alblasserwaard schaatstochtje

Het Winterbulletin.

Door Cees van Zwieten

Komt er weer eens een behoorlijke periode met natuurijs voor ons, smachtende glaciofielen???
Schaatsweerman Cees van Zwieten volgt het winterweer op de voet en doet er verslag van! Hij combineert zijn visie met die van de diverse meteorologische instituten. Op onregelmatige tijden verschijnt er een Winterbulletin, telkens als het weer daartoe aanleiding geeft. De nieuwste altijd bovenaan. Oudere bulletins vindt u terug in het archief.

Het Dagboek 1963 staat volledig op de site, met een paar foto's. Naar aanleiding van medewerking aan het TV-programma 'Lekker weertje' ben ik mij opnieuw gaan verdiepen in nieuwsfeiten van deze winter. Op basis daarvan zal het dagboek geleidelijk worden herschreven. Het Dagboek 1979 nu t/m 20 maart. Het Dagboek 1985 staat tot 12 februari op de site; er wordt aan gewerkt. Alle dagboeken zijn te lezen via de link "Winterhistorie".

  1. Huidig Seizoen

  2. Winterverwachting

  3. Winterhistorie

  4. Klimatologie

  5. Winterarchief


  6. IJsvorming

  7. IJspluim KNMI

  8. IJspluimen Weerplaza

  9. Actuele gegevens KNMI


  10. IJsbanen

  11. Weerlinks



Laatste Winterbulletins.

Winterbulletin 25 (30-4-2018); door Cees van Zwieten

Strenge winter?

Toen we dachten dat de winter voorbij was kwam de kou in het weekend van 17 en 18 maart nog een keer terug. De drukverdeling leek sprekend op die van eind februari: directe aanvoer van extreme koude lucht uit het noorden van SIberië. De kou was minder heftig dan aan het eind van februari; maar toch voelde het op zaterdag winters koud aan met overdag temperaturen onder 0 en een krachtige wind. In De Bilt steeg het koudegetal nog met 2,6 punten tot 34,1.

De maand maart bleef gemiddeld veel te koud vergeleken met het 30-jarig gemiddelde. Met 4,7 graden was maart iets kouder dan december (4,9) en duidelijk kouder dan januari (5,6). Het gevolg was dat het voorjaar zeer laat op gang kwam. Tot Pasen lag de natuur er kaal en nog wat bruin en geel bij. De grote grazers in de Oostvaardersplassen kwamen voedsel te kort. Dat laatste gaf een heel andere discussie, maar daar gaat het hier niet om.

In veel media werd, mede naar aanleiding van het gebeuren in de Oostvaardersplassen, gesproken over “de strenge winter”. Een late kou met een pittige vorstperiode aan het eind van de winter geeft kennelijk aanleiding hiervoor. Het klopt, vanaf ongeveer 15 februari was het koud en tijdelijk zeer koud voor de tijd van het jaar. In de tweede week van maart was het iets aan de zachte kant, maar dat neemt het karakter van “een koude maart” niet weg. Ondanks dat tijdelijk zachte weer liet de natuur het in eerste instantie afweten; zo’n week was te kort om de groei echt op gang te brengen. Strenge winter? Nee, natuurlijk niet, het was zelfs geen koude winter. De gemiddelde temperatuur over de wintermaanden was met 3,7 graden een klein beetje (0,3) boven normaal. Ook het koudegetal, dat doorgerekend wordt tot en met maart, geeft met 34,1 een beeld van een normale winter, aan de zachte kant. Gemiddeld scoort een winter in De Bilt ongeveer 45.

Is dit inflatie van de terminologie? Hoewel je er over kan twisten welk getal er aan het begrip “strenge winter” moet worden gehangen, een strenge winter zal toch veel kouder zijn dan normaal. En deze winter was ongeveer normaal en iets aan de zachte kant. Het lijkt wel of het collectieve geheugen maar een paar maanden duurt. Een koude periode vanaf half februari lijkt het beeld van de hele winter bepaald te hebben. Voor ons als schaatsers was het een winter met een aangenaam en verrassend slot. Toch nog een vorstperiode met een paar dagen schaatsen. Op een strenge winter kunnen we slechts hopen.

De getallen gelden voor De Bilt.
Bron, met veel dank: Koninklijk Meteorologisch Instituut, KNMI.

Winterbulletin 24 (4-3-2018); door Cees van Zwieten

Beter laat dan nooit

Het is vrijwel zeker dat dit het laatste winterbulletin is van dit seizoen, nu deze winter zijn kunstwerk heeft afgeleverd en voltooid. Vandaag is vooral in het noorden van het land nog enige tijd geschaatst. De dooi viel in de loop van de dag het hele land binnen waarbij Terschelling en Vlieland de prijs kregen voor de hardnekkigste winter: rond het middaguur kwam de temperatuur daar boven 0. Op dat moment was het kwik in Rotterdam gestegen tot ruim 6 graden en in Maastricht tot bijna 12 graden. Om 14 uur zat ik in de zon bij ongeveer 10 C; wat een snelle overgang van winter naar lente! Want vrijdagochtend stond ik nog bij -6 in de krachtige oostenwind bij het ijs.

Het is niet zo uitzonderlijk dat maart nog wat winterweer vertoont. Vijf jaar geleden nog was maart bijzonder koud en in 2008 viel er op de paasdagen (23 en 24 maart) hier en daar een pak sneeuw. In 2005 pakte de winter ook nog heel laat triomfantelijk uit; de vorst viel vanuit het noordoosten op 27 februari het land binnen, toen met een krachtige stroming zeer koude lucht over Scandinavië en Finland naar west Europa kwam. De wind viel daarna snel weg, wat tot gevolg had dat het in de ochtend van 28 februari matig en plaatselijk streng vroor. Twente -12,2 was de topper. Ook ontstond een complex lagedrukgebied in onze omgeving dat de oorzaak was van zeer zware sneeuwval in het noorden van het land, tot plaatselijk meer dan 30 cm. In het zuiden viel op 2 maart ook een pak sneeuw, maar daar waren de gemeten hoeveelheden niet zo uitzonderlijk. Toen op 3 maart drogere lucht uit het noordoosten binnen kwam klaarde het op en de temperatuur ging extreem omlaag. Vrijwel overal werden recordwaarden gemeten met in Marknesse de spectaculaire waarde van -20,7. Marknesse ligt in het gebied waar de overvloedige sneeuw viel en die dikke laag verse sneeuw maakte de uitzonderlijk snelle uitstraling mogelijk; om 15 uur gaf de thermometer -1,5 aan, vervolgens om 18 uur -5,8 en om middernacht al -18,6.

Iets verder terug vinden we in maart 1987 vooral in het noorden van het land een vorstperiode die begon met zware ijzel en sneeuw op 1 en 2 maart. Er volgde een extreem koude week met in Eelde drie maal strenge vorst en een serie van 6 ijsdagen. In Eelde werd in maart een koudegetal van 54,1 opgebouwd. De vorst bleef tot 15 maart, toen met westenwind de koude lucht uit het hele land verdreven werd. Die winter had dat jaar al eerder voor extreme kou gezorgd in het midden van januari; op herhaling was er een korte vorstperiode rond 1 februari en in de derde fase kwam een uitzonderlijk koude eerste helft van maart, uniek voor de recente historie.

Wat heeft deze winter ons nu opgeleverd? Naast veel sneeuw op 10 en 11 december natuurlijk die vorstperiode van 9 dagen, van 23 -2 t/m 3-3, die heftig was door de zware transportkou, die gepaard ging met veel ijsvorming in de Waddenzee en sneeuwval met stuifsneeuw op de Waddeneilanden. Het koudegetal van deze vorstperiode staat op 26,7. De hele winter heeft een koudegetal van 31,5. Daarmee staat dit jaar op de 35-ste plaats van onderen af; dat wil zeggen dat er 34 winters zachter waren sinds 1901. Kijken we naar de laatste 30 jaar, dan zien we 2018 in het midden staan: 15 winters waren kouder en 14 zachter. Een andere manier is om naar de gemiddelde temperatuur over de drie wintermaanden te kijken, wat ons voor 2018 het predikaat (iets) te zacht oplevert. De drie wintermaanden gaven een gemiddelde temperatuur van 3,8 tegen de normale waarde van 3,4. Daarmee is dan de kou van 1 t/m 3 maart gemist in de statistiek; en die dagen gaven een gemiddelde van -3,4. Het was weer eens een winter van “beter laat dan nooit”, want van alle koudepunten werd slechts 0,5 voor 1 februari bijeen gesprokkeld. Op 6 en 7 februari kwam er 4,8 bij en de rest kennen we.

Bron temperatuurgegevens: KNMI
Tenzij anders vermeld: gegevens van De Bilt

Winterbulletin 23 (2-3-2018); door Cees van Zwieten

Mooi besluit

Vandaag was het voor het hele land de mooiste schaatsdag. Op veel plaatsen was er dan toch op beperkte schaal ijs aanwezig, voldoende om een stukje weg te kunnen rijden. De winter gaf vandaag nog geen krimp met in de ochtend weer lage temperaturen. Benoorden de lijn Goes-Sittard werd matige vorst gemeten; zo gaf Rotterdam -6,6 als minimum en Twente -9,4. En dat nog steeds bij die krachtige oostenwind. Op veel plaatsen was het opnieuw een ijsdag. De Bilt heeft er nu drie op een rij. Dat lijkt niet veel, maar sinds 2013 hebben we geen serie ijsdagen meer gehad. En dan nu voor een deel in maart. De vorstperiode is vandaag weer met een dag verlengd en in De Bilt heeft deze periode een koudegetal van 21,3 gekregen tot afgelopen nacht om 0 uur. Vandaag zullen er een kleine 4 punten bij gekomen zijn.

De winter geeft zich nog niet direct gewonnen nu een front vanuit het zuiden het land intrekt. Het brengt een beetje sneeuw in het zuiden en midden van het land, mogelijk een paar centimeter. Daarbij blijft het in het noorden van het land droog en dalen de temperaturen weer naar -7 of -8. In het zuiden blijft de vorst licht. Het noorden van het land blijft ook morgen in het restant van de droge, siberische lucht zitten met maxima rond het vriespunt; in het zuiden wordt de lucht vochtiger en daar gaat de temperatuur het meest omhoog, tot ongeveer +6. Later op de dag volgt daar opnieuw neerslag in de vorm van regen of natte sneeuw. Zondag komt geleidelijk het hele land in minder koude lucht terecht. De wind draait naar zuidoost en daarmee worden in de loop van de dag ook uit het noorden de laatste resten van de droge en koude lucht verdreven.

Voor het schaatsen betekent dat voor het zuiden dat het niet meer gaat. Er zal morgen wat sneeuw liggen en de temperatuur gaat al in de ochtend boven 0 komen en de dooi van de middag met +6 doet de rest. In het midden van het land zal het in de ochtend nog gaan, mits er niet te veel sneeuw valt. Als er eenmaal sneeuw op het ijs ligt lijkt me de situatie al bedenkelijk, omdat de geschiedenis van het ijs niet meer te zien is. In het noorden zal er weinig of geen sneeuw liggen en de temperatuur komt in de middag pas boven 0, waarschijnlijk niet meer dan +2 in Overijssel en omstreeks 0 in het uiterste noordoosten. Dat betekent daar: nog een schaatsdag. Zondag zou een vroege vogel in het noordoosten nog even kunnen schaatsen maar verder is het over en sluiten want de dooi maakt het ijs nat en zwakker. Zo komt er een eind aan een bijzondere vorstperiode; de winter heeft ons met die vorstperiode een mooi besluit geleverd met een paar schaatsdagen tot in maart toe. Wie had dat begin februari gedacht?

Winterbulletin 22 (1-3-2018); door Cees van Zwieten

Schaatsen in maart

Inderdaad, dat is wat op diverse plaatsen mogelijk was en wat ik ook gedaan heb vandaag: een stukje Graafstroom in de Alblasserwaard. In dat gebied was ook te zien dat niet overal ijs lag. Kleine en grote windwakken maakten daar een flink stuk doorschaatsen moeilijk, zo niet onmogelijk. Morgen zal daar niet veel aan veranderd zijn. Op veel plaatsen in het land werd zo goed en kwaad als mogelijk was, geschaatst. Waar zondag of maandag al ijs lag is het tot een redelijke dikte gekomen en daar komt in de komende 12 uur nog iets bij. De lichte tot matige vorst met veel wind doet zijn werk, ook in het in stand houden van de windwakken.

Morgen zal opnieuw een goede schaatsdag worden met temperaturen in de middag van +2 in het zuiden tot -2 in het noorden van het land. Daarbij neemt de oostenwind in kracht af naar matig in het binnenland. Later komt een sneeuwgebied vanuit het zuiden ons land binnen. Die sneeuw zal in de loop van de middag in het uiterste zuiden beginnen en in de loop van de avond en nacht verder naar het noorden trekken. Daarbij verliest het neerslaggebied zijn activiteit zodat de sneeuw hoofdzakelijk beperkt blijft tot het zuiden en midden van het land. Een sneeuwdek van enkele centimeters wordt verwacht in het zuiden van het land. Zaterdag komt geleidelijk iets minder koude lucht het land in waarbij in het uiterste zuiden van het land de temperatuur tot ongeveer +6 of +7 kan oplopen. In het uiterste noorden blijft de temperatuur in de middag rond het vriespunt steken. Een beetje sneeuw, ijzel of regen is mogelijk.

Het lijkt er dus op dat vrijdag de laatste schaatsdag wordt. Zaterdag misschien nog in het noorden van het land. De dagen daarna zal de temperatuur overdag ruim boven 0 komen, met het nodige verschil tussen noord en zuid. In de nacht en ochtend is nog lichte vorst mogelijk, maar dat heeft geen betekenis meer voor het ijs; dat wordt snel onbetrouwbaar. Intussen is het koudegetal in een aaneengesloten reeks opgelopen tot 16,6 waarmee een vorstperiode een feit is. De eerste sinds 2013. De hele meteorologische winter geldt als iets te zacht met een gemiddelde temperatuur van 3,8 tegen 3,4 normaal over de drie wintermaanden. Ook het koudegetal, dat tot omstreeks 25 zal oplopen scoort vrij laag, evenals het aantal vorstdagen. Met 36 vorstdagen zijn we nog ver verwijderd van de 60 die De Bilt normaal krijgt van 1 november t/m 31 maart. Ook het aantal ijsdagen zal het normale aantal van 6 niet halen. Na vandaag staan we op 2 en de derde zal morgen vermoedelijk niet gaan lukken.

Oudere bulletins:


Kijk voor oudere bulletins in het Winterarchief.



Diversen en Links.

Websites van ijsbanen en -verenigingen:




Weerlinks:





Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.
//