4-12-05
Inleiding
Een groot aantal signalen wees in het voortraject in de richting van een koude winter. In voorgaande hoofdstukken heb ik deze besproken. Al sinds een aantal jaren beweer ik, dat de periode 2005-2009 kansrijk is voor het optreden van winterweer van belang. Eén of meer koude en/of strenge winters zou dit in deze periode moeten opleveren. Hoe aangevochten of zwak ook, de bevindingen van Schuurmans aan de hand van de theorie van Easton bevestigen mijn stellingname.
De hevige winteruithaal in maart 05, naar mijn mening geprononceerder dan ooit sinds 1987, bewijst dat ons klimaat nog steeds tot voluit winterse situaties in staat is. Vervolgens kwam die zomer met een paar lange koele perioden en een warme en rustige herfst. Beide fenomenen wijzen in mijn visie op de opbouw van een periode van solide winterweer. De warmte eind oktober/begin november en de snelle daling naar eind november toe, gepaard gaand met onweer op verscheidene novemberdagen heeft iets onevenwichtigs. Ik zie dat niet als gunstig, hoewel moet worden opgemerkt, dat in 1969 ook een grote temperatuurdaling in november optrad, gevolgd door een koude winter. Dat op de meest actieve orkaanseizoenen koude decembermaanden bij ons optraden heb ik, samen met de daling in november opgevat als een verwijzing naar een vroeg invallen van de winter. Dat de winter niet echt vroeg in zal vallen is inmiddels duidelijk.
Van verschillende zijden is gewezen op afwijkende zeewatertemperaturen met als waarschijnlijk gevolg een lage NAO-index. Engelse meteorologen hebben op basis hiervan een verwachting van een koude winter voor onze regio opgemaakt. Intussen hebben begin maart 05 en eind november 05 duidelijk gemaakt dat er bijzondere bewegingen op de weerkaart mogelijk zijn; bijzonder met ook effectief bijzonder winterweer in ons land. De situatie lijkt gunstig voor sneeuwval.
Op de weerkaarten van de laatste weken zien we de straalstroom boven Europa ver naar het zuiden uitwijken. Daarmee hangt de eerder genoemde lage NAO-index samen. Dit duidt er op, dat op dit punt het voordeel van de lage NAO-index al aanwezig is. Voor echt winterweer is meer nodig : aanvoer van kou naar ons land en voldoende afkoeling van onze omgeving. Wat dit laatste punt betreft : het sneeuwdek boven noord- en oost-Europa komt dit jaar laat tot stand en door de warme herfst is de temperatuur van Noordzee en Oostzee nog steeds hoger dan normaal in deze tijd van het jaar. Het winterseizoen komt daardoor relatief laat op gang.
Spraakmakende winter
Voor winterweer in Nederland zijn vele gunstige factoren noodzakelijk. Dat betekent, dat ik in mijn verwachting niet anders kan doen, dan de voor mij meest waarschijnlijke oplossing geven; een kans van 35% dat het bij ons met een sisser afloopt blijft aanwezig. Voor Europa verwacht ik een spraakmakende winter, waarbij de winter van 2004-2005 als een voorproefje gezien moet worden. De kans dat Nederland meeprofiteert van het winterweer beoordeel ik als voldoende groot om de volgende verwachting op te stellen :
De winter van 2005-2006 zal voor het eerst sinds lange tijd koud zijn en voldoende winterweer opleveren voor een koudegetal volgens Hellmann van 150 of meer. De gemiddelde temperatuur zal komen te liggen tussen 2 en 5 graden onder normaal (normalen van de periode 1971-2000). Deze ruime marge moet ik aanhouden, omdat een zeer zachte periode van een paar weken een behoorlijk grote invloed kan hebben op het gemiddelde. (We zagen in 1997 hoe een zachte februari het gemiddelde tot 1,7°C omhoog bracht, nadat het gemiddelde over december en januari nog op -0,3°C stond). Bij dit alles verwacht ik ook ruimschoots sneeuw in deze winter. Samen met de kou maakt dat de winter van 06 tot een spraakmakende. De sneeuwchaos van 25 november jl zie ik als een voorspel op wat ons te wachten staat.
Als de neerslag niet te veel roet in het eten gooit, zal er op uitgebreide schaal geschaatst kunnen worden. Aan een speculatieve voorspelling van een Elfstedentocht waag ik mij niet, hoewel deze nadrukkelijk in beeld komt bij zo'n koudegetal van 150 of meer. We weten echter dat het spaak kan lopen door bijvoorbeeld sneeuw of wind.
Hoe het verloop van de winter zal zijn, schat ik als volgt in :
Tussen 15 en 23 december zet de kou vaste voet in ons land. Een periode met veel kou en sneeuwval duurt tot ongeveer 5 à 10 januari; koudegetal in die periode : tussen 80 en 120.
Een zachtere periode met ook kwakkelig winterweer treedt in, met wat kou, goed voor een bijdrage aan het koudegetal van 10.
Daarna volgt een tweede koudeperiode. Begint deze tweede periode rond 1 februari, dan krijgen we een koude, sneeuwrijke februari; koudegetal in die periode : tussen 80 en 130.
Komt de tweede koudeperiode eerder, dan duurt deze waarschijnlijk korter en loopt de winter in februari langzaam af, overigens met ook dan kans op veel winterse neerslag; koudegetal in die periode : tussen 60 en 90.
Het meeste, 40% kans geef ik voor de tweede optie, waarbij het koudegetal voor de gehele winter komt te liggen op 150 tot 220. Iets minder, 25% kans zie ik in optie 1, waarbij K zou kunnen oplopen tot 260.
Tenslotte zie ik ook nog 35% kans op een kwakkelwinter met een koudegetal tussen 80 en 120 en beperkte schaatsmogelijkheden.
---------------------------------------------------
Verwachting Dieter Lombaert
25-11-2005
Dieter Lombaert publiceert regelmatig op het forum van weeronline. Hij houdt zich bezig met seizoensverwachtingen en dan met name de winter. Hij gebruikt daarbij vooral gegevens van zeewatertemperaturen en grootsschalige schommelingen in de stroming in de atmosfeer. Dit jaar kwam hij met een relatief korte verwachting, die ik hier citeer :
Grootse winter in de maak?
Omdat ik dit jaar geen tijd heb om een hele uitgebreide winterverwachting met bronvermelding en zo te schrijven, geef ik hierbij mijn summiere winterprognose.
Op basis van QBO, SST en zonnevlekken kom ik bij de volgende vergelijkbare jaren uit.
QBO oktober: 56, 58, 60, 62, 65, 70, 72, 74, 79, 89, 96, 98, 03
SST okt: 62, 66, 69, 79, 80, 90, 95, 98, 04
Overlappend zijn dus: 62, 79, 98
Enkel zonnevlekkenminimum in 1962/63!
Indien ik de SST wat minder strict benader (variatie op korte termijn is soms groot!) zijn vergelijkbare jaren 52, 55, 57, 58, 62, 63, 68, 69, 79, 80, 81, 87, 95, 96, 97, 98, 99, 01, 03, 04.
Overlappend met QBO zijn nu 58, 62, 79, 96, 98 en 03. Zonnevlekkenminima in 62 en 96!
Gelet op de huidige blokkadetendensen, tip ik op koud tot zeer koud weer de komende zes weken. Indien in december ook de stratosfeer niet abnormaal afkoelt en de SSTs niet drastisch wijzigen (er is wel enige tendens de verkeerde kant op, maar er is nog buffer, we komen van extreme afwijkingen)acht ik verlenging tot diep in januari mogelijk.
De koudste december in 100 jaar behoort tot de mogelijkheden, maar dan moeten de hogedrukgebieden wel perfect liggen. In december zal de Noordzee nog altijd warm zijn en te veel wind van die kant (bij een te dominant oceaanblok) kan het feest vergallen. Februari zal in principe (als de decemberkou zich doortrekt in januari) voor wat betreft de helmanproductie de minste maand worden, maar gelet op de mogelijke voorgeschiedenis zou een korte noordwestveeg al voldoende moeten zijn om overal sneeuw te produceren. Indien het zeewater ten zuiden van Groenland en de Labrador en tussen 5 en 20 °NB te warm blijft behoort een sneeuwrijke februari gedomineerd door een verbinding tussen atlantisch hoog en Groenland zeker tot de mogelijkheden. Februari is over het algemeen ook de maand waarin zulke sneeuwvegen het best tot hun recht komen.
Besluit: vanaf nu zes tot 8 weken sterk geblokkeerde luchtdrukpatronen met hogedrukimpulsen oceaan, Skandi, Baltische Staten, Polen, Rusland en Noorse Zee, daarna minstens drie weken zachter(hoe langer 1e periode, hoe minder kans dat februari nog iets brengt). De winter wordt te zonnig en te droog.
16 november 2005,
Dieter Lombaert
Verklaring van enkele afkortingen :
SST = sea surface temperature ; het gaat hier om temperaturen in van het oppervlakte water in de atlantisch oceaan. Daaraan wordt invloed toegekend op de stromingen in de atmosfeer. Bepaalde afwijkingen in zeewatertemperatuur hangt vermoedelijk samen met een koudere winter in West Europa
QBO : De QBO (Quasi-biennial Oscillation, of bijna-tweejarige schommeling) is een bijzonder fenomeen in de tropen: Tussen 18 en 35 km hoogte boven de evenaar heb je afwisselend westenwinden en oostenwinden. Hierbij verplaatst de schommeling zich geleidelijk (met grofweg 1 km per maand) naar beneden. (Met dank aan Alwin Haklander)
---------------------------------------------------
Easton
22-11-2005
In het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1930 is een korte
biografie te vinden van Cornelis Easton (1864-1929). Van beroep was hij journalist en werkzaam bij diverse kranten; als amateursterrekundige en –klimatoloog heeft hij een groot aantal publicaties op zijn naam, wat hem in 1903 een eredoctoraat in de sterrekunde aan de universiteit van Groningen opleverde. Op het gebied van klimatologie heeft hij 17 maal gepubliceerd.
In 1917 verscheen van de hand van Easton : “Klimaatschommeling en weersvoorspelling”, waarin hij zijn theorie ontvouwde over de 89-jarige periodiciteit. Wat professor Schuurmans in het blad meteorologica deed, was het nader bestuderen van de reeksen. Hij vond uit dat koude winters, met een gemiddelde beneden 1 graad en een koudste maand van hooguit -1,5 steeds voorkomen in een periode tussen 1,5 jaar voor en 1,5 jaar na het Eastonjaar.
Welke zijn nu de Eastonjaren? Het tabelletje van Schuurmans staat hieronder, waarbij het startjaar is, wat ik het Eastonjaar heb genoemd :
Tgem= gemiddelde temperatuur over de drie wintermaanden
Tmin= gemiddelde temperatuur van de koudste maand in die winter
Tjaar=gemiddelde jaartemperatuur
Delta= verschuiving van de koude winter t.o.v. het startjaar
Op het oog al een opvallend rijtje; Schuurmans becijfert dat dit ook statistisch opvallend is. Of anders gezegd : de kans dat deze periodiciteit op toeval berust is erg klein. Theoretisch is het wel mogelijk dat zoiets toevallig tot stand komt; praktisch gesproken mag je hier m.i. de voorzichtige conclusie uit trekken, dat rond het jaar 2006 (plus of min 1,5 jaar) de kans op een koude of strenge winter groter is dan je op basis van de dobbelsteenstatistiek zou verwachten. De dobbelsteenstatistiek, daarmee bedoel ik dit : vanwege het feit, dat een koude of strenge winter maar eens in de 6 jaar voorkomt concludeer je dat ook de komende winter een kans heeft van 1/6, oftewel 17%, om koud of streng uit te pakken.
Schuurmans vind het verhaal nog steeds te zwak om conclusie te trekken, maar is wel zeer benieuwd geworden wat de winters van 05 (al gepasseerd), 06 en 07 ons gaan brengen. Ik trek wel mijn conclusie : de kans dat de winter van 06 en/of 07 koud/streng wordt is groot. Ik ga uit van meer dan 75%, ook op basis van andere gegevens. En zelfs een goede kans dat beide winters koud worden.
Hoe een paar vakmensen hier over denken is te lezen in een artikel van Kees Floor, verschenen in februari 2005. De twijfel die er is komt voort uit het feit, dat we niet weten welk fysisch proces hier eventueel achter zit. Zo lang we dat niet weten, hebben we geen enkele zekerheid of de cyclus zich zal voortzetten. De twijfel blijft dus…….
Het KNMI beschouwt cycli in het klimaat als niet bruikbaar voor verwachtingen. Inmiddels is een uitgebreide bespreking van Easton en Schuurmans verschenen onder titel
Wintervoorspellingen 2. Daarin laat Geert Jan van Oldenborgh weinig heel van de kansberekeningen van Schuurmans. Met andere woorden : het hele fenomeen zou net zo goed op toeval kunnen berusten.
---------------------------------------
Engelsen verwachten koude winter
1-11-05
De Engelse weerdienst Met Office geeft een winterverwachting uit en deze luidt : Voor een groot deel van Europa een te koude winter. De verwachting is gebaseerd op de ontwikkeling van de NAO, de noord Atlantische oscillatie; zie voor een uitleg in het archief: Bulletin n. 3 van het vorige seizoen. Een lage NAO-index betekent voor onze omgeving vaak een koude winter. Met Office voorspelt op basis van watertemperaturen in de Atlantische Oceaan voor het komend seizoen een lage NAO en geeft aan dat voor een deel van Europa een koude winter te verwachten is. Op onderstaand kaartje is te zien over welk gebied het dan gaat :
De hele beschouwing is te lezen op de site van Met Office.
----------------------------------------------
Orkaanseizoen en winters in Nederland
14-10-2005
Een positieve beschouwing over de kansen voor de komende winter is afkomstig van Jaap-Jan Schavemaker, de weerman van de IJsvereniging Assendelft(NH). Ik citeer zijn beschouwing over Atlantisch orkaanseizoen en winterweer in Nederland, hetwelk te lezen is op de website van de IJsvereniging Assendelft. Daar staat nog veel meer boeiends te lezen over winterweer; de link vind je onder aan dit bericht.
Krijgen we een koude winter? Lees maar mee:
Actief orkaanseizoen op de Atlantische oceaan = koude winter in Nederland?
Het orkaanseizoen 2005 is een extreem actief seizoen, met veel meer orkanen dan in een gemiddeld jaar. Toch is het wel vaker voorgekomen dat er in een seizoen extreem veel orkanen voorkwamen. Toen ik las wat de drie meest actieve orkaanseizoenen tot nog toe waren (1933, 1969 en 1995) viel me op dat deze seizoenen alledrie voorafgingen aan een koude winter in Nederland. Ik heb het even op een rijtje gezet:
Winter 1933-1934: Koudegetal van 97.0 en een gemiddelde temperatuur van 1.2 graden.
Een bitterkoude decembermaand, met gedurende de eerste twee weken van de maand een mooie vorstperiode, maar daarna nog maar weinig winterweer. Desondanks al stukken beter dan wat we de laatste jaren hebben gehad.
Winter 1969-1970: Koudegetal van 130.9 en een gemiddelde temperatuur van 0.1 graden.
Ook in deze winter vooral een leuke decembermaand met een tweetal vorstperiodes, gescheiden door een viertal wat zachtere dagen voor de kerstdagen. In januari en februari een afwisseling van koudere en zachtere perioden, maar geen echte vorstperioden meer. Regelmatig en soms vrij veel sneeuw.
Winter 1995-1996: Koudegetal van 150.5 en een gemiddelde temperatuur van -0.1 graden.
Het verhaal mag bekend zijn. De winter van 1996 was een taaie maar droge winter met Elfstedentochtaspiraties. In Eelde (Groningen) was deze winter bijna streng met van 15 januari tot 10 februari vrijwel non-stop vorst!
Misschien nog opvallender dan de Nederlandse winters die volgden na genoemde orkaanseizoenen zijn de prestaties van de decembermaanden van die jaren. December 1933 is namelijk met een gemiddelde temperatuur van -2.1 graden nog steeds de koudste december sinds 1901. Het wordt echter nog vreemder. December 1969 had namelijk een gemiddelde temperatuur van -1.4 graden en staat daarmee op plaats twee van de ranglijst van koudste decembermaanden sinds 1901. Om het verhaal af te maken was ook december 1995 een echte wintermaand met een gemiddelde temperatuur van -0.9 graden!
Het bovenstaande zou natuurlijk allemaal op toeval kunnen berusten, maar dan is het wel een erg groot toeval. Koude winters komen in Nederland aanzienlijk minder vaak voor dan hun zachte tegenpolen (vanaf 1901 scoorde 1 op de 4 winters een koudegetal van rond de 100 of meer) en het is wel heel toevallig dat zowel december 1933 als december 1969 en 1995 hoog in de top 10 van koudste decembers sinds 1901 staan (december 1933 en 1969 zelfs op plaats 1 en 2!). Misschien is het zo dat de omstandigheden in de atmosfeer die ervoor zorgen dat er gemakkelijk orkanen ontstaan, er ook voor zorgen dat de kans op een winterse luchtdrukverdeling boven West-Europa groter is dan normaal. We zullen zien wat december 2005 en de winter van 2005-2006 er van bakken.
Bron : IJsvereniging Assendelft
---------------------------
Een voorschot
5-10-2005
Hoewel er nog geen definitieve winterverwachting van mijn kant is, wil ik als voorschot daarop wel iets kwijt. Er zijn in mijn ogen een paar hoopvolle tekenen over de komende winter, zonder dat daar al direct een verwachting uit volgt.
Eind december 2004 verscheen een artikel van de hand van meteoroloog C. Schuurmans in het vakblad Meteorologica over de theorie van Easton. Deze theorie, gebaseerd op statistische beschouwingen, zou er op wijzen dat de kans op een koude winter rond het jaar 2006 groter is dan normaal. Schuurmans heeft zijn bedenkingen, maar beschouwt het door Easton onderzochte fenomeen wel als interessant, omdat het voorkomen van meer koude winters rond de Easton-jaren statistisch op zijn minst opvallend is.
In het kort komt het hier op neer : Easton meende een periodiciteit van 89 jaar te ontdekken in winterkou. Daarbij bleek die 89 jaar ook nog eens in vier "kwartalen" uiteen te vallen. Rond de startjaren van de Easton-cyclus komen koude/strenge winters vaker voor dan op grond van een gemiddelde kans mag worden aangenomen. In de laatste eeuw zijn de Easton-jaren : 1917, 1940, 1962, 1984 en 2006. De koude winters die daar bij horen zijn : 1917, 1940 t/m 1942, 1963, 1985 t/m 1987 en tenslotte ????.
Die vraagtekens staan dan voor de komende winters.
Een volgende keer ga ik in op een paar details van dit verhaal. Voorlopig trek ik de conclusie, dat de theorie van Easton mijn verwachtingen ondersteunt. Sinds een paar jaar beweer ik namelijk, dat de jaren 2005 t/m 2009 kansrijk zijn voor koude winters. Of 2006 die koude winter wordt, valt natuurlijk nog te bezien.
