|
|
"Wegdekrating".
(met dank aan Just van den Broecke/Geoskating)
Wat is dat eigenlijk, wegdekrating? Waarom gaan we hier zoevend snel over glad asfalt en
rammelen daar uit onze skeelers op de keienprut?
Het classificeren van wegdek is moeilijker dan het lijkt. Ieders mening blijkt subjectief. Er circuleerden diverse schalen op het Web, soms zeer uitgebreid (tot 1-10!!). Een simpeler systeem is overzichtelijker, en geeft voor een routebeschrijving voldoende duidelijkheid.
Onderstaande kwaliteitsschaal vormt de basis voor de meeste routebeschrijvingen op de site.
De schaal van Just van den Broecke gebruik ik voor de routes vanaf 2009. Deze vind ik eigenlijk te compact, maar blijkt in de praktijk goed bruikbaar. Zie de voorbeelden op Geoskating.
Graag hoor ik opmerkingen en of aanvullingen.

Verhardingen worden beoordeeld op een schaal van vijf, van zeer slecht tot zeer goed.
Het gemiddelde is enigszins ruw, goed beschaatsbaar asfalt.
Slechter is ruwer asfalt of bestrating. Beter is gladder asfalt of beton. Biljartlaken asfalt is het summum natuurlijk. Losse stenen of asfalt met ruwe steenslag is
daarentegen nauwelijks berolbaar.
De kaartjes bij de routebeschrijvingen zijn of worden voorzien van de bij deze wegdekrating behorende symbolen. Onderstaand volgt een beschrijving per symbool.

Zeer goede verhardingen.
Dit wegdek geeft het gevoel of je op ijs schaatst. Nu weet je weer waarom skeeleren zo verschrikkelijk leuk is.
Bijna met de ogen dicht zweef je hier overheen en waan je jezelf in de skeelerhemel.
Het betreft hier bijna altijd nieuw aangelegd en nog niet uitgeloogd asfalt. Soms een voortreffelijk aangelegd betonpad.
Voorbeelden:
- Het asfalt is fijn van samenstelling of heeft toplaag.
Nieuw asfalt met een fijne samenstelling, glad afgewalst. Geen steenslag of hoogteverschillen.
- Betonwegen en -paden met zeer glad afgestreken oppervlakte. Eventueel gebezemde oppervlakte, fijne struktuur haaks op rijrichting. Dilatatievoegen tussen platen
haaks op rijrichting zonder hoogteverschil bij de voeg.
- Asfalt of beton met een apart aangebrachte, zeer gladde en gelijkmatige toplaag. Ook over grotere lengten nauwelijks verzakkingen ed.

Goede verhardingen.
Wegdek dat bedoeld is om op te skeeleren. Dit is het geval op veel nieuwere asfaltpaden en -wegen. Zolang ze niet van steenslag voorzien zijn.
Ook oudere polderwegen en nieuwe betonpaden vallen hier vaak onder.
Voorbeelden:
- Asfalt van fijne tot grove samenstelling, glad afgewalst, geen steenslag. Heeft nauwelijks hoogteverschillen (binnen framelengte max. enkele mm's).
- Betonwegen en -paden met glad afgestreken oppervlakte. Indien gebezemde oppervlakte, struktuur haaks op rijrichting. Dilatatievoegen tussen platen haaks op
rijrichting. Max. plm. 5 mm hoogteverschil bij de voeg.
- Asfalt of beton met gelijkmatig gladgesleten toplaag. Kan wat golven door verzakkingen ed. Heeft nauwelijks hoogteverschillen (binnen framelengte max. enkele mm's).
- Wegen met vlakke toplaag en weinig beschadigingen, scheuren of reparatieplekken.

Gemiddelde verhardingen.
Wegdek zoals je dat doorgaans treft. Niet goed en niet slecht. Voor beginners behoorlijk te doen. Niet echt comfortabel voor langere stukken, maar je kunt
het niet altijd top hebben.
Goed genoeg om van de ene plus naar de andere te komen.....
Voorbeelden:
- Tegelwerk uit elementen van minimaal 300x300 mm, verspringend gelegd zonder doorgaande voegen in rijrichting, hoogteverschillen binnen framelengte minder dan plm. 5 mm.
- Oud asfalt met min of meer glad gesleten toplaag, maar ook met reparatieplekken. Kan flink golven door verzakkingen ed.
- Asfalt of beton met redelijke te berijden, enigszins ruwe toplaag, soms (vastzittende) steenslag. Hoogteverschillen binnen framelengte minder dan plm. 5 mm.
- Wegdek met hier en daar putten, scheuren, gaten ed. die met wat aandacht goed te ontwijken zijn. Verder in het algemeen vlak.
Hoogteverschillen binnen framelengte minder dan plm. 5 mm.

Slechte verhardingen.
Wegdek dat vrij onprettig te berijden is. Voor beginners niet ideaal. Gevorderden rijders draaien hier hun hand niet voor om.
Leuk is anders, maar even de tanden op elkaar tot het beter wordt!
Voorbeelden:
- Straat- en tegelwerk uit kleine elementen, voegafstanden in rijrichting groter dan plm. 120 mm, hoogteverschillen binnen framelengte minder dan plm. 10 mm.
- Grote tegels met voegen in rijrichting, indien afstand tussen de voegen groter is dan plm. 300 mm.
- Asfalt of beton met ruwe of versleten toplaag, hoogteverschillen binnen framelengte tussen plm. 4 tot 10 mm.
- Wegdek met vaste steenslag. Ook tijdelijk slecht wegdek, voorzien van losse steenslag, kleine takjes, bladeren, water ed.
- Wegdek met veel putten, gaten, veeroosters ed. die moeilijk te ontwijken zijn.
Hoogteverschillen binnen framelengte (buiten de grote obstakels) tussen plm. 4 tot 10 mm.

Zeer slechte verhardingen.
Wegdek dat enigszins, maar zeer onprettig te berijden is. Slecht voor materiaal en veiligheid, Af te raden voor beginners.
Nauwelijks bruikbaar om binnen een route de afstand tussen twee betere gedeelten te overbruggen. Verhardingen welke slechter zijn dan de omschreven voorbeelden
zijn als onbeskeelerbaar te beschouwen, en horen niet binnen een route thuis.
Voorbeelden:
- Ruw en ongelijk straatwerk uit kleine elementen, voegafstanden in rijrichting kleiner dan plm. 120 mm, hoogteverschillen binnen framelengte meer dan plm. 10 mm.
- Straat- of tegelwerk met voegen in rijrichting, indien afstand tussen de voegen kleiner is dan plm. 300 mm.
- Asfalt of beton met ruwe of kapotte toplaag, hoogteverschillen binnen framelengte meer dan plm. 10 mm.
- Wegdek met erg veel los zand of steenslag. Ook tijdelijk slecht wegdek, voorzien van grote takken of stenen, water, modder, olie ed.

Legenda routekaartjes:


|