Vorstseizoen wordt korter.
door Cees van Zwieten.


Home

Terug


Het copyright van deze site en haar inhoud, voor zover niet anders vermeld, berust bij Johan Grootveld.

Overname van afbeeldingen of teksten alleen na toestemming, met link en bronvermelding.

Site design:
Johan Grootveld / Havensoft

Veranderen onze winters?


Over vroege en late vorstdagen, ijsdagen, etc.

In het seizoen 2006-2007 hebben we lang op de eerste vorstdag moeten wachten: op 10 december kende De Bilt de eerste vorstdag van het seizoen. Het oude record van december 2000 werd niet gebroken en zelfs de tweede plaats bleef aan december 1970. Een eerste vorstdag op 10 december is intussen wel erg laat. Je zou natuurlijk kunnen zeggen, dat dit in het nieuwe klimaat niet zo laat is, maar zo’n uitspraak is voorbarig.

We zijn intussen gewend aan de gedachte, dat ons klimaat veranderd is; qua gemiddelde temperatuur zal dat misschien een graad opwarming zijn in de afgelopen 30 jaar. Ook het koudegetal vertoont een duidelijk tendens in neerwaartse, dus opwarmende richting. We kunnen aan de hand van zo’n eerste vorstdag de opwarming van een andere kant bekijken : komt de vorst later en gaat hij eerder in het seizoen?

Een eerste vraag in dit verband is natuurlijk, of er een tendens te bespeuren in het moment van eerste of laatste vorstdag. Of misschien in de eerste en laatste dag met strenge vorst, om maar eens iets te noemen. Om hier een beeld van te krijgen, moeten we al die eerste en laatste bijzondere winterdagen in kaart brengen. Ik zal een poging doen om het optreden van dit soort dagen in de afgelopen decennia in beeld te brengen en enkele conclusies te trekken.

Ik ben in een eerder stadium hiermee al bezig geweest. Tot dusverre heb ik mijn lijst gereed vanaf de winter van 1940. Hieronder een overzichtje van de jaren met vrij late tot zeer late eerste vorst, een top-15 vanaf het seizoen 1940 waarbij december 1939 als startpunt geldt (seizoen 39-40)

Uit deze tabel blijkt, dat een late eerste vorstdag niet direct op een zachte winter wijst. Er komen evenveel koude/strenge als zachte winters in voor. Bij de top-3 zien we zelfs 1985 staan, dus reden tot wanhoop over de komende winter geeft een late vorst niet. Ook 1963 zit een beetje in de richting van een late eerste vorstdag: 14 november. In dat jaar ging het daarna snel : de eerste Hellmanndag op 21 november, de eerste ijsdag op 22 november en de eerste strenge vorst op 6 december.

Het ging tot nu toe slechts over vorstdagen. Ook andere bijzondere dagen heb ik voor een deel in tabel gebracht. Ik geef de tabel sinds 1940 met eerste en laatste vorstdag (Tn<0,0), dag met matige vorst (Tn<-5,0), ijsdag (Tx<0,0), eerste strenge vorstdag (Tn<-10,0) en Hellmanndag (Tg<0,0).

Een paar opvallende extremen zijn:

  • Eerste vorstdag op 16 september 1971. Daarvoor moeten we tot september 1939 terug om een vorstdag in september aan te treffen.
  • Laatste vorstdag op 28 mei 1961 met -0,2 in De Bilt. Vorstdagen in mei zijn de laatste 20 jaar zeldzaam geworden.
  • In de laatste 30 jaar kwam in De Bilt in 5 jaren een vorstdag in mei voor. In de periode 1902 t/m 1931 was dat in 13 jaren het geval. Opvallende jaren zijn 1929 met -3,7 op 4 mei en 1941 met 5 vorstdagen in mei, waarvan de laatste op 16 mei.

Ook valt me op, dat seizoenen zonder strenge vorst wat vaker lijken voor te komen dan vroeger. Winters zonder ijsdagen zijn zeldzaam; vanaf 1940 waren dat alleen 1952, 1975, 1989, 2000 en 2007. Vooral de laatste vier staan bekend als de bar zachte winters.

De vraag is nu : wat mag als normaal gelden voor de eerste en laatste vorstdag, ijsdag etc? En als vervolgvraag : is er een tendens te bespeuren hierin, anders gezegd : komt bijvoorbeeld de eerste vorst tegenwoordig later dan in het “oude klimaat”? Of komt misschien de laatste ijsdag steeds eerder? Om hier enig inzicht in te krijgen, heb ik een volgende tabel gemaakt, waarin de resultaten zijn weergegeven van de berekening van gemiddelden. Daarbij heb ik een steeds verschuivende periode van 30 jaar genomen en daarvan de gemiddelde eerste vorstdatum, laatste vorstdatum etc berekend. Hierin is bv af te lezen, dat de eerste vorstdag in de jaren 40 t/m 60 nauwelijks eerder viel dan de laatste 30 jaar.

Is er dan niets veranderd in de laatste decennia? Toch wel naar mijn indruk. Kijk eens naar de laatste Hellmanndag : tegenwoordig rond half februari, terwijl die voor 1980 gemiddeld rond 28 februari lag. Hier lijkt me het nieuwe klimaat zijn werking te doen. Opvallend is daarbij, dat de eerste Hellmanndag niet zo’n duidelijke verschuiving vertoont. De Hellmannperiode is gemiddeld gekrompen van 93 in de jaren 40 t/m 60 naar 73 in de laatste 30 jaar. Een afname van ruim 20%

Een andere verschuiving zie ik in de eerste strenge vorst; deze komt tegenwoordig gemiddeld pas rond 15 januari; voorheen was dat al rond de jaarwisseling. En de laatste strenge vorst? Dat is merkwaardig! Deze komt nu gemiddeld aan het eind van januari, een weekje later dan rond 1970 (1956 t/m 1985), maar weer vergelijkbaar met de periode voor 1970. De laatste strenge vorst is dus niet gekenmerkt door een terugtrekking; zelfs lijkt de laatste strenge vorst de laatste jaren weer iets later te komen!

De strenge vorst kwam in de jaren 40 t/m 60 gemiddeld voor in een periode van 27 dagen. In de laatste dertig dagen is deze periode gekrompen tot 14 dagen. Een halvering dus. Deze halvering, zo blijkt uit de tabel is ingezet aan het begin van de jaren 90. Het lijkt mij een duidelijk effect van de verandering van ons klimaat.

De eerste en laatste matige vorst geeft voor mij geen duidelijk beeld, al zien we wel duidelijk een vervroeging van de laatste matige vorst ten opzichte van de koude jaren 40 t/m 60. De laatste matige vorst zal doorgaans voorkomen in een stralingsnacht onder verschillende condities. De spreiding in eerste en laatste matige vorst is groot (standaarddeviatie omstreeks 30 dagen) en is ook toegenomen. Het wekt bij mij de indruk, dat de eerste en laatste matige vorst sterk van toevallige factoren afhankelijk is.

De eerste ijsdag is nauwelijks veranderd; de laatste ijsdag zit tegenwoordig iets vroeger in het seizoen; een terugtrekking van een week lijkt hier een feit. De ijsdagperiode is gemiddeld afgenomen van 53 naar 45. Niet erg veel, maar nog altijd ongeveer 14%.

Samenvattend biedt het nieuwe klimaat ons :

  • Nauwelijks verandering in het optreden van eerste en laatste vorstdag.
  • Een verlating van de eerste dag met strenge vorst.
  • Een vervroeging van de laatste vorstdag, de laatste ijsdag en de laatste Hellmanndag
  • De laatste dag met strenge vorst weet zich te handhaven, waardoor de periode met strenge vorst iets is verschoven naar later in de winter.
  • De periode waarin strenge vorst wordt gemeten is in een tijd van 15 jaar ongeveer gehalveerd van 27 naar 14 dagen.
  • De periode waarin ijsdagen voorkomen is gemiddeld ongeveer 14% afgenomen.
  • De periode waarin Hellmanndagen voorkomen is gemiddeld met ruim 20% afgenomen.

Is er een verschuiving bezig in ons winterweer? In het algemeen krimpt de periode waarin vorstdagen, ijsdagen, strenge vorstdagen en Hellmanndagen voor komen. Hierbij lijkt de strenge vorst het duidelijkste slachtoffer; de strenge vorst is iets verschoven naar later in de winter. Het optreden van late strenge vorst zou kunnen samenhangen met meer sneeuw in de late fase van de winter. Ik heb daarover geen cijfers beschikbaar op dit moment. Een woordvoerder in een Oostenrijks ski-gebied (Grossarl) maakte vrijdagavond 8 december 2005 in het NOS-journaal de opmerking, dat de sneeuwval in de Alpen ook iets verschoven is naar later in de winter. Is dit een uitvloeisel van de klimaatsverandering?

Er zit een vertekening in het statistische beeld. De consequenties daarvan kan ik niet zo goed overzien. Een aantal jaren verliepen zonder strenge vorst; dat betekent dat voor de eerste en laatste strenge vorst over een beperkt aantal jaren is gemiddeld, terwijl bijvoorbeeld bij eerste en laatste vorstdagen over alle jaren het gemiddelde is berekend.

Misschien moet de conclusie voor de strenge vorst iets anders geformuleerd worden : Tegenwoordig verlopen winters iets vaker zonder strenge vorst dan vroeger (bijvoorbeeld 30 jaar geleden). Als er dan strenge vorst voor komt, dan vindt deze doorgaans in een kortere periode en iets later in het seizoen plaats dan vroeger.

Tenslotte : de conclusies zijn voorlopig. Als ik de hele 20-ste eeuw verwerkt heb, zal ik de tabellen aanpassen. Misschien veranderen de conclusies hier en daar. De bewegingen sinds het midden van de 20-ste eeuw lijken intussen wel in kaart gebracht te zijn.

Alle temperatuurgegevens in dit onderzoek betreffen waarnemingen in De Bilt. Bron : Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI.

pijl terug