Te vroeg begin van de winter?
door Cees van Zwieten.


Home

Terug


Het copyright van deze site en haar inhoud, voor zover niet anders vermeld, berust bij Johan Grootveld.

Overname van afbeeldingen of teksten alleen na toestemming, met link en bronvermelding.

Site design:
Johan Grootveld / Havensoft

Kou in oktober en november niet slecht voor de winter.


Over het verband tussen te vroege kou en het koudegetal in de winter.

Als de winter in november al met sneeuw en kou op de proppen komt, krijgt menigeen het gevoel dat we een pittige winter tegemoet gaan. Dat gevoel bekroop mijzelf nog in november 1993. Het vervolg, na een schaatsperiode in de tweede helft van november, stelde teleur: Thialf liet het 11 weken lang compleet afweten en pas medio februari keerde de kou terug. Het kwam nauwelijks meer tot behoorlijk schaatsijs.

Daarentegen wordt vaak, mede op basis een oude volksregel, gedacht dat vroege kou funest is voor het verloop van de winter. Alwin Haklander heeft onlangs al uitgezocht dat vorstperioden in november geen enkele relatie vertonen met de kou van de winter. Hij keek daartoe naar het optreden van vorstperioden volgens zijn definitie : tenminste 5 Hellmanndagen (etmaaltemperatuur gemiddeld onder 0) achtereen met daarin een koudegetal (som van de negatieve etmaalgemiddelden) van tenminste 16; daarbij keek hij ook naar andere stations dan alleen De Bilt en telde alle vorstperioden mee die in november begonnen. Hij komt tot de volgende tabel:

Omdat bij die novembers met vroege kou ook koude winters te vinden zijn, luidt zijn conclusie dat deze vroege kou niet duidt op een verkleinde kans op een koude winter. Het geheel is na te lezen op de site van Alwin Haklander: NLweer.com.

Ik heb mij lang op het standpunt gesteld, dat kou voor half november een slecht teken is voor de naderende winter. Ik baseerde mij daarbij op een aantal novembers in het verleden, zoals 1980 (winter 81) en 1966 (winter 67). Om uit te zoeken hoe dat nu precies zit, heb ik een onderzoekje gedaan naar vroege kou, en wel voor 16 november. Vroege kou heb ik gedefinieerd als het optreden van één of meer Hellmanndagen, dagen waarop de gemiddelde temperatuur onder 0°C ligt. Voor 16 november is dat weinig voorkomend en men mag dan wel spreken van zeer koude dagen voor de tijd van het jaar. Immers, rond 16 november ligt de gemiddelde etmaaltemperatuur in De Bilt normaal op ongeveer 7°C. Bij dit onderzoekje heb ik uitsluitend gekeken naar de gegevens van De Bilt.

In onderstaande tabel zijn de resultaten samengevat. In de eerste kolom staat het jaartal van de winter vermeld. Bij 2004 behoort dan oktober en november 2003. In de tweede kolom de datum van de vroegste Hellmanndag, in de derde kolom het koudegetal voor 16 november. In de vierde kolom staat de langste serie Hellmanndagen, waarbij een aaneengesloten serie soms doorloopt tot na 15 november. In de laatste kolom het koudegetal van de gehele winter.

Meteen valt al op, dat er hier een paar koude winters en zelfs een zeer strenge winter te vinden zijn in de tabel. Een nadere beschouwing leert, dat die koude/strenge winters net zo vaak voorkomen als in de hele serie winters van 1902 t/m 2007. Kijk maar eens naar de percentages: in deze groep van winters met vroege kou vinden we:
1 strenge met K>200, nl 1942 (6%)
4 koude met K tussen 100 en 200 (22%)
5 "normale" met K tussen 50 en 100 (26%)
9 zachte met K<50 (50%)

Over alle 106 winters sinds 1902 is dat:
6 met K>200 (6%)
20 met K tussen 100 en 200 (19%)
27 met K tussen 50 en 100 (25%)
53 met K<50 (50%)

Conclusie: het beeld bij vroege kou wijkt niet af van dat van de totale populatie van 106 winters. De vervolgconclusie moet dus luiden: vroege kou in de vorm van Hellmanndagen voor 16 november wijst niet op een speciaal soort winter.

Tenslotte heb ik de datum van de vroegste kou vergeleken met het koudegetal in de daarop volgende winter. Een lineaire trendlijn suggereert dat er enig verband is, namelijk: hoe vroeger de kou, hoe zachter de winter. Zie onderstaande grafiek.

De lage waarde van R² geeft aan, dat het resultaat niet betrouwbaar is; pas bij R²=0,389 kunnen we met 90% zekerheid zeggen dat deze relatie werkelijk bestaat. Anders gezegd: de waarden wijken te veel af van de trendlijn. Het gaat hier om een groep van slechts 19 winters. Mooier zou het zijn om een veelvoud ter beschikking te hebben, bijvoorbeeld vanaf 1706. Bovendien rijst dan nog de vraag of gegevens uit een verleden van toepassing zijn op het heden zolang we de meteorologische oorzaak van een fenomeen niet kennen. Kortom: ook hier geen conclusie.

Al met al levert het zoeken naar een verband tussen vroege kou en de volgende winter niets van belang op; niet aan de hand van de vorstperioden en niet aan de hand van de vroege Hellmanndagen. Dat er enig verband is, is wel mogelijk maar niet aangetoond.

Alle temperatuurgegevens in dit onderzoek betreffen waarnemingen in De Bilt. Bron : Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI.

pijl terug