Winterverwachting.

Door Cees van Zwieten

Waarschuwing vooraf:

Een winterverwachting is iets anders dan een winterbulletin. In mijn winterbulletins volg ik de feitelijk ontwikkelingen op de voet en houd ik rekening met de onzekerheid die eigen is aan de weermodellen. Dergelijke modellen vragen enorm veel rekenwerk om vanuit een bepaald moment de stuatie in de toekomst door te rekenen.

Mijn winterverwachting is niet gebaseerd op berekeningen of algemene inzichten over voorspellen en daarmee verre van wetenschappelijk. Eerder intuïtief, speculatief en gevoed door eigen ervaringen.

In mijn winterbulletins zal ik nooit terugvallen op mijn winterverwachting. Aan dit product kleeft dus een groot risico; resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.



Winterverwachting 18-19

door Cees van Zwieten


De verwachting (26-11-18)

Na alles wat ik tot nu toe over de komende winter heb geschreven is er weinig nieuws dat nog van invloed kan zijn op de verwachting. Winterverwachtingen van ECMWF en IRI laten over geheel genomen een winter zien die normaal tot iets te zacht zal zijn. Het optreden van vorst in een bepaalde periode is hiervan niet af te lezen. Een laatste feit dat ik waarneem is de verwachte verzachting in de komende week; begin december toont (nog) geen winterse aspiraties. Dat versterkt het beeld dat de eerste wintermaand het niet zal gaan doen. Evenmin kunnen we in mijn optiek een late kou verwachten zoals in het vorige seizoen.

Mijn meest waarschijnlijke optie:
Algemeen beeld: sterk wisselend.
Verwachting temperatuur: 1 graad onder normaal tot 1 graad boven normaal. Normale waarde: 3,4.
Verwachting koudegetal: tussen 30 en 70. Normale waarde ongeveer 40.
Kans op een schaatsperiode van betekenis (tenminste 7 dagen) is reëel.
In welk deel van de winter zal de vorstperiode komen? Ik houd het op ergens in de periode tussen 6 januari en 15 februari.

Mogelijk, maar minder waarschijnlijk: een echt koude winter; dan bedoel ik 1 tot 2 graden te koud en een koudegetal rond de 100. Een zeer zachte winter met weinig vorst lijkt me onwaarschijnlijk.

Voorgeschiedenis en signalen(21-11-18)

Voor de vorming van mijn beeld van de komende winter maak ik gebruik van signalen. Deze vang ik zelf op uit waarnemingen of ik lees ze op internet. Voor ik op een aantal signalen in ga bekijk ik eerst het gedrag van november. Volgens de Friese veehouder Pruiksma, graag aangehaald door winterfanaten, geeft onweer in november aan of de kans op een elfstedentocht groot of klein is. Onweer in november zou slecht zijn voor een mogelijkheid van een elfstedentocht. Bekend is de anekdote over november 1978. Pruiksma constateerde tot eind november dat er geen onweer was geweest en zag het positief in voor de tocht. Toen het in de laatste dagen van november alsnog tot onweer kwam was zijn commentaar: vergeet die tocht maar. En hij kreeg gelijk want door de vele sneeuw was het organiseren van de elfstedentocht in 1979 onmogelijk, ondanks het strenge karakter van die winter.

Voor zover ik weet hebben we in november nog geen onweer gehad en dus geeft deze “volkswijsheid” ons een duwtje in de rug. Wel gaf november 2018 ons een prachtige winterse setting te zien met aanvoer van koude continentale lucht. Een ontwikkeling met een hogedrukgebied boven Scandinavië met lage druk in zuid Rusland en de Balkan gaf de koude lucht ruim baan in Europa. De ontwikkeling heeft enige gelijkenis met die aan het eind van februari van dit jaar. Het kan dus ook dit jaar zou ik zeggen. Dat het daarbij niet vriest is van ondergeschikt belang; het continent is eenvoudig nog niet ver genoeg afgekoeld. We hebben wel dagenlang te maken met oostenwind en temperaturen enkele graden onder normaal. Ik zie zelfs een zwakke overeenkomst met november 1962, toen ook achter een hogedrukgebied boven Scandinavië koude lucht medio november Europa binnen stroomde, met vergelijkbare temperaturen in ons land.

Nog wat andere signalen, te beginnen met een paar aspecten van de maand oktober. Er wordt wel gezegd dat een warme oktober goed is voor een koude winter. Welnu, oktober was aan de warme kant zij het vrij grillig. (Tussen 13 en 28 oktober daalde de gemiddelde etmaaltemperatuur van 20 naar 4 graden: alsof we van zomer naar winter gingen in twee weken.) De eerste decade van oktober had een gemiddelde van 12,1 en de derde van 9,2. Beide waarden liggen heel dicht bij het langjarig gemiddelde van die perioden. Het aardige is nu dat deze daling voldoet aan een andere “volkswijsheid” die zegt dat een daling van een paar graden, liefst niet te veel, een grotere kans op een koude winter geeft. Voor wat het waard is, want een hard verband is nooit aangetoond. Wel ooit onderzocht is het verband tussen het voorkomen van wind met een noordcomponent in oktober en de kou in de winter. Daartussen lijkt een zwak verband te zijn. Welnu, oktober gaf een dag of 12 met wind die een noordcomponent had. Het onderzoek naar dit verband heb ik niet paraat, waardoor ik niet erg precies kan zijn hiermee; ook dit is derhalve slechts een zwak signaal voor een koude winter.

Een negatief signaal is de constatering dat een warme en droge zomer doorgaans gevolgd wordt door een zachte winter. Dat geeft te denken. Een heel koude winter moet op basis hiervan zeer onwaarschijnlijk worden geacht. Daarbij merk ik op dat deze zomer uitzonderlijke ontwikkelingen te zien gaf met voor een warme zomer erg veel wind in de noordhoek. Het zou de uitzondering op bovenstaande regel kunnen betekenen.

Een paar signalen wat betreft zeewatertemperatuur kwam ik tegen bij Meteogroup. Een zwakke El Nino van het Modoki-type zou voor de winter de kans op hoge luchtdruk boven noord Europa vergroten. Bovendien wordt verondersteld dat de temperatuurverdeling op de Atlantisch Oceaan in de afgelopen maanden, een zgn. Quadrupoolverdeling, het ontstaan van hogedrukgebieden nabij het continent heeft bevorderd. Mogelijk blijft die toestand gehandhaafd. Weer een zwak positief signaal.

Tenslotte de zonnevlekken. Koude tot strenge winters hebben we de afgelopen 55 jaar vaak gezien dichtbij een zonnevlekkenminimum. Zoals 1963, de cluster 85/86/87, het tweetal 96/97 en 2010. Niet alle strenge en koude winters zijn daar te vinden. Beroemde uitzondering is 1979, die juist nabij een zonnevlekkenmaximum plaats vond. We naderen nu weer een minimum.

Voorlopige conclusie: een aantal signalen, sommige erg zwak, wijzen in de richting van een winter met een behoorlijke portie vorst. Negatieve signalen, die de rem op het enthousiasme zetten, zijn er ook. Hoewel ik veronderstel dat de komende winter potentie heeft, is er een grote twijfel door de regel dat een warme en droge zomer zelden gevolgd wordt door een koude winter.

Wat denken grote weerbureau’s ervan? Het ECMWF (Europa) gaat uit van een winter die vooral in de tweede helft beter uit de verf komt. Ik heb bij ECMWF nooit een uitgesproken verwachting van een koude winter gezien; een aanduiding van februari als ongeveer normaal is dan al heel wat. Als domper op de vreugde komt CFS (Amerika) met de verwachting van een zachte winter. Kortom: de neuzen wijzen nog niet direct dezelfde kant op. Hoe ik erover denk zal ik in de definitieve verwachting over ongeveer een week bekend maken.

Mogelijke verbanden(18-11-18)

In het verleden heb ik wel eens de veronderstelling geuit dat een late winter (met een koude maart) een vergrote kans heeft gevolgd te worden door veel kou in de daarop volgende winter. Ik moet erbij zeggen dat de winter van 62-63 zo ongeveer als model werkte voor mij. Dat is arbitrair, want op die ene winter valt geen voorspelling op te baseren valt. Ik ga er toch op door, want deze winterverwachtingen hebben nu eenmaal een hoog speculatief karakter. Dus winterliefhebbers: geniet mee met de hoop die ik hier en daar put uit ervaringen uit het verleden. En wetenschappers: zet uw wetenschappelijke bril af. (of lees niet verder)

Wat gebeurde er in 1962? In december 1961 was er rond het midden van de maand een korte vorstperiode. Na een paar dagen dooi viel de vorst op 23 december onverwacht scherp opnieuw in. Het beeld van die zaterdagochtend heb ik nog steeds op mijn netvlies: veel zon bij kraakheldere lucht en dalende temperaturen. In Leeuwarden lagen de minima van 23 t/m 28 december steeds tussen -8 en -12, terwijl het overdag licht bleef vriezen. Deze vorst leidde bijna tot een elfstedentocht op 29 december. Meerdaagse verwachtingen waren nog nauwelijks ontwikkeld, waardoor men in de standvastige vorstperiode rekende op nog juist voldoende doorgaande vorst. Helaas, op 29 december viel de dooi in met regen waardoor de tocht onverantwoord werd. In De Bilt was het maximum +6 graden en in Leeuwarden ongeveer +4. Maar het gaat om het volgende: eind februari kwam de vorst weer binnen. De daarop volgende maand maart was zeer koud met regelmatig sneeuwval. We weten wat er het volgende jaar gebeurde.

Wanneer gebeurde dat weer, zo’n late koude-periode na een winter die niet als koud te boek staat? Ik zet een paar jaren op een rij.
1971 Een winter met kou in december en begin januari en vervolgens begin maart een koudegolf. Er volgde in 1972 een winter die Folkert IJnsen, de klimaatstatisticus, één van de meest geblokkeerde winters noemde. Het leverde ons weinig op: een vorstperiode van 5 dagen.
1987 Opvallend zware kou in maart, maar dit is een geval van uitloop van een koude winter.
1996 Een koude maart, maar ook een koude winter. Telt dus niet mee; wel volgde de schitterende winter van 1997.
2005 Een aanvankelijk onbeduidende winter met een scherpe kou-inval op 27 februari. Veel sneeuw ; een echte vorstperiode van 27 februari t/m 6 maart. Wat volgde was een koude winter in een groot deel van Europa, maar net niet bij ons.
2008 Kou met sneeuw met Pasen op 23 en 24 maart. Aardige schaatswinter volgde in 2009.
2013 Opvallende kou in maart. Een twijfelgeval omdat ook januari en februari koud waren. In Januari zelfs een vrij lange vorstperiode. De winter van 2014 was helemaal niets.

Het resultaat is dat er geen regel uit valt af te leiden. Wel put ik nog enige hoop uit 71-72 en 05-06. In beide gevallen was er in de tweede winter sprake van afwijkingen in het drukpatroon. Het leverde voor ons weinig tot niets op. De conclusie, met het nodige nattevingerwerk, is dat een opvallende haal van de winter aan het eind de kans op een geblokkeerde winter daarop volgend wat groter maakt. Voor de komende winter neem ik mee dat we nu al 7 maanden te maken hebben met afwijkingen in het drukpatroon en de daarbij behorende stroming. Of november hierop nog iets toevoegt? Daarop ga ik een volgende keer in.

Bijzonder jaar (15-11-18)

Het jaar 2018 zal zeker de geschiedenis in gaan als een bijzonder weerjaar. We hebben het nog in het geheugen: een felle kou-inval aan het eind van februari, de grote droge zomer, etc. Je gaat je dan afvragen of we ook een bijzondere winter tegemoet gaan. Mijn eerste gevoel over de naderende winter is, dat we inderdaad iets bijzonders gaan meemaken. De grote afwijkingen van de afgelopen 9 maanden hebben te maken gehad met langdurige afwijkingen van de normale stromingspatronen. De aanwezigheid van hogedrukgebieden aan de rand van het continent hebben zowel de extreme kou in maart als de warme en droge zomer in de hand gewerkt.

Kan het zijn dat die afwijkingen ook het karakter van de komende winter zullen gaan bepalen? Daar is weinig met zekerheid van te zeggen; bovendien moeten de hogedrukgebieden wel goed komen te liggen, op een manier dat aanvoer uit Noord Rusland en het poolgebied mogelijk wordt. En ook dat is onzeker. Kortom, er is enige hoop op winterweer. Meer hoop dan voorgaande 5 jaren. We kunnen natuurlijk de ontwikkelingen in november onder een vergrootglas leggen. Ik zal dat binnenkort doen. En dan is er nog een kwestie: geeft een late kou-inval in de voorafgaande winter een vergrote kans op een koude winter? Ook dat komt in een volgende aflevering in deze winterverwachting aan de orde.

Voorlopige conclusie: het lijkt er op dat de komende winter mee gaat doen in het spel van afwijkende drukverdelingen. De kans op winterweer met schaatsijs is in mijn ogen dan redelijk aanwezig. En dat mag ook wel weer, na vijf jaar met gemiddeld weinig ijs.



Oudere winterverwachtingen:

Kijk voor oudere winterverwachtingen in het Winterarchief.




Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.
//