Vlissingen +1, in Rotterdam –0 en De Bilt –1; in het noordoosten van het land is het dan nog –3. De wind is nu (tijdelijk) naar zuidoost gedraaid.

De zout-soap : rijkswaterstaat is nu gestopt met strooien van zout op doorgaande wegen, zoals de autosnelwegen. De wegen vroren weer snel op en er was te weinig verkeer om de ijslaag kapot te rijden. Linkerrijstroken waren al helemaal onberijdbaar geworden. De gemeente Dordrecht deponeerde op 20 plaatsen in de stad strooizand, dat de bewoners naar eigen goeddunken konden gebruiken. Rijkswaterstaat schat de beschikbare hoeveelheid strooizout op vijftigduizend ton. Het vreemde van deze berichten is, dat al dagenlang de indruk gewekt wordt, dat het zout bijna op is. Wanneer zou het nu werkelijk op zijn?

Intussen levert de gladheid wel veel problemen op ; openbaar vervoer komt vrijwel tot stilstand ; de KLM kampt met grote vertragingen in de vluchten; in Groningen en op de Veluwe moest een aantal wegen worden afgesloten door stuifsneeuw; ziekenhuizen melden een vijfvoud van het normale aantal botbreuken. Eén positief bericht is er wel : er kan op grote schaal op straat geschaatst worden!

Kou heerst nu in een groot deel van Europa. In Frankrijk,Spanje, Portugal en op de Britse eilanden vriest het niet, maar erg zacht is het daar ook niet. Zacht weer is nog wel rond de Middellandse zee te vinden. Strenge vorst is te vinden in noord Rusland en noord Scandinavië. Bij ons mag verwacht worden dat de vorst aanhoudt en in Zeeland ook weer terugkeert.

21 januari:

Een grauwe dag met dalende temperatuur. De gladheid vermindert iets, doordat de ijzel kapot gereden wordt. In de avond vriest het in Schiedam al weer 3 graden. De straat voor mijn huis ziet er wittig uit, maar dat is geen sneeuw. De ijzel wordt tot gruis gereden en krijgt zo iets sneeuwachtigs. Buiten de directe bebouwing zie ik een ijslaag die is opgebouwd uit sneeuw+ijzel+sneeuw+ijzel. De “geschiedenislaag” op niet bereden gedeelten van straten wordt steeds dikker. En we zijn nog niet van de winter af. De verwachting luidt : lichte tot matige vorst en woensdag kans op sneeuw.

22 Januari:

Eén van de meest vreemde winterdagen die ik heb meegemaakt. Vandaag is alles in één of andere tint grijs uitgevoerd : de lucht is loodgrijs, bomen en struiken zijn bruingrijs van de ijzel, de weilanden grijswit. Het is weer erg koud : om zes uur in de avond vriest het 5 tot 6 graden bij matige ONO wind. Het weerbericht spreekt van toenemende vorst en kans op sneeuw. In de loop van de avond herziet het KNMI het weerbericht : morgen geruime tijd ijzel. Al weer.

Koudegetal na 22 januari : 147,3

23 januari 1979, dinsdag : Nationale ijzeldag:

Nog maar net zijn we bekomen van de ijzel van drie dagen geleden en daar begint het opnieuw. En nu in het hele land. In de loop van de nacht is het gaan ijzelen (ik noteer de 9-de ijzeldag), waardoor het verkeer en het openbare leven grondig worden ontwricht. Voor mijn huis meet ik om een uur of tien in de ochtend al een 5 mm dikke nieuwe ijslaag. Dat gebeurt bij temperaturen die flink onder nul liggen; Rotterdam heeft in de vroege ochtend nog –4; het noordoosten heeft dan nog –7.

Door de ijzelproblemen zijn vandaag de meeste scholen gesloten, er wordt geen post bezorgd en geen huisvuil opgehaald. Kranten worden niet bezorgd, zodat in mijn verzameling knipsels die van 23 januari 1979 ontbreken! Dat het verkeer grotendeels lam geslagen is, behoeft geen betoog. De spoorwegen weten zich naar omstandigheden nog aardig te redden. Veel extra materieel wordt ingezet om de grote stroom reizigers te verwerken. Een van de grootste problemen is de gladheid op de perrons; vertragingen van tien tot twintig minuten kwamen op de meeste lijnen voor.

Wat bezielde enkele schaatsers om zich in alle vroegte te begeven naar het ijs bij Elburg? Het waren de marathonschaatsers, die onder barre omstandigheden een wedstrijd over 200 kilometer volbrachten. Niemand minder dan (dolle) Dries van Wijhe was de winnaar van deze marathon, gevold door Westerveld op 1 minuut 20 en Vossebelt op 4 minuut 12. Andere grote namen in het veld waren Jan Roelof Kruithof (6-e) en veteraan Jan Uitham (11-de). De laatste, bekend door als 2-e te eindigen in de beruchte elfstedentocht van 1979, zette hiermee met zijn 54 jaar een geweldige prestatie neer.

De hele dag komen over de radio afgelastingen door van allerlei evenementen. Het lijkt wel of er niets meer gebeurt in Nederland. In het TV-journaal vernemen we dat musea gewoon open waren en dat het Kröller–Müller museum in Otterloo vandaag één bezoeker kreeg; hij was op de schaats gekomen.

De zout-soap : De zoutvoorraden zijn vermoedelijk vanavond al op. Er wordt nu nog maar mondjesmaat gestrooid; meer en meer wordt zand gebruikt, al dan niet vermengd met zout. Vanaf morgen moeten wegenbeheerders het doen met de twee- tot vierduizend ton die dagelijks wordt geproduceerd. Enig soelaas biedt een schip met drieduizend ton zout, dat AKZO importeert uit het Middellandse Zeegebied.

In de loop van de dag verandert de neerslag. Terwijl ik om 13 uur ongeveer 1 cm vers ijs meet, beginnen er korreltjes ijs uit de lucht te vallen. Deze ijsregen zal te maken hebben met geleidelijke daling van de temperatuur in de hogere luchtlagen. Wat eerst als regen viel, valt nu als gesmolten sneeuw, die in de koude grondlaag tot ijskorreltjes bevriest. Om half drie is het proces van afkoeling zo veel verder gegaan, dat de neerslag nu als sneeuw valt. Veel is het niet, maar net genoeg om alles weer mooi wit te maken.

Het KNMI heeft ook nu weer moeite om de ontwikkelingen op tijd in de verwachtingen te verwerken. Op de weerkaart is om 13 uur in de middag een kleine depressie te zien, met de kern al net iets ten oosten van ons land. Daar achter draait de wind naar noordwest; de bovenlucht koelt af, wat in de registratie van De Bilt mooi te zien is. Om 13 uur is de gemiddelde temperatuur tussen 1,5 en 5,5 kilometer nog –10 tot –11. Om 1 uur in de nacht daarop is die temperatuur gedaald tot ongeveer –16. De verwachting voor morgen : sneeuw.

24 januari:

Als ik op de MTuS in De Lier aankom, is nog pas 25 % van de leerlingen op school. In de loop van de ochtend komt daar nog eens 25% bij. Een 62-jarige collega vertelt, dat hij het nog nooit zo bar heeft meegemaakt : zo veel dagen dat het leven ontwricht is door sneeuw en ijzel. En hij heeft toch heel wat koude en strenge winters meegemaakt. Vooral die dagenlang aanhoudende gladheidsproblemen lijken uniek te zijn; vandaag is het al de vijfde dag in successie met min of meer ernstige gladheid.

Er vallen een paar sneeuwbuien, waarvan de hevigheid in de loop van de ochtend afneemt. Aan het eind van de ochtend klaart het op. Het is in de zon nu ineens lekker weer met een temperatuur iets boven nul. Dat is wel heel aangenaam na een week zonloos weer.

Boven Groenland ligt een hogedrukgebied. Aan de oostflank hiervan staat op de oceaan een noordelijk stroming. Voor de komende dagen staat dan ook kwakkelweer in de verwachting, met kans op sneeuw of regen. In de avond worden de straten weer glad door opvriezing. Op mijn avondwandeling in een nabij gelegen park hoor ik de ijslaag onder de sneeuw kraken. Door die ijslaag en de sneeuw is vrijwel niet meer te zien waar de paden liggen. Het is een anonieme witte wereld geworden. Ik vraag me af hoe lang die ijslaag nog zal door groeien.

Koudegetal na 24 januari : 150,5

25 januari 1979:

De winter lijkt vandaag een kleine pauze te houden. De depressie bij Schotland, die ons slecht weer moet brengen, ligt daar nog steeds en breidt zich langzaam over het noorden van de Noordzee uit. Het front waarachter een nieuwe portie poolkou over zee wordt aangevoerd, is in zijn beweging in onze richting vertraagd door een golfvormige storing. Deze storing trekt over Engeland naar het oosten. In het weerbericht is sprake van naderende regen of sneeuw bij krachtige tot harde zuidzuidwesten wind.

Uit krantenberichten blijkt, dat het verkeer gisteren op de meeste weer op gang kwam. Niet op de Brienenoordbrug in Rotterdam; deze werd opnieuw afgesloten voor het verkeer, omdat grote stukken ijs van de overspanning af vielen. De spoorwegen hebben weinig problemen op dit moment en automobilisten weten zich goed aan de omstandigheden aan te passen. Het wandelend publiek wordt verzocht geen bossen te betreden; enerzijds is er gevaar voor afbrekende takken door ijzel; anderzijds wil men het wild, dat het moeilijk heeft in deze barre tijden, niet opschrikken en opjagen.

Voor de schaatsers is er slecht nieuws, ondanks een heel behoorlijke schaatskalender : het Hoogheemraadschap van Delfland en Schieland zijn begonnen met bemaling. Het bericht vermeldt niet de reden daarvan. Regen is er niet gevallen; staat het water nog steeds te hoog?

Het is vandaag een sombere dag, met toenemende ZZW-wind en een temperatuur van maar even boven het vriespunt. Op een parkeerplaats in de stad bestudeer ik de ijskoek op het wegdek; er ligt een ijslaag van ongeveer twee centimeter, opgebouwd uit diverse lagen ijzel en half ontdooide en weer opgevroren sneeuw. Om een uur of zes gebeurt er in mijn ogen iets merkwaardigs : bij een krachtige wind en bewolkte hemel vriezen de straten weer op. Volgens mijn waarnemingen kan het niet of nauwelijks onder nul zijn. Dat moet toch weer de kou zijn die in de grond zit.

Om half negen zie ik de eerste sneeuwvlokjes; om tien uur sneeuwt heel licht. In Vlaardingen zie ik een strooiwagen vergeefs de gladheid bestrijden. Als ik om 23.45 uur van Vlaardingen naar Schiedam rijdt, sneeuwt het nog weer wat harder; het zijn nog steeds fijne vlokjes, die niet van grootte veranderen. Dat doet vermoeden, dat we met langdurige sneeuwval te maken krijgen.

Het weerbericht verandert voortdurend; om middernacht : regen of sneeuw. Om 1 uur : geruime tijd sneeuw, morgen opklaringen. Het zal dus zeker lang sneeuwen. Inmiddels is op straat de rijweg geheel wit geworden. Hier en daar verwaait de sneeuw door de harde wind. Oude sneeuw- en ijskoeken zie ik langzaam in het wit verdwijnen. Ik begin te mijmeren over het ontstaan van de ijstijden : sneeuw en ijs winnen terrein en dooien dan niet meer weg. Het is alsof ik dat beeld nu in het klein voor mijn ogen zie : een mini-ijstijd in Nederland.

Mijn avondwandeling om 0.45 uur is weer anders dan anders. Ik zie op verschillende plaatsen op straat de vorming van sneeuwduinen, tot 30 cm hoog. Op de weg begint de sneeuw aan te plakken in sneeuwvlekken, die zich langzaam uitbreiden. Het mooiste is weer de Plantage, een parkje bij mij in de buurt. Meer en meer vervagen hier alle grenzen; niet alleen wordt alles voor het oog geëgaliseerd, ook de bodem wordt steeds meer één geheel. Ik kan vrijwel niet meer voelen of ik op een pad of op gras loop, zo hard is overal de dikke ijslaag geworden.

Dit is winter; een volmaakte witte wereld; waarom wordt die toch steeds door zoutstrooiers in een vieze blubberzee omgezet? Het strooien op trottoirs werkt ook nog eens averechts; de ijslaag wordt er alleen maar gladder van.

26 januari:

In de ochtend ligt er zo’n 10 cm verse sneeuw. Dat is in het hele land het geval, waardoor er in het oosten weer 25 tot 30 cm sneeuw ligt. In de middag klaart het op; er drijft nog een enkele sneeuwbui over waarna het rustiger wordt in de avond. Het KNMI kondigt een nieuwe storing aan, maar voorlopig zitten we in een gebied met weinig wind. In de avond is overal de temperatuur weer onder nul, met als gevolg natuurlijk weer gladheid door opvriezing.

De zout-soap : Vanaf het invallen van de winter is in Nederland 400.000 ton zout gestrooid. Door de werkdruk zijn bij Rijkswaterstaat en AKZO een aantal werknemers overwerkt geraakt. De hoeveelheid zout die over de wegen is uitgestort is nu al groter dan in de hele winter van 79. De voorraad van Rijkswaterstaat omvat nog 15.000 ton; AKZO heeft niets meer in voorraad. Door 25.000 ton uit Spanje en Engeland te importeren is de gladheidsbestrijding voor de komende tien dagen veilig gesteld.

Nog een paar losse berichten :
Kerosine, gasolie en stookolie mogen nu ook bij gladheid worden vervoerd; daarop bestond al jaren een verbod. Melkbezorgers zoeken uit, welke prijsverhoging zij bij gladheid mogen doorvoeren. In Zeeland zijn honderdduizenden kolganzen, rietganzen, meerkoeten en wilde eenden neergestreken; gevreesd wordt voor de schade die ze aan de wintertarwe zullen veroorzaken. De Brienenoordbrug is weer open; de grote hoeveelheid neergevallen ijs is eindelijk opgeruimd. Duizenden vissen stierven in Dan Haag bijna de verstikkingsdood, toen zij massaal op een wak afkwamen, op zoek naar zuurstofrijker water.

27 januari:

In deze winter meen ik een 14-daagse periode te ontwaren in de afwisseling van kouder en zachter weer. Vanaf 30 december klopt dit tot nu toe aardig en dat zou kunnen betekenen dat de vorst weer aan zet is. Ons land bevindt zich in een zadelgebied : hoge druk ten zuidwesten en noordoosten van ons land en lage druk ten noordwesten en zuidoosten. Dat betekent, dat er weinig wind is en dat de ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn. Schaarse opklaringen zorgen plaatselijk voor een scherpe temperatuurdaling in de ochtend. Zo daalt in De Bilt de temperatuur tussen zeven uur en half negen van ongeveer –3 naar –7,3.

Om een uur of elf in de ochtend is het in het westen van het land +1; daarna gaat het alweer richting vriespunt; aan het begin van de middag zie ik mistbanken in het Westland. In de avond komen de opklaringen vooral in het westen en noorden van het land voor. Ik sta versteld van de rapporten van 2 uur in de nacht : Den Helder –14; Eelde –13 ; Leeuwarden –14; het westen doet ook al aardig mee met Rotterdam –8 en Schiphol –12.

Op de weerkaart is een depressie verschenen bij Schotland. Deze kan morgen later weer wat sneeuw brengen. Achter deze depressie stroomt opnieuw arctische lucht met sneeuwbuien naar het zuiden. Wij bevinden ons nog steeds in een niemandsland, waar de wind is weggevallen. Andere lagedrukgebieden liggen boven midden Europa en boven Finland. In vrijwel heel Europa is het koud; tot –30 komt voor in Lapland; in Italië, de Balkan en zuid Rusland is het relatief zacht. De vorstgrens loopt in een boog van Schotland over midden Engeland via Parijs en Zwitserland naar midden Rusland.

Koudegetal na 27 januari : 153,6

28 januari (zondag) :

Het grootste deel van de dag is er weinig wind. Op een aantal plaatsen heeft het in de ochtend zeer streng gevroren. Leeuwarden meldde een minimum van –17,4 en De Kooy (Den Helder) –15,8. Overdag blijft het 3 tot 7 graden vriezen; ook nu is De Kooy bij de koplopers met een maximum van –6,3. Door de rust in de atmosfeer blijft er op sommige plaatsen ook mist hangen; zo kwam een vriend van mij thuis met een verhaal over een mooie schaatstocht op de Reeuwijkse Plassen : de hele tocht had hij in de mist gereden.

Zo lijkt het, of we weer midden in het winterweer zitten, maar dat is van korte duur. Een depressie bij Schotland heeft zijn aanval op het winterweer even uitgesteld, maar lijkt na vandaag weer versneld op te stomen naar het vasteland. In de loop van de avond stijgt de temperatuur al weer bij een aantrekkende zuidenwind.

29 januari 1979:

In de ochtend ligt er weer een paar cm verse sneeuw. Daarna begint het overal in het land weer te dooien; de kou was van korte duur. Mijn hoop op terugkeer van de kou op basis van een 14-daagse periode in het winterweer vervliegt, nu de vorst weer verdreven is. Voor het openbare leven is het wel een uitkomst, die dooi. Het verkeer verloopt vandaag vrijwel normaal.

Gisteren was dat wel anders, blijkt nu uit de krant. Een serie kettingbotsingen tussen Den Haag en Utrecht leverde zestien gewonden op, waarvan drie ernstig. Minstens 90 auto’s waren bij de botsingen betrokken. Mist, gladheid en daarbij te hard rijden waren de oorzaak van deze ellende. Veel mensen waren er bij mooi weer op uit getrokken en werden overvallen door de mist. Tussen 11 uur en 15 uur liep het zicht op Schiphol steeds verder terug, tot minder dan 100 meter. Vanaf 15 uur moesten alle vluchten uitwijken naar Rotterdam of Frankfurt.

Krachtige taal kwam uit de mond van staatssecretaris Brokx van Volkshuisvesting; hij vindt, dat de winter nu lang genoeg heeft geduurd en dat het nu maar snel moet gaan dooien, vooral voor de bouw, waar nu al 640 niet-productieve uren per man zijn bereikt. (Dit aantal urren is normaal voor een heel jaar). Het lijkt er op, dat hij vandaag op zijn wenken bediend wordt.

Het KNMI begint al te spreken over een zeer koude januari; in de afgelopen eeuw waren er maar drie kouder. Bovendien mag nu worden aangenomen, dat de kans op een te koude februari meer dan 50% is.

30 januari:

De lichte dooi zet door. Een sombere dag met +1 tot +3 en een matige zzo wind. Uitzicht op terugkeer van vriezend weer is er niet. Een klein hogedrukgebied boven noord Rusland ligt te ver weg om invloed op het weer bij ons te hebben. Wij worden eerder speelbal van depressies, nu zich op de oceaan een duidelijker westcirculatie begint te ontwikkelen.

De sneeuwval heeft vanmorgen wel tot files geleid, maar ernstige aanrijdingen deden zich niet voor. In de loop van de dag zie ik na wegsmelten van de sneeuw de oude ijzellagen weer tevoorschijn komen. Het stukje wintergeschiedenis wordt langzaamaan weer uitgewist.

Voorzitter Nijhoff van de vereniging van brandassuradeuren heeft becijferd, dat de schade door gesprongen waterleidingen, bevroren CV-installaties en overgelopen dakgoten 35 miljoen (=16 mlj. euro) bedraagt. En dan gaat het alleen om de periode rond de jaarwisseling. Zo’n omvang van vorstschade is in jaren niet meer voorgekomen en is voor een deel te wijten aan het feit dat mensen strenge vorst ontwend zijn. Bovendien lagen veel bedrijven stil rond nieuwjaar en waren veel mensen met de feestdagen van huis.

Niemand ontkomt aan de gevolgen van de afgelopen zeer koude maand. Over de periode 30-12 t/m 28-1 was de gemiddelde temperatuur –4,0. In die periode viel er op veel dagen sneeuw of ijzel. De winterstop in de KNVB competities duurt nu noodgedwongen al een paar weken langer dan gepland. Ook als nu de dooi intreedt, zal het nog een paar weken duren voor de velden weer bespeelbaar zijn. Voor de bedrijfstak betaald voetbal is dit een strop.

Ook een strop lijden rijschoolhouders, nu veel lessen door de toestand van de wegen uitvallen. Nieuwe aanmeldingen van cursisten blijven 25 % achter bij normaal.

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers waarschuwt voor de slechte toestand waarin onze wegen als gevolg van het winterweer verkeren. Veel geld zal nodig zijn om alle schade te herstellen. Rijkswaterstaat hoopt de schade voor de zomer te hebben gerepareerd. De spoorwegen hebben, ondanks alle kritiek en alle ongemakken, baat gehad bij het slechte weer. In de eerste drie weken van januari leverde het de NS 4 miljoen gulden (=1,8 miljoen euro) aan extra inkomsten op. Daartegenover waren er ook extra kosten door overwerk van het personeel. De NS hopen, dat veel van de tienduizenden nieuwe klanten “blijvertjes” zullen zijn.

De zout-soap : Rijkswaterstaat heeft nu voldoende zout om de winter door te komen, mits er selectief gestrooid wordt. Momenteel is nog 40.000 ton zout voorradig, oa door import van 30.000 ton zout uit Spanje. Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat dragen de sneeuwruimers een belangrijk steentje bij aan het begaanbaar houden van het wegennet.

31 januari:

Dooiweer, zo is het weer van vandaag te kenmerken. In de vroege ochten is hier en daar nog een paar tienden onder nul gemeten; verder is het 2 tot 3 graden boven nul. Bij een matige zuidwestenwind lijkt de winter nu een zachte dood te sterven.

We kunnen wel terug zien op een zeer koude januari, met in De Bilt een gemiddelde van –3,2 tegen +1,7 normaal. Vooral door de grote hoeveelheden sneeuw, in de Bilt op 18 dagen, en ijzel zal deze januari ons lang heugen. Die ijzel was wel heel bijzonder dit jaar. IJzel is vaak een voorbode van inzettende dooi; de ijzel van dit jaar viel regelmatig bij aanhoudende vorst, zodat de gladheid hardnekkig was. Ook de sneeuw van 2 januari was uitzonderlijk, door de combinatie van harde wind en zeer lage temperaturen. Kortom : uitzonderlijk veel winterse neerslag met bijbehorende problemen.

Plaatselijk leed kom ik tegen in het Schiedams Stadsblad. De brandweer rukte hier op 28 januari uit, niet om een brandje te blussen, maar om water in de Poldervaart van zuurstof te voorzien. Het zuurstofgehalte was gedaald tot beneden 4 mg per liter, wat voor vissen als bestaansminimum wordt aangehouden. Via een slim circulatiesysteem, met een goot van sneeuw en een paar wakken, wist de Schiedamse brandweer de vissen te helpen. Ook in het Beatrixpark werd afgelopen dinsdag (30-1) eenzelfde zuurstofinjectie uitgevoerd. En dan nog dit : door de vorst is de aanleg van het kabelnet vertraagd. De centrale antenne inrichting (C.A.I.) was in die tijd nog vrij nieuw; veel Schiedammers zullen daar nog een paar weken extra op moeten wachten.

Koudegetal na 31 januari : 159,8

1 februari (donderdag):

Lichte dooi houdt aan, schrijft de weerkundige correspondent van de Volkskrant. Een blik op de weerkaart leert, dat het weer grotendeels bepaald wordt door depressies. Een koude depressie ligt boven Scandinavië; een warm exemplaar ligt ver weg op de oceaan. De laatste ligt vrij zuidelijk en duwt de westelijke circulatie naar het zuiden. Een andere tak van de straalstroom loopt over Groenland in de richting van het Noordzee-gebied. Door deze constellatie kan zachte lucht ons land niet bereiken. De stroring die vanaf Ierland onze kant op komt voert aan de achterzijde ook weer vrij koude lucht aan.

Wij hebben door dit alles te maken met somber weer, waarbij af en toe wat natte sneeuw valt. In het hele land ligt in de middag de temperatuur op een graad of 2 tot 4. In de avond begint het in Schiedam te regenen. Ook in De Bilt is dat het geval, om 19.00 uur. De vorstgrens loop van west Noorwegen naar Polen en heeft de neiging om in centraal Europa nog verder naar het oosten op te schuiven.

Twee ijsbrekers maken een vaargeul van Kornwerderzand naar Makkum, zodat materialen voor een in aanbouw zijnd schip in Makkum getransporteerd kunnen worden. Een mooie foto staat bij dit bericht afgedrukt; ik vind dat prachtige winterbeelden. Veel cynischer is de cartoon van Stefan Verwey : een rij wandelaars met licht gebogen hoofd wordt bespat door de blubber die de langs jakkerende auto’s om zich heen werpen.

Er bestaat ook nog steeds ander nieuws. Een aantal organisaties van buitenlandse werknemers vindt, dat het onderwijs aan anderstalige kinderen beter georganiseerd kan worden. Ze doen verschillende suggesties en willen dat met behulp van andere organisaties duidelijk gaan maken op een manifestatie.
Bron : Trouw, 31 januari 1979

2 februari :

In het gehele land is vannacht de temperatuur boven 0 gebleven. Wel waren er grote verschillen in ons land. In de vroege ochtend viel in het noorden sneeuw bij 1 graad boven nul terwijl het in het zuiden regende bij 5 tot 6 graden. Door drukstijging boven de Britse eilanden draait de wind naar noord. Daardoor wordt het in de avond weer iets kouder. Op de meeste plaatsen vriest het licht. Bij Schotland ligt rond middernacht een nieuwe storing, die de wind al weer doet toenemen uit zuidwestelijke richting.

In Schiedam is opnieuw flink wat sneeuw weggedooid. Ik zie plaatselijk nog dikke ijskoeken liggen, vooral op schaduwrijke plaatsen.

Fruittelers hebben problemen met konijnen en hazen. Door de dikke sneeuwlaag zagen deze dieren, door honger gedreven, kans om laag hangende twijgen van de bomen te bereiken.

3 februari:

Kwakkelweer is het wat de pot schaft in de eerste dagen van februari. In de nacht iets onder 0 en overdag iets er boven. Het koudst vannacht was Twenthe met –4. De depressie, die gisteren bij Schotland lag, is nu boven het Skagerak aangekomen. Een front van deze depressie trekt over de Noordzee langzaam naar het zuiden. Daarachter zal opnieuw vrij koude lucht vanuit het noordwesten binnen stromen. In het temperatuurverloop zal dus weinig verandering komen : overdag iets boven nul en ’s nachts iets er onder. Het lijkt alsof we zo heel langzaam de lente in sukkelen.

Naar nu blijkt, zijn de autoschade’s in januari flink de pan uit gerezen. Waar normaal ongeveer 10 duizend schademeldingen per week binnen komen, zijn dat er nu in de maand januari ongeveer 110 duizend. Automobilisten met schade’s die het rijden niet onmogelijk maken, kunnen rekenen op wachttijden van vier weken voor een reparatie.

4 februari 1979:

Bij Vlaardingen wordt weer aarzelend geschaatst. Dat kan dus toch bij lichte dooi overdag. Gezien het gemiddelde van ongeveer +1,5 kan het geen hard ijs zijn; door dooi zal het ijs ook zwakker worden, maar kennelijk is de ijslaag dik genoeg om voldoende draagkracht te hebben.

Het is vandaag rustig weer en dat heeft te maken met het feit, dat we ons tussen twee depressiegebieden in bevinden. Aan de ene kant nog steeds de koude depressie boven Scandinavië en noord Rusland en aan de andere kant een opstomende storing, die over Frankrijk en Spanje naar het oosten trekt. Boven Groenland is de luchtdruk onverminderd hoog.

5 februari:

Doordat de wind naar het noordoosten is gedraaid, is het iets kouder geworden , ondermeer door drukstijgingen boven de Britse eilanden. Wij mogen daardoor weer op een koude nacht rekenen met minima tot –6.

Nog steeds vertoont de straalstroom twee takken. In de zuidelijke tak trekken depressies over de oceaan in de richting van zuid en midden Europa. In de noordelijk tak, van Groenland naar het Oostzee-gebied, trekken ook storingen mee, die sneeuw brengen. Het Noordzee-gebied ligt daar tussen in. Bij kleine wijzigingen in het patroon kan een grote verandering in de temperatuur bij ons plaats vinden. Voorlopig staan we nog een beetje onder invloed van de koude tak. Aan de grond bevinden wij ons in de avond duidelijk in het vorstgebied. De vorstgrens loopt van Schotland over België en dan verder naar het oosten.

6 februari:

De winter sukkelt een beetje voort, met af en toe kleine ongemakken, zoals een berijpte autoruit in de ochtend. Onder invloed van een klein hogedrukgebiedje heeft het wel plaatselijk matig gevroren; in Deelen werd het –8. Een gebied met bewolking en neerslag boven zuidwest Frankrijk en de Golf van Biskaje gaat zich in noordelijke richting bewegen. In de ochtend is uit de berichten nog niet op te maken wanneer dit bij ons tot neerslag zal leiden. In de avond luidt het weerbericht : ten zuiden van de grote rivieren morgen kans op regen of ijzel. Daar gaan we weer….

Koudegetal na 6 februari : 163,9

7 februari (woensdag):

Het is weer zo ver : om kwart over zeven begint het bij ons te ijzelen. Ik ben de tel kwijt van het aantal ijzeldagen deze winter. Om tien voor acht kan ik al een millimeter ijs van mij autoruit af krabben. Om een collega op te halen rijd ik naar station Schiedam, normaliter een ritje van 3 minuten. Nu gaat het in 25 minuten, een rustig wandeltempo. Dat gaat dan zo : in de verte zie ik een verkeerslicht op rood staan; als het op groen springt gebeurt er eerst helemaal niets. Dan beginnen de voorste auto’s een beetje heen en weer te schuiven, waarbij het geschuifel zich langzaam naar achteren verplaatst. Dan blijkt, na een minuut, dat er toch ook een paar meter winst in zit. De rit naar De lier gaat relatief snel, in ongeveer 35 minuten. Op school blijkt maar 20% van de leerlingen aanwezig te zijn.

Ook nu volgt op de ijzel geen sterke dooi; een depressie trekt ten zuiden van ons land naar Duitsland; in De Bilt komt het kwik alleen tussen half drie en vijf boven nul. Dan draait de wind naar oost en stroomt weer iets koudere lucht binnen. Morgen mogen we achter de depressie ook weer sneeuw verwachten.

8 februari:

Een uitloper van een hogedrukgebied boven Groenland bezorgt ons rustig weer. Na wat sneeuw in de nacht klaart het vandaag op. In de avond vriest het praktisch overal weer licht. Intussen had Nederlandse verkeer gisteren weer veel last van de ijzel. Vandaag krijgt Duitsland een beurt. Door de plotselinge gladheid doen zich daar vandaag veel ongelukken voor op de weg; met als gevolg vier doden en miljoenen marken schade.

9 februari 1979:

Het is nu mooi weer geworden : bij een stevige oostenwind is het in de middag iets boven nul. De verwachting luidt : vannacht omstreeks –4 en morgen iets boven nul. Uitstekend schaatsweer volgens de journaallezer; zo zitten we bijna ongemerkt weer in het winterweer.

We zitten opnieuw ingeklemd tussen twee depressies : één boven Scandinavië, die aan de achterzijde koude poollucht in de richting van de Noordzee dirigeert en een andere, warme depressie op de oceaan, die zachte lucht tot in noord Frankrijk heeft opgestuwd. Het lijkt er op, dat die zachte lucht niet tot onze omgeving kan doordringen; wij blijven aan de goede kant van de scheidingslijn. De enige invloed van de depressie is wat bewolking en een iets aantrekkende oostenwind.

10 februari:

Er staat een vrij krachtige oostenwind; de zon komt af en toe half door de bewolking heen en in de middag is het in het zuiden van het land 1 tot 2 graden boven nul. In het noorden is het, zoals altijd, iets kouder. Daar blijft het licht vriezen, met maxima rond –1.

Het is tijd voor een schaatstochtje, nu het weer vrij goed is. Het wordt een paar uur schaatsen bij Vlaardingen met vrienden. Een sfeerloze schaatsmiddag is het eigenlijk : weinig mensen op het ijs en een soort weer, dat meer aan maart dan aan februari doet denken. De sneeuw is uit het landschap verdwenen; alles ziet er bruinachtig uit. Dat laatste is dan wel weer echt winters.

Op de weerkaart begint zich een wijziging af te tekenen. De hogedrukuitloper van het Groenlandse hoog, die vaak over onze omgeving lag, begint zich langzaam meer noordelijk te ontwikkelen. Uitlopers van oceaandepressies dringen verder midden Europa binnen. Hierdoor krijgt zachte lucht ook de kans om verder naar het oosten en noorden uit te stromen. Ten noorden van het front tussen de koude en zachte lucht staat een vrij krachtige oostelijke stroming, die bij ons nog gematigd winterweer garandeert. De vraag is nu : voor hoe lang nog.? En ook : krijgen we opnieuw een strijd tussen koude en zachte lucht boven onze omgeving?

De koudetoeslag op olieproducten is ingetrokken, nu de toestand op de wegen aanzienlijk verbeterd is. De toeslag was op 13 januari ingegaan en bedroeg 0,5 cent per liter ex BTW. Het bericht van de VEGIN, de vereniging van exploitanten van gasbedrijven, is een open deur : Koude jaagt gasrekening omhoog. In huishoudens is tot nu toe 1,1 miljard kubieke meter extra gebruikt. Dat komt aan stookkosten op een extra van 300 miljoen gulden.

11 februari :

Er staat nog steeds een stevige oostenwind; onaangenaam weer bij een bewolkte hemel en in de middag ook regen. Het slechte weer, behorend bij een storing langs het “winterfront”, heeft ons land in de vroege ochtend bereikt. In het zuiden komt de temperatuur een paar graden boven nul, terwijl het noorden zich nog steeds mag verheugen in lichte vorst. Plaatselijk valt ijzel, zelfs bij een temperatuur van iets boven nul.

Vandaag levert Eric Heiden, een 20-jarige Amerikaan, een historische prestatie door op het WK schaatsen in Oslo alle afstanden te winnen. Nieuwe trainingstechnieken gaven hem genoeg voorsprong om alle gevestigde reputaties aan stukken te rijden.

In Schiedam gaat de regen in de loop van de avond over in ijzel, later in sneeuw. Wordt de dooi al weer terug gedrongen? Het KNMI verwacht vrij krachtige tot stormachtige oostenwind bij licht vorst, morgen om het vriespunt. Het ziet er dus naar uit, dat de vorstgrens in de buurt van of boven ons land blijft liggen. De luchtdruk stijgt heel langzaam boven het zeegebied tussen Groenland en Scandinavië; een nieuwe storing op het zuiden van de oceaan stevent af op Frankrijk en misschien onze omgeving. Hoe gaat dit aflopen?

12 februari (maandag):

Wat een onverwachte gebeurtenis dan toch weer! In plaats van temperaturen om het vriespunt, krijgt het zuiden van het land een sterk oplopende temperatuur. In Maasstricht wordt zelfs +10 gemeten. In de ochtend heeft het noorden van het land nog veel wind met sneeuw en driftsneeuw. In De Bilt zien we op het thermogram een voortdurende stijging van temperatuur, tot 4,4 om kwart over elf in de avond. Het lijkt erop dat de zachte lucht langzaam terrein aan het winnen is. Intussen is, vanaf het eind van de middag, de neerslag in het uiterste noorden overgegaan in ijzel, die daarna voortdurend aanhoudt.

Folkert IJnsen te Stiens beschrijft het weer als volgt : “In de ochtend harde ONO wind met sneeuwval en driftsneeuw. In de middag eerst wat ijsregen en vanaf halverwege de middag bij afnemende ONO wind motregen bij temperaturen net beneden nul met als gevolg: ijzel, alles was spiegelglad ook het sneeuwoppervlak. Gedurende de rest van dat etmaal hield dat aan. De Tx op die dag was -1.0°C en de Tn was -2.9°C. “ Jan Bolt in Uithuizermeden meldt : “Het begon allemaal op maandag 12 Februari met onderkoelde regen met ijzel wat al gauw voor grote problemen zorgde (15 mm 's avonds gemeten). De wegen in de provincie Groningen waren dan ook spekglad, veel ongevallen.”

Om 13 uur in de middag is op de weerkaart te zien, dat de druk boven zuid Scandinavië iets gedaald is t.o.v. gisteren. Dat zou verklaren, dat de zachte lucht vandaag weer zo snel oprukt naar het noorden. In het noorden van Europa is het bitter koud; in de middag staat het kwik in Finland op diepvrieswaarden van –20 tot –30. De grens van de het vorstgebied loopt van het noorden van ons land over het midden van Polen naar Rusland. Zachte lucht met 15 tot 18 graden stroomt over Spanje, Italië en Frankrijk uit. En het wordt eentonig : boven Groenland en het zeegebied ten westen daarvan is de druk onverminderd hoog.

Ook Portugal ondervindt grote problemen van het weer. Door de bijzonder zuidelijk liggende westcirculatie wordt nu zuid Europa getroffen door zeer slecht weer. In Portugal heeft het afgelopen zaterdag (10 februari) zo hard geregend, dat er overstromingen optreden, de ergste sinds 40 jaar. Spoor- en wegverbindingen werden verbroken, huizen vernield en gewassen beschadigd.

Het KNMI verwacht, dat de vorst woensdag bij noordoosten wind weer in het hele land zal terug keren.

Koudegetal na 12 februari : 165,8

pijl


.VI De sneeuwramp.

13 februari 1979:

Er is een soort gebeurtenis, waarop de volgende vraag van toepassing is : “Waar was jij, toen……..” . De avond van 13 februari 1979 en in het bijzonder het 20.00 uur journaal op TV is voor mij zo’n gebeurtenis, waarvoor dat mag gelden. Ik zie nog de kamer met televisie voor me op het moment dat de weerkaart op het beeldscherm verscheen. Ook zie ik voor me, hoe ik aan tafel zat, later op die avond. En ik moet zeggen, vanaf dat moment kregen we ook één van de meest dramatische ontwikkelingen in het weer te verwerken uit onze recente geschiedenis. Het is ook de enige keer in mijn leven geweest, dat ik de hele nacht op bleef voor het weer. Maar laat ik niet op de zaken vooruit lopen.

In de loop van de ochtend is het in Rotterdam 9 graden geworden; dat is opvallend zacht, na zo’n lange tijd met koud weer en koud kwakkelweer. In De Bilt komt voor het eerst sinds 29 december een temperatuur boven 5 graden in de boeken. Als de zon dan even doorkomt lijkt het wel voorjaar! Niet in het hele land is het voorjaarsachtig; in het uiterste noorden ligt de temperatuur voortdurend iets onder 0 bij een oostnoordoostenwind. Er heerst daar een winterse sfeer, ook door de ijzel die er het afgelopen etmaal is gevallen.

In de krant vandaag nog een bericht over het openbaar vervoer. Het streekvervoer heeft op het winterweer meer gewonnen aan nieuwe passagiers dan verloren aan extra kosten. De busondernemingen begroetten 4 miljoen meer passagiers in januari dan in 1978. Bij het Amsterdamse gemeentelijk vervoerbedrijf zijn de kosten vanwege het winterweer zo hoog, dat per saldo een verlies is geleden aan het winterweer.

In het weerbericht van die ochtend meldt het KNMI, dat de koude lucht die in Scandinavië aanwezig is, ons niet voor donderdag kan bereiken. Wel vriest het in een hogedrukgebied aldaar zeer streng; in noord Finland werd –40 gemeten. Een storing bij het Kanaal voert zachte lucht met zich mee; deze storing brengt ons in ieder geval slecht weer met regen en in het noorden ook ijzel. Morgen zal het in het noorden om het vriespunt zijn; het zuiden mag nog op +5 tot +9 rekenen. Donderdag en vrijdag wordt het geleidelijk iets kouder.

Het aangename voorjaarsweer van deze ochtend is van korte duur. In de loop van de dag begint het bij ons te regenen. In De Bilt is het om vier uur in de middag 8 graden. Dan begint de temperatuur langzaam te dalen bij naar oost gedraaide wind. Om 5 uur begint het opnieuw te regenen; de regen neemt in intensiteit toe om 6 uur bij een temperatuur van ruim 5 graden boven 0. In het noorden van het land gaat het steeds harder waaien uit oostnoordoost bij lichte vorst. Er valt daar regen, motregen en ijsregen. Het wordt nu duidelijk, dat ons land het toneel is geworden van de strijd tussen koude en zachte lucht. Over de afloop van de strijd tasten we vooralsnog in het duister.

Om 8 uur kijk ik naar het NOS journaal; bij het weerpraatje verschijnt een kaartje op het scherm dat mij een schok van herkenning geeft :
DIT IS EEN HERHALING VAN EIND DECEMBER !
Het vreemde is, dat het daarbij uitgesproken weerverhaal helemaal geen bijzonder weer aankondigt. Ik ben er zo zeker van, dat de winter nu, net als in afgelopen december, weer hard zal toeslaan, dat ik mijn vriend Ed Sonneveld opbel om hem mijn gevoel over de situatie te melden. Ik voorspel een stevige kou-inval, vergelijkbaar met eind december, misschien al eerder dan het KNMI aangeeft. Jan Pelleboer ziet de sneeuwstorm al aankomen en zegt in de avond van de 13-de een afspraak af i.v.m. de bijzonder weersontwikkeling. Ook Hans de Jong houdt duidelijk rekening met deze ontwikkeling en verwacht spoedige terugkeer van de kou. Op de weerkaart zien we een zich opbouwend hogedrukgebied boven Groenland, een deel van het poolgebied en noord Scandinavië. Langzaam breidt dit hogedrukgebied zich naar het zuiden uit; boven Scandinavië is de druk in de middag en avond snel aan het stijgen, een stijging die kennelijk onverwacht komt. Helsinki meldt –25 en zuid Zweden –14; dat zijn temperaturen overdag. Op onze breedte ligt een gordel van depressies, waarin zich de overgangszone tussen zeer zachte lucht en zeer koude lucht bevindt. Zeer zacht is het in zuid Frankrijk met +15.

Van Folkert IJnsen in Stiens komt deze beschrijving van het weer op die dag : “Van tijd tot tijd regen en/of motregen, soms vermengd met ijsregen. Na een aanvankelijke afneming van de wind (steeds ONO) neemt deze in de loop van de middag toe tot hard en stormachtig in de late avond. De temperatuur blijft steeds iets onder nul. Alles beijzeld, vooral de bomen maken een vreemd ritselend geluid, sommige bomen hangen in de avond krom van de zware ijzellast. De dik met ijs bezette takken en twijgen van de bomen veroorzaken een geluid, alsof er met een stok in een grote mand met kleine glazen flesjes wordt geroerd. Gezien tegen het licht van straatlantaarns gelijken de boomtakken op glas, alles is ''verglaasd''. Tx -0.4°, Tn -2.2°C.”

Jan Bolt in Uithuizermeden beschrijft de dag als volgt : “Weer een moeilijke dag voor ons, het bleef maar vriezen er viel weer onderkoelde regen en wat tot gevolg had, dat geen verkeer meer mogelijk was, de GADO bussen bleven in de garage, de treinen niet op tijd, post bezorging kwam niet opgang of met veel problemen. Het was 16.00 uur dat het hier ging sneeuwen, met die gladde ondergrond; de wind nam toe uit het noordoosten en de hele avond sneeuwde het. Met een windkracht 7-8 en een steeds lager wordende temperatuur min 4-5 graden.”

In de loop van de avond en nacht gaat de omslag naar buitengewoon heftig winterweer zich aftekenen, zeker in de noordelijke helft van het land.
20.00 uur De Bilt : matige regen bij +4, iets toenemende ONO wind. Ik probeer door een stapel proefwerken heen te komen; de radio laat ik daarbij aan staan, want radio (toen nog Hilversum) 1 onderbreekt zijn programma regelmatig voor verkeersinformatie. Nog zie ik de kamer voor me en de positie waarin ik zat te werken; dat beeld is onuitwisbaar verbonden met die opwindende avond. Uit het noorden komen berichten over vallende takken door ijzel, ongelukken door gladheid en vertraagd openbaar vervoer. Verwachting voor morgen : +3 in het zuiden tot –2 in het noorden; wind oost 6.
22.00 uur : De Bilt : regen, matige NO wind en +2. De gladheidsgrens loopt nu over de lijn Zaanstad – Apeldoorn. De verwachting is, dat de gladheid zich in de loop van de nacht over het hele land zal uitbreiden.
24.00 uur : De Bilt : matige NO wind, regen bij +1. Op dat moment is het in het noorden 1 tot 2 graden onder nul. Rotterdam heeft dan nog +1 en Vlissingen +4. De neerslag varieert op dat moment van regen in het zuiden via ijzel en ijsregen in het midden tot sneeuw in uiterste het noorden van het land. Daar lijkt zich nu een sneeuwstorm te ontwikkelen : de verwachting is, dat de oostenwind tot kracht 6 à 7 gaat toenemen bij temperaturen die morgen overdag niet of nauwelijks meer boven nul komen.

Koudegetal op 13 februari om 24.00 uur : 165,8

Woensdag 14 februari:

In het begin van de nacht waarin de grote sneeuwstorm komt opzetten, zit ik nog steeds met een stapel proefwerken voor me. Door de vele berichten op de radio wil het werk niet vlotten.
1.00 uur : In het uiterste noordoosten van het land sneeuwt het al geruime tijd. In Stiens steekt nu ook een sneeuwstorm op met zware hoge driftsneeuw. De berichten over de sneeuwstorm druppelen geleidelijk binnen, maar het is moeilijk voor te stellen, wat zich daar afspeelt.
3.00 uur : In Groningen, Friesland en Drente zijn de wegen vrijwel onbegaanbaar door stuifsneeuw. In Amsterdam is het spekglad door ijzel.
4.00 uur : Op de weg Hoevelaken-Zwolle ligt 15 tot 20 mm ijzel. In het noorden van Nederland worden vergeefse pogingen gedaan om de gladheid te bestrijden. De gladheidsgrens ligt nu op de lijn Den Haag – Utrecht – Arnhem. Het KNMI geeft nu stormwaarschuwingen uit : Rottum en Den Helder Oost 8 ; overige districten Oost 7. Ik strek even de benen en neem buiten poolshoogte; op mijn auto vind ik een beetje ijzel. Daarna probeer ik maar weer verder te werken.
5.00 uur : In het noorden van het land is 15 à 20 cm sneeuw gevallen; de sneeuwgrens ligt nu op de lijn Amsterdam Apeldoorn. Voor ons “zuiderlingen” gaat het allemaal maar langzaam.
5.30 uur : Jan Bolt in Uithuizermeden vertelt later het volgende over dit moment :
"Woensdag 14 Februari het was 5,30 uur dat ik naar mijn weerhut wilde als weeramateur en ook gegevens doorgaf aan het KNMI en Hans de Jong en Jan Pelleboer . Het was niet mogelijk; er lag een sneeuwduin van wel 2 meter tussen mijn huis en mijn weerhut. Mijn windmeter op het dak gaf kracht 8 met stoten aan van kracht 9 en zelfs nog uitschieters van 10 en een temperatuur van min 8 uit het noordoosten. Direct gebeld met de weerkamer van het KNMI ; de dienst doende meteoroloog geloofde mij niet en trok het sterk in twijfel en om 5,45 met het KNMI weerbericht op de radio werd het niet meegenomen : geen enkele waarschuwing zelfs, terwijl geheel Noordoosten van Groningen en Friesland in een blizzard zat met een voor mensen ontredderde gevolgen. Teleurgesteld als ik was belde gelijk Hans de Jong op en vertelde mijn verhaal die direct waarschuwingen uitgaf via de radio en andere instanties, direct daarna Jan Pelleboer opgebeld die had een zuidwestenwind en nog boven nul vertelde hij mij. Direct na 6,00 uur kwam hij zijn verhaal doen via een van de Hilversumse zenders. Het was half zeven dat de telefoon ging KNMI weerkamer met nieuwe maar nu heel enthousiaste Meteorologen: Jan, vertel jouw verhaal. Gelukkig werd er toen wel iets mee gedaan."
7.00 uur : Terwijl in het noorden van Groningen en Friesland huizen en dorpen al ingesneeuwd zijn, valt in Schiedam de eerste neerslag in vaste vorm. De temperatuur is nu duidelijk onder nul, te zien aan bloemen op de ramen in de bijkeuken.
8.00 uur : Ik vertrek per auto naar De Lier. Aanvankelijk, in Schiedam, ligt er nog weinig sneeuw, maar de lichte sneeuwval gaat gestaag door. Op de snelweg blijft de toestand tot vlak voor Maasland ongeveer hetzelfde : lichte sneeuwval bij krachtige oostenwind. Dan, heel snel, neemt de sneeuwval in hevigheid toe; ook de hoeveelheid sneeuw op het wegdek wordt snel groter. Later kon ik dit wel verklaren : de weg buigt hier naar het noorden, waardoor ik versneld de sneeuw in ging. Het is een fantastisch gezicht : een sneeuwstorm met een zicht van 200 tot 500 meter; over de kassen, rechts van de weg, waaien af en toe stuifsneeuwwolken, die het zicht terug brengen tot 100 meter.
8.40 uur : Aankomst in De lier; dat valt nog niet tegen, een vertraging van 20 minuten. De MTuS heeft zijn zoveelste uitvaldag van deze winter; als ik er aankom is de school in feite al gesloten. Voor de trap ligt al een sneeuwduintje van 30 cm. (In Groningen en Friesland staat dan de sneeuw bij veel huizen tot aan de nok). Na het drinken van een kop koffie ga ik maar weer naar huis.
10.30 uur : Ik zit thuis weer aan de radio, het medium voor de snelle nieuwsvoorziening. In Groningen en Drente is nu Radio Noord de hele dag in de lucht. Radio Noord heeft een moeilijke tijd achter de rug, maar krijgt nu als het ware de wind in de rug op deze sneeuwstormdag. Voor vele noorderlingen is de radio nu een bron van informatie over de toestand op de wegen, het vervoer en de afgelastingen van bijna alle activiteiten. Ook radio Fryslân functioneerde op deze wijze; achteraf vroeg men zich af, of het niet beter was geweest om meteen maar uitsluitend te vermelden wat er nog wel doorging. Nu komen de hele dag berichten door als : “De gymlessen in Ees bij Borger gaan vanavond niet door omdat de lerares is ingesneeuwd met haar auto”. Friesland is geheel onbegaanbaar voor alle verkeer; in Drente zijn sneeuwschuivers de weg kwijt geraakt; huizenhoog opgewaaide sneeuw. In het noorden vriest het 5 graden bij volle storm! Overal boven de grote rivieren sneeuwt het nu; in Vlissingen begrijpt men al die drukte over het weer niet : het waait er niet hard en het vriest er nauwelijks; in zuid Limburg is het nog +6 graden. De verwachting op dit moment : Overal daalt de temperatuur tot ongeveer –4 bij harde tot stormachtige oostenwind; sneeuw, maar in het zuiden eerst nog ijzel.
11.00 uur : Stormwaarschuwingen nu : Texel en Rottum ONO 9 ; overige districten NO 8.
13.00 uur : Om zo veel mogelijk van de sfeer te proeven, ga ik in de sneeuwstorm op de fiets naar het conservatorium in Rotterdam. Heel mooi is de stuifsneeuw te zien op de Rotterdamse Dijk, waar het terrein betrekkelijk open is. Het conservatorium is wegens weersomstandigheden gesloten; dat lijkt me gezien de Rotterdamse omstandigheden een beetje overdreven; er kan hier nog redelijk gereden worden.
19.00 uur : In de waarnemingstabellen van Leeuwarden staat lange tijd genoteerd : windkracht 10 tussen 18 en 19 uur. Dat zou wel een absurd hoge windsnelheid zijn. Nader onderzoek van de klimatologische dienst van het KNMI toonde aan, dat hier verkeerde getallen zijn genoteerd. De windmeter bleek op de avond van de 13-e door ijzel te zijn vastgevroren. Men ging vervolgens over op meting met de hand met een zgn cup-anemometer. Maar 10 minuten buiten staan, zoals de voorschriften luidden, in zware driftsneeuw bij -7? Zo lang hield niemand dat vol. Ook bij het omrekenen van meter per seconde naar knopen zijn fouten gemaakt, waardoor op dat moment een veel te hoge windsnelheid in de boeken kwam. Overal in de omgeving werd op de 14-de windkracht 7 gemeten, met uitschieters naar 8. Dat is op zich al ontzettend veel boven land; lopen wordt daarbij al moeilijk. Voeg daar de driftsneeuw bij en matige vorst : een voor nederlandse begrippen uitzonderlijke blizzard.
20.00 uur : In de avondkranten komen de eerste berichten over de noodsituatie in het noorden. Het Vrije Volk bericht over gestrande automobilisten, ongevallen door de galdheid, sneeuwploegen die de weg kwijt zijn, geknapte hoogspanningsleidingen en grote vertragingen bij het openbaar vervoer. Op het journaal is te zien hoe de sneeuwstorm als een razende te keer gaat in het noorden : een grote sneeuwwoestenij. Om dorpen en automobilisten te ontzetten wordt het leger ingezet met zwaar geniematerieel. Op Radio Noord geven veel luisteraars gehoor aan de oproep om hun woning als opvangadres te melden voor vastgelopen automobilisten. In Noord Duitsland zijn er soortgelijke sneeuwstormtoestanden; autorijden is daar verboden.

Wat moet ik hier aan toe voegen? Boeken zijn vol geschreven over deze werkelijk Siberische toestanden, met langdurige sneeuwjacht en storm bij –5. Ik citeer nog graag uit een boek over het weer in 1979, geschreven door Henk Dam e.a. Tony van der Meulen beschrijft hoe hij ontdekte, dat zijn dorp (Thesinge, 10 km ten NO van Groningen) geïsoleerd was geraakt :
“De volgende morgen (14-2) hebben we eigenlijk nog niets in de gaten. Het is knap wit buiten, dat wel. De storm jaagt de fijne sneeuw op een hoogte van ongeveer 10 centimeter over het wegdek. Mooie grillige sneeuwgolfjes : vanachter dubbelglas kun je daar best gevoelig over doen. Een auto rijdt heel langzaam voorbij, en komt even later terug. Dát is gek. Een tweede auto zien we richting Garmerwolde schuifelen. Een tijdje wachten, maar hij komt niet terug. Dus toch niets aan de hand. Maar dáár passeert ineens de bestuurder lopend onze woning : dat is nóg gekker. Langzaam begint het tot je door te dringen, dat het even verderop niet pluis is, Wat bellen en het beeld begint zich te vormen : Thesinge is ingesneeuwd.”
Even verderop beschrijft hij, hoe hij met zijn auto en een schop een hopeloos gevecht met een sneeuwduin aangaat. Thesinge zit inderdaad potdicht!

Eén vraag blijft nog hangen : hoe kon de verwachting van het KNMI er zo naast zitten? Het hing waarschijnlijk op dat ene detail, die onverwacht sterke drukstijging boven Scandinavië, waardoor het naar het noorden oprukkende warmtefront in de avond van de 13-de retour ging als koufront. De hardnekkige depressie bij Bretagne gaf nog wel tegenstand, maar dat resulteerde juist in dat stormveld met sneeuw. Boven Scandinavië heeft zich een afzonderlijk hogedrukgebied ontwikkeld. De luchtdruk stijgt nog boven zuid Scandinavië en west Rusland. Aanvoer van koude lucht uit het oosten is dus voorlopig verzekerd.

Koudegetal na 14 februari : 169,0

Donderdag 15 februari:

De beloofde opklaringen blijven uit; daardoor is het vandaag een sombere grauwe dag met af en toe wat lichte sneeuw. Hoewel de wind iets is afgenomen is het onaangenaam koud met temperaturen van –5 tot –6. Dat geldt dan voor Schiedam en omgeving, waar alles weer in de greep van de winter komt. De havens vriezen weer snel dicht, doordat er nog oude ijsschotsen in lagen. In mijn douche, ooit zelf gebouwd in de bijkeuken, vormt zich weer een ijsvloertje. Dit komt, doordat ik ter voorkoming van bevriezing van de leidingen bij te verwachten matige vorst altijd de kraan zachtjes laat druppelen; het ijsvloertje is zo’n beetje het waarmerk voor “de echte winter” geworden. Het is een beetje primitief, maar best bruikbaar : voor het douchen even de warme kraan laten lopen, zodat er een ijsvrije schijf ontstaat waar je op kan staan.

Het verkeer ondervindt ook bij ons nog hinder van de sneeuw; met name de fietspaden zijn moeilijk berijdbaar omdat het schoonmaken daarvan onvoldoende prioriteit krijgt. De school in De Lier is door de gladheidsproblemen ook vandaag nog gesloten.

De krantenberichten : ik heb uit die dagen uit diverse kranten de berichtgeving bewaard. Het is ondoenlijk om alle interessante berichten te noemen, dus ik zal het maar laten bij de koppen en een enkel detail. De Volkskrant : “Gestrand in de sneeuwjacht” met een foto van auto’s die van de weg geraakt zijn; lijnbussen staan erbij in de file. “Noodsituatie in het noorden” . “Olieprodukten duurder door ijzeltoeslag”.

Trouw : “Openbare leven ontwricht”. “Schiphol was gesloten”. Dat laatste blijkt voor het eerst in het bestaan van Schiphol te zijn gebeurd. Hans de Jong wijst op verscherping van de vorst die er aan komt. Temperaturen van –10 tot –15 zullen vooral in het noordoosten voorkomen. Het Vrije Volk : “Leger ingezet voor hulp aan ijzig noorden”. “Bejaarden met bulldozer uit Stedum geëvacueerd”. “Huisarts op handen en voeten door de sneeuw”. “Koeltanks vol : boeren laten melk weglopen”. (Later is op veel plaatsen de melk nog weer per helicopter in grote plastic tanks opgehaald).

Van de weg raken, vertragingen in verkeer, te laat bezorgde kranten, post niet op tijd : dat zijn allemaal de eenvoudige problemen voor het midden van het land. In het noorden is een unieke situatie ontstaan; volgens radioberichten blijkt, dat zelfs de steden Groningen, Leeuwarden en Assen geïsoleerd zijn geraakt. Het waait daar nog steeds hard tot stormachtig. Op de televisie krijgen we weer ongelooflijke beelden voorgeschoteld, zoals dit : een trein tussen Groningen en Leeuwarden staat vast, helemaal ingesneeuwd in metershoge sneeuwduinen; militairen zijn bezig deze trein uit te graven.

In noord Duitsland spreekt men van een sneeuwramp die erger is dan die van 29 december tot 1 januari. Kan dat dan nog? Alle technische hulpmiddelen worden ingezet om de schade nog enigszins beperkt te houden. Zo vliegen er helicopters met technici, die reparaties aan elektriciteitshuisjes moeten uitvoeren; anderen sporen breuken in leidingen op.

Op “weersverbetering kunnen we nog wel even wachten, als het KNMI gelijk krijgt : het wordt nog kouder. Het hogedrukgebied ligt standvastig boven Scandinavië en boven midden en zuid Europa blijft de druk laag. Dat kan dus nog wel even doorgaan zo.

Koudegetal na 15 februari : 176,2

Vrijdag 16 februari 1979:

De kou is vandaag iets minder indringend, maar dat heeft alleen met de wind te maken; die is over het algemeen matig. De temperatuur ligt daarbij in het hele land in de middag rond –5. Opwekkend winterweer is het niet, met dat sombere, gesloten wolkendek. De situatie wordt nog steeds bepaald door een krachtig hogedrukgebied, nu met kerndruk van 1045 hPa boven de Baltische staten. Een lagedrukgebied ligt met zijn kern bij Italië; op grotere hoogte wordt nu iets minder koude lucht aangevoerd. In De Bilt is de temperatuur op 900 meter een paar graden boven nul.

De situatie in het noorden van het land verbetert heel langzaam. Honderden militairen zijn bezig om dorpen en afgelegen boerderijen uit hun isolement te verlossen, wat door het afnemen van de wind nu eindelijk succes begint te krijgen.

De problemen voor het noorden zijn ongekend groot. Openbare diensten functioneren niet meer en moeten zo goed en zo kwaad als het kan vervangen worden door noodhulp van militairen. Mensen zijn veel meer op elkaar aangewezen dan normaal; dat wordt door velen als een positieve herinnering opgehaald in dit jubileumjaar 2004. De problemen zijn intussen niet zo groot, dat de commissarissen der Koningin van de noordelijke provincies zich tot de overheid in Den Haag hebben gewend. Er is dus formeel geen sprake van “volledige ontwrichting van het maatschappelijk leven”, want dat is het criterium om de nationale overheid in te schakelen. Ik denk dat de toestand wel als ontwrichtend gevoeld is.

In regionale bladen werden in deze periode in 2004 herinneringen genoteerd door mensen die de grote sneeuwstorm hebben meegemaakt. Diepe indruk heeft dat alles gemaakt; als kind droomde ik er vaak van, dat ons huis tot metershoog ingesneeuwd zou raken in de nacht, maar dat gebeurde helaas nooit bij ons. Welnu, die boffers daar in het noorden maakten dat mee; het moeten een fantastisch schouwspel geweest zijn.

In de avond van de 16-e februari 1979 rijd ik met de auto naar Amsterdam, om er de verjaardag van een vriend te vieren. Al op te snelweg is te zien, dat in die omgeving veel meer sneeuw is gevallen dan in Rotterdam; het lijkt hier 15 tot 20 cm. In de stad zijn kleinere straten nog nauwelijks te berijden; de hoofdroute’s in de stad zijn (na 60 uur) zo ongeveer schoon gereden. Op de Overtoom liggen langs de trambaan nog steeds twee kaarsrechte sneeuwranden; op de stoep liggen sneeuwbergen van bijna 1 meter hoog. De gesprekken op de verjaardag gingen natuurlijk maar over één ding….

Koudegetal na 16 februari : 181,6

17 februari:

Van Amsterdam ga ik via Utrecht naar Schiedam terug. Tussen Amsterdam en Utrecht zie ik soms vlagen stuifsneeuw over de weg gaan. Komt de harde wind terug? Langs de snelweg is de sneeuw tot heuvels opgeschoven, vaak hoger dan de vangrail. Zoals te verwachten is de sneeuwhoogte in Utrecht minder dan in Amsterdam, maar nog steeds groter dan in de omgeving van Rotterdam.

De weerkaart wordt nog steeds gedomineerd door een hogedrukgebied met kern boven west Rusland en een depressie met kern boven de Middellandse Zee. Met oostelijke winden wordt daardoor nog steeds zeer koude lucht aangevoerd, waarin de temperatuur op een niveau van –5 tot –6 blijft hangen. De laag koude lucht is nog iets dunner geworden, doordat de depressie op grotere hoogte zeer zachte lucht uit noord Afrika aanvoert. In de Bilt dooit het op 500 meter hoogte!

Met een paar vrienden maak ik een schaatstochtje bij Vlaardingen. Nooit in mijn leven zag ik zo’n chaotische ijsvlakte. Door het spel van vorst, ijzel, dooi, sneeuw en water op het ijs zie je vaak per meter een andere soort ijs. Gewoon zwart ijs is nauwelijks bij; wel : glad ijs, gebobbeld glad ijs, glad ijs met puntjes, ijs met barsten als een gesprongen autoruit, ijs met vastgevroren sneeuw, ijs met sneeuw die gedeeltelijk is ontdooid en weer opgevroren, luchtijs, fondantijs. Dat is een greep uit de 13 soorten ijs die ik die middag registreerde. Was er nog te schaatsen? We deden ons best en ploeterden een paar kilometer voort. Na een uur hielden we het voor gezien. Veel sfeer was er toch ook niet, door het sombere weer en het ontbreken van andere schaatsers.

De kranten brengen weer mooie foto’s uit het noorden, met het bericht dat de verbindingen langzaam weer hersteld worden. En ingezonden brief in de Volkskrant maakt weer eens duidelijk, hoe slecht fietsers er van af komen in deze barre tijden. Schoon maken van fietspaden lijkt bij de gemeentelijk diensten absoluut geen prioriteit te hebben. Het NRC brengt een prachtig artikel over “De gloriedag van Radio Noord”. Ik maakte daar al eerder melding van, hoe groot de rol van de radio in de eerste dagen van de sneeuwstorm geweest is.

Op TV zien we in de avond weer beelden van het ondergesneeuwde noorden. Vrijgemaakte wegen stuiven in de avond opnieuw vol bij dalende temperatuur, waardoor de toestand rampzalig lijkt te worden. Vanuit het zuiden komt nu wat ijzel opzetten en dat bij –8 . Kortom, we zitten nog volop in de winter; om grotere problemen te voorkomen geldt in de noordelijke provincies een rijverbod voor particulier automobilisten.

Koudegetal na 17 februari: 187,7

Zondag 18 februari:

Een troosteloze winter, dat is het. Zo lees ik in mijn winterdagboek op die dag. Het is al een week somber weer en dat heeft een slechte invloed op mijn humeur. Waar blijft de winterzon? Ik bedenk, dat ik vorig jaar op deze datum op de Rottemeren schaatste bij zonnig weer.

Na de alarmerende berichten van gisteren blijkt de situatie in het noorden van het land nu te verbeteren : steeds meer wegen worden vrij gemaakt; de meeste mensen houden zich aan het rijverbod, dat op de wegen in het noorden geldt. De spoorwegen delen mee, dat overal weer treinen rijden; uiteraard nog met vertragingen, maar wie maalt daar om in deze dagen? Ook busverkeer komt weer aarzelend op gang. Wie had dat gisteren kunnen denken, toen zwaar materieel van het leger nog insneeuwde bij harde wind?

Hoe grillig deze winter is, blijkt vandaag uit het niet doorkomen van de verwachte neerslag en uit het afzwakken van de wind; dat alles toch nog bij temperaturen van –8 in de ochtend tot –5 in de middag. Op de weerkaart is nog steeds het Russische hogedrukgebied dominant aanwezig; het zorgt voor een oostelijke tot zuidoostelijke stroming boven een groot deel van Europa. Bij de zuidpunt van Groenland ligt de kern van een diepe depressie, die er maar niet in slaagt om een aanval op de vorst in Europa te ondernemen. Een andere depressie ligt boven de Middellandse Zee en slaagt er wel in om op grotere hoogte zachte lucht aan te voeren. Aan de grond heerst Thialf onverminderd.

19 februari: Er verandert iets aan het weer : de wind is zwak geworden en het kwik klimt langzaam op uit het dal van de laatste vijf dagen; in De Bilt komt het maximum uit op –0,7. Het algemene beeld op de weerkaart vertoont weinig verandering; het KNMI stelt ons wel de aanvoer van drogere lucht in het vooruitzicht; er komt misschien eindelijk een beetje zon morgen!

De kranten brengen nog steeds bijzonder winternieuws, onder andere over de situatie in noord Nederland. In feite zijn de grootste problemen daar vandaag wel van de baan; het rijverbod is opgeheven en het normale leven begint zijn loop weer te krijgen. Ook het noorden van Duitsland heeft ernstig geleden onder het winterweer; daar zijn tien mensen omgekomen tijdens de sneeuwstormen. Bevoorrading van afgelegen gebieden vond daar plaats met convooien vrachtwagens, voorafgegaan door sneeuwploegen. Ook daar gold een rijverbod voor particulier verkeer. Overigens was Duitsland toen nog verdeeld in de BRD en de DDR; beide Duitslanden hadden in het noorden vergelijkbare problemen. Over verschillen in de aanpak meldt het artikel in De Volkskrant niets. Wel wordt melding gemaakt van 30 duizend mensen in West Duitsland die in de weer zijn geweest met sneeuw ruimen; aldus het Westduitse persbureau DPA.

Hadden wij westerlingen nu door, hoe erg het in het noorden van het land was? Wat heet erg? Ik had het allemaal wel mee willen maken. Volgens de minister van Binnenlandse zaken, Hans Wiegel, was de situatie in het noorden veel erger dan men in het westen van het land dacht. Wel toonde hij zich tevreden over de wijze waarop de hulpverlening tot stand was gekomen; contacten tussen Den Haag en de provinciebesturen verliep naar wens, aldus Wiegel.

Intussen voel ik in de loop van de dag een griepje opkomen; dat zal wel met dat sombere weer te maken hebben, denk ik op dat moment. De winter staat mij nu helemaal niet meer aan; het is wel mooi geweest.

20 februari:

De temperatuur stijgt overdag tot dicht bij het vriespunt. Hier en daar zie ik op straat de sneeuw een beetje smelten en nog steeds laat de zon zich niet zien. In de kranten lezen we vandaag hoe de Haagse politiek zich druk begint te maken over de gevolgen van de sneeuwramp : zowel in de eerste als in de tweede kamer wordt bij de regering aangedrongen op financiële hulp aan het noorden van Nederland. Vooral agrarische bedrijven hebben schade opgelopen, zoals melkveebedrijven, die een deel van de melkproductie verloren zagen gaan. Bij sommige tuinbouwbedrijven stortten kassen in onder de sneeuwlast; akkerbouwbedrijven zagen voorraden pootaardappelen verloren gaan door stroomuitval : de voorraad bevroor. Gevreesd wordt, dat veel wintertarwe de koude niet zal overleven. In Zeeland zijn de problemen van een andere orde : daar wordt veel schade aan wintertarwe geleden door grote groepen trekvogels en wilde ganzen. Herten, konijnen en hazen, op zoek naar voedsel, richten schade aan in fruitboomgaarden.

In de Volkskrant staat ook weer een mooie foto, dit keer vanuit de lucht, van ijsbrekers die aan het werk zijn in de Oostzee; ongeveer 80 vrachtschepen waren maandag door de harde oostenwind in het ijs voor de Duitse oostzeekust vastgeraakt. Zes ijsbrekers komen er aan te pas om ze te bevrijden uit de ijsmassa.

Geleidelijk komen er kleine veranderingen op de weerkaart. Het Russische hogedrukgebied ligt met een kerndruk van ruim 1045 hPa nog steeds bij de Baltische staten; intussen trekt een depressie langs IJsland langzaam naar het westen, terwijl bij de Azoren de druk stijgt. De aangevoerde lucht is bij ons aan de grond nog steeds koud, met meest lichte vorst; boven 600 meter is het veel zachter; boven De Bilt is het daar een paar graden boven 0.

21 februari 1979:

Vandaag de 11-de dag op rij, dat er sneeuw valt in De Bilt. De meeste dagen is dat maar weinig, maar het geeft aan dat we een periode met minder stabiel en droog winterweer achter de rug hebben. Er zit wel verandering in het weer, want vandaag meet De Bilt voor het eerst sinds 14 dagen weer eens een flink aantal uren zon : ruim 7 uur. Ook de minimumtemperatuur gaat omlaag, op veel plaatsen in de ochtend weer strenge vorst. De wind is zwak uit het noorden.

21 februari:

In de nacht zijn opklaringen het oosten van ons land binnengekomen. In het oosten kwam het daardoor tot matige vorst en ontstond mist. In Twente ging het kwik onderuit naar –10. In het Elders bleef het meest licht vriezen en bleef het somber weer. Door de heersende luchtdrukverdeling zit de wind nog altijd in de oosthoek; veel wind is er niet, zoals ook al uit de mistmeldingen kan blijken. Met windkracht 2 is het wel bekeken.

Opnieuw een spectaculaire foto in de krant : een trein zit bij Lübeck tot aan het dak ingesneeuwd en wordt door militairen van de Bundeswehr uitgegraven. In het algemeen zijn de problemen met de sneeuw nu achter de rug; ik ga stiekem een beetje naar ander weer uitkijken : vorst of dooi, laat die zon eens een keer terug komen; het lijk wel één van de somberste winters die ik heb meegemaakt.

Het KNMI verwacht voor vannacht minima tussen –4 en –10 en morgen overdag tussen 0 en –4; nog steeds onvervalst winterweer. Daarmee gaat bij ons in het zuidwesten deze vorstperiode zijn 9-de dag in. We zitten al die tijd voortdurend in de vorst, zonder dat het tot extreme kou komt. Het had niet veel gescheeld of het was eind vorige week wel weer uitzonderlijk koud geworden bij veel wind, zoals op 30 en 31 december; dat dit niet gebeurde, vond zijn oorzaak in het iets wegtrekken naar het zuidoosten van het hogedrukgebied; de kern lag vorige week woensdag nog boven Scandinavië, maar trok zich vanaf vrijdag terug naar de Baltische staten en Rusland. De aanvoer van de zeer koude arctische lucht stagneerde daardoor; alleen in de onderste 1000 meter bleef de aangevoerde continentale lucht koud. Ook de hardnekkige bewolking belemmerde strenge kou in de nacht.

22 februari :

Bij ons is het bewolkt en niet echt koud : temperatuur rond het vriespunt bij weinig wind. Op de Oceaan ten westen van de Golf van Biskaje en Portugal is een hogedrukgebied ontstaan.; het Russische hoog neemt in betekenis af. Door deze ontwikkelingen komt er een dooiaanval tot stand vanuit het noordwesten. Om een uur of vier in de middag merken wij dat door een lichte motregen, die om 5 uur overgaat in sneeuw. Is het eind van de winter nabij? In ieder geval wordt morgen al lichte dooi verwacht.

Hoe onder deze omstandigheden ook nieuws gemaakt wordt, blijkt uit twee berichten in de Volkskrant, één in de krant van dinsdag en één in die van vandaag. Eergisteren verscheen een foto van een grote postzak van de PTT die in de sneeuw ligt voor een huis in Lemmens(Gr.) De bewoonster van het huis kijkt tussen twee sneeuwmuurtjes door belangstellend naar deze “postbestelling”. Het bijschrift meldt, dat de postbode in Lemmens niet meer langs de deuren kon komen, zodat de bewoners van Lemmens hun post maar uit het tuintje van een dorpsgenote moeten komen halen. Vandaag bleek, dat het ANP bij de verspreiding van deze foto een fout had gemaakt met de plaatsnaam; de PTT vroeg zich al af waar Lemmens dan toch zou liggen. Het bleek echter om de plaats Lellens te gaan, die ook niet in Groningen ligt. En met die post bleek niets mis te zijn : het ging gewoon om een steunpunt dat de posterijen gebruiken om postzakken tijdelijk te stallen. De postbodes halen dan later die post weer op om verder te verspreiden. Het enige bijzondere was, dat de postzak niet in de huiskamer stond maar in de tuin lag.

23 februari:

Veel mensen hebben zich in de ochtend in het verkeer weer laten verrassen door de gladheid; er zijn drie doden te betreuren. De rest van de dag gaat verloren in een aanhoudende drenzerige motregen bij temperaturen iets boven nul. Een hogedrukgebied ligt nu met zijn kern van 1040 hPa boven Ierland. Dit hogedrukgebied gaat de dooi doordrukken in west Europa; hopelijk zal dat morgen wat opklaringen gaan opleveren.

Plaatselijk winternieuws : “Winter veroorzaakt vuilberg”. Dit bericht staat vandaag in de Havenloods, een plaatselijk blad voor Rotterdam en omgeving. Door het winterweer is de afvoer per spoor vanaf station Schiedam gestagneerd. Hierdoor kan het ophalen van grof vuil tijdelijk geen doorgang vinden.

24 februari:

Bij een matige noordwesten wind is het droog geworden. Om nog iets van de sneeuwmassa’s te zien besluit ik om per auto een tochtje naar Noord Holland te maken. (Friesland is me net iets te ver). Ik tref het wel, want in de middag komt de zon door! Eindelijk, na 10 dagen zonloos weer. Wat ik te zien krijg is vanuit de Rotterdamse situatie wel verbazend. Terwijl bij ons de sneeuw bijna geheel is weggedooid, tref ik in Noord Holland nog geweldige sneeuwtoestanden aan.

Langs de IJsselmeerdijk kom ik grote opgewaaide sneeuwbergen tegen, sneeuwhoogtes zoals ik me die alleen uit bergstreken herinner. De weg is op sommige plaatsen maar net weer opengesteld voor het verkeer. Dat het om stuifsneeuw gaat, blijkt uit het landschap achter de dijk : daarop ligt nauwelijks sneeuw.

In Den Oever, vlak bij de afsluitdijk, ligt de sneeuw nog 20 tot 30 cm hoog. Op plaatsen waar de sneeuw is weggeblazen is een 2 cm dikke ijslaag te zien. Met opgewekte gezichten zijn bewoners bezig om de ijslaag voor hun huizen weg te hakken; eindelijk kan dat bij de lichte dooi, die nu overal in ingetreden. Als ik op een metershoge sneeuwberg klim om een foto te maken, zie ik ineens, dat de weg er naast maar half zichtbaar is; de andere helft ligt onder de sneeuwberg.

Voor diegenen, die de toestanden in Friesland en Groningen hebben meegemaakt, zal het weinig indrukwekkend zijn; ik kom in ieder geval met een paar mooie foto’s thuis. Onder andere van een prachtige zonsondergang boven het bevroren Amstelmeer, tussen Wieringen en het oude Noordhollandse polderland.

Koudegetal na 24 februari : 201,9

Zondag 25 februari:

De winter kan nog niet echt afscheid nemen van ons land; het koudegetal loopt in De Bilt weer op met 2,4. Op veel plaatsen blijft het de hele dag vriezen; het koudst is vanmiddag zuid Limburg met –3. In het noordwesten en westen komt het kwik net even boven nul. We hebben het rustige weer, met zwakke wind uit uiteenlopende richtingen, te danken aan een hogedrukgebied, waarvan de kern vandaag boven België ligt.

26 februari:

Somber weer opnieuw; er valt nu een klein beetje sneeuw bij een temperatuur even onder nul. De wind zit in de zuidwesthoek en neemt iets toe; dit doet vermoeden, dat er ander weer op komst is. Het hogedrukgebied, dat ons eerst dooi uit het noordwesten bracht en vervolgens dat rustige weer, wordt naar het zuiden weggedrukt door depressieactiviteit op de oceaan. Daar gaat zich een sterke westcirculatie ontwikkelen, die zich volgens het KNMI over ons land gaat uitbreiden. De temperatuur zal gaan stijgen in de komende dagen.

Vandaag blijkt uit een krantenbericht, dat de land- en tuinbouw in Nederland aanzienlijke schade heeft opgelopen door het winterweer. In Brabant is de vorstschade al opgelopen tot 12 à 14 miljoen euro.

27 februari:

Na een vrij koude nacht met plaatselijk nog 3 graden vorst stijgt in de loop van de dag de temperatuur tot een paar graden boven nul bij een matige zuidwestenwind. De neerslag valt nu in de vorm van regen. In de avond klaart het op en ontstaat weer gladheid door opvriezing. Een diepe depressie ligt bij IJsland; aan de zuidflank staat nog steeds een sterke westelijke stroming, waarmee zachtere naar Europa onderweg is.

Een paar winterberichten :
De koude bedreigt de vis in de Noordzee; vooral tong en schelpdieren hebben te leiden onder de lage zeewatertemperaturen. De laatste keer dat dit voor kwam, was in de zeer strenge winter van 1963. Toen bleek, dat tong het zeer moeilijk krijgt indien het zeewater langer dan 50 tot 60 dagen beneden een temperatuur van 3,5 °C blijft. En na die strenge winter kwam er een geboorte-explosie onder de tongpopulatie. De minister van landbouw wil de schade die landbouwbedrijven hebben geleden deels vergoeden. Hij is daarover nog in gesprek met vertegenwoordigers van het landbouwbedrijfsleven.

28 februari:

Doordat een oceaanfront in zijn beweging naar ons toe vertraagd is, blijft het vandaag droog; zelfs zijn er in de drogere lucht, die nu uit Frankrijk wordt aangevoerd, enkele opklaringen. In de middag is het zelfs een beetje voorjaarsachtig met 5 tot 7 graden. In Brabant wordt het 10 graden!

Tussen Rotterdam en Capelle aan de IJssel zie ik vandaag de laatste grijze sneeuwresten op beschutte plekken. Dus toch nog; ik had dat niet meer verwacht. (In het noorden van het land moet de sneeuw nog meters hoog liggen op sommige plaatsen.) Ook zie ik nog hier en daar kinderen schaatsen op slootjes; dat zal wel voor de laatste keer zijn.

Koudegetal na 28 februari : 205,7

Met 28 februari hebben we de laatste dag van de meteorologische winter gehad. We kunnen nu alvast een korte terugblik hebben op deze winter, voornamelijk als het gaat om gemiddelde temperaturen, neerslag en zonneschijn. Een overzichtje :
December : gemiddeld +1,8 tegen +3,0 normaal
Januari : gemiddeld –3,2 tegen +1,7 normaal
Februari : gemiddeld –0,9 tegen +2,0 normaal
Winter : gemiddeld –0,8 tegen +2,2 normaal.

De meteorologische winter 78/79 wordt op basis hiervan gekwalificeerd als streng. Bovendien was de winter somber en nat. Die somberheid komt in mijn verslag regelmatig terug, met name in lange zonloze perioden. Op 52 dagen (meer dan de helft!) scheen de zon helemaal niet, tegen op 36 dagen normaal. Met 190 mm neerslag tegen 175 normaal was de winter nat. Opvallend aan al die nattigheid was het bijzonder grote aantal dagen met ijzel, landelijk op 10 tot 18 dagen. Bij de koplopers behoorden Huizen en Rotterdam met 18 ijzeldagen. Dwz : het ijzelde 1 op de 5 dagen. Op 36 dagen sneeuwde het tegen op 18 dagen normaal. Als we de sneeuw- en ijzeldagen bij elkaar optellen, komen we op 46 dagen met winterse neerslag. Een score van 1 op 2 dus. Deze berekening is een beetje dubieus, omdat er ook dagen geweest zijn met zowel sneeuw als ijzel.; daarom heb ik slechts 10 ijzeldagen gerekend.

Dat de winter van 79 veel meer vorst- en ijsdagen telde dan normaal, ligt voor de hand. Ook het Hellmanngetal voor de koude lag hoog; op 28 februari was het koudegetal 206, waarmee deze winter zich schaart in de rij van 7 strengste winters van de 20-ste eeuw. Al deze gegevens worden pas definitief berekend na 31 maart. Ik kom daar dus nog een keer op terug. Voorlopig kunnen we voor de drie wintermaanden vaststellen, dat met 32 ijsdagen tegen 12 normaal de koude aanzienlijk was.

pijl


.VIII De nasleep.

1 maart 1979:

De meteorologische lente is vandaag begonnen. Het gaat er nu op lijken, dat er werkelijk ander weer op komst is. Vandaag komen we aan 5°, terwijl volgens het KNMI nog zachter lucht onderweg is naar ons land.

Op de oceaan gaat zich een sterkere zuidwestelijke stroming ontwikkelen. Na morgen zal dit gaan leiden tot meer neerslag. Tot dan toe kan er in de nacht nog plaatselijk een temperatuur rond 0° voor komen.

2 maart:

Vies regenweer met een geleidelijk stijgende temperatuur; in De Bilt wordt het maximum van 8,2° tegen middernacht bereikt. Ook de VS hebben een barre winter achter de rug. In de staat Ohio is de Hocking rivier door plotselinge dooi buiten zijn oevers getreden. Op een foto is te zien, hoe een vrijwilliger in een bootje drie kinderen in veiligheid brengt; dat gebeurt in een sneeuwjacht.

De vorstschade aan de wegen wordt nu geschat op 30 tot 35 miljoen euro. Veel secundaire wegen hebben nog steeds last van opdooi, waardoor veel schade optreedt.

Vandaag blijkt uit een krantenbericht, dat de land- en tuinbouw in Nederland aanzienlijke schade heeft opgelopen door het winterweer. In Brabant is de vorstschade al opgelopen tot 12 à 14 miljoen euro. Nog wat kleine berichten :
-Het aardgasverbruik in januari 1979 lag 43% hoger dan vorig jaar.
-Bouwondernemers willen van de regering een tegemoetkoming in de vorstschade.
-In de wintersportgebieden is weinig sneeuw op de lage pistes. Op de hogere pistes ligt wel voldoende sneeuw.
-De sneeuwtoeslag op olieproducten is vervallen.

3 maart:

Het voorjaar rammelt nadrukkelijk aan de deur; niet met aangenaam, zacht weer maar met regen en een harde zuidwestenwind. In het hele land loopt de temperatuur op tot 9 à 12°. De avond van de 3-de maart herinner ik mij heel goed, omdat het voor het eerst sinds lange tijd hard regende; met bakken “warm” water wordt het lot van de winter bezegeld. In Groningen komt er een nieuw probleem : rioleringen en watergangen kunnen het smeltwater niet snel genoeg verwerken, wat tijdelijk wateroverlast veroorzaakt.

4 maart:

Vannacht is er nog flink regen gevallen; in De Bilt ongeveer 12 mm over een etmaal. Intussen is al weer iets minder zachte lucht aangevoerd, bij afnemende wind.

In Groningen ontstaat door de sterke dooi een ernstige situatie. Een grote hoeveelheid smeltwater zoekt vanuit het noordelijk deel van Drenthe via het Westerkwartier (een gebied ten westen van de stad Groningen) zijn weg naar de Waddenzee. Het Reitdiep zou voor afwatering moeten zorgen, maar door de grote hoeveelheden ijs stagneert dit. Het gevolge is, dat veel landerijen onder lopen. In het Leekstermeer is het waterpeil 75 cm gestegen.

De situatie in Groningen leidt nog net niet tot grootscheepse evacuatie; het blijft bij het ophalen van schapen uit ondergelopen landerijen en het naar zolder halen van huisraad in een aantal woningen. In de loop van de avond komt er een eind aan de stijging van het water. Een boer in het Westerkwartier besluit in de nacht om zijn 100 stuks vee toch maar te evacueren.

5 maart:

Het wegpompen van overtollig dooiwater gaat in Groningen resultaat opleveren. Het waterpeil begint langzaam te zakken, wat nog niet betekent dat de problemen overal afnemen. In de ochtend breekt een dijkje in het Koningsdiep, waarbij een gat van vier meter breedte ontstaat; het water komt tot aan de rijksweg Groningen-Drachten te staan. Op diverse plaatsen in de provincie Groningen komen militairen te hulp; met zandzakken worden gaten in de polderdijken gedicht of worden dijken versterkt.

Vandaag is het droog; de zon schijnt ruimschoots en bij een matig zuidwestenwindje wordt het ongeveer 8 graden. Mijn gedachten gaan vandaag terug naar de grote winter van 1963. Die winter was nog aanzienlijk kouder dan die van 79, maar kende niet die uitzonderlijk grote problemen met sneeuw een ijzel. Ook de dooi was anders : bij mooi weer dooide de sneeuw in de laatste week van februari en de eerste week van maart langzaam weg, waardoor grote problemen met dooiwater achterwege bleven.

6 maart 1979:

Het water in het Groningse Westerkwartier zakt vandaag verder, met ongeveer 15 cm. Nog altijd staat er zo’n 3000 hectare aan landerijen onder water.

En Friesland ? Een woordvoerder van Provinciale waterstaat van Friesland deelt mee, dat de vier Friese waterschappen de waterstanden in de polders onder controle hebben : het bleef daar bij het onder lopen van enkele landerijen in het noorden. In de ochtend is het water nog 2 cm gestegen, maar verontrustend is dit niet. Wel is gebruik gemaakt van het oude stoomgemaal in Lemmer. Dit gemaal, voluit het Ir D.F. Woudagemaal, wordt ingezet bij hoge waterstanden in Friesland. Het Woudagemaal werd op 7 oktober 1920 door Koningin Wilhelmina officieel geopend; in 1967 werd het omgebouwd van kolen- naar oliestook. Mede door de nieuwe uitwateringssluizen bij het Lauwersmmeer (1969) en inzet van een elektrisch gemaal bij Stavoren (1966) is het Woudagemaal nog slechts nodig bij extra hoge waterstanden, zoals in augustus 2004. Het gemaal staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Op 6 maart 1979 pompen de twee gemalen, in Stavoren en Lemmer, samen 9.000 tot 10.000 kubieke meter per minuut het IJsselmeer in. Het wegpompen in het Lauwersmeer (capaciteit : 4500 kubieke meter per minuut) is niet zo hard nodig; op verzoek van de provincie Groningen wordt het peil in het Lauwersmeer zo laag mogelijk gehouden, zodat bij Zoutkamp meer geloosd kan worden. Blijkens berichten in de Volkskrant waren er ook problemen met ondergelopen wegen in Drenthe, maar die zijn intussen voorbij.

Vandaag opnieuw een droge en vrij zonnige dag. Bij zuidenwind komt in de ochtend vrijwel overal lichte vorst voor. Dit droge weer danken we aan een hogedrukgebied boven centraal Europa. Dit systeem trekt zich naar het oosten terug, terwijl een oceaandepressie zijn frontensysteem in grote vaart naar west Europa dirigeert.

7 maart:

Veel wind en plaatselijk een flinke plens regen, dat schaft de pot vandaag; echt maartweer. Door de sterke wind is het ijs op het IJsselmeer aan het kruien gegaan. Op de dijk Enkhuizen-Lelystad kruipt het ijs bijna de weg op. De Afsluitdijk is wegens kruiend ijs enkele uren gesloten.

Het beleidsteam van de gemeente Leek (Gr.), dat zich bezig houdt met de coördinatie van de activiteiten tegen de wateroverlast, is vanochtend opgeheven. Het water is, mede door de harde wind, dermate gedaald, dat de problemen vrijwel voorbij zijn. Wel is nog steeds een beperkte dijkbewaking van kracht.

De strenge winter heeft grote vissterfte veroorzaakt in de poldersloten in west Nederland. Ongeveer 75% van de visstand is gesneuveld. In het verleden, zoals in 1963, is gebleken, dat de visstand zich snel kan herstellen.

8 maart:

Op de oceaan staat een sterke westelijke stroming. In de zuidwestelijke wind boven ons land ligt de temperatuur enkele graden boven normaal. Boven IJsland ligt het centrum van een grote depressie met kerndruk 960 hPa. Een actieve randstoring trekt met grote snelheid in de richting van west Europa.

9 maart:

In de ochtend staat boven de Noordzee en ons land een zuidwesterstorm. De passage van het koufront van de IJsland-depressie gaat aan het begin van de middag gepaard met hevige stortregen; het doet me aan een zomerbui denken. Daarna neemt de wind in kracht af; de temperatuur levert weer enkele graden in. In de avond trekt een trog van de depressie voorbij; als laatste stuiptrekking van de winter passeert bij ons een sneeuwbui met onweer. Ook in De Bilt is de passage van de trog goed merkbaar : er valt een bui en de temperatuur daalt 3 graden in een kwartier.

10 maart 1979:

Het is opgeklaard; opnieuw komt er slecht weer aan met regen of sneeuw.

Door de strenge winter is veel vis in de Noordzee naar het relatief warme zuidelijk deel verhuisd. In het onder normale omstandigheden visrijke gebied bij Helgoland is bijna geen vis meer te vangen; geen wonder, de temperatuur van het water is daar ongeveer 0°C.

Deze visverhuizing heeft de zuidelijk Noordzee tot bijzonder visrijk gebied gemaakt. Ondanks de door de Europese gemeenschap ingestelde vangstbeperking worden enorme hoeveelheden tong aangevoerd door Nederlandse en Belgische vissers. De prijzen zijn daardoor sterk gedaald en grote hoeveelheden vis gaan de diepvriespakhuizen in. Biologen zijn opgetogen over de zuidwesterstorm van gisteren, omdat daarmee een grote hoeveelheid minder koud water vanuit het Kanaal de Noordzee is binnengestroomd.

De fruitteelt is door de strenge winter zwaar getroffen. Alleen voor het noorden van het land wordt de schade al geschat op 1,1 miljoen euro. Hierin zijn de schade door sneeuwdruk en hongerig wild opgenomen. De gevolgen van de wateroverlast zijn nog niet te overzien; de telers zullen zich richten tot het Landbouwschap en minister van der Stee van Landbouw.

Winkeliers die in nood verkeren door de weersomstandigheden kunnen financiële hulp krijgen. Daar is weer en andere minister bij betrokken, nl minister Gardeniers van CRM. Zij heeft deze hulp aan de gemeentebesturen toegezegd.

11 maart:

Het is zacht weer met veel wind en regen. Een depressie bij IJsland trekt langzaam in de richting van Schotland.

12 maart:

Boven het zuiden van Groenland en boven IJsland is de luchtdruk aan een stijging begonnen. Bij ons is het vandaag iets aangenamer weer met flink wat zon; de westenwind is krachtig.

13 maart:

Wat nu? Opnieuw tekenen zich winters ontwikkelingen af op de weerkaart. Van Groenland tot de Azoren is een lange gordel van hoge druk ontstaan, die boven Europa de stroming in noordelijke richting bijstuurt. Op IJsland staat een krachtige wind bij -7°C. De oceaandepressie, die eergisteren nog boven IJsland lag, heeft zich verplaatst naar Europa en ligt nu met kerndruk van 995 hPa boven de zuidelijke Oostzee.

Bij ons is de verandering duidelijk merkbaar : onder invloed van een randstoring, die zich van het kanaalgebied naar Frankrijk verplaatst, draait de wind aan het eind van de middag naar noordoost!

14 maart:

Het hogedrukgebied boven Spitsbergen, Groenland en IJsland breidt zich heel langzaam uit in de richting van Scandinavië. Als gevolg daarvan stroomt koude poollucht het Europese continent in.

In Nederland wordt het weer bepaald door een depressie boven noord Frankrijk. In een noordoostelijk stroming is het al kouder geworden; af en toe valt er regen. Nu de depressie boven Frankrijk weinig van plaats verandert en het hogedrukgebied boven Scandinavië in betekenis toeneemt, lijkt opnieuw een strijd tussen koude en zachte lucht boven onze hoofden te ontstaan. Opnieuw een koudegolf, zoals eind december en half februari?

15 maart:

Vanuit noord Europa komt steeds koudere lucht onze kant op. In de ochtend valt er in Schiedam ijsregen, gevolgd door natte sneeuw. En inderdaad : het spel van december en februari herhaalt zich : boven Scandinavië en noord Rusland heeft zich een groot koudereservoir gevormd. De kou wordt nog versterkt door het grote arctische hogedrukgebied, dat nog steeds een deel van het noordpoolgebied, Groenland en de omgeving van IJsland beslaat. In Scandinavië is het kwik al weer tot -20 gedaald; overdag vriest het daar op veel plaatsen streng.

In het zuidoosten van ons land is intussen zachte lucht binnengedrongen, met in zuid Limburg temperaturen tot +14°C! Tegelijkertijd stond in het noorden van het land een krachtige tot harde noordoostenwind bij temperaturen die tot onder 0 dalen. Opnieuw worden sneeuwduinen gevormd. Het verschil met voorgaande situaties zit in de temperatuur. Op 30 december werden temperaturen van omstreeks -10 gemeten, in februari rond -6 en nu iets onder 0.

In Europa komen grote tegenstellingen voor : van -15 in Scandinavië tot +23 in (toen nog) Yoegoslavië. De grens tussen zachte en koude lucht ligt vandaag van ons land via midden Duitsland en Tchechië naar het oostzuidoosten.

De verwachting is, dat de zachte lucht eerst nog wat terrein wint, en dat vervolgens de koude lucht over het hele land uitstroomt. De kans op regen en sneeuw blijft, maar wordt over een paar dagen kleiner.

Helaas eist het winterweer slachtoffers in het verkeer : bij verkeerongevallen ten gevolge van de gladheid, in Dronten en Muiden, kwamen drie mensen om het leven.

16 maart:

Je zou de winter toch gewoon zat worden in deze fase. Somber en vrij koud, maar geen doorzettend winterweer. Weliswaar stijgt de temperatuur iets in het noorden, maar in het zuiden van het land is het juist weer iets kouder geworden. Er blijft kans op sneeuw.

17 maart:

De kou zet nog steeds niet echt door bij ons. Intussen zijn er wel grote problemen door sneeuwstormen in Engeland en Schotland; men spreekt zelfs van de grootste problemen voor het wegverkeer in de gehele winter! Sneeuwploegen liepen in het noorden van Engeland vast in 3 meter hoge sneeuwduinen; Newcastle was vrijwel onbereikbaar.

Boven de Oostzee staat een noordoosterstorm bij temperaturen enkele graden onder 0. In Scandinavië -15 tot -20 overdag, in Polen -10 en noord Duitsland -2°C. In zuid Europa komen algemeen temperaturen voor van 15°. En bij ons dan? In het midden van het land temperaturen van 6 tot 8°C. We lijken dit keer door het oog van een naald te kruipen; de koude lucht bereikt ons nauwelijks tot nu toe. Het KNMI verwacht wel, dat de kou naar het zuiden zal opdringen.

18 maart:

De situatie is niet echt duidelijk. Winter of geen winter? De wind is in het gehele land naar oost tot noordoost gedraaid; sneeuw en vorst blijven echter uit. We blijven in het grensgebied tussen koude en zachte lucht, zonder dat dit tot heftige taferelen leidt als in december en februari. Nog steeds zit lichte vorst en regen of sneeuw in de verwachting, maar de kans op een laatste echte koudegolf lijkt nu wel voorbij.

19 maart:

De “kou” stagneert nog in onze omgeving. Als we het temperatuurverloop op Eelde bezien, dan blijkt daar duidelijk uit hoe de kou aanviel, maar niet doorzette. Hieronder een tabelletje met daggemiddelde temperaturen van Eelde:

In De Bilt komt het niet meer tot gemiddelden onder 0, zodat het koudegetal volgens Hellmann blijft staan op de waarde die al aan het eind van februari bereikt werd. We noteren dus:
Koudegetal na 19 maart: 205,7

Bijzonder koud was het vanochtend in Denemarken met -15°C en in noord Finland met -34°C. Intussen hebben wij al weer enkele dagen geen zon gezien. Je gaat gewoon naar lente verlangen!

20 maart:

Aan de vooravond van de eerste lentedag blijkt de laatste koudegolf van de winter in Nederland een storm in een glas water te zijn geweest. Bij half bewolkt weer wordt het vandaag 8 tot 10°. De wind is gedraaid naar zuidzuidwest. Om twee uur in de middag stap ik in een “warme” auto, beschenen door een voorjaarszonnetje. In de Lange Nieuwstraat in Schiedam zie ik een nat wegdek; dat moet condenswater zijn; de zon heeft op die plekken het wegdek niet verwarmd en de zachte lucht is vrij vochtig.

De natuur levert nog een winters beeld : gras heeft nog pas een vaag groene kleur. Het is te hopen, dat zachter weer snel een eind maakt aan deze achterstand.

Het slot van dit dagboek verschijnt later op deze pagina.

-wordt vervolgd-

Tenzij anders vermeld hebben de weergegevens betrekking op De Bilt.
Bron : KNMI

Bron nieuwsberichten : De Volkskrant, Het Parool, Het Vrije Volk en NRC-Handelsblad

Andere bronnen:

  • “Mijn boeiendste weerdag” , een uitgebreid een zeer goed gedocumenteerd artikel van Tom van der Spek uit Amstelveen; verschenen in tijdschrift “Het Weer!”, jaargang 1 no 2, dec/jan 2000/2001.
  • Het boek over het weerjaar1979; Henk Dam, Nico Scheepmaker, Piet van Swanenburg en Tony van der Meulen; een uitgave van de Gemeenschappelijk Pers Dienst in Den Haag en de Erven Thomas Rap in Baarn.
  • Een artikel van Jan Visser in Weerspiegel januari 1979.
  • Een artikel van Ad Vermaas in Weerspiegel feb. 2004.
  • Eigen waarnemingen in Schiedam/Rotterdam.
  • Waarnemingen van Henk Veldman in Ten Post, Folkert IJnsen in Stiens en Jan Bolt in Uithuizermeden.

Met dank aan : Hans de Jong, Johan Effing; alsmede aan Harrie Laanstra en andere waarnemers in dit dagboek genoemd.

pijl

Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.
//