Als meest bijzonder en spectaculaire weerdag staat ongetwijfeld 2 januari 1979 in mijn geheugen. Vooral Zuid Holland kreeg te maken met uitzonderlijke weersomstandigheden en uitzonderlijk wisselingen van weertype. Zo staat dat in mijn herinnering en zo heb ik dat uit gegevens van het KNMI en waarnemingen van anderen gereconstrueerd. Mijn beeld is echter nog niet compleet, met name waar het waarnemingen in Zuid Holland betreft. Het zal resulteren in een oproep aan het eind van dit verhaal.
De spectaculaire weersverschijnselen in Zuid Holland hebben te maken met het overkomen van de kern van een uit zijn krachten gegroeid Polar Low. Zoals de lezer zich ongetwijfeld herinnert, werd een groot deel van West en midden-Europa rond de jaarwisseling getroffen door één van de heftigste invallen van winterweer uit onze geschiedenis. Een gigantisch koudereservoir breidde zich kort voor de jaarwisseling uit over Denemarken, Nederland, Duistland, Polen, Frankrijk en de Britse Eilanden. Het ging gepaard met zware, en in Sleeswijk Holstein buitengewoon langdurige, sneeuwstormen en grote temperatuurdalingen, tot plaatselijk 25° in 24 uur.
Op 1 januari was de oostelijk stroming weggevallen en ontstond voor de oostkust van Schotland een Polar Low. Door de noordwestelijke hoogtestroming trok dit systeem sterk uitdiepend over de Noordzee naar ons land. Op 1 januari merkten wij daar niets van. Integendeel : het was juist een mooie en rustige winterdag. Wel kondigde het KNMI voor morgen enkele sneeuwbuien aan. Dat bleek een ongewild eufemisme te zijn voor wat er werkelijk gebeurde. Mogelijk is door de aanzuiging van de extreem koude lucht van het continent boven het relatief warme zeewater de ontwikkeling onverwacht snel gegaan.
Op 2 januari bracht de winter opnieuw spektakel. Alsof het allemaal nog niet genoeg was geweest aan het eind van het oude jaar, kregen we op 2 januari een bizarre weerdag met extreem weer, bijzondere weersveranderingen en opnieuw grote verschillen tussen delen van het land (zie bijvoorbeeld het weer om 15.00 uur in het Dagboek 1979
). Met name Zuid Holland kreeg te maken met uitzonderlijke weersverschijnselen en weersveranderingen. Stel je voor, op één dag : lichte dooi en zeer strenge vorst ; mist, regen, hagel en sneeuw; onbewolkte hemel en onweer; storm en windstil weer! Ik verzin dit lijstje niet, het is terug te vinden in de overzichten van het KNMI. Bovendien kwam op luchthaven Zestienhoven de grootste luchtdrukstijging voor van alle KNMI-hoofdstations: 14 hPa in vier uur (tussen 15 en 19 uur).
Voor het zuidwesten van het land betekende dit alles een spectaculair verloop van het weer, zoals de gegevens van Rotterdam ook al doen vermoeden. Sneeuwstorm bij -6°, lichte dooi tot +2,2°, nogmaals een sneeuwjacht bij scherp dalende temperatuur en tenslotte een heldere rustige avond met een temperatuur dalend tot -15,4°, dat was het menu die dag voor Rotterdam en omgeving. In Vlissingen kwam het tot +3,2 bij tijdelijk NW-storm. In Breskens wordt grote schade aangericht aan jachten. Ook in Zeeland kwam de vorst terug aan het begin van de avond.
In het midden van het land, zoals het noordoosten van Zuid Holland en Utrecht valt veel sneeuw bij lage temperaturen en soms veel wind. In De Bilt is het maximum om 14.30 uur -4,7°C bij een matige tot vrij krachtige zuidoostenwind. Daarna draait de wind naar oost tot noordoost; een windstoot van 15 m/s wordt gemeten bij dalende temperatuur : om 16 uur staat het kwik op -7°C. Geleidelijk neemt de wind dan af; later in de avond wordt het dan -16,7°C. In De Bilt valt ongeveer 4 cm sneeuw. De combinatie van sneeuwval met veel wind en zeer lage temperaturen mag uniek genoemd worden.
Mij blijft de vraag intrigeren, waar precies de kern van het lagedrukgebied ons land binnenkwam en hoe de baan ervan verliep. Uit de mij nu ter beschikking staande gegevens, met name van Valkenburg (bij Leiden), waar het bleef vriezen, en Rotterdam maak ik op dat de kern iets ten zuiden van Valkenburg aan land gegaan is, vervolgens in zuidoostelijk richting over Zuid Holland is getrokken. Daarbij maak ik uit de NW wind en lichte dooi bij Rotterdam op, dat de kern die plaats aan de noordoostkant gepasseerd is. Uit het relatief lage luchtdrukminimum van Gilze-Rijen maak ik op, dat de kern ook daar in de buurt gepasseerd is.
Oproep : wie kan mij helpen aan gedetailleerde waarnemingen van 2 januari 1979. Vooral veranderingen in wind, luchtdruk en neerslag en het tijdstip waarop die plaats vonden hebben mijn interesse. Verder natuurlijk ook de maximumtemperatuur. Zoals uit het verhaal over de kern van het Polar Low duidelijk is, ben ik met name zeer geïnteresseerd in de waarnemingen in de provincie Zuid Holland.
Een uitgebreide beschrijving van uur tot uur op 2 januari is te vinden in het Dagboek 1979
Tenzij anders vermeld hebben de weergegevens betrekking op De Bilt. Bron : KNMI
