Het Winterbulletin
door Cees van Zwieten.
schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact

**Meldpunt**
**natuurijs**

Veilig schaatsen
IJsvorming
IJsbanen
Weerlinks
Winterverwachting
Seizoen 11-12
Historie
Klimatologie
Archief


Home
Terug



Het copyright van deze site en haar inhoud, voor zover niet anders vermeld, berust bij Johan Grootveld.

Overname van afbeeldingen of teksten alleen na toestemming, met link en bronvermelding.

Site design:
Johan Grootveld / Havensoft


Cees van Zwieten combineert zijn visie op ijskansen en winterweer met die van de verschillende erkende meteorologische instituten.
Op onregelmatige tijden verschijnt er een Winterbulletin, telkens als het weer daartoe aanleiding geeft. De nieuwste altijd bovenaan. Oude bulletins vindt u in het archief.

IJspluim : de ijsverwachting van het KNMI.
Actueel : actuele gegevens van KNMI-stations.
Aktuele gegevens van Rotterdam zijn te vinden onder aan deze pagina. Het Dagboek 1963 staat volledig op de site, nu ook met een paar foto's; het Dagboek 1979 nu t/m 20 maart. Alle dagboeken zijn te lezen via de link : Historie .

pijl terug

Winter 2011-2012

Winterbulletin no 12 door Cees van Zwieten

(25-1-2012)

De winter komt!

Het roer gaat om. De Siberische krachtpatser gaat de komende dagen zijn invloed richting west Europa doen gelden. Siberische kou? Snel op de schaats? Dat is nog de vraag, hoe snel en heftig het gebeurt. Wel geven intussen GFS en ECWMF aan dat het zeer waarschijnlijk is dat maandag koude vrieslucht ons land gaat bereiken. De ijspluim van het KNMI wijst op 3 tot 7 cm ijs op vrijdag. Dat is ver weg en dus onbetrouwbaar. De kans op schaatsen tegen het eind van volgende week zit er in ieder geval dik in.

Al dagen lang lieten de modellen ons een vorm van invallen van de vorst zien op a.s. maandag. Dit wordt nu consequent volgehouden en steeds meer leden van het ensemble gaan mee met deze ontwikkeling. Beide modellen laten de luchtdrukreus met een kernwaarde van 1055 to 1060 hPA zich uitbreiden in de richting van Scandinavie. Te verwachten is dat zondag de wind als gevolg daarvan uit het oosten gaat waaien. Daarmee wordt geleidelijk koudere lucht aangevoerd, waarin maandag al de temperatuur de gehele dag onder 0 zal blijven in het grootste deel van ons land. Een groot koudereservoir met diepe winterkou boven Rusland gaat opdringen naar het westen. Of deze extreme kou ons kan bereiken is nog allerminst zeker. We wachten met spanning de ontwikkelingen af. Maar zoveel is nu wel zeker: de winter komt!

Winterbulletin no 11 door Cees van Zwieten

(24-1-2012)

1060 hPa

Weinig nieuws vandaag. Nog geen zekerheid over de ontwikkeling in de volgende week. Het Amerikaase model GFS is een beetje wispelturig maar het Europese model is standvastig en laat in het merendeel van de oplossingen toch vanaf maandag de kou geleidelijk binnen stromen onder regie van een luchtdrukgigant boven Noord Rusland waarin de kerndruk mogelijk tot boven 1060 hPa oploopt. Zekerheid is er nog niet. De kansen op winter in de volgende week zijn nog steeds aanwezig. Ik zie ze licht stijgen maar ben nog niet overtuigd.

Winterbulletin no 10 door Cees van Zwieten

(23-1-2012)

Opdringerige beer.

Winterminnend Nederland begint nerveus te worden. Mede aangemoedigd door ietwat opgeklopte berichtgeving hier en daar is de indruk ontstaan dat we volgende week maandag volop in de winter zitten. Is die nervositeit terecht? Laat ik toegeven dat ik inmiddels ook ga denken aan de mogelijkheid van een winterse periode. Dat betekent niet, dat ik een vorstperiode kan aankondigen. Daarvoor is het te vroeg en is de uitvoer van de weermodellen nog te wisselend. We hebben het wel over een termijn van een week; en die termijn is voor dit soort weersomslagen niet erg betrouwbaar.

Waar staan we nu? De in eerdere bulletins genoemde ontwikkeling van een siberisch hogedrukgebied heeft inderdaad geleid tot een standvastig druksysteem, dat nu met een luchtdrukwaarde van ruim 1048 hPa boven Rusland ligt, ongeveer bij de Oeral op plm. 55 graden NB. Het ligt op dit moment te ver weg om veel invloed op ons weer uit te oefenen. Daar kan op termijn verandering in komen.

Intussen is de vaart weer uit de westcirculatie. Een met vrij koude lucht gevulde depressie trekt over de Oostzee naar het zuidoosten. Een nieuwe depressie zal bij IJsland blijven hangen; de invloed ervan zal niet tot ons land doordringen, doordat drukstijgingen boven Scandinavie en midden Europa en barriere gaan vormen. Aanstaande donderdag zal het Russische hogedrukgebied naar het wesent zijn uitgebreid en de kern zal dan met ruim 1050 hPa boven het noorden van Europees Rusland liggen. Het heeft een duidelijke zonale orientatie, wat betekent dat aan de zuidflank een koude oostelijke stroming gaat doordringen tot Europa.

Er blijven voor ons wel mitsen en maarren. De weermodellen geven na a.s. donderdag allemaal een neergang van de temperatuur te zien. Op langere termijn zijn de weermodellen niet eenduidig in de oplossing, zoals altijd. Er zijn oplossingen die aangeven dat de koude stroming ons in of na het weekend zal bereiken. Het zou tot sterke transportkou kunnen komen. Andere oplossingen van de modellen laten ons zien dat het ook met een sisser kan aflopen. Van belang in de ontwikkeling is hoe de drukverdeling in Europa er uit gaat zien. Wordt het azorenhogedrukgebied opgeslokt en wordt de druk boven Scandinavie en de Noordzee hoog genoeg? Wordt de druk in het middellandse zeegebied en de Balkan laag genoeg? Of komen we in varianten terecht die de kou slechts naar het zuiden afvoeren?

Het is te vroeg om daarover een uitspraak te doen. Tegen of in het weekend zal een klein lagedrukgebied over de Noordzee naar het zuidoosten trekken. Tot die tijd hebben we met wisselvallig en (vrij) zacht weer te maken. Wat daarna gebeurt is cruciaal voor de verdere ontwikkelngen. Intussen doet de Russche beer van zich spreken op een manier die ik lang niet op de weerkaarten gezien heb. Een opdringere beer, die zich kennelijk breed wil maken boven noord Europa; of hem dat lukt? Laten we het hopen; daarvoor moeten alle puzzelstukjes wel eerst een keer op zijn plaats vallen. En laat ik erbij zeggen: als het lukt in de overgang van januari naar februari, dan zie ik wel een lange koude periode in het verschiet.

Winterbulletin no 9 door Cees van Zwieten

(18-1-2012)

Koudegetal 1,3

Het zo ver: de eerste punten voor het koudegetal zijn binnen. Voor wie het idee van koudegetal nog niet bekend is geef ik nog weer eens een toelichting. Om een indruk te krijgen van de hoeveelheid vorst in een winterseizoen bedacht de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann (3 juli 1854 - 21 februari 1939) het koudegetal, naar hem ook wel het Hellmanngetal genoemd. Meestal met H aangeduid, en soms ook met K. Zijn gedachte was dat vorst pas duidelijk invloed krijgt als de gemiddelde temperatuur in een etmaal onder 0 is. Hij berekende het koudegetal door dit etmaalgemiddelde van het minteken te ontdoen. Voor het hele seizoen worden al die etmaalgetallen opgeteld. Zo ontstaat het koudegetal voor de hele winter, gerekend van 1 november t/m 31 maart.

Voor dit jaar vinden we in De Bilt tot nu toe het volgende: op 16 januari was de gemiddelde temperatuur -1,0; op 17 januari gemiddeld -0,3. Optellen geeft K=1,3. Dat is de huidige stand voor deze winter; voor de winterliefhebber bedroevend laag. Een koude winter heeft, volgens de oude indeling, een koudegetal groter dan 100. In die indeling, die in het oude klimaat van midden 20-ste eeuw is opgesteld, is een winter met een koudegetal tussen 40 en 100 een normale winter. Vorig jaar beleefden we dus een normale winter met K=84,5. Volgens de huidige klimatologische normen zal hij waarschijnlijk koud genoemd moeten wordem. De winter van 2009-2010 geldt volgens de oude normen ook als normaal met K=94,7. Volgens het huidige klimaat zou ik zeggen: een koude winter, maar zeker niet streng, wat er ook hier en daar over gezegd wordt.

Al die opmerkingen over strenge winters van de afgelopen jaren zijn op zijn zachts gezegd overdreven. Het toont wel aan hoezeer wij koude of strenge winters ontwend zijn. 1996 was de laatste echt koude winter en 1997 de laatste met een spraakmakende vorstperiode met elfstedentocht. Het waren wel opvallende winters in 20010 en 2011 na een lange reeks normale tot zachte winters. Maar dan vooral door de overvloedige sneeuwval, die we ook ontwend waren. De winter van 2009-2010 zorgde voor een langdurig sneeuwdek in het noorden en oosten van het land. En 2008-2009 dan? Dat was een gemiddelde winter met K=56,5. Wel mooi, dat vrijwel alle vorst geconcentreerd was in 1 periode: 26-12 t/m 11-1. Daarin liep K op van 0,5 tot 51,5; gemeten in De Bilt. Het noordwesten inclusief Friesland kwam er slechter vanaf door zwakke dooiaanvallen vanuit het noordwesten. In het zuidoosten was het kouder dan in De Bilt. Maastricht kwam in die periode tot K=73,9 en Ell tot K=83,8. Tot de verbeelding sprak ook het minimum in Ell op 6 janaari boven een vers sneeuwdek: -20,8. Meer informatie over koudegetallen is te vinden op: Hellmann en winters

Terug naar de toestand van vandaag. Na een paar dagen met licht winters weer is het afgelopen met aspiraties van deze zgn. horrorwinter. Zoals te vrezen viel, laten vanaf vandaag depressies zich weer gelden. Te verwachten is dat de wisselvalligheid de komende week weer volop terug zal zijn. Uitzicht op vorst is er dus niet. Een volgend winterbulletin zal verschijnen als dat uitzicht weer enigszins terug is. Hopen we op februari? Het zou kunnen. Een koudegetal van 1,3 is wel heel laag voor een winter; de zachtste van de afgelopen 110 jaar, die van 1989, bracht het nog tot 1,9. Maar dat geldt als extreem zacht.

Tenzij anders vermeld betreffen temperaturen en koudegetallen De Bilt.
Bron: KNMI

Winterbulletin no 8 door Cees van Zwieten

(16-1-2012)

Matige vorst

In de nacht van zaterdag op zondag viel het nog tegen met de vorst. De afgelopen nacht zag het er beter uit. Zelfs matige vorst in Twente. Het minimum bedroeg daar -6,2. Zoals zo vaak in heldere nachten kwam in Twente de laagste temperatuur voor. Ook in Eelde en Woensdrecht kwam het kwik iets beneden -5. In de rest van het land was de vorst licht. Op veel plaatsen is het eerste ijs al gemeld. In Friesland werden op veel plaatsen temperaturen tussen -4 en -5 gemeten. Ondieper water vertoonde een dun laagje ijs. Rotterdam gaf -3,6 als minimum en De Bilt -3,4.

Je zou wensen dat dit het begin is van een vorstperiode. Dat is het helaas niet. Een hogedrukgebied aarzelt nog wat boven onze omgeving, waarbij koudere en drogere lucht is binnengestroomd in het weekend. Vandaag gaan de maxima naar +4 tot +5 en in de komende nacht zal het weer op uitgebreide schaal vriezen met opnieuw plaatselijk matige vorst, mogelijk tot -7 of -8 in het oosten en noordoosten. Daarna gaat de temperatuur opwaarts. Wat betreft het koudegetal zal het blijven bij 1 of 2 punten in De Bilt. Iets meer in het noordoosten en vrijwel niets in het zuidwesten.

Op de korte tot middenlange termijn ziet het er naar uit dat een oceaandepressie zijn invoed naar onze omgeving uit gaat breiden. De wind draait naar het westen en op donderdag is de vorst er weer helemaal uit. Langdurig zacht weer zit er echter niet in. De depressie trekt over Denemarke naar het zuidoosten en snijdt daarme de pas voor zeer zachte lucht af. Het is zelfs mogelijk dat de wind rond het weekend naar noord tot noordoost draait waarbij vrij koude lucht binnen stroomt. Wat er precies gebeurt, is op die termijn niet te zeggen. Voorlopig is de verwachting dat het wiselvallig weer blijft. Het lijkt erop dat het Russische hogedrukgebied depressies de voet dwars zit. Mogelijk trekt een volgende depressie via een nog zuidelijker baan over Europa naar het zuidoosten.

De laatst geschetste ontwikkeling zou gunstig zijn voor kou in onze omgeving. Zeker is deze allerminst en een koudeperiode met oostenwind is nog niet te vinden in de verwachtingen op langere termijn. Eigenlijk zouden we beter nog kunnen zeggen: na 5 dagen is het koffiedik kijken. Tot die tijd gaat de temperatuur iets omhoog en vervolgens weer iets omlaag met opnieuw kans op vorst in de nacht. Kwakkelen dus. Voor nu: we genieten maar even van de wintersfeer met eindelijk een beetje echte vorst. De schaatsen van de meesten van ons kunnen voorlopig alleen op kunstijs gebruikt worden; misschien zal er in Friesland ergens op een weiland gereden worden.

Winterbulletin no 7 door Cees van Zwieten

(14-1-2012)

Eerste vorst!

Heel lang heeft de meteorologische winter het volgehouden met zacht weer; de winter verliep vrijwel vorstloos. In De Bilt kwam het op 19 december tot -0,1. Vorst dus; nachtvorst van het allerlichtste soort. Ik weet het, het was niet de eerste vorst van het seizoen, want in november kwam al 8 keer lichte nachtvorst voor, varierend van -0,2 tot -1,5. Dat het in de eigenlijke wintermaanden tot aan 15 januari vrijwel vorstloos bleef is wel opmerkelijk. De extreme zachte winter van 1989 kwam nog tot drie nachtvorsten in deze periode.

Kijk ik naar mijn eigen regio, dan zie ik dat het op luchthaven Rotterdam nog helemaal niet gevroren heeft. Een temperatuur van 0,0 was de laagste die daar gemeten is sinds 1 december. Maar ook hier vroor het al in november, te weten op 4 dagen met een minimum van -3,1 op de 16e. November was vrij zacht, maar hier waren naast zeer zachte perioden ook koudere te vinden, vooral in het midden van de maand.

Ook in januari was het zacht. Met een gemiddelde van 7,7 was januari tot nu toe ongeveer 3,5 boven normaal en zachter dan november (7,2) en December (6,5). Maar daar komt nu zachtjesaan verandering in. De aanvoer van zachte lucht naar ons land is nu afgesloten. Zoals verwacht trekt een depressie over west Rusand naar het zuidoosten. Daarachter stroomt koude lucht naar midden Europa en de Balkan. In de Alpen, met name in Zwitserland en het westen van Oostenrijk worden komende nacht zeer lage temperaturen verwacht, tot omstreeks -20.

Ons land krijgt zijdelings met deze kou te maken. Niet erg koud wordt het, maar de temperaturen gaan de komende dagen een paar graden omlaag. Een hogedrukgebied komt boven ons land te liggen en breidt zich iets naar het oosten uit. Geleidelijk wordt iets drogere lucht aangevoerd waarbij het in heledere nachten een paar graden kan vriezen. Helaas komt er geen noordelijke verbinding tot stand tussen het hogerukgebied in onze omgeving en het Siberische hoog. Dit hogedrukgebied vormt zich, zoals al eerder verwacht werd, door hogedrukimpulsen vanuit de poolzee. De kern wordt woensdag met een luchtdrukwaarde van ongeveer 1050 hPa boven het westen van Siberie verwacht.

Het is waarschijlijk dat dit siberische hogedrukgebied langer op die plaats blijft liggen. Voor ons weer betekent het pas iets als de luchtdruk boven noordwest Europa gaat stijgen. Dat dit gebeurt is vooralsnog niet waarschijnlijk. Een belangrijke mogeljkheid is, dat opdringende oceaandepressies het heft weer in handen nemen en alle winteraspiraties van tafel vegen. Zowel het Amerikaanse als het Europese model kunnen daar echter op termijn geen uitsluitsel over geven. Te verwachten is dat de temperatuur na maandag weer omhoog gaat om vervolgens in de loop van de week weer iets te dalen. In alle koffiedik ziet het KNMI dan nog 40% kans op te koud en wiselvallig weer vanaf zaterdag 22 januari.

Jawel, de eerste vorst van deze winter komt vannacht binnen. Als ik dit schrijf, om 21uur 20, zie ik op luchthaven Rotterdam een gemeten minimum temperatuur van -0,2. Woensdrecht komt al tot -1,8 en de verwachting is dat het op veel plaatsen tot lichte vorst komt. De eerste vorst pas op 14 januari, het moet toch ook niet gekker worden. Waar het toe gaat leiden zien we volgende week wel weer. Het einde van een heel lange periode met zacht weer wordt in ieder geval afgesloten.

Bron gegevens van Nederland: KNMI
Tenzij anders aangegeven zijn het gegevens van station De Bilt.

Winterbulletin no 6 door Cees van Zwieten

(11-1-2012)

Poolwervel

De weermodellen zijn een beetje in verwarring. Gisteren werd ons nog een grote kans op een terugkeer van de westcirculatie voorgeschoteld, maar vandaag spuwen de computers weer kaarten uit die op de lange duur naar winterkou gaan. Op de lange duur, dus op de onbetrouwbare termijn. Zeker bij de ontwikkeling van luchtdrukblokkades zijn de weermodellen meestal niet in staat om de ontwikkelingen op een termijn van meer dan 5 dagen goed aan te geven. Dat de operationele run zowel van ECMWF als van GFS geleidelijk meer kou voorspellen over een dag of 10 moeten we even met een korrel zout nemen en wachten of dit over een dag of vier nog in de verwachtingen zit.

Op de termijn van 5 dagen is wel zeker dat de temperatuur omlaag gaat. Met noordwestenwind wordt vanaf vrijdag koudere lucht aangevoerd (of moet ik zeggen : minder zachte?) onder invloed van een depressie die over Scandinavie naar Rusland trekt. Heel snel komen we dan onder invloed van een hogedrukgebied, waardoor de temperatuur door uitstraling wat verder gaat dalen. Vorst in de nacht staat ons voor zondag en maandag te wachten. Echt koude lucht kan ons niet bereiken; deze stroomt achter de depressie in de richting van de Balkan.

Intussen zijn er wel interessante ontwikkelingen aan de gang. Een depressie bij Kamchatka stuwt zachte lucht in de richting van de poolzee bij de Beringstraat. Dat lijkt ontzettend ver weg, maar het is van invloed op de ontwikkelingen op het noordelijk halfrond. Er ontstaat door deze zgn. warmte-advectie een krachtige rug van hogedruk in dat deel van de Poolzee. Er ontstaat omstreeks 15/16 januari een sterk hogedrukgebied dat zich uitbreidt en over de poolzee verplaatst in de richting van west Siberi‘. In de verwachting van gisteren zag het er naar uit, dat dit hogedrukgebied ongunstig kwam te liggen. Vandaag zien we bij GFS een ontwikkeling geschetst, waarbij een krachtige rug van hoge luchtdruk boven onze omgeving verbinding krijgt met dit Siberische hogedrukgebied dat dan in de kern een luchtdrukwaarde van ongeveer 1050 hPa zou hebben. En dat zou op termijn een koude oostelijke stroming op gang moeten brengen. De komende week zal de kou in Scandinavie en Rusland wel toenemen. Een gunstige randvoorwaarde voor een mogelijke kou-inval bij ons.

Op zich is een hogedrukgebied in het noordpoolgebied altijd een interessant fenomeen, aangezien er normaal een krachtig lagedrukgebied ligt, de zogenaamde poolwervel. Zo lang deze poolwervel krachtig is hebben wij doorgaans te maken met een sterke westcirculatie. We hebben dat in de periode 25 november tot 8 januari kunnen ondervinden. Nu deze poolwervel wordt verdrongen of gesplitst komen er kansen voor winterweer bij ons. Of het daadwerkelijk tot een vorstperiode komt is nog zeer de vraag. We wachten de ontwikkelingen nog even af.

Winterbulletin no 5 door Cees van Zwieten

(8-1-2012)

Wintermenu

Bijna zes weken keken we tegen een uitzichtloze situatie aan. Maar er is nieuws: de weermodellen van GFS (Amerikaans) en ECMWF (Europees) laten voor het eerst weer mogelijke ontwikkelingen zien die meer kou Europa binnen brengen. Europa, ja maar dan het uiterste noorden. Door drukstijgingen ten noordwesten en noorden van Noorwegen brengen Siberische kou iets naar het westen. Vooral in noord-Rusland en Scandinavie zou het daardoor over een week een stuk kouder gaan worden. Dat deze kou ook ons land bereikt is vooralsnog niet erg waarschijnlijk.

Bovenstaand verhaal is gebaseerd op de hoofdrun (oper) van beide modellen. En dan op een termijn van 7 dagen. In het ensemble, de berekeningen met kleine variaties in de beginwaarden, zien we echter het grootste deel daarvan niet mee gaan in deze ontwikkeling. Met andere woorden: het is onzeker wat er gaat gebeuren; het KNMI gaf vanochtend aan dat er 20% kans is op beduidend kouder weer met temperaturen meest onder 0.

De betekenis van deze verwachtingen is vooral dat de vaart eruit is bij de westcirculatie. Dat betekent dat er ruimte komt voor allerlei andere ontwikkelingen, zonder dat dit perse tot winterse situaties zal leiden. Het is het einde van een lange periode met veel westenwind en veel regen. Dat geeft hoop voor de tweede helft van de winter. En dat er veel regen is gevallen, dat hebben we de afgelopen dagen gemerkt. Daarbij kwam die noordwesterstorm die het zeewater ongeveer 2 meter opstuwde in de Noordzee. Een lastige en onder omstandigheden een gevaarlijke situatie, als het water van twee kanten komt. Het resultaat was dit keer te overzien: hier en daar een paar natte voeten en kelders.

In de winter van 1985 beleefden we van 7 op 8 januari een extreem koude nacht. Een prachtig begin van de winter met invallende koude poollucht die op 4 januari over Scandinavie over ons land uitstroomde met sneeuwbuien. Op 5 januari vroor het plaatselijk al meer dan 15 graden; de minima van die ochtend: De Bilt -14,4 , Maastricht -15,0 , Rotterdam -15,7 , Twente -16,0 en Eelde -17,4. Zo, die winter stond meteen. Na het passeren van een actief polar low (kleine sneeuwdepressie) vanuit de Noordzee over Belgie, draaide de wind opnieuw naar het noordoosten en stroomde extreem koude en droge lucht ons land binnen. Overdag bleef het matig tot streng vriezen met maxima van -8,7 in Rotterdam tot -11,4 in Twente.

De daarop volgende nacht naar 8 januari leek voorbestemd voor het breken van het Nederlands kouderecord (-27,4): de wind viel bijna weg, het was helder, er lag een pak sneeuw en de lucht was tot op grote hoogte bijzonder koud. Dat het net niet lukte, kwam door het aantrekken van een zuidenwind en mogelijk ook wat lichte bewolking. Spraakmakende minima werden gemeten; Twente kwam tot -21,8 en Deelen tot -24,2. Weeramateurs vonden op de Veluwezoom omstreeks 2 uur in de nacht een temperatuur van -27,3! Aan de grond -32!

Dergelijke temperaturen van omstreeks -25 zijn zeldzaam in Nederland. 27 januari 1942, 16 februari 1956, 13 januari 1968, 4 januari 1979 en 8 januari 1985, dan hebben we het ongeveer gehad in de laatste 70 jaar. Menigeen zal verbaasd zijn over de datum van 13 januari 1968. Toch geen koude of strenge winter? Dat klopt, maar na het vallen van zware sneeuwbuien klaarde het in koude lucht op en in de windstilte bereikte Dedemsvaart op 13 januari de uitzonderlijke waarde van -24,1. Twente: -21,0. Heel bijzonder is de serie nachtelijke minima in Ten Post, van 2-1-79 t/m 5-1-79: -23,3 ; -22,1 ; -24,7 ; -23,7.

Het wintermenu van dit moment bevat voorlopig zacht weer met temperaturen overdag en in de nacht flink boven 0, met een tendens tot daling naar het eind van de week toe. Het blijft vrij rustig weer door de nabijheid van een hogedrukgebied waarvan de kern nu ten westen van Bretagne ligt. De komende dagen trekt het richting vasteland waarbij een depressie tussen Groenland en IJsland naar het westen trekt. Dit systeem trekt vrijdag over Scandinavie in de richting van west Rusland. Het ziet er naar uit dat de luchtdruk er achter sterk gaat stijgen. In welke mate dit een stroom koude lucht op gang brengt is onzeker. De laatste run van ECMWF laat al weer een iets minder gunstige ontwikkeling zien. Nieuw is een dergelijke ontwikkeling wel in deze winter. Zou de echte winter dan toch nog komen?

Winterbulletin no 4 door Cees van Zwieten

(4-1-2012)

Horrorwinter

December is een echte herfstmaand geworden. De gemiddelde temperatuur was 6,5 en dat is bijna 3 graden warmer dan het klimatologisch gemiddelde over 1981 t/m 2010. December is de vervanger van november geworden: veel wind en regen en een temperatuur die normaal is voor November. Niets was te bespeuren van winterweer; formeel kan 19 december gelden als de enige vorstdag met een minimum van -0,1. Wat dat betreft is deze december een copie van december 1974. De wat ouderen onder de lezers zullen zich misschien die vreselijke winter van 75 herinneren: december en januari brachten geen vorst en alleen in februari kwam het koudegetal nog tot iets. Iets, veel was het niet met 3,2 koudepunten verspreid over 4 dagen in de periode van 5 t/m 16 februari 1975.

We waren de afgelopen jaren gewend geraakt aan winterweer in december. In 2007 een weekje vorst met mist, wat tot enig schaatsvertier leidde. In december 2008 begon op 2e kerstdag een mooie vorstperiode, met name in het zuiden van het land; in een groot deel van het land werd toen op grote schaal geschaatst. En dan 2009 en 2010: echt winterweer met veel sneeuw in december. Alsof het te veel is geweest en we dat nu moeten bezuren. Nee, het weer is grillig en kan heel verschillende kanten op.

Ook elders in Europa is het slecht gesteld deze winter. Alleen het alpengebied komt goed weg met veel sneeuw in de afgelopen weken. In Scandinavie en Finland: veel te zacht in December. Ook in Moskou wilde het niet vlotten; december was met een gemiddelde van -0,1 zeer zacht: 5,3 boven normaal. Er sneuvelden zelfs datumrecords en wel op 26, 27 en 28 december. De temperaturen liepen op tot 3,6 op de 26-ste, tot 5,8 op de 27-ste en tot 5,7 op de 28-ste. De oude records dateerden van 1980 en 1898.

Het is om treurig van te worden, maar dat zijn de grillen van ons klimaat. Dat intussen het Japanse eiland Hokkaido overspoeld wordt door Siberische kou, het geeft de Japanners veel sneeuw maar het levert ons niets op; bij ons heerst een buitengewoon krachtige westcirculatie, die nu al een week of 5 aanhoudt. Heel lang brachten de weermodellen ons tot op de uiterste termijn van 15 dagen vrijwel niets anders dan voortgang van het huidige patroon: afwisseling van temperaturen omstreeks normaal met temperaturen (ver) boven normaal. Geen virtuele winter in de lange termijnkaarten. Dat is opvallend, want virueel winterweer is vaak wel aanwezig in de langetermijnverwachtingen; ze komen echter meestal niet uit. Maar zelfs dat was er de laatste weken nauwelijks te bespeuren.

Kortom: eigenlijk geen nieuws sinds mijn vorige bulletin van 7 december. Zelfs de vooruitzichten blijven onveranderd herfstachtig. Tot half januari is er geen enkel uitzicht op wezenlijke verandering. Het is een vreselijke winter tot nu toe. De eerste dag van januari was het meteen al extreem zacht. Gisteren vielen er slagregens als was het zomer. Bij mij ging het zicht in de regen tijdelijk terug naar niet meer dan een kilometer, misschien zelfs maar 500 meter. In de avond een bui met twee flinke onweersslagen. Misschien is de term horrorwinter nog wel het meest van toepassing.

Weten we het nog? 15 jaar geleden, natuurlijk weten we dat nog. Het was de dag van de laatste elfstedentocht: 4 januari 1997. Het was een van de mooiste vorstperioden uit onze recente geschiedenis. Ook na de elfstedentocht ging de vorst nog een week door. De vorstperiode duurde in De Bilt 23 dagen, van 21 december t/m 12 januari, waarbij een koudegetal van 127 werd opgebouwd. Van 31 december t/m 11 januari was er sprake van een koudegolf met 6 etmalen waarin strenge vorst (<-10) werd gemeten. Op 2 januari zelfs zeer strenge vorst in De Bilt met een minimum van -16,0. Ik tel in de vorstperiode 18 schaatsdagen achtereen, en voor een deel van het land is dat nog een voorzichtige schatting. Daar komt bij, dat er op veel plaatsen nog weken na afloop van de officiele vorstperiode geschaatst werd. Een superschaatswinter!

Bron gegevens van Nederland: KNMI
Tenzij anders vermeld zijn het gegevens van station De Bilt.

Winterbulletin no 3 door Cees van Zwieten

(7-12-2011)

Inhaalslag

Winter op de kalender, volgens de meteorologische indeling. Meteorologen rekenen van 1 december t/m 1 maart tot de winter. Natuurlijk kan het in november en maart ook winters zijn, maar je moet toch ergens een grens trekken. De indeling van 21 december t/m 21 maart vind ik wat gekunsteld. Waarom op het moment als de zon al de laagste stand heeft bereikt en alleen maar in kracht gaat toenemen de winter laten beginnen? De meteorologische indeling sluit in ieder geval iets beter aan bij het temperatuurverloop in het koude seizoen.

We hebben een zachte en zeer droge herfst achter de rug. Een herfst zonder herfst, schreef ik in een vorig bulletin. Ook in noord Europa was de herfst zacht en viel de sneeuw heel laat. In de Alpen lag tot een paar dagen geleden nauwelijks sneeuw op de pistes. Ik kom daar zo nog op terug. Bij ons was november een heel bijzondere maand: vrij zacht, zeer zonnig en record-droog. Hogedrukgebieden kwamen af en aan boven centraal Europa en zorgden voor dit zonnig en droge weer, met alle gevolgen van dien: geen sneeuw in de Alpen en extreem lage waterstanden in de rivieren.

Met december op de kalender is de circulatie, en daarmee het weer, radicaal veranderd. Een sterke westcirculatie zorgt voor wisselvalig en winderig weer, eigenlijk herfstweer zou je zeggen. Toch is duidelijk te merken dat we in het winterseizoen zitten. De lucht die wordt aangevoerd over de Atlantische Oceaan is van oorsprong zeer koud en is van het noordelijk deel van Canada afkomstig. Die koude afkomst is oa te merken aan de kou op grotere hoogte: gisteren was op ongeveer 1500 meter hoogte de temperatuur boven ons land ongeveer -5 graden en op 5,5 km ongeveer -35. Deze temperatuurverdeling zorgt voor het ontstaan van winters aandoende buien met hagel, natte sneeuw en plaatselijk ook onweer. De temperatuur liep gisteren niet verder op dan tot ongeveer 5 graden in het noordoosten tot 7 graden in het zuidwesten. Vandaag waren de maxima nauwelijks hoger./P>

Al met al echt decemberweer, zonder dat het echt winters genoemd kan worden. De vooruitzichten voor de komende week geven weinig anders te zien dan nog meer wisselvalligheid, soms met veel wind en geregeld neerslag. Die neerslag is heel welkom in Europa, deels om het watertekort in de rivieren op te heffen en deels om het gebrek aan sneeuw in de wintersportgebieden teniet te doen. Zoals het zich nu laat aanzien is echte winter voorlopig ver te zoeken.

In Scandinavie en Finland heeft het lang geduurd voor de eerste echte sneeuw viel. Vorig jaar zat Lapland eind oktober al goed in de sneeuw. Dit jaar begon dat pas rond 20 november. Op dit moment ligt er sneeuw in het grootste deel van Noorwegen, in noord Zweden en in Finland. De winter komt daar eindelijk op gang. Een dikke sneeuwlaag ligt er in de bergen van Noorwegen en in een deel van Lapland.

In de Alpen was het ook lang wachten op de eerste sneeuw van betekenis. Tot afgelopen weekend (3 december) lag er vrijwel geen sneeuw in de wintersportgebieden. Nu een stroming met vrij vochtige en vrij koude lucht op gang gekomen is, gaat het los in de Alpen. De grens van sneeuwval pendelt heen en weer tussen 500 en 1500 meter. Met de vrij koude lucht zoals die nu langs komt zakt de sneeuwgrens tot in de dalen. Als tijdelijk zachtere lucht wordt aangevoerd stijgt deze naar 1200 of 1500 meter. Er wordt de komende dagen nog veel meer sneeuw verwacht. Goede condities voor de kerstdagen lijken verzekerd, al weet je nooit zeker of de pret niet bedorven wordt door een partij zeer zachte lucht uit het zuidwesten.

In Rusland is het winter; in het Europese deel nog wat voorzichtig met veelal lichte vorst, en in het zuiden lichte dooi. Achter de Oeral is de winter uiteraard al veel langer bezig. In het uiterste oosten is gisteren in Ojmjakon -53 gemeten. Ook voor die plaats, het koudste punt op het noordelijk halfrond in de winter, is dat aan de koude kant; ongeveer 6 graden onder normaal. De bijzondere ligging van Ojmjakon maakt deze extreme kou mogelijk.

Ojmjakon ligt op ongeveer 63 graden noorderbreedte. Dat betekent dat de zon op 22 december slechts 3,5 graad boven de horizon staat. Ten zuiden van Ojmjakon ligt een bergrug die van die zonnestraling nog weer een groot deel wegneemt. Kortom: vrijwel geen zon in december, als de dag ook maar een uur of 5 duurt. De gebergten rondom Ojmjakon maken deze plek ook nog eens extra tot een verzamelplaats van koude lucht. Zachtere lucht heeft hier ook minder kans om door te dringen dan bijvoorbeeld in Jakoetsk, dat slechts 1 breedtegraad zuidelijker ligt, maar in de winter ongeveer 7 graden warmer is. De gemiddelde januaritemperatuur in Jakoetsk is -39,6 en in Ojmjakon -46,0.

Bij ons, zoals gezegd voortzetting van het wisselvallige weer. Het is alsof de herfst een inhaalslag wil maken, na die rustige november. Vandaag staat er aan de kust een westerstorm en ook vrijdag gaat de wind weer stevig uithalen. Daarbij hebben we ieder dag wel met regen of met stevige buien te maken. Vanochtend werd op veel plaatsen onweer geregistreerd. In Rotterdam telde ik 20 ontladingen in een kleine 20 minuten; knap veel voor een winterbui. De winter waar we met zijn allen op wachten lijkt voor ons voorlopig ver weg. Hopelijk komt later in het seizoen de winter met zijn eigen inhaalslag.

Mijn winterverwachting is sinds 4 december te lezen op deze site.

Winterbulletin no 2 door Cees van Zwieten

(15-11-2011)

Herfst en vorst

Het is herfst want dat staat op de kalender. Het is met de woorden herfst en winter altijd oppassen wat er precies bedoeld wordt. Als iemand zegt: de winter is begonnen, kan dat slaan op het winterweer maar ook op de kalender. Hebben we al echt herfstweer gehad; ik bedoel onstuimig weer met veel wind en regen? Of desnoods regen- hagel en natte sneeuwbuien? Heel weinig. Het ene hogedrukgebied na het andere beheerst het weer in west Europa. In het midden van oktober is wel behoorlijk regen gevallen, maar daarna is het vrij droog gebleven. November heeft in De Bilt pas 6 mm regen gebracht tegen ongeveer 40 mm normaal in een halve maand.

Dit overheersen van de hogedrukgebieden heeft een paar gevolgen. Bij ons was oktober zeer zonnnig en ook november laat tot nu toe al meer dan de normale hoeveelheid zonneschijn zien. De temperatuur kan in dit soort situaties vrij hoog uitpakken, vooral als de kern van het hogedrukgebied oostelijk van ons land ligt. Dat zagen we in de derde decade van oktober, toen de temperatuur lange tijd een stijgende beweging maatkte. Dit zachte weer duurde voort in de eerste dagen van november, toen nog temperaturen tussen de 15 en 19 graden werden gemeten in ons land. In Limburg kwam het nog tot ruim 19 graden.

Geleidelijk is de drukverdeling wat verschoven, waarbij de kern van het hogedrukgebied tijdelijk noordelijker kwam te liggen. Daardoor kon koudere en drogere lucht ons land binnen stromen. Dit is duidelijk te merken geweest aan de temperatuur. Na 4 november kwam deze in een gestage daling terecht; zo kwam de gemiddelde temperatuur in De Bilt van 14,7 op 4 november tot 1,0 op 15 november. Zie ook de grafiek:

Een forse daling, kan je wel stellen: van een waarde die thuis hoort aan het eind van september tot een winterse waarde. Intussen heeft het de afgelopen nachten in het noordoosten gevroren; Nieuw Beerta heeft zelfs de eerste (tienden van) Hellmannpunten binnen. Dat wil zeggen, dat het etmaalgemiddelde daar zondag en gisteren iets onder 0 bedroeg, namelijk -0,1 respectievelijk -0,4.

Ook De Bilt heeft nu de eerste vorst te pakken. In de nacht van 14 op 15 november daalde de temperatuur in een groot deel van het land tot onder 0. Alleen Noord Holland, een groot deel van Zeeland en een deel van de Zuidhollandse eilanden bleven vorstvrij. Op luchthaven Rotterdam daalde het kwik tot -1,5. In De Bilt werd -1,2 gemeten. Doordat de temperatuur in de avond al flink onderuit ging kwam het in feite op 14 november al tot vorst met een minimum van -1,1 in de late avond. Zo registreert De Bilt een eerste vorstdag op een datum waarop dit gemiddeld de laatste 30 jaar ook gebeurd is.

Door dit voortdurend heersen van hogedrukgebieden maken we een merkwaardige november mee. De eerste tien dagen verliepen veel te zacht en het vervolg pakt tot nu toe te koud uit. De eerste 14 dagen van november geven in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 9,2 en dat is nog altijd 1,1 boven het gemiddelde over de periode 1981 t/m 2010. Die verandering van de afgelopen 10 dagen is ook goed te volgen als je een hygrometer in huis hebt. Ik zag de luchtvochtigheid van tegen de 70% in de eerste novemberdagen dalen naar ongeveer 50% op dit moment. Dat verschil is goed te merken in het binnenklimaat en de huidige waarde geeft al een soort van wintergevoel.

Zakken we nu zo zachtjesaan de winter in? Dat lijkt me niet. Deze eerste periode met relatief koud weer geeft nog geen aanwijzing over naderend winterweer. Bovendien gaat de komende dagen de temperatuur omhoog door het draaien van de wind naar zuidelijke richting. De kern van het hogedrukgebied, die nu boven zuid Noorwegen ligt, verplaatst zich in de richting van de Zwarte Zee. De aangevoerde lucht wordt geleidelijk zachter en vochtiger. Een depressie op de oceaan is mede oorzaak van de zuidelijke stroming; een kern daarvan gaat in de richting van Portugal trekken en gaat op het Iberisch schiereiland voor regen zorgen. De regen die ook de komende 6 dagen bij ons zal uitblijven moet toch ergens vallen, zou je zeggen, en dat is dan opnieuw in Zuid Europa, dat al veel regen te verwerken kreeg in deze herfst.

Op iets langere termijn poogt een volgende depressie greep te krijgen op het weer in Europa. Dat zal dan volgende week maandag en dinsdag gebeuren. Of dit echt doorzet is nog de vraag. De termijn van meer dan 7 dagen is te groot om daar uitspraken over te doen. Wel is het opvallend dat zowel het Europese weermodel van ECMWF als het Amerikaans GFS in de operationele run een nieuw hogedrukgebied laten ontstaan dat het weer stabiliseert. Maar ook in dat scenario is winterweer ver weg. Dat mag ook best, want dan is het pas 25 november. Daarbij lijkt deze herfst zonder herfst op de ingeslagen weg verder te gaan.

Intussen is de winter op het euraziatische continent natuurlijk al volop in opmars. In het verre oosten zijn al weer waarden van -30 tot -40 gemeten. In Jakoetsk bijvoorbeeld was het minimum afgelopen nacht en ochtend -32,4 en bleef het kwik daarna in de middag steken op -26,5; dat zijn ongeveer normale waarden aldaar voor deze datum. Aan het eind van November is de norm: maximum -31 en minimum -39. In Ojmjakon kwam het na een nachtelijk minimum van -45,6 tot een middagtemperatuur van -38,4. Wij kunnen ons die temperaturen niet voorstellen. In Ojmjakon kijken ze daar niet van op, al moet gezegd worden dat het wel iets te koud is voor de tijd van het jaar. In Petsjora, in het noorden van Europees Rusland wilde het de afgelopen dagen niet vlotten met de winter. De temperaturen schommelden tussen -3 en +1 en dat is zo ongeveer 10 graden te warm. Op dit moment ligt de temperatuur er op ongeveer -9 en de verwachting is dat de winter de komende dagen snel terrein zal winnen met temperaturen tussen -10 en -20.

Winterbulletin no 1 door Cees van Zwieten

(18-10-2011)

Zomerse dagen en vorst

Oktober op de kalender is altijd goed voor tegenstellingen. Het kan nog warm zijn begin oktober, maar ook de winter kan om de hoek komen kijken; in menig jaar wordt de eerst vorst in de Bilt in oktober gemeten. Gemiddeld daalt de temperatuur voor het eerst onder 0 op 4 november en de eerste vorst in oktober mag vanuit dit klimatologisch gemiddelde wel vroeg heten. Meer over eerste en laatste vorst in het winterseizoen is te lezen op de pagina Veranderen onze winters?

Sommigen vragen zich af waarom toch altijd De Bilt wordt opgevoerd als maatstaf voor het weer in Nederland. Het kan toch elders in het land al vriezen terwijl dat in De Bilt niet gebeurt. Dezelfde vraag wordt ook wel gesteld bij hittegolven, want in het zuiden van ons land is er vaak eerder een hittegolf dan in De Bilt. En koudegolven? Eenzelfde soort antwoord natuurlijk: een koudegolf in Groningen betekent nog niet een koudegolf in De Bilt. Toch blijft De Bilt als maatstaf voor het weer en klimaat in Nederland heel goed bruikbaar; de Bilt ligt in het midden van ons land en zit met temperaturen doorgaans dicht bij het gemiddelde van Nederland. Soms is het interessant om ook eens te kijken naar een eerste vorstdag in de buitengewesten van Nederland; zie maar eens naar wat er rond 1 oktober van dit jaar gebeurde.

Tegen het einde van september brak een periode aan met mooi, warm weer. Op de site van het KNMI is te lezen dat we te maken hadden met een zeldzame reeks zomerse dagen (maximumtemperatuur van 25,0 of hoger). Plaatselijk werd het zelfs 27 graden. Om op een andere manier te bezien hoezeer deze periode uitzonderlijk was, heb ik gekeken naar de reeks van warme dagen (Tx groter of gelijk aan 20,0). Van 24 september t/m 4 oktober kwam het kwik in De Bilt op 25 of hoger uit. Dat is uitzonderlijk; na enig speurwerk kwam ik op twee vergelijkingsjaren: 1908 en 1983. Voor de drie jaren heb ik de periode gezocht met warme dagen, waarbij ik in 1983 voor lief heb genomen dat de reeks onderbroken werd. Zie deze tabelletjes:

In de kolommen zien we achtereenvolgens datum, etmaalgemiddelde, etmaalminimum, etmaalmaximum en een warmtegetal op basis van de grens van 15 graden. Ter toelichting: voor de zomer wordt het warmtegetal gebruikt, dat de som weergeeft van alle overschrijdingen door het etmaalgemiddelde van de grens van 18 graden. Een dag met een etmaalgemiddelde van 20 graden levert een bijdrage van 2 aan het warmtegetal. In oktober wordt slechts bij hoge uitzondering de grens van 18 graden bereikt. Op 4 oktober 1983 gebeurde dit wel, maar voor een indruk van de warmte in deze tijd van het jaar heb ik gekozen voor een warmtegetal op basis van de 15 graden grens. Een dag met een gemiddelde van 16 graden levert een bijdrage van 1 aan W15. Vergelijking van W15 voor verschillende jaren levert een interessant beeld.

We zien nu dat 2011 er uit springt door de lange reeks warme dagen van 11 stuks, door het aantal van 3 zomerse dagen en door het hoge warmtegetal in de periode. Het gemiddelde dagmaximum ligt in 1908 met 24,3 het hoogst; voor het etmaalgemiddelde geldt dat in mindere mate: slechts 0,3 warmer dan in 2011. Door de lange duur van de warmte, wat we terug vinden in een veel hogere W15, wint 2011 het toch wel. Conclusie: we beleefden een uitzonderlijk warme periode rond de maandwisseling.

Toen de warmte voorbij was ging het snel bergafwaarts met de temperatuur. Op 7 en 8 oktober bleef het maximum onder de 15 graden steken en warempel, op 9 oktober werd in Twenthe in de thermometerhut de eerst vorst gemeten met een minimum van -0,5. Dicht bij de grond zal het op meer plaatsen gevroren hebben; op 10 cm wordt ook gemeten en als het daar vriest spreken we van vorst aan de grond. Het spreken over een grasminimum is onjuist wat dit betreft: ter hoogte van de bodem kan de temperatuur nog weer anders (lager) zijn. Een populaire term voor de 10 cm is ook wel klomphoogte.

Van zomer naar winter in een week! Het was wel even wennen: zo loop je in zomerkleren en zit je s avonds buiten en zo heb je de winterjas weer aan. Zou het een voorteken zijn van plotselinge winterinvallen? Dat is te gemakkelijk; laten we het verloop van oktober eens afwachten. De ontwikkelingen na 9 oktober laten zien dat de hogedrukgebieden in deze maand zich nadrukkelijk laten zien. In het afgelopen weekeinde (15 en 16 oktober) resulteerde dit in pracht zonnig maar ook een beetje fris weer; met etmaalgemiddelden van omstreeks 7 graden was het 3 tot 4 graden aan de koude kant en zo ongeveer 10 graden kouder dan twee weken eerder. Een mooie temperatuurdaling, en dat geeft mij in ieder geval een goed gevoel. De herfst is begonnen; de winter is in de maak. Tenslotte vriest het in het noordoosten van Siberie al weer 15 tot 25 graden.

----------------------------------

Waarnemingen luchthaven Rotterdam:

Voor gegevens van ander plaatsen zie de site van
Buienradar : neerslagbeelden en veel andere weergegevens.

---------------------------------------------------

Websites van ijsbanen en -verenigingen:

IJsclub vlietland : de ijsbaan voor het Westland.
IJsvereniging Assendelft : schaatssite met veel weerinformatie.

----------------------------------------------------

Weerlinks:

VWK-web : de vereniging voor weerkunde en klimatologie.
Leen de Koning : weerman in Nieuwerkerk a/d/ IJssel.
Weerstation Losser : weer, historie en wetenswaardigheden.
NLweer : veel weergrafieken en -tabellen. Is wel heel interessant, maar wordt niet meer onderhouden.
Meteolink : veel weerhistorie, met foto's.

pijl terug

schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact