Winterverwachting.
31-12-07
Het is nu wel erg laat geworden voor een winterverwachting; we hebben er immers al een maand van de winter 2007-2008 op zitten. Maar beter laat dan nooit, zal ik maar zeggen. Deze winter heeft laten zien, dat blokkades gemakkelijke ontstaan en bovendien leidde dit al tot een week licht winterweer. Gezien alle licht positieve signalen die ik bespeur, blijf ik optimistisch over het verloop van de winter. Als er inderdaad een opwarming van de stratosfeer boven het noordpoolgebied gaat plaats vinden, zoals hier en daar gesuggereerd is, dan stijgen de kansen voor winterweer in de komende maanden. Intussen lijkt de volgende winteroprisping al weer te mislukken. Het is dus nog geen bekeken zaak, deze winter. Een paar onvoorspelbare factoren moeten mee zitten om het tot echt winterweer te brengen. Het meest waarschijnlijke scenario lijkt me dan ook het volgende:
Na half januari komt de winter op de proppen met zijn hoofdaanval, waarbij het wel tot serieuze vorst en bovendien tot sneeuwval komt. Iets minder waarschijnlijk, maar beslist wel reëel lijkt me de kans dat het bij minder geslaagde operaties van Thialf blijft. Koudegetal tussen 50 en 120. Gemiddelde temperatuur van de winter iets onder normaal.
Herfstcirculaties en de invloed van de stratosfeer.
9-12-07
Er is ooit door J. van Raalten bij het KNMI een onderzoekje gedaan naar het verband tussen noordelijk circulaties in de herfst en de kou in de daarop volgende winter. Hij kwam tot de conclusie dat zeer strenge winters voorafgegaan worden door een groter aantal noordelijke circulaties dan normaal. Nu zullen we ons maar niet bezig houden met de kans op een echt strenge winter, want die kans lijkt me inmiddels tot een minimum te zijn verschrompeld. In de afgelopen herfst zijn noordelijke en noordwestelijke circulaties weer veelvuldig aan de orde geweest, in tegenstelling tot wat er vorig jaar gebeurde. Dat wil ik dan wel aanmerken als een positief signaal voor de komende winter. Een conclusie valt er niet rechtstreeks aan te verbinden.
Uit een studie
over de rol van de stratosfeertemperatuur op onze winden, in januari 2006
verschenen in het Tijdschrift voor Natuurkunde en geschreven door Michael Sigmond, Peter Siegmund en
Hennie Kelder, blijkt dat de opwarming door CO2 zeer waarschijnlijk een afkoeling van de stratosfeer met zich mee brengt. Daarmee samenhangend nemen de westelijk winden op gematigde breedten toe. Met andere woorden: de oostelijke stromingen krijgen minder kans en onze winters worden daardoor zachter; of zijn daardoor al zachter geworden. Zo werkt de mondiale opwarming op twee manieren slecht voor onze winters en dat zou verklaren waarom we de afgelopen 20 jaar zo weinig winterweer hebben gehad. Alleen de winters van 96 en 97 springen er nog uit, maar nadien is het huilen met de pet voor de schaats- en winterliefhebbers.
Is het dan gedaan met winterweer? Je zou het haast denken. Ik ben bang dat de kans op
winterweer vergeleken met 30 jaar geleden flink is afgenomen. Aan een strenge winter durf ik al niet meer te
denken en een winter met één of twee weken schaatsijs lijkt het mooiste wat ons nog kan overkomen.
Ik schrijf ”lijkt”, omdat er weinig met zekerheid te zeggen is. Het zou best zo kunnen zijn dat een volgende “koude” winter” met veel sneeuw gepaard gaat en zo nog iets van de gedorven winterpret goed maakt.
De laatste verwachting van Wolfgang Röder die ik gezien heb, sprak van enige kou in deze winter.
Dat is dan weer een minuscuul lichtpuntje voor dit seizoen. Samen met de andere lichtpuntjes brengt mij dit
toch in een licht optimistische stemming voor de komende winter. Intussen geven de ontwikkelingen zoals die
vandaag (7 december) door de modellen worden voorspeld voor de komende week, ook een positieve
stemming: de westcirculatie wordt afgebroken en een hogedruk-blokkade verschijnt boven Scandinavië;
het leidt vooralsnog niet tot serieus winterweer, maar geeft wel aan dat deze winter in staat is tot iets anders dan alleen maar zacht weer.
Zonnevlekken en Corbyn
16-11-07
In Elsevier verscheen op 29 september een artikel over de excentrieke Engelse weervoorspeller Piers Corbyn. Dezelfde man die ons voor omstreeks 26 november een superstorm in het vooruitzicht stelde. Corbyn maakt zijn voorspellingen op basis van zonneactiviteit. Hoe dat precies in zijn werk gaat laat hij in het midden; hij heeft 10 jaar geleden zijn methode in een kluis gedeponeerd. Waarom een voorspellingsmethode verbergen? Zijn argument is, dat hij er zijn geld mee moet verdienen. Op termijn zal hij zijn methode bekend maken. Intussen vertelt hij wel, dat hij werkt met cycli in de zonneactiviteit.
Corbyn is astrofysicus en geen meteoroloog. Hij huldigt de opvatting dat CO2 vrijwel geen invloed heeft op het
klimaat en de zonnecycli des te meer. De vraag is of we een astrofysicus moeten geloven als hij zich in de CO2-discussie
mengt, maar dat terzijde. Het is op deze pagina te doen om de wintervoorspelling van Corbyn. En dat is een oude bekende:
op basis van het zonnevlekkenminimum dat in deze winter valt, voorspelt hij een winter met minstens één stevige vorstmaand.
Hij gaat zelfs zo ver te zeggen, dat deze winter zal lijken op die van 1986. Dat laatste op basis van 2 maal 11= 22 jaar.
Kortom, eenvoudig rekenwerk. Dat roept direct de vraag op waardoor de winter van 2007 dan niet op die van 1985 leek. De winter van 1985 was zeer koud en die van 2007 extreem zacht.
Het zou mooi zijn, als we op basis van de zonneactiviteit onze winters konden voorspellen. Elsevier doet er een
schepje bovenop door een grafiek te tonen die de zonneactiviteit toont in de loop van de afgelopen eeuw. Aangegeven is
dan ook in welke jaren de elfstedentochten werden gehouden. Duidelijk is hierop te zien, dat de laatste vier elfstedentochten opvallend dicht bij het zonnevlekkenminimum zaten, nl 1963, 1985, 1986 en 1997. Ik ben in het bezit van een gescande copie van het artikel; Jan Visser was zo vriendelijk mij deze toe te zenden. Te bekijken als Corbyn1 en Corbyn2.
Nu is dit verhaal al lang bekend. Koude (elfsteden-)winters lijken een heel lichte voorkeur te hebben voor perioden met weinig zonneactiviteit. Er komen echter wel veel vragen op. In de eerste plaats: waarom bleven koude winters geheel uit rond het minimum van omstreeks 1976? Het was zelfs een periode van vele jaren met weinig kou en een opvallend zachte winter in 1975. Het lukt dus zeker niet altijd bij die zonnevlekkenminima. En hoe is het mogelijk, dat spraakmakende strenge winters als 1947 en 1979 eerder in de buurt van een zonnevlekkenmaximum dan bij een zonnevlekkenminimum voorkwamen?
Als je de grafiek bekijkt zie je ook, dat de elfstedenwinters soms net niet tijdens het minimum vielen, zie bijvoorbeeld 1942 en 1963. Je weet dus van te voren niet welke winter het zal worden. Heeft Corbyn vorig jaar geen koude winter voorspeld? Wel mooi in het minimum valt de elfstedenwinter van 1912, maar dat is er uitgerekend één van een zwakke soort: in De Bilt kende deze winter een koudegetal van 56,9. Overigens was de vorstperiode aan het begin van februari kort maar ook hevig. In De Bilt werd op 3 februari een minimum gemeten van -20,0 en een dagmaximum van -7,9.
Kortom, er blijven heel wat vragen open bij deze voorspelling. Ik zeg, met de natte vinger, dat er kennelijk toch een lichte voorkeur is voor de perioden met weinig zonnevlekken. Ik ga zelfs zo ver dat ik de komende jaren als iets kansrijker zie voor koude winters dan de periode van 7 jaar die achter ons ligt. Maar ja, dat is ook weer zo’n vrijblijvende voorspelling, want die periode was bijzonder arm aan kou en schaatsijs. Het verband tussen zonnevlekken en winterkou is te zwak om zondermeer een voorspelling te doen voor een naderende winter. Het lijkt me dat Corbyn met deze voorspelling eigenlijk gokt.
Wat aan de hand van de grafiek wel weer aardig is om op te merken, is het voorkomen van drietallen koude winters, juist rond of vlak voor het zonnevlekkenminimum. In de eerste plaats natuurlijk het drietal 85-86-87. Drie indrukwekkende winters, elk op zijn eigen manier. De winter van 1985 door de geweldig inval van de winter in januari met sneeuw en extreme kou met twee koudegolven kort op elkaar, later gevolgd door een tweede vorstperiode in februari, die een elfstedentocht opleverde. Toen 1986 met zijn indrukwekkende februari met meer dan drie weken schaatsijs achter elkaar. En tenslotte 1987 met zijn hevige koudegolf in januari en een opvallende koudeperiode in maart, in het noorden van het land voorafgegaan door spectaculaire ijzel.
Ander drietallen zijn 62-63-64, waarbij 62 opviel door bijna een elfstedentocht in december en een bijzonder koude maand maart. De winter van 1964 zal altijd in de schaduw van 63 staan maar leverde altijd nog een koudegetal van 108,9. Het drietal 40-41-42 is zeer indrukwekkend een strenge, een koude en een zeer strenge winter achter elkaar, elk met een elfstedentocht. En niet te vergeten 54-55-56 waar twee elfstedenwinters gescheiden worden door een vrij koude winter met veel sneeuw.
Het blijft dus afwachten wat de komende winter doet. Kansen zijn er, zeker omdat de laatste maanden
luchtcirculaties boven West Europa met een noordcomponent weer nadrukkelijk aanwezig zijn. Ook in november zien we dat
tot nu toe. Ik trek de conclusie dat de kans op een koude winter iets groter is dan normaal. Met koud bedoel ik dan: voorzien van een substantiële koudeperiode met schaatsijs en een koudegetal van tenminste 100. Op winters met een koudegetal boven 150 durf ik al nauwelijks meer te rekenen in dit veranderende klimaat.
Temperatuursprong?
2-11-07
Hoe staat het nu met de betrouwbaarheid van lange termijnverwachtingen? In 1962 hadden we een kapper in Almelo die de strenge winter van 63 lang van tevoren zag aankomen. Dat was een voltreffer waarmee hij landelijke bekendheid kreeg. Lang duurde zijn succes niet, want toen hij in de loop van 1963 opnieuw een strenge winter aankondigde, liep het mis. De winter van 63-64 was zeker niet streng en werd in de schaduw van de voorgaande winter als niet zo koud beleefd. Toen echter op 6 december een vorstperiode aanbrak die 20 dagen duurde, met daarin naar mijn schatting 11 schaatsdagen, leek het even of kapper Flink gelijk kreeg. Het pakte anders uit.
De winter van 63-64 was er één waar we nu direct voor zouden tekenen. Met een koudegetal van 100,8 en naar schatting 16 schaatsdagen bracht die winter veel meer ijsvertier dan de afgelopen 10 winters bij elkaar! Vooral december was rijk aan vorst. Op 2 december begon het voorzichtig te vriezen, het werd allengs kouder en rond het midden van de maand kon er geschaatst worden. Op eerste kerstdag viel de dooi in en stond het koudegetal op 54,3. Later volgde nog een zwakkere vorstperiode in januari, die nog een paar schaatsdagen opleverde. Het gemiddelde van december-januari-februari bedroeg 0,9°C en dat is 2,4° onder normaal. Kortom: een koude winter.
Kunnen lange termijnvoorspellers voor ons land enige pretentie hebben? Ik denk dat het antwoord moet luiden: nee. Het KNMI gaat er van uit, dat een wintervoorspelling voor onze omgeving zinloos is. Intussen denken anderen daar anders over: de Engelse weerdienst en Röder komen met serieuze winterverwachtingen; ze spreken elkaar regelrecht tegen. Ik kom daar later in dit verhaal op terug.
Het weer in onze regio, laten we zeggen Noordwest Europa, is te wispelturig en chaotisch om voldoende vat op te krijgen. Als voorbeeld mag de winter van 2006 dienen: vanaf medio januari leek het er op, dat we een zeer koude periode tegemoet zouden gaan. Door enkele details in de ligging van de druksystemen drong de kou nauwelijks tot ons land door; Midden en Oost Europa werden intussen getroffen door hevige kou en uitzonderlijk veel sneeuw.
Mijn eigen winterverwachting moet ook pretentieloos heten en heeft zeker geen wetenschappelijke pretenties. Met een dosis intuďtie probeer ik op basis van allerlei gegevens een beeld te krijgen van de komende winter. Ik schrijf daarover omdat ik het leuk vind, waarbij ik hoop dat de lezer daarvan kan genieten. In de loop van deze herfst zal op deze pagina duidelijk worden hoe ik mijn gedachten over de winter van 2007-2008 ontwikkel.
Allez, daar gaan we dan. Ik heb het op diverse plaatsen geschreven: we hebben van begin juni 2006 t/m eind juni 2007 een lange periode beleefd van (veel) te warm weer. Slechts onderbroken door een koele augustus 2006. Spectaculair is de serie maanden van september 2006 t/m april 2007 : alle maanden scoorden meer dan 2° boven normaal met juli 2006 als kampioen met 4,9° boven normaal. Ook het lopend jaargemiddelde steeg tot extreme hoogte, namelijk tot 12,7 op 8 juni 2007. Dat was een overschrijding van het oude jaarrecord met 1,3°C. Wat is er nu precies gebeurd aan het eind van juni 2007? Vanaf 20 juni 2007 kregen we te maken met normale temperaturen, waarbij de volgende vier maanden alle licht onder normaal uit kwamen: juli -0,4 ; augustus -0,1; september -0,4 en oktober -0,2. Je zou het een temperatuursprong kunnen noemen.
Wat betekent dit nu voor het weer in de komende maanden? Strikt genomen is daar geen uitspraak over te doen, omdat we niet weten waardoor die temperatuursprong is veroorzaakt. Duidelijk is wel, dat de overdaad aan zachte/warme zuidwestelijk stromingen, zoals die een jaar lang ons weer bepaalde, voorbij is. Of het voor lange tijd voorbij is, is niet met zekerheid te zeggen. Ik vind het intussen wel een hoopvol signaal voor de komende winter. Het is heel goed mogelijk dat deze situatie langere tijd aanhoudt. Zo lang het duurt zitten we nu in een fase waarin ook stromingen met temperaturen beneden normaal weer een goede kans krijgen.
Terug naar de eerder genoemde voorspellers. Volgens Röder moeten we op een te koude winter rekenen. De engelse weerdienst
Met Office
spreekt zich juist uit voor een zachte winter in onze streken. Wie heeft de beste papieren? Ik weet het niet. Geen van beide hebben ze in het verleden
overtuigd met hun score. Op zich lijkt de Engelse methode wel zinnig: men gaat uit van de zeewatertemperaturen en verwacht op basis daarvan een
NAO-index. De NAO-index beschrijft de drukverdeling op de oceaan: een lage NAO-index duidt op een verzwakte west-circulatie. Welnu, de Engelsen
verwachten een ongeveer normale NAO-index en op basis meer kans op te zacht dan op te koud weer. Zie voor uitleg van de
NAO-index in het archief: Bulletin no 3 van
het seizoen 04-05.
Intussen is ook de theorie van de invloed van de zonnevlekken weer opgedoken. Aangezien we op dit moment ongeveer in een zonnevlekken-minimum zitten, zou de kans op een koude (elfsteden)winter het komend jaar groot zijn. Een volgende keer ga ik daar op in. Laten we voorlopig goede moed houden; mij lijkt de kans op een normale winter in ieder geval groot en de kans op zo’n zachte winter als in 2007 zeer klein. En met normale winter bedoel ik een winter met alle soorten weer, met een pak sneeuw en in ieder geval een echte vorstperiode, die met een beetje geluk op een echte schaatsperiode uitloopt.
