schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact

bulletin 1
bulletin 2
bulletin 3
bulletin 4
bulletin 5
bulletin 6
bulletin 7
bulletin 8
bulletin 9
bulletin 10
Bulletins '01-'02
Bulletins '00-'01
Bulletins '99-'00

< < < vorige < < <


Het copyright van deze site en haar inhoud, voor zover niet anders vermeld, berust bij Johan Grootveld.

Overname van afbeeldingen of teksten alleen na toestemming, met link en bronvermelding.

Site design:
Johan Grootveld / Blinksoft


Winterbulletin no. 10

(5-12-02) door Cees van Zwieten

Uniek

Het is zo ver!
En nu bedoel ik wel een koudegolf. Want hierover zijn alle modellen het wel eens : de komende 6 tot 7 dagen zet de kou door. Het hogedrukgebied krijgt eerst versterking van Atlantische zijde en daarna mogelijk vanuit de omgeving Nova Zembla. Deze ontwikkelingen zullen een lange oostelijke stroming verder stimuleren. Houd je gereed voor buitenijs. Ben je er klaar voor, conditie op orde, techniek bijgevijld : dan gaan we vermoedelijk eind volgende week.

Ik heb mij, daarin gesteund door Jan Versteegt, de laatste dagen nog wat terughoudend opgesteld omdat de ontwikkelingen nog niet helemaal duidelijk waren. De bovengeschetste bewegingen lijken nu wel zo zeker, dat we een flinke (of is het een "zware" of een "echte") vorstperiode gaan krijgen, voor de eerste helft van december uniek. Want als alles doorzet zoals verwacht, dan gaan we iets mooiers krijgen dan in 1995. Weten we het nog, de aangekondigde matige vorst rond St Nicolaas viel in de praktijk iets tegen. Wel stonden we toen half december op het ijs, maar het ging net. Althans hier in het westen.

De ijsontwikkeling die het KNMI schetst, gaat naar 10 tot 15 cm eind volgende week. Die 15 cm lijkt me wel erg optimistisch, ook gezien de tijd in het seizoen. Houdt er, als je zelf gaat rekenen, rekening mee, dat het ijs zich pas na maandag gaat vormen. Tel vanaf dinsdag de punten voor het koudegetal (gem. vorst per etmaal in graden) op en ga schaatsen bij 20. Voor de waaghalzen : bij 15.

Hoe uniek is die kou in december? Bekend is een uitzonderlijke vorstperiode van 26 november tot 6 december 1921. Toen vroor het op 5 december in De Bilt 16 graden! De gemiddelde temperatuur was die dag -8,6 . Berucht is ook de decemberkou van 1938, maar dat was iets later in de maand. Ik heb daar vorig jaar in het kader van extreme kou al eens iets over geschreven. En niet te vergeten 1933, toen er op 16 december een elfstedentocht gehouden werd. De koudeperiode duurde van 4 december (natuurlijk in het noorden een dag eerder) tot 18 december. In 1946 liep de eerste koudegolf van 14 tot 24 december, iets later dus.

pijl terug

Winterbulletin no. 9

(3-12-02) door Cees van Zwieten

Welk bordje?

Het is zo ver! Nee, niet die grote vorstperiode, waar we naar snakken; ook Erwin Krol kennelijk, maar dat vind ik wel leuk aan hem. Ik bedoel : mijn voorspelling voor deze winter. Ik heb er lang over nagedacht; winter 2002/2003 is geen gemakkelijke. Zoals ik al eerder opmerkte, ik vind deze winter eigenwijs. Wat is dat nu toch, een eigenwijze winter? Wel, voor mij is het menselijke eigenschappen toekennen aan een winter een kapstok om een aantal zaken te plaatsen. De achtergrond is, dat iedere winter volstrekt uniek is in mijn ogen. Iedere vergelijking met voorgaande winters gaat bij voorbaat mank, terwijl je toch niet aan de noodzaak van vergelijken ontkomt.

Mijn beeld van de winter is het volgende : zoals het verloop van de herfst heeft aangetoond heeft deze winter de potentie om de luchtcirculatie in Europa behoorlijk op zijn kop te zetten; oktober verliep licht gunstig en november was rustig. Bovendien was de circulatie bijna voortdurend afwijkend van de normaal overheersende westcirculatie en heeft de kou zich sinds half oktober gevestigd in noord-Europa. We zien een heel ander beeld dan vorig jaar, toen het zachte weer plotseling werd afgebroken door snelle drukstijgingen boven de Noordzee en zuid-ScandinaviŽ.Het gaat nu allemaal wel erg langzaam. De belangrijke periode van begin december laat dit zien : een vorstperiode lijkt heel traag op gang te komen. Het geeft mij de indruk, dat deze winter niet op deze manier tot een mooi resultaat komt. De bezem moet er nog een keer door.

Een ander aspect is mijn intuÔtie. Ik heb dat al in een eerder bulletin genoemd : winter van de gesmolten sneeuw. Ook heeft zich van mij een soort onrust meester gemaakt sinds eind september, toen ik winterse verschijnselen in de luchtstroming en het weer ontdekte. Dat zou leiden tot de gedachte, dat er twee gezichten aan deze winter zitten : een kwakkel- en een fel wintergezicht. Zo kom ik tot de volgende prognose :

Winter 2002/2003 pakt in ieder geval kouder uit dan de laatste twee winters. Hij zal sneeuw geven, kwakkelweer en een flinke kou-periode. Begin december gaat het geleidelijk naar lagere temperaturen, tegen kerst afgebroken door dooiweer (de bezem). Dan volgt een kwakkelperiode met soms sneeuw. Ergens in januari, ik vermoed rond de 20-ste keert de kou terug. Kans op periode met hevige kou met sneeuw, die doorloopt tot in februari. Daarna geleidelijk zachter weer.

Als we even terug gaan naar de situatie van vandaag, dan zien we , dat alle modellen de komende dagen een sterk hoog laten zien boven Lapland. Maar wat gaat ons dat brengen? Hier verschillen de modellen toch weer. Niet duidelijk is hoe snel het hoog weer afzakt naar het zuidoosten. Ook is niet geheel duidelijk waar de wind vandaan gaat waaien. Als die lucht gaat aanvoeren van de Oostzee, dan weten we het wel : weinig vorst. Jan Versteegt sprak heel beeldend over het ontbreken van een "trekpaard", waarmee hij een lagedrukgebied bij Portugal bedoelde. Zo'n laag kan de oostenwind flink aantrekken en daarmee voor snellere daling van de temperatuur zorgen. Het KNMI ziet ook niet meer dan een beetje lichte vorst de komende twaalf dagen. Schaatsen is er waarschijnlijk voorlopig niet bij. Bedenk ook dat het oppervlaktewater nog vrij warm is.Kortom, de bordjes zijn verhangen, maar het is afwachten welk bordje nu voor komt.

pijl terug

Winterbulletin no. 8

(1-12-02) door Cees van Zwieten

Bordjes verhangen.

Schaatsers, winterfanaten (-junks?), weergekken, baanglijders, 11st-tochters etc, etc, dit is altijd weer een spannende fase van de winter. Op 1 december begint de meteorologische winter en dat is dan ook het moment om met argusogen naar alle mogelijke voorspellingen te kijken. Worden de bordjes verhangen of niet? Het is nu mogelijk om de meest extreme voorspel-acrobatiek te vinden op internet. Ik bedoel niet mensen zoals ik, die alle gegevens op zich in laten werken en vervolgens hun conclusies trekken, maar computermodellen, die soms tot 384 uur vooruit aan het rekenen gaan. Ik ga er maar van uit, dat dat weinig zin heeft. Of laten ze meteen het weer van 22 februari berekenen, dan weet ik ook waar ik op die dag aan toe ben.

In het midden van de afgelopen week heeft in alle voorspellingen een fors hogedrukgebied op de kaart gestaan boven Lapland. Dat was er ook, maar het zakt helaas te snel naar het zuidoosten af. Een behoorlijk groot koudereservoir heeft zich boven ScandinaviŽ en Rusland gevormd. Vrijdag 29-11 rond de middag zag ik nog temperaturen van -37 in Lapland. Gaat het nu bij ons vriezen? Alle berichten wijzen op afkoeling maar beslist nog geen vorstperiode, want de kou zakt met het hoog mee naar het zuiden. We zien natuurlijk wel, dat de winter in het noorden van Europa steeds sterker wordt en het is nog onduidelijk, of de kou daar wordt opgeruimd. De vraag is, hoe dat dan verder gaat. In het volgende bulletin zal mijn beeld van de winter compleet moeten zijn. Voorlopig luidt het : een eigenwijze winter, die niet zonder winterweer voorbij zal gaan.

In een vorig bulletin maakte ik melding van de snelle afkoeling van de Botnische Golf. Inmiddels is de ijs- en watertoestand daar al iets verder/kouder dan normaal op deze datum (al scheelt het weinig). De eerste ijsvorming is bezig. Dat geeft wel aan hoe drastisch de bordjes daar zijn verhangen na de warme zomer van 2002. Ook dit zijn de zegeningen van internet : ik zat gisteren gewoon even in Finland te kijken op de site http://ice.fimr.fi/tilanne.html . (met dank aan Martijn Kuiphof). Zo is er ook een leuke site met gegevens over Finse wegen op allerlei tijdstippen van de dag, met foto's en temperaturen : http://www.tieh.fi/alk/english/frames/tiesaa-frame.html

Om 20.00 uur zit ik met mijn oren te klapperen bij het journaal. Wat zegt onze Krol : na woensdag krijgen we waarschijnlijk een lange vorstperiode. Ik weet niet of hij zijn idee baseert op de laatste berekeningen, maar ik kan het uit de gangbare voorspelmodellen nog niet duidelijk aflezen. Zou deze winter dan nu al met een eigenwijze zet komen? Spannend wordt dit, want zoals trouwe lezers wel weten, hecht ik waarde aan de weergebeurtenissen in de eerste decade van december. Worden de bordjes echt verhangen?

pijl terug

Winterbulletin no. 7

(25-11-02) door Cees van Zwieten

Op termijn.

Wie wordt er niet moe van het kijken naar de weerkaarten? Al dagen lijkt de drukverdeling vast te zitten. Een vrij onbetekenend hogedrukgebied sukkelt wat rond in het uiterste noorden van Europa, terwijl een lagedrukgebied als maar voor Ierland blijft liggen. Het resultaat is bekend : geen onstuimig herfstweer, maar ook absoluut geen winter. Op de kaarten van het ECMWF en UKMO zien we de komende dagen het hoog eerst naar Rusland afzakken, maar vervolgens zou er een nieuw hogedrukgebied ontstaan bij het noorden van ScandinaviŽ. De kaarten zijn te wispelturig om er nu al betekenis aan toe te kennen. (Al putten sommigen hoop uit droomkaarten van 14 dagen vooruit)

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat er op langere termijn, zeg midden december, toch kou zit aan te komen. Hoeveel dat zal zijn, dat is nog koffiedik kijken. Ik ga geen vergelijkingen trekken met andere jaren, dat levert alleen maar teleurstellingen op. Want reken er op : deze winter is eigenwijs. Hij doet dingen die je niet verwacht, of laat je wachten op dingen die uiteindelijk niet komen.

In november 2002 zien we geen miniwintertje als in 1962. Toen zagen we in november al opvallende afwijkingen in de algemene circulatie, die een sterke afkoeling in west-Europa teweeg brachten. Dit jaar is er een voortdurend iets te zuidelijk liggende straalstroom en een rustig en winters ScandinaviŽ. Die zuidelijke straalstroom zien we bij het ECMWF duidelijk voortgezet in de komende week. Je zou zeggen, dat dat op termijn iets moet opleveren. Op korte termijn zal ik mijn mening over deze winter gevormd hebben, zo rond begin december.

pijl terug

Winterbulletin no. 6

(20-11-02) door Cees van Zwieten

Eigenwijs.

Oostenwind en lichte nachtvorst. Maar in bokstermen : deze vorst is van de categorie "vlieggewicht". Nog geen graad onder nul, het zou oktober goed staan. Wat is er aan de hand? Boven Lapland heeft zicht geleidelijk een hogedrukgebied ontwikkeld. Het is niet zo'n geweldenaar en ontstond onder het regiem van een nog steeds zuidelijk liggende straalstroom. Deze afwijking van de straalstroom zien we al weken lang. Het geeft aan, dat er dit seizoen winterse afwijkingen
mogelijk zijn. Als we de kaarten van vandaag en de komende dagen bekijken, dan zien we het hoog in het verre noorden naar het zuidoosten wegtrekken; intussen breidt een lagedrukgebied zich richting zuid-Europa uit. Dat laatste is weer een gunstig teken. Het zal de afkoeling van Europa bevorderen.

Over afkoeling gesproken : ScandinaviŽ maakte een opvallende afkoeling door. Jan Visser merkte op, dat daar de herfst is overgeslagen. Na een warme zomer schoot het kwik in een maand door naar winterse waarden. Depressies krijgen geen voet aan de grond in het noorden van Europa. Het water van de Oostzee was eind augustus bijzonder warm : van 20 graden in het zuiden tot 16 in het noorden van de Botnische Golf. Op dit moment vinden we in de Botnische Golf al weer temperaturen van 1 ŗ 2 graden. Bij de kust van Duitsland ligt de temperatuur nog bij 8 graden. Boven dit relatief warme Oostzeewater zie ik op de weerkaart steeds een vrij lage luchtdruk, soms zelfs een ordinaire depressie. Dit fenomeen belemmert mede een doorbraak van koude lucht. We zullen daar nog wel een paar weken op moeten wachten, vermoed ik.

Deze november doet het op een andere manier. Ook nu afwijkende stroming, die echter niet zo duidelijk is als in 1962. Sterker nog, ik verwacht een heel ander soort winter. Deze winter heeft misschien een handicap in de vorm van het warme Oostzeewater, maar met een beetje inspanning kan hij daar overheen groeien. Hij zal ons wel de nodige sneeuw brengen. Of hij de kracht in zich heeft om tot een mooie vorstperiode te komen? Ik moet het nog zien. Tot nu toe is deze winter in mijn ogen eigenwijs. Voortdurend maar bouwen aan de kou in ScandinaviŽ en verder eigenlijk niets. Ik kan er nog niet goed uit opmaken welke kant het opgaat.

pijl terug

Winterbulletin no. 5

(16-11-02) door Cees van Zwieten

Onvermogen.

Terwijl november zich vrij rustig houdt en de kou zich in Finland en Rusland goed lijkt te vestigen, heb ik nog geen duidelijk beeld van deze winter. Ik kom daar aan het slot van dit bulletin nog op terug. De komende bulletins zal er een nieuw vast onderdeel komen. Het 1963-journaal. Oudere lezers zullen aan de winter van 62-63 herinneringen hebben. Het is een soort oer-winter waar alles in zat, wat je van een winter kan verwachten. Hij sloeg op vele fronten andere winters van de vorige eeuw. Op ťťn punt duidelijk niet : extreme temperaturen onder -20 kwamen niet of nauwelijks voor. (Eelde had bv op 9 januari 1968 een minimum van -21,1 , lager dan ooit in 62/63). Ik baseer mij in dit journaal op weerkaarten en gegevens van het KNMI en op eigen herinneringen.

November van dit jaar toont geen duidelijk tendens tot winterse afwijkingen. Wel zie ik een soort onvermogen van oceaandepressies om tot noord-Europa door te dringen. Voorlopig houd ik het op een kwakkelwinter met aardig wat sneeuw en een enkele echt koude uithaal. Dit kan natuurlijk tot schaatsen leiden, maar op veel reken ik niet.

pijl terug

Winterbulletin no. 4 door Cees van Zwieten

(12-11-02)

Gesmolten sneeuw.

 

Een moeilijke opgave is het om uit de indrukken van dit moment een visie op de komende winter te peuren. Ik zal een paar dingen noemen, die mij zijn opgevallen of te binnen zijn geschoten. Er zullen tegenstrijdige dingen in zitten, maar vooruit, het is nu nog niet anders. Wat te denken van het feit, dat in ScandinaviŽ al weken een afkoeling aan de gang is? Alle herfstachtige onrust moet bij de poort van ScandinaviŽ erkennen : de burcht van Thialf is te sterk. Dat het bij ons nog niet tot vorst van enige betekenis komt is alleen maar goed. We kennen de voorbeelden uit het verleden met vroege kou en een slappe winter.

Over winters met vroege kou gesproken, het is wel aardig om nog eens de winter van 1965-66 ten tonele te voeren. Ook daar was sprake van zeer vroege kou; een normale winter volgde; normaal qua gemiddelde dan. Op 12 november viel de kou binnen met een stevige oostenwind. Het leek eerder januari dan november. Na de eerste golf kwam er wat verzachting in het weer, gevolgd door een periode met af en toe sneeuw en meest licht vorst in de nacht. De afloop herinner ik mij nog goed : in de nacht van 21 op 22 november viel er in delen van Nederland, oa bij ons in Voorburg, een schitterend pak sneeuw, veroorzaakt door een kleine depressie (polar-low) die over de noordzee naar het zuiden trok. Ik hoopte op een voortzetting van de algemene circulatie. Het leek er ook even op, want in de loop van de dag diende zich in het weerbericht een nieuwe storing aan, die weer sneeuw zou brengen. Het werd ook een flink pak sneeuw, maar de depressie diepte zo uit, dat hij zijn koers kon verleggen naar het noorden. In zijn kielzog sleurde hij de echte dooi mee.

De winter van 65-66 kwam toch nog op tijd terug. Begin januari ging de atmosfeer in Europa opnieuw op slot. Er ontwikkelde zich een vorst periode van 18 dagen waarin het geleidelijk kouder werd. Rond 16 januari viel er lichte sneeuw bij 4 tot 7 graden vorst. Het waren schitterend grote kristallen, zoals ik ze daarna nooit meer gezien heb. Een paar dagen is het goed koud, met op18 januari -6 als maximum in De Bilt. In het zuiden van het land klaart het op boven de sneeuw en daar komt Maastricht op 17 januari met een maximum van -9 en een minimum van -16! Geschaatst heb ik ook in die maand, geen grote tocht maar het kleine polderwerk : slootje in , slootje uit.

Na de dooi-inval op 21 januari kwam de winter nog ťťn maal terug, nu met iets minder vorst. Op 9 februari viel in De Bilt de vorst in; toen vroor het in het noorden van het land al twee dagen en was er 25 mm neerslag gevallen. Het spektakel zat hem nu in de sneeuwstorm in het noorden van het land, bij een traag naar het zuiden schuivend koufront. Ik haalde de volgende beschrijving bij het KNMI : Eťn van de ergste ijzelsituaties kreeg Nederland in 1966. Vooral delen van Friesland en Groningen hadden vanaf 7 februari dat jaar een week te kampen met ijzel en sneeuw en daarna stak er een storm uit noordoost op. Langs de stationaire scheidingslijn tussen vrieslucht en zacht weer passeerde de ene storing na de andere met steeds wind en neerslag. Een strook van dertig kilometer breedte over het midden van Friesland kreeg circa 25 mm regen bij temperaturen onder nul. Door diverse draadbreuken viel de stroom uit, waardoor veel woningen in het donker en in de kou zaten. De sneeuwstorm isoleerde veel dorpen in Friesland en Groningen van de buitenwereld. Vervolgens kreeg ook de rest van het land te maken met sneeuw en ijzel. Na enkele koude nachten tot 22 graden vorst in Groningen, viel uiteindelijk op 19 februari 1966 de dooi in.

In het noorden werd dat in februari 66 nog een pittige vorstperiode van 11 dagen met een bijdrage aan het koudegetal in Eelde van 54 punten. Het werd daar op de 18-de nog -15,8. Het opvallende is, dat deze vorstperiode in de rapporten van Vlissingen nauwelijks terug te vinden is : 5 dagen met lichte vorst in de nacht en ťťn ijsdag. Koudegetal voor Vlissingen in die periode : 3,4 ! Voor de gehele winter kwam het koudegetal in De Bilt op 99,3 waarmee de winter van 65-66 op de 29-ste plaats kwam van koude winters in de 20-ste eeuw.
Bron : KNMI

De eerste decade van de huidige november heeft ons onweer bezorgd : op 7 november onweerde het in onze omgeving (Rotterdam) een paar keer. Dat lijkt niet zo gunstig, maar als het daar bij blijft, valt het nog wel mee. Mijn gevoel van de afgelopen dagen is, dat het een winter van de gesmolten sneeuw zal worden. Ik kan dat niet uitleggen, het is gewoon een gevoel, dat spontaan ontstaat bij het kijken naar de lucht.

Terug naar de situatie van dit moment : gisterenochtend in grote delen van ScandinaviŽ strenge vorst met ten noorden van Oslo -21. Ook vandaag weer overal winterkou in ScandinaviŽ, met uitzondering van het zuiden van Zweden en Denemarken. Volgens het ECMWF blijft ScandinaviŽ de komende week zeker nog gevrijwaard van zachte lucht. Er zal tegen zondag een hogedrukgebied(je) ontstaan boven ScandinaviŽ en noord-Rusland. De straalstroom zou zo gaan meanderen dat er een blokkade ontstaat. Hoe koud deze soep gegeten zal worden moeten we maar even afwachten. Voor een duidelijker beeld van de komende winter moeten we nog even wachten. Overigens : RŲder voorziet geen koude winter. Waarvan acte.

pijl terug

Winterbulletin no. 3 door Cees van Zwieten

(31-10-02)

Knallend record.

 

Late zomer, vroege vorst, het zegt allemaal niets, beste schaatsfanaten! Er is een mode, waar ik overigens ook flink aan mee doe, om in het verloop van oktober iets af te lezen voor de komende winter. Een oktober met mooi zacht weer aan het begin en een ongeveer normale temperatuurdaling van de eerste naar de laatste decade geeft statistisch een verhoogde kans op een strenge winter. Terloops gezegd: op zo veel durven we al niet meer te hopen; een winter met een behoorlijke vorstperiode is in deze warme tijden kennelijk al een luxe geworden.

Dat temperatuurverloop in oktober heb ik al eens nagekeken voor een paar strenge winters. De grote winters van 1947 en 1963 spoorden met het genoemde beeld. Maar ook twee andere winters heb ik op de oktober-fileertafel gelegd. In 1953 vertoonde oktober een lichte stijging van 11,7 in de eerste naar 12,3 in de laatste decade. Wat volgde was een niet strenge winter, maar wel ťťn met een elfstedentocht. Die werd gehouden aan het eind van een mooie vorstperiode tussen 24 januari en 7 februari, een periode met vrij veel strenge vorst in de nacht. Als geheel kwam die winter uit op een koudegetal van 112,8.
In oktober 55 zagen we een daling van ongeveer 3 graden, wat wel aan de bescheiden kant is. En die winter van 56 leverde ons de koudste maand van de eeuw op, met veel strenge en zeer strenge vorst en een elfstedentocht op 14 februari. Ook hier was de koude geconcentreerd in die ene periode, maar nu van 28 dagen. Koudegetal : 210,7.

In de afgelopen maand oktober zagen we een lichte daling van temperatuur, naar schatting zo'n twee graden. Dat geeft geen duidelijke aanwijzing. Wel werden we opgeschrikt door een bijzonder zware oktoberstorm; dat geeft mij geen goed gevoel. Wat ik wel als positief zie, is de neiging van de straalstroom (de sterke westenwinden op 5km hoogte) om wat meer het zuiden op te zoeken. Kortom : al weer geen richting voor deze winter. Bij andere voorspellers zie ik ook nog geen neiging tot verwijzingen naar winterkou, alle enthousiasme voor de noordelijke hogedrukgebieden, die ons begin oktober bezig hielden, ten spijt. Die hogedrukgebieden zorgden wel voor opvallende oktoberkou in ScandinaviŽ; leuk voor de Lappen, maar niet voor ons.

Nog even terug naar die winter van 54, mijn eerste schaatswinter, als klein jongetje op Friese doorlopers. Afgezien van wat winters gepruttel eind december en begin januari, was de koude voornamelijk geconcentreerd in die ene vorstperiode. Mijn persoonlijke herinneringen aan die winter zijn vaag. De elfstedentocht staat in de boeken als een van de mooiste uit de geschiedenis : schitterend weer met weinig wind en lichte vorst en een knallend record van Jeen van den Berg. Dat record heeft, als ik het goed heb, 31 jaar stand gehouden.

Uit de voorbeelden van 54 en 56 is te zien, dat er nog hoop is voor deze winter. Ik houd het vooralsnog op een winter, met verschillende mogelijkheden, ook een schaatsperiode. Koud, kwakkel- , zacht, streng? Ik zie het allemaal nog niet; en streng, tja, wat moet we in dit nieuwe klimaat streng noemen. Ik denk dat we het begrip "Strenge winter" maar eens opnieuw moeten definiŽren. De superwinters, zoals ze in de twintigste eeuw nog voorkwamen lijken erg ver weg.
Daar staat tegenover, dat niemand kan aantonen dat zeer koude winters en heftige vorstperiodes tot het verleden behoren. Zo'n periode als nu, vijf winters met geen of nauwelijks schaatsijs, zegt absoluut niet, dat het gedaan is met de schaatswinters.
We wachten er op!

pijl terug

Winterbulletin no. 2 door Cees van Zwieten

(9-10-02)

Vroege vorst.

 

Zet je schrap, beste winterzoekers, want dit wordt een lang bulletin. Opgehitst door nu al winters aandoende weersituaties, uiteraard nog zonder de daarbij behorende winterverschijnselen, zit ik eind september en begin oktober alert te turen naar de weerkaarten en naar de onrustig vanuit het noorden of noordoosten voortjagende wolkenpartijen. Ik zeg er nadrukkelijk bij : er valt geen voorspellende waarde toe te kennen aan het weer in september en begin oktober. Voorts, om eigen (voorspellend) werk maar even in het juiste daglicht te stellen : successen in het verleden zijn geen garantie voor juiste voorspellingen in de toekomst!

Het wordt een lang bulletin (en hopelijk ook een lange winter). Velen van jullie zullen al weer op de baan gestaan hebben, en mogelijk "in gesprek met het ijs" zijn. Ik ben zo ver nog niet, ik bouw dat altijd rustig op in de loop van oktober. En verder breng ik mijn algehele conditie op peil met hardlopen. Natuurlijk gaan de gedachten ook weer terug naar die halfbakken winter van vorig jaar, waarin een paar maal de hoop op natuurijs door onhandig opereren van Thialf om zeep werd geholpen. Zoals ik heb beloofd, kijk ik eerst nog eens terug op die winter om daarna voorzichtig te speculeren over de komende winter.

In het najaar van 2001 waren er voorzichtig optimistische geluiden te horen van o.a. Jan Versteegt en ondergetekende. Ons idee van de winter was gebaseerd op de ontwikkelingen in oktober en november. De verwachting was, dat het mogelijk een lange, koude winter (Jan Versteegt) zou worden en dat de kans op een te koude winter groter was dan normaal (ondergetekende). Zaten wij er geheel naast? Als we de ontwikkelingen tussen 6 december 2001 en 7 januari goed bekijken, dan zien we een maand waarin de luchtcirculatie boven Europa in winterse zin afweek van de doorgaans optredende westcirculatie. Het gevolg was, dat het in grote delen van Europa stevig winterde, en dat sterker en langduriger dan in voorgaande jaren. Toch kon deze winter bij ons geen vuist maken; ik noemde dat in mijn bulletins onhandigheid van die winter. Er zat net een kleinigheid fout in de positie van de druksystemen, genoeg om bij ons veel kwakkelweer op te leveren. Een paar kleine wapenfeiten voerde deze winter nog wel op in de tijd rond kerst en nieuwjaar : -17 in Nieuw-Beerta en 20 cm sneeuw plaatselijk in Drente.

In de loop van die winter heb ik mij soms positief uitgelaten over de schaatskansen. Het mocht niet zo zijn en de winter liet ons achter met een kater en een bedroevend laag wintergetal van 21,6 samen met 1995 (weet je nog wel, van die hoge waterstanden) op 21,8. Daarmee scoort de vorige winter op de 15-de plaats van de zachtste winters sinds 1901 en is hij ook zachter geweest dan 2000/2001. Al eerder heb ik de vergelijking met de hele 20-ste eeuw onjuist genoemd als het er om gaat de kwaliteit van de winter in perspectief van het klimaat te plaatsen, aangezien we inmiddels overtuigd zijn van een klimaatverandering. Ook als we deze winter vergelijken met de winters sinds 1971, dan komt hij behoorlijk zacht uit de bus : met het wintergetal van 21,6 laat hij van de 31 winters er maar 7 als zachter achter zich en kan gekwalificeerd worden als zacht. Als je dat vergelijkt met de zachtste en koudste, dan zie je hoe de verhoudingen liggen : de zachtste was 1989 met 1,9 en de koudste 1979 met 205,7. (Alle gegevens komen van het KNMI) De conclusie is, dat de voorspellers wel een punt hadden (de wintermaand in Europa); feitelijk waren we niet goed in staat de winter in Nederland te voorspellen. Dit zal ons er niet van weerhouden om er mee door te gaan!

En het weer gaat gewoon door met een opvallende september en begin oktober. Wat is er zo opvallend aan en welke betekenis heeft dit voor de komende winter? Het opvallende aan de laatste maand is de voorkeurspositie die hogedrukgebieden innemen : voornamelijk op het noorden van de oceaan en met name in de buurt van noord Noorwegen. Op 23 september noteer ik : Noordoosten wind met buien! Waar slaat dat op? Dit is een situatie, die zeer weinig voorkomt; en meestal betekent noordoosten wind mooi weer. Nu het gepaard gaat met kou en buien doet het mij ogenblikkelijk aan winter met sneeuw denken. In de avond zie ik een winterse gloed in de lucht. Dit zal wel te maken hebben met de typisch kleuren die optreden in schone lucht van noordelijke oorsprong. Nog een bijzonder bericht uit de laatste week van september : in MŁnchen is de eerste sneeuw gevallen en dat is record-vroeg. Je zou zeggen : als dit een tendens is die zich in de winter voortzet, dan gaan we wat beleven. Helaas ligt het zo simpel niet.

Inmiddels is het oktober geworden met in de eerste dagen prachtig nazomerweer. Zo hoort dat in deze tijd, want koud en slecht weer begin oktober is al een veeg teken. Vandaag hebben we een andere situatie, met een weertype dat meer aan winter doet denken. Een stevige oostenwind en relatief lage temperaturen. Over temperaturen gesproken : de eerste vorst is al gemeld met -0,2 in Eindhoven op 7 oktober en -2,7 in Eelde op 8 oktober. Dat is vroeger dan vorig jaar, toen de eerste vorst gemeld werd op 9 november; om maar te zwijgen van 2000 met de eerste vorst op 16 december! Boven noord Noorwegen heeft zich sinds enkele dagen een hogedrukgebied gevestigd met alle bekende gevolgen vandien. Ik weet het mensen, het zijn allemaal vrij zinloze weetjes. Mij inspireren ze wel om me op de winter te gaan oriŽnteren. Ik ben ook al een winterdagboek begonnen, iets wat ik de laatste jaren niet meer heb gedaan.

Wat betekent dit alles voor de komende winter? Ik durf er nog geen betekenis aan toe te kennen, want daarvoor is het echt nog te vroeg. Aan het eind van oktober valt er meer te zeggen. De punten van aandacht zullen zijn : zit er een behoorlijke daling in de temperatuur van begin naar eind oktober; wordt het niet plotseling al te koud; zijn er tendensen in de drukverdeling die afwijken van het normale. We zullen zien.

pijl terug

Winterbulletin no. 1 door Cees van Zwieten

(13-9-02)

Zomer..

 

Het is op dit moment zomer, dat wil zeggen nazomerweer. Want het is net hoe je het bekijkt : de meteorologen rekenen de zomer van 1 juni tot 1 september terwijl er ook een gebruik is om van 21 juni tot 21 september van zomer te spreken. Volgens de meteorologen dus : nazomerweer. En stiekem, achter het nazomergevoel, sluimert de gedachte aan winter. Bij sommige weermensen treed die zelfs onbeschaamd op de voorgrond, zoals bij Jan Visser in Trouw van gisteren; daar kom ik zo nog op terug.

Wat een zomer! Hij was weer duidelijk te warm volgens de nieuwe gemiddelden. Maar het meest opvallende was natuurlijk weer die overvloed aan (plaatselijke) regen. Ik ben zelf de dans in Oost-Duitsland ontsprongen door op 10 augustus daarvandaan, overigens lang van te voren gepland, te vertrekken naar huis. We hebben het in huis dit jaar droog gehouden, dit in tegenstelling tot vorig jaar, toen we tweemaal wateroverlast hadden.

Het is al vaak gezegd : de aanwijzingen voor een warmer klimaat worden steeds talrijker; en daarbij zal ieder graad temperatuurverhoging voor 10% meer neerslag zorgen. Dat stemt wederom niet tot vreugde voor de winterliefhebbers, maar laat ik nog niet op de zaken vooruitlopen. De winter komt aan de beurt in het volgende bulletin, waarin ik nog even de vorige winter en de voorspellers zal evalueren.

Met de R in de maand komt dat typische nazomer gevoel : het is prachtig, maar het is nu wel een keer genoeg. Ik geniet in ieder geval wel van de frisse ochtenden, want we hebben de afgelopen 6 weken een behoorlijke portie warmte gehad met veel zachte, klamme en zwoele nachten. En toen was daar weer Jan Visser in Trouw, met de volgende opmerking bij de ontwikkelingen : "...dat zou een mooi scenario voor januari zijn ...". Het ging over een hogedrukgebied boven ScandinaviŽ (niet van die plaats weg te slaan in de zomer) dat zich ging verplaatsen naar het westen. Het is waar, in januari zou dat mogelijk tot winters spektakel leiden. Hoe dat vorig jaar ging weten we nog wel : een pijnlijk gebrek aan echt winterweer bij ons, ondanks de hogedrukgebieden.

Voor winterse voorspellingen is het veel te vroeg. Begin oktober komt het volgende bulletin met een terugblik op de vorige winter en een heel voorzichtige blik naar de toekomst.

pijl terug

schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact