schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact
Archief oude bulletins

Winterbulletin no. 10 door Cees van Zwieten

(13-1-05)

Vorstperioden en schaatsdagen.

Spannend wordt het zeker, de komende weken. In mijn verwachting staat, dat er eind januari een vorstperiode komt, waarin geschaatst kan worden. Het uur der waarheid nadert dus voor mij. Niet dat ik daar zenuwachtig van wordt; of toch een beetje? De nervositeit zit meer in de weersontwikkeling van dit moment. De westcirculatie met zacht weer lijkt na een kleine twee weken te worden bedwongen. In het komende weekend komen we onder invloed van een hogedrukgebied boven Europa, wat zal resulteren in lichte vorst in de nacht.

Breekt daarmee een vorstperiode aan? Vrij zeker nog niet, want er is op dit moment nergens kou voorhanden; bovendien gaat het hogedrukgebied snel naar het zuidoosten wegzakken, waardoor de weg vanaf maandag waarschijnlijk weer vrij komt voor westelijke winden. Ook in dat geval is er hoop, dat op langere termijn een afkoeling in Europa gaat plaats vinden. Het Amerikaanse weermodel (GFS) geeft al een paar dagen aan, dat de kans tegen 20 januari groter wordt, dat de stroming gaat draaien, in eerste instantie naar noordwest. En later…., dat is nog even koffiedik kijken. De afkoeling in Europa zou dan plaats vinden, doordat een depressiesysteem zich van de regio IJsland naar Scandinavië gaat verplaatsen. Daarmee is de aanvoer van zachte lucht van de baan.

Bijzonder zacht was het de afgelopen dagen. In De Bilt is het gemiddelde over de eerste decade van januari uitgekomen op 8,1°C. Het lopend gemiddelde van januari is nu (t/m 12 januari) opgelopen tot 8,3. Dat zijn extreme waarden voor deze tijd van het jaar. Het langjarig gemiddelde over deze periode is 2,9°C. We zitten daar dus ruim 6 graden boven. Helemaal bont maakte de 10-e januari het met een gemiddelde van 11,2 en een maximum van 13,3°C. Dat zijn waarden die meer thuis horen in april dan in janauri. Recordzacht was het in De Bilt dan net niet; Eelde en Den Helder kwamen wel op een record uit voor de eerste decade van januari; in Denemarken sneuvelde met 12,4°C het landelijk record voor januari. (Bron van deze records : Jan Visser)

Gelukkig is dat alles weer voorbij en bestaat de hoop, dat we het zachtste deel van de winter voorlopig gehad hebben. De kans op een late vorstperiode is nog steeds aanwezig. Ik heb in de gegevens van het KNMI weer een aardig jaar gevonden om naar terug te kijken. Dat was 1948. Na een bijna hopeloze winter met nauwelijks vorst ging het roer half februari nog om. Op 16 februari kwam de eerste nachtvorst en op 17 februari startte de vorstperiode, die t/m 26 februari duurde. Daarin vergaarde de winter nog op de valreep 32 Hellmannpunten (koudegetal). Volgens het KNMI ijsaangroei-model, iets vereenvoudigd toegepast door Alwin Haklander (Voor bijzonder veel winterinfo zie ook de prachtige site : http://home.zonnet.nl/haklander/winters/winters.html ), moet de ijsdikte ongeveer 12 cm geweest zijn aan het eind van de periode.

Wat is nu een vorstperiode? Ik heb daarvoor de definitie : minstens 3 aaneengesloten Hellmanndagen (gemiddelde onder 0) met daarin minstens 3 ijsdagen (maximum onder 0). Voor schaatsijs geldt dan de regel, dat het koudegetal volgens Hellmann minsten 16 moet bedragen. Voor het opsporen van schaatsdagen hanteer ik die getallen, waarbij ik als eis stel dat het gemiddelde van die dag ook nog onder 0 moet liggen. Al is het ijs 20 cm, als schaatsdag tel ik een dag niet, als het gemiddelde boven 0 ligt. Volgens mijn methode moet er in ieder geval op 5 dagen in februari 1948 nog geschaatst zijn.

Aan zo’n schaatsperiode in februari zit wel een probleempje : door de hoge zonnestand loopt de temperatuur overdag vaak flink op. Ten eerste kan dat het gemiddelde flink opschroeven : na een nacht met -10 en overdag +4 zal er per saldo niet zo veel ijs aangroeien. Dat heeft ons in februari 2003 opgebroken : ondanks een lange reeks van 13 dagen met minima tussen -3 en -7 kwam het toch niet tot voldoende ijs om te schaatsen; in de hele periode zat ook maar 1 ijsdag. Mijn model geeft dan ook aan : geen schaatsdagen. Bovendien telt die periode niet als vorstperiode, ondanks een reeks van 9 Hellmanndagen.

In 1948 ging het dan net wel goed. Wel vraag je je af, wat er vanaf 24 februari (de derde schaatsdag) terecht kwam van de schaatspret; je moest er wel vroeg bij zijn, want in de middag kwamen vanaf die dag de volgende maxima voor : 3,6 ; 3,7 ; 5,7 en 8,9. Zo’n maximum van 8.9 is wel erg hoog; dat viel op 27 februari en die dag telt bij mij al niet meer mee als schaatsdag ondanks een nachtvorst van -3,0. Het “geval 1948” bewijst wel, dat het ook in februari nog kan. Dat beleefden we ook in 1978. Hoop doet leven!

Bron weerdata : KNMI

pijl terug

Winterbulletin no. 9 door Cees van Zwieten

(2-1-05)

Bij de kachel.

Wat een treurige boel met dat weer. Winterkou is ver te zoeken op dit moment, wat sommigen er toe brengt om te spreken van : herfstweer. Jan Visser maakt in zijn weerpraatje duidelijk, dat dit weer eigenlijk meer bij de Nederlandse winter behoort dan bij de herfst. Perioden met langdurig winderig weer, met af en toe storm zijn heel normaal in een Hollandse winter; de perioden met vorst zijn in het algemeen in de minderheid.

Aanjager van de onrust op de oceaan, waardoor wij bestookt worden met die winderige depressies, is een groot koudegebied boven Canada. Uitstroom van deze koude lucht naar het westen bevordert de depressieactiviteit op de Atlantische oceaan; hierdoor wordt een zeer sterke westcirculatie op ons deel van het noordelijk halfrond in stand gehouden. We beleven de gevolgen daarvan op dit moment en het is nog moeilijk te zeggen, wanneer dit beeld gaat veranderen.

Gaat het weer dan wel een keer omslaan? Ongetwijfeld gaat dat een keer gebeuren; is het niet over 2 dan wel over 3 weken. Of daar dan alsnog een mooie vorstperiode uit gaat voort komen, moeten we afwachten; mijn hoop daarop wordt geleidelijk iets minder, maar is zeker nog niet vervlogen. We kruipen dan maar weer lekker bij de kachel, die “winter 85” heet. De herinnering aan die januaridagen geeft me nog steeds een goed gevoel : zo mooi kan een winter in ons land ook zijn.

pijl terug

Winterbulletin no. 8 door Cees van Zwieten

(1-1-05) Gelukkig 2005!

Voor de winterliefhebbers is er geen nieuws. Het zachte weer lijkt alle aspiraties van winter05 weg te blazen. Ik zeg met opzet : lijkt. Want conclusies voor de hele winter trek ik daar niet uit.

In plaats daarvan voor alle lezers : een gelukkig en schaatsrijk 2005 toegewenst. En aangezien we daar kennelijk nog even op moeten wachten, richten we ons op de bijzondere weergebeurtenissen van de jaarwisseling 1984/1985 in het : Dagboek 1985 (Zie link)

pijl terug

Winterbulletin no. 7 door Cees van Zwieten

(30-12-04)

Hart onder de riem

Die witte kerst, door sommigen aangekondigd, kwam er niet. Natuurlijk niet, zou ik bijna zeggen. De aanwijzingen voor een witte kerst waren te zwak. Het liep uit op kerstdagen met af en toe een winters buitje en een pittige stralingsvorst. Ik had zelf het genoegen om op 2e kerstdag in de ochtend te wandelen in een mistig en winters landschap bij Assen. De mist bleek later vrij hardnekkig, mogelijk veroorzaakt door aanvoer van vochtiger lucht uit het westen. Ik vermoed zelfs, dat het IJsselmeer daar iets mee te maken heeft. Hoe dan ook, op de terugweg kwamen we pas bij Amersfoort, om een uur of 1, definitief uit de mist in het zonnige weer.

Dit alles was weer typisch zo’n streek van de winter 2005. Onverwachte kleine winterprikjes met nu in De Bilt de tweede ochtend met matige vorst : op 27 december werd daar -6,5°C geneten. Voor een echte vorstperiode is echter veel meer nodig en ook deze winterprik werd weggevaagd door een oceaandepressie met regen en in het oosten van het land voornamelijk sneeuw.

In het blad Meteorologica, het vakblad voor meteorologen, verscheen deze maand een artikel van C. Schuurmans, waarin hij in gaat op de mogelijke periodiciteit in het optreden van winterweer. Hij neemt de bevindingen van amateur-meteoroloog Easton als uitgangspunt. Deze Easton publiceerde in 1917 over een door hem gevonden 89-jarige cyclus in het optreden van koude en strenge winters. Volgens Easton zou aan het begin van zo’n cyclus vaker een strenge of koude winter voor komen. De cycli begonnen in 1739, 1828 en 1917; rekenen we door, dan komen we op 2006. Schuurmans ging een stap verder en onderzocht ook de onderverdeling in 4 kwartalen van 22,25 jaar. Deze indeling werd door Easton al genoemd.

Het resultaat noemt Schuurmans opmerkelijk : binnen 1,5 jaar van de start van al deze kwartalen kwam een koude of strenge winter voor. Verder rekent hij voor, dat dit optreden van koude winters op basis van kansberekening uiterst klein is. Met andere woorden : er lijkt toch een regelmaat te zitten in het optreden van strenge/koude winters. Helaas is er geen harde verklaring voor dit fenomeen, zodat we nog even moeten afwachten of het feest werkelijk door gaat. Easton verwijst wel naar de cyclus in zonneactiviteit, maar dat verband lijkt niet hard te zijn.

Welke winters noemt Schuurmans nu voor de afgelopen eeuw? Hij gaat uit van de volgende kwartaal-startpunten : 1917 ; 1939,25 ; 1961,5 en 1983,75. Het dichtst bij deze punten liggen de winters van 1917, 1940, 1963 en 1985. Als deze cyclus zich werkelijk voortzet, dan is de kans op een koude of strenge winter de komende jaren vrij groot. Zelfs is het mogelijk, dat opnieuw een cluster van koude winters optreedt, zoals 40-41-42 of 85-86-87.

En dit is nu precies, wat mijn opvatting al langere tijd is. De kans op één of meer koude winters wordt groter de komende jaren. Dit verhaal van Schuurmans is dan een hart onder de riem voor alle schaatsliefhebbers. We wachten tenslotte al bijna 8 jaar op een echte winter.

Op een termijn van een week zit er hoegenaamd geen winterweer aan te komen en ook voor een termijn van 2 weken ben ik nog pessimistisch. Daarna moet het dan allemaal gebeuren. Het is nog te vroeg om daar nu andere uitspraken over te doen dan wat ik al in mijn winterverwachting heb geschreven. Laten we hopen, dat dit uitkomt; ik zie nog altijd mogelijkheden daartoe.

pijl terug

Winterbulletin no. 6 door Cees van Zwieten

(21-12-04)

Aartstreuzelaar

Het begon zondag : in de middag bij temperaturen van een graad of 5 zag ik in de schaduw nog steeds wat rijp op blaadjes en grassprieten. Een heel klein beetje winterse sfeer gaf dat; met al die zon en de schitterend blauwe lucht was het een ideale hardloopdag. Want, de voorbereiding voor mogelijke schaatstochten gaat door en daar horen wat mij betreft ook de lange duurlopen bij. Voor het eerst sinds de winter van 2002-2003 liep ik weer een afstand van meer dan 12 km.

December verliep tot nu toe iets te koud. De gemiddelde temperatuur over 1 t/m 20 december kwam uit op 3,1°C tegen 4,2 als gemiddelde over 1971-2000. Van echt winterweer is nog steeds geen sprake, met temperaturen die soms een paar graden boven normaal zijn en iets vaker een paar graden onder normaal. Het koudegetal staat sinds vannacht op 5,7 en daar zou vandaag een paar punten bij kunnen komen; het lijkt er zelfs op, dat De Bilt de tweede ijsdag gaat maken vandaag. In ieder geval hebben we vanochtend in De Bilt wel de eerste matige vorst te pakken : -6,0. Rotterdam bracht het tot -4,3.

Wie mijn vorige bulletin heeft gelezen weet, dat ik van december 2004 geen wezenlijke bijdrage aan de winter verwacht. Sterker nog : in mijn verwachting staat “een meest te zachte december” aangegeven. Als ik de ontwikkelingen van de komende weken goed inschat, zal december het hooguit bij wat winterse buien en een paar pittige nachtvorsten laten. Een iets te koude december lijkt tot de mogelijkheden te behoren.

Velen verzuchten de laatste jaren, dat het in het nieuwe klimaat zeer slecht gesteld is met schaatsijs. Is dat ook zo? Ik denk, dat de periode van 10 of 15 jaar te kort is om een definitief oordeel daarover te vellen. Mogelijk gaat de winter de komende 5 of 6 jaar wel een paar keer koud uitpakken. Intussen kunnen we bijvoorbeeld uit het verleden zien, dat een periode van 10 jaar met weinig schaatsijs wel eerder is voorgekomen. Wat te denken bijvoorbeeld van de jaren 1930 t/m 1939? Ik heb die op basis van mijn eigen schaatsdagenmodel vergeleken met de 10 achter ons liggende jaren. Het resultaat is opmerkelijk : in de jaren 30-39 kwam het Hellmanngetal gemiddeld op ongeveer hetzelfde uit als in de jaren 95-04; het aantal schaatsdagen was in die tijd nog minder : 3,5 per jaar gemiddeld tegen 5,3 in de afgelopen tien jaar. Zie de link : Schaatsdagen vergelijking.

Er gebeurt weer eens iets met het weer. Na dagenlang rustig weer met weinig zon in de eerste helft van december is er beweging in de atmosfeer gekomen. De westcirculatie lijk zijn invloed over Europa te hebben uitgebreid. Er is wel iets aan de hand met die westcirculatie : in plaats van zeer zacht weer met zuidwestenwind komen er meteen al storingen over noord Frankrijk doortrekken naar midden europa. Wij blijven daardoor in minder zachte lucht zitten; één en ander gaat gepaard met vorst in de nacht en soms wat winters neerslag.

In zo’n situatie, met weinig wind, gaat de temperatuur in deze tijd heel gemakkelijk naar beneden. Je zou bijna denken, dat we zo een vorstperiode in glijden. Maar dat is schijn : voor morgen staat een weersverandering op de rol, die zal leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging; morgen en donderdag zijn middagtemperaturen van omstreeks 10° mogelijk. Daarna gaat de wind weer om naar het noordwesten en wordt het geleidelijk kouder. Op de kerstdagen is het guur weer; met name op tweede kerstdag zou hier en daar winterse neerslag kunnen vallen. Het zou leuk zijn als dat ging lukken; van een “witte kerst” is geen sprake, in ieder geval niet volgens de officiële definitie van het KNMI, die daaraan de eis stelt, dat er zowel op eerste als tweede kerstdag een gesloten sneeuwdek ligt.

December laat het dus afweten voor de schaatsers; zoals zo vaak. Over de langere termijn valt vanuit de weerinstituten uiteraard weinig te zeggen. In het algemeen zijn kansrijk voor een weersomslag : de perioden 5 t/m 10 januari en 21 t/m 25 januari. Mijn eigen winterverwachting gaat er van uit, dat eind januari de winter in treedt. Tijd genoeg dus nog voor de voorbereidingen. Laten we hopen dat de winter van 2005 ook aan zijn eigen voorbereidingen werkt. We zijn benieuwd wat deze aartstreuzelaar onder de winters er van gaat maken.

pijl terug

Winterbulletin no. 5 door Cees van Zwieten

(8-12-04)

Verlangen

Daar zitten we dan weer te wachten, beste schaatsvrienden. Op dit moment is de winter ver te zoeken. Het is saai, grijs weer met temperaturen die zo’n beetje rond de normale waarden voor begin december schommelen. Ook op een termijn van een week lijkt de winter geen aspiraties te hebben in de richting van vorst of sneeuw.

Zou het dan weer niets worden dit jaar? Iedere schaatsliefhebber krijgt wel het gevoel dat we recht hebben op eindelijk weer eens een koude winter. Sommigen gaan zo ver om uit een kansberekening af te leiden, dat de kans op een koude winter nu vrij groot geworden is. Is dat ook zo? Die vraag is alleen te beantwoorden als je je uitgangspunten formuleert. Ga je uit van een blinde kans op een koude winter, dan is die kans dit jaar weer even klein als altijd. Ga je uit van het optreden van golfbewegingen in de wintertemperatuur over een reeks van jaren, dat moet je tot de conclusie komen, dat de kans op een golfdal, met lagere wintertemperaturen, nu groter geworden is. Ik houd het op het laatste.

De eerste week van december geeft nauwelijks een aanwijzing of deze winter nog iets gaat presteren. Een westcirculatie met veel wind en regen blijft tot nu toe uit. Dat kan er op wijzen, dat deze winter toch in is voor afwijkingen van het normale circulatiepatroon. Het probleem is echter, dat ik ook nog geen aanwijzing zie welke kant het dan eventueel op kan gaan. Sterker nog : het gezapige weer van de afgelopen weken geeft de indruk, dat het op deze wijze lang kan voortsudderen.

Al met al een twijfelachtige situatie. De enige conclusie die ik kan trekken is de volgende : pas op langere termijn, bijvoorbeeld een week of vier, is er hoop op een omslag naar winterweer. Het zou niet de eerste keer zijn, dat januari een ander beeld laat zien dan december. Het zou rond 5 tot 10 januari kunnen gebeuren of omstreeks 20 tot 25 januari. De grote voorbeelden van vorstinval begin januari zijn 1985 en 1987. Ook in 1963 kwam een hernieuwde inval van kou op gang rond Driekoningen (6 januari). Winters die “los” gingen tussen 20 en 25 januari zijn bijvoorbeeld 1945, 1947, 1954 en 1996. De winter van 56 is een verhaal apart; die startte nog later, op 30 januari, en was ongekend hevig.

Winterverwachting :
De winter van 2005 komt laat op gang. Na een meest te zachte december, met een enkel winterprikje met wat sneeuw, komt een vorstperiode eind januari op gang. Na een periode van twee tot drie weken valt de dooi in en is het afgelopen met het winterweer. Wintertemperatuur normaal tot 1 graad onder normaal. Koudegetal tussen 60 en 120. In de vorstperiode kan geschaatst worden.

Hoe serieus zijn winterverwachtingen te nemen? Een gekke vraag voor iemand die zojuist zo’n verwachting heeft afgegeven. Heftige discussies op het forum van weeronline brengen mij er toch toe om deze vraag op te werpen. Het blijkt namelijk, dat vanuit het KNMI keer op keer signalen komen, dat vanuit wetenschappelijk oogpunt geen verwachting met enige betrouwbaarheid kan worden gegeven. Dat betekent, dat de markt vrij is voor vogels van diverse pluimage die een verwachting opstellen. Iemand als Röder deed dat jarenlang, en dan toch op een wetenschappelijk-statistische basis. Zijn resultaten waren te mager. Anderen tellen beukenootjes of kijken naar de mollen.

Ik vind, dat alle benaderingen recht van bestaan hebben. Ook vind ik, dat daarover vanuit de wetenschap niets zinnigs te zeggen is, behalve dan, dat iedere verwachting op resultaat kan worden afgerekend. Mijn benadering komt tot stand door een persoonlijke intuïtieve benadering van alle weerkundige feiten die ik kan verzamelen. Een nadeel hiervan is, dat dit absoluut niet wetenschappelijk is : de methode kan dus niet getoetst worden. Het leuke is nu, dat velen toch op zo’n verwachting zitten te wachten. Waarom eigenlijk? Laten we het houden op een gemeenschappelijk verlangen naar winterweer. Dat W05 moge komen met vele duimen dik ijs.

pijl terug

Winterbulletin no. 4 door Cees van Zwieten

(25-11-04)

Zoeken

De winter aarzelt. Zondag (21-11) gebeurde er toch iets heel leuks : bij een matige zuidenwind bleef het nevelig weer, waarbij het zonnetje geen kans zag om goed door te komen. Die bleke schijf achter de nevel- en mistflarden deed mij heel even denken aan een dag in december 1981 (vermoedelijk 15 of 16) waarop boven een sneeuwdek de wind weg viel; de temperatuur zakte toen snel en bleef vanaf die dag ook overdag onder 0. Prachtig, de manier waarop toen de winter vaste voet in ons land zette; we beleefden een vorstperiode van 15 dagen met net geen koudegolf volgens de gangbare norm (5 opeenvolgende ijsdagen met tenminste drie dagen met strenge vorst). Bovendien viel in die periode in hele land een pak sneeuw dat tot na de kerstdagen bleef liggen.

Gisteren en vandaag beleven we opnieuw twee koude dagen. Onder regie van een hogedrukgebied viel de temperatuur vanochtend zo maar tot -5 (Twente en Rotterdam) terug. Een echt koude dag met een temperatuur die zelfs voor januari onder het langjarig gemiddelde zou liggen. Je vraagt je meteen af of de winter op gang komt en binnenkort echt van zich doet spreken. Ik moet dat nog zien; nog steeds is het beeld niet duidelijk. Ik zal een paar dingen noemen die mij opgevallen zijn.

1. Vorige week werd ik op een ochtend opgeschrikt door een onweersklap. Ik beschouw dat als een negatief signaal. Het vertegenwoordigt een onrust in de stroming die in mijn visie duidt op verminderde kans op stabiel winterweer.
2. In de algemene circulatie, zoals ik die op de weerkaarten waarneem, is een neiging te zien naar grootschalige afwijkingen van het normale patroon. De straalstroom, de sterke wind op grotere hoogte, vertoont weinig neiging om in onze omgeving op een sterke westelijke koers te gaan liggen. Het resultaat is te zien in de daling van de temperatuur in de laatste weken, met een reeks van steeds diepere dalen. Dit wordt veroorzaakt door het buigen van de stroming naar noordwest tot noord. Op zich niets bijzonders; we zullen nog moeten afwachten wat hoe dit in december gaat uitwerken.
3. In Moskou sneeuwde het vorige week hevig ; het was erg laat voor de eerste sneeuw. De laatste keer met late sneeuw was in 1996, voorafgaand aan de grote koudegolf bij ons in december 96/ januari 97. Leuk om te weten : late sneeuw en kou in Rusland betekent zeker niet, dat de winter zacht zal zijn.
4. Veel sneeuw is er al gevallen in zuid Zweden; dat is daar in een lange reeks van jaren niet gebeurd. Jan Visser schijnt wat dit betreft een parallel te zien met november 1985 en 1995.
5. November is niet gekomen met een te vroege kou-inval. Dat is positief te noemen.

Zoals ik in een vorig bulletin schreef : er is reden om aan te nemen, dat de kans op een winterse periode dit jaar groter is dan in de voorgaande jaren (Zie ook de Link naar Dieter Lombaert). In de ontwikkelingen op de weerkaarten zie ik daarvan een bevestiging. Geen doorzettende westelijke stroming boven west Europa, met als gevolg die kleine koude-dipjes van de afgelopen week en de inval van de winter in Rusland en Scandinavië met veel sneeuw.

Ik zie nog geen aanwijzingen, dat het echte winterweer op korte termijn gaat beginnen. Op de weerkaart lijkt het meer een zoeken te zijn naar een geschikte opening naar een winterse situatie. Ik heb ook het vermoeden, dat we een winter met een flinke hoeveelheid sneeuw tegemoet gaan. De echte schaatsperiode zou wel eens tot laat in de winter uitgesteld kunnen worden, bijvoorbeeld tot eind januari/begin februari.

pijl terug

Winterbulletin no. 3 door Cees van Zwieten

(12-11-04)

Lidnummer niet gevonden!

Gemengde gevoelens maken zich van mij meester in deze dagen. Ik was licht optimistisch voor de komende winter en blijf dat wel. De signalen zijn voor mij nog niet duidelijk genoeg om met een scherpe prognose te komen. Een nieuw positief signaal wil ik wel noemen. Op het forum van weeronline publiceerde Dieter Lombaert een beschouwing over oa het verband tussen de NAO-index en winterweer in ons land en het verband tussen zeewatertemperatuur in het gebied van 5° tot 20° NB en 60° tot 30° WL

Eerst de NAO, voluit de Noord Atlantische Oscillatie, dat is de variatie in sterkte van het drukverschil bij de Azoren en bij IJsland. De NAO-index is een maat voor de Als het drukverschil tussen de Azoren en IJsland groot is, is de NAO-index hoog. Is dat drukverschil klein, dan is de NAO-index ook laag. Een hoge NAO-index en dus groot verschil in druk tussen de Azoren en IJsland gaat gepaard met sterke westelijke stroming op de oceaan en daarbij veel zacht en wisselvallig weer in West Europa. In noord Europa levert dat veel neerslag en in de Alpen bijvoorbeeld juist weinig neerslag. In de jaren 70 en 80 was de NAO-index hoog en viel er in het alpengebied weinig sneeuw.

Bij een lage NAO-index is het drukverschil tussen de Azoren en IJsland relatief klein en zal de westelijke circulatie zwakker zijn. Ook gaat de straalstroom in Europa een zuidelijker route volgen, waardoor de neerslag in het noorden geringer en in midden Europa juist weer groter wordt. Het laatste jaar is de NAO-index, volgens een bericht bij het KNMI, flink aan het zakken. Uit Noorwegen kwamen vorig jaar berichten over droogte. Voor ons betekent een lage NAO-index in het algemeen, dat de aanvoer van zachte lucht voor langere tijd afgesloten kan worden en dat de kans op toestromen van koude lucht relatief groot is.

Een koude winter op komst? Dieter Lombaert concludeert als zijn bevinding, dat de kans op een lage NAO-index dit jaat vrij groot is. De NAO-index kan op korte termijn nog aanzienlijk fluctueren, zodat ook hier wel een onzekerheid zit. Toch bevestigen deze berichten, dat de kansen op winterweer sinds de voorgaande jaren is gestegen.

Lombaert geeft ook de resultaten van een ander onderzoek weer. Het gaat om de zeewatertemperatuur in een gebied van 5 tot 20° NB en 60-30°WL; dat is dus een gebied op de zuidwestelijke Atlantische oceaan. Vergelijking van de temperatuurgegevens over 55 jaar met het voorkomen van winterkou in Nederland kan geconcludeerd worden dat er een correlatie is tussen hogere zeewatertemperaturen in dat oceaangebied met lage temperaturen in de winter in Nederland. Ook hier geldt weer : geen hard verband; er zijn opvallende uitzonderingen op de regel. Op basis van het gegeven, dat de zeewatertemperatuur in genoemd gebied sinds juli 2003 flink boven normaal is, concludeert Lombaert dat de kans op winterweer dit jaar groter is dan normaal.(Het hele artikel verschijnt hiernaast via de link)

Gaan we nu nog schaatsen of niet, hoor ik in gedachten velen al weer vragen. Mijn antwoord blijft nog steeds : ja. Of we een elfstedentocht gaan meemaken blijft daarbij een geheel open vraag, omdat daarvoor aan een paar specifieke eisen moet worden voldaan. En we kennen immers ook de koude winters, zoals 96 en 79, waarin het door verschillende factoren niet lukte.

Ik vrees, dat ik er bij een eventuele tocht niet bij mag zijn. Bij invullen van mijn lidnummer op de site van de "Vereniging de Friesche Elf Steden" werd mij gemeld, dat mijn lidnummer niet werd gevonden. Wat nu, dacht ik, ben ik geëxcommuniceerd? Ik begon al te vermoeden, dat ze mij eruit gegooid hadden omdat ik niet op tijd aan een administratieve verplichting had voldaan. Vandaag kwam ik er achter, dat er gewoon stond, dat mijn nummer niet gevonden was, en dat ik dus niet ingeloot was. Ach ja, goed lezen is ook een kunst zullen we maar zeggen. Soms glipt die kunst mij even uit de vingers. Al met al toch weer een teleurstelling. Gelukkig hebben we de noorderrondritten en de eflmerentocht nog!

Tot slot nog een staartje van het 1979-journaal. Zoals je kunt lezen hield die winter mij, en velen met mij, nog bezig tot diep in het voorjaar.

1979 journaal

VIII De Lente

April 1979 : De lange, gladde winter van 1979 is ten einde en aarzelend neemt de lente ons land in bezit. Op een paar zachte dagen na, op 25 t/m 27 maart, blijft het steeds te koud voor de tijd van het jaar.

4 april : Regelmatig zijn er berichten te lezen over de gevolgen van de lange, koude winter. Zo zijn eind maart de prijzen van verse groenten bijzonder hoog. De inzaai van groenten voor het nieuwe seizoen is vier tot vijf weken verlaat. Op de ochtend van deze dag dacht ik : “Leve de zomertijd!?”. Wat was er gebeurd : in de ochtend vroor het overal licht. (De Bilt -2,6). Door de zomertijd was 8 uur in de ochtend eigenlijk een uur te vroeg; ik moest flink ruiten krabben voor ik kon vertrekken. Het landschap tussen Vlaardingen en Maasluis zag er winters uit : alles wit met hier en daar mistbanken. Later kwam uit Venlo het bericht, dat door regen- en sneeuwval de wedstrijd FC VVV-AZ niet kon doorgaan.

Nog een bericht : Gemeente-ambtenaren in Assen moeten van B en W hun noodgedwongen ijsvrij inhalen. Noodgedwongen door de sneeuwstormen van februari, konden 25 ambtenaren van buiten de stad hun werkplek enkele dagen niet bereiken. De betrokken ambtenaren hebben de bond ingeschakeld om deze gierige maatregel ongedaan te maken. De soep zal wel weer niet zo heet gegeten zijn….

6 april : Er valt regen en natte sneeuw bij een temperatuur van 5°C. Blijft het dan winter in deze kille voorjaarsmaanden?

10 april : Daar is het voorjaar dan eindelijk! Vandaag vrij zonnig weer met een luxe temperatuur van 18°. De winter is definitief verdreven.

14 april : Ik zit voor het open raam in het zonnetje te eten. Al de hele week is het schitterend voorjaarsweer met temperaturen van 15 tot 20°. De natuur probeert nu in hoog tempo de groei-achterstand in te halen. In noord Europa is het nog steeds winter; in Finland komt nog strenge vorst voor.

Deze week opnieuw een paar late berichten over winterschade : 1,5 miljard (gulden) schade in de bouw; de bloementeelt leed 85 miljoen schade.

15 april (1e paasdag) : Zomerweer! In het hele land komen temperaturen voor van 20 tot 22°; De Bilt komt op 21,2°C. Op de weerkaart tekent zich al een weersomslag aan : terwijl bij ons nog met een zwakke zuidoostelijk stroming zeer zachte lucht wordt aangevoerd, is boven Scandinavië de winter opnieuw actief. Een hogedrukgebied bij Groenland, met een uitloper over Scandinavië, stuwt in samenwerking met een depressie boven noord Rusland een hoeveelheid zeer koude lucht naar het zuiden. Midden op de dag vriest het in grote delen van Scandinavië , Finland en Rusland. De verwachting is, dat deze koude lucht morgen ons land bereikt.

16 april (2e paasdag) : Het verhaal wordt eentonig. Opnieuw, zoals in de afgelopen winter ook een paar maal gebeurde, vindt er een enorme temperatuurdaling plaats bij het binnenstromen van zeer koude lucht uit het noordoosten. Kwam het in De Bilt gisteren nog tot 21,2°, vandaag komt het in de middag tot maximaal 7°. Sla je de gegevens van De Bilt voor dat etmaal op, dan zie je een maximum van 13,5°C. Maar dat was de temperatuur rond middernacht; daarna ging het bergafwaarts met de temperatuur, tot ongeveer 7 uur. Vervolgens bleef het kwik schommelen rond de 6 à 7 graden. Daarbij kwam een stevige noordenwind en veel bewolking. Later zou blijken dat dit de inleiding was tot een periode van koel tot koud weer, die tot diep in mei zou duren.

29 april : De winter heeft zich knap hersteld, zo lees ik in mijn winterdagboek. Sinds de paasdagen is het voortdurend aan de koude kant geweest. Wel geniet ik van het “april-groen”, dat zich de laatste weken ongegeneerd laat zien. Aan de Duitse oostzeekust wordt met bulldozers nieuw zand het strand op geschoven; bij de winterstormen is de afgelopen maanden veel zand de zee in geblazen.

2 mei : Opnieuw geselt koning winter, met zijn laatste krachten, het land. Wat vanochtend gebeurde, daar had niemand meer op gerekend. Als ik om half acht naar buiten kijk, zie ik een witte wereld. Om 8 uur moeten mijn ruitenwissers eerst door een sneeuwlaag ploegen om de ruiten schoon te krijgen. Door alle neerslag van de laatste dagen heeft het Westland wateroverlast.

Het winterweer trof ons, doordat al dagen een koude stroming arctische lucht over west Europa voerde. In deze stroming trok een zeer actieve depressie in de nacht en ochtend over ons land. Overal viel een pak sneeuw; de wind wakkerde aan de kust tot stormkracht aan; Cadzand kreeg een windstoot van 125 km/per uur te verwerken.

Sneeuw en storm in begin mei zijn geen jaarlijks terugkomende verschijnselen, zo begint het KNMI het dagelijks weeroverzicht. Daarin wordt nog gememoreerd hoe de eerste 8 dagen van mei 1957 ook bijzonder koud waren. De hoeveelheden neerslag waren toen minder groot; De Bilt registreerde van gisteravond tot vanochtend 21 mm neerslag. Hoeveel daarvan in de vorm van (natte) sneeuw viel vermeld het overzicht niet. Waarschijnlijk viel vrijwel alles in winterse vorm, nat of niet nat.

5 mei : Nog weet de kou zich te handhaven; ook vandaag vallen er nog enkele hagel- en sneeuwbuien. In de nacht komt plaatselijk lichte vorst voor.

11mei : De kou is definitief voorbij. De stroming wordt nu boven west Europa zuidelijk, waardoor voorjaarstemperaturen in zicht komen. Vandaag kwamen we niet verder dan 11 graden.

13 mei : Zonnig weer bij 20°C. Het voelt warm aan, voor het eerst sinds 1e paasdag.

14 mei : Het is rustig en zonnig weer. In Vierpolders hangt een hevige stank uit het Botlek-Europoort gebied. Mogelijk wordt deze stank mede in stand gehouden doordat de onderste luchtlaag door de koude grond enigszins koel wordt gehouden. Als gevolg daarvan zou op enige hoogte een inversie (luchtlaag met temperatuurstijging naar boven toe) aanwezig zijn, die de onderste luchtlaag afsluit voor menging met hogere lagen.

In een middenberm van een stuk weg in Vierpolders ontdek ik, dat er aan de rand geen gras groeit, maar wel een paar andere soorten laaggroeiende planten. Direct ontwikkel ik daarbij de theorie, dat de strook middenberm te lijden heeft gehad van de grote hoeveelheden pekel, die in de afgelopen winter daaroverheen gespat werden. Gras doet het immers niet zo best in een zout milieu; andere planten juist weer wel.

31 mei : Aan het eind van de meteorologische lente wordt het tijd om het winterdagboek af te sluiten. In de afgelopen weken konden we nog lezen, dat het herstel van de wegen 190 miljoen (gulden) zal kosten. Een groot verzekeringsbedrijf leed in de wintermaanden een verlies van drie miljoen gulden. De Nederlandse gemeenten leden door het winterweer een schade van 320 miljoen gulden. De laatste bewijzen van de grote impact die deze winter heeft gehad.

Bron weergegevens : KNMI.
Overige berichten : De Volkskrant

pijl terug

Winterbulletin no. 2 door Cees van Zwieten

(4-11-04)

Afbeulen

De winter komt dichterbij en alle winterliefhebbers beginnen nu een beetje zenuwachtig te worden. Komt er al een uitbraak van arctische lucht over Europa? Hoe doet oktober het dit jaar? Wat zeggen Röder, Thieme en anderen over de naderende winter?

Ik zal niet zeggen, dat ik geen last van heb van dit soort zenuwachtigheid; zaak is het om het hoofd koel te houden. Aan het weer van eind oktober zal dat laatste niet liggen, want de tweede helft van oktober was zacht. Zo zacht zelfs, dat de laatste decade van oktober maar 0,2°C kouder was dan de eerste. Ik kijk daar altijd naar, omdat gebleken is, dat koude winters vaak (maar niet altijd!) voorafgegaan worden door een oktobermaand met een behoorlijke daling in de loop van die maand. Is de daling te groot, zoals vorig jaar, dan lijkt de kans op een koude winter weer kleiner te zijn.

Op basis van dit gegeven alleen is geen conclusie te trekken. Zo had oktober 1941 eenzelfde groot verschil van -7,2°C tussen laatste en eerste decade als oktober 2003. In het eerste geval volgde een zeer strenge winter en in het laatste een zachte winter. In het nabije verleden kom ik een paar winters tegen met weinig verschil tussen de laatste decade en eerste decade van oktober, waarna wel een interessante winter volgde en in twee gevallen een elfstedentocht. Het gaat om de jaren 1954, 1971 en 1997 met koudegetallen respectievelijk 113, 101 en 132. Zo gezien ligt alles nog open.

Het weer van dit moment en de daarbij getekende weerkaarten bevalt mij wel. We hebben te maken met vrij rustig weer, waarbij hogedrukgebieden zich relatief dicht in onze omgeving ophouden. Voor winterweer kan dit funest zijn, maar we leven nu begin november. Zoals ik al vaker betoog, is koude in het begin van november helemaal geen gunstig signaal voor de komende winter. Opvallend genoeg meldt Jan Visser vanochtend in Trouw, dat afgelopen maandag in het Zweedse Gotenburg het november-warmterecord werd gebroken : het werd daar 13,9°C. Het oude record dateert van (bijna niet te geloven) november 1962, aan de vooravond van de strengste winter van de vorige eeuw en misschien wel van ruim twee eeuwen.

Op 6 november 1962 werd het in Gotenburg 13,8°C. Die situatie is qua weerkaarten echter niet te vergelijken met de huidige. Toen stond een hogedrukgebied boven centraal Azië te dringen en splitste een afzonderlijke cel af boven Scandinavië. Deze cel nam een portie zachte lucht mee aan de westzijde, vandaar die hoge temperaturen boven Zweden. Aan de achterzijde van dit nieuwe hogedrukgebied kwam een golf koude poollucht Rusland binnen. Een paar dagen later bereikte deze koudere lucht ons land en bezorgde De Bilt op 14 november de eerste vorstdag van de winter. Geen vroege echte winterperiode was dat; de eerste opvallende winterverschijnselen traden pas rond de 21-ste november op, met sneeuw en de eerste ijsdag op 22 november met matige vorst in de nacht.

Hier en daar verschijnen al voorspellingen voor de komende winter op internet. Verwachtingen van een koude januari of een koude februari heb ik al gezien. Voor mij is het nog te vroeg om uitspraken te doen. Ik zal eerst al die verwachtingen op mij laten inwerken en het gedrag van november nauwlettend volgen. Tot dan toe is het parool : er is nog niets dat op een zachte winter wijst!

De eerste slagen op de ijsbaan heb ik al weer in de benen. Dat viel toch niet mee, de eerste keer en dan meteen afgebeuld worden door een instructeur op de Uithof in een groep “gevorderden”. Maar, om met Dolle Dries te spreken : “Men moet het lijf af en toe pijnigen”. En dat moet zeker als je het gevoel hebt, dat we de komende winter een goede kans op schaatsijs hebben.

(Het slot van het 1979 journaal volgt nog)

pijl terug

Winterbulletin no. 1 door Cees van Zwieten

(14-10-04)

Iets op wintergebied

Eindelijk, het koude halfjaar is begonnen en daarmee een nieuwe reeks winterbulletins. We hebben een merkwaardige zomer achter de rug : na een koele juni en juli kwam de zomer in augustus op stoom met een hittegolf, met een paar record warme nachten. De hittegolf werd gevolgd door een periode van overvloedige regen; een landelijk neerslagrecord sneuvelde in Maasland. Uiteindelijk scoorde de zomer van 2004 nog net iets boven normaal wat temperatuur betreft.

Nu de meteorologische herfst al weer een tijdje aan de gang is, komt ook de afkoeling het land binnen. (Elders, bv in Werchojansk, vriest het al weer zeer streng.) Het is afwachten wat de tweede helft van de herfst (half oktober tot 1 december) gaat doen. Blijft het rustig of krijgen we een periode met storm en onweer? Op dit moment kan ik nog geen duidelijke beeld vormen van de winter, al zijn er wel een paar zwakke signalen te noemen.

Vorig jaar moest ik constateren, dat na de warme zomer van 2003 de kansen op een koude winter, statistisch gezien, vrij klein waren. In mijn winterverwachting liet ik de mogelijkheid van een normaal koudegetal nog open, maar ook dat was te hoog gegrepen voor de winter van 2004. Na deze zomer ziet het er op dit moment dan iets beter uit.

Op basis van een langjarige golfbeweging zie ik voor de komend jaren een gemiddeld koudere periode tegemoet; kouder in ieder geval dan de winters van 1998 t/m 2004, welke gemiddeld veel minder kou opleverden dan het langjarig gemiddelde. Nu kan men tegenwerpen, dat dit nu ons nieuwe klimaat is; ik geloof dat niet : ook het nieuwe klimaat zal afwisseling van zachte en koude winters laten zien. We moeten er wel rekening mee houden dat koude winters in dit klimaat minder koud zullen zijn dan de winters in de jaren 40, 60 of 80. Ik heb al eens nagerekend wat een winter als 1963 zou geven bij een 1,5° hogere temperatuur over de hele winter. Ik kom dan tot een koudegetal van 237 (tegen 346 in het origineel). De winter van 85 komt bij 1,5° stijging op 145 tegen 194 in werkelijkheid.

Kort samengevat : de kans op koude winters, met een koudegetal tussen 100 en 200 is de komende 5 jaar in mijn visie zeer reëel. Van de komende winter verwacht iets op wintergebied, meer dan 2004 en ook meer dan 2003.

Hieronder een vervolg van het 1979 journaal in de periode 6 t/m 20 maart. Europa was nog niet van deze winter af; wateroverlast, kou en sneeuwstormen wist maart nog uit de hoed van Thialf te voorschijn te toveren.

1979 journaal

6 maart 1979 : Het water in het Groningse Westerkwartier zakt vandaag verder, met ongeveer 15 cm. Nog altijd staat er zo’n 3000 hectare aan landerijen onder water.

En Friesland ? Een woordvoerder van Provinciale waterstaat van Friesland deelt mee, dat de vier Friese waterschappen de waterstanden in de polders onder controle hebben : het bleef daar bij het onder lopen van enkele landerijen in het noorden. In de ochtend is het water nog 2 cm gestegen, maar verontrustend is dit niet. Wel is gebruik gemaakt van het oude stoomgemaal in Lemmer. Dit gemaal, voluit het Ir D.F. Woudagemaal, wordt ingezet bij hoge waterstanden in Friesland. Het Woudagemaal werd op 7 oktober 1920 door Koningin Wilhelmina officieel geopend; in 1967 werd het omgebouwd van kolen- naar oliestook. Mede door de nieuwe uitwateringssluizen bij het Lauwersmmeer (1969) en inzet van een elektrisch gemaal bij Stavoren (1966) is het Woudagemaal nog slechts nodig bij extra hoge waterstanden, zoals in augustus 2004. Het gemaal staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Op 6 maart 1979 pompen de twee gemalen, in Stavoren en Lemmer, samen 9.000 tot 10.000 kubieke meter per minuut het IJsselmeer in. Het wegpompen in het Lauwersmeer (capaciteit : 4500 kubieke meter per minuut) is niet zo hard nodig; op verzoek van de provincie Groningen wordt het peil in het Lauwersmeer zo laag mogelijk gehouden, zodat bij Zoutkamp meer geloosd kan worden. Blijkens berichten in de Volkskrant waren er ook problemen met ondergelopen wegen in Drenthe, maar die zijn intussen voorbij.

Vandaag opnieuw een droge en vrij zonnige dag. Bij zuidenwind komt in de ochtend vrijwel overal lichte vorst voor. Dit droge weer danken we aan een hogedrukgebied boven centraal Europa. Dit systeem trekt zich naar het oosten terug, terwijl een oceaandepressie zijn frontensysteem in grote vaart naar west Europa dirigeert.

7 maart : Veel wind en plaatselijk een flinke plens regen, dat schaft de pot vandaag; echt maartweer. Door de sterke wind is het ijs op het IJsselmeer aan het kruien gegaan. Op de dijk Enkhuizen-Lelystad kruipt het ijs bijna de weg op. De Afsluitdijk is wegens kruiend ijs enkele uren gesloten.

Het beleidsteam van de gemeente Leek (Gr.), dat zich bezig houdt met de coördinatie van de activiteiten tegen de wateroverlast, is vanochtend opgeheven. Het water is, mede door de harde wind, dermate gedaald, dat de problemen vrijwel voorbij zijn. Wel is nog steeds een beperkte dijkbewaking van kracht.

De strenge winter heeft grote vissterfte veroorzaakt in de poldersloten in west Nederland. Ongeveer 75% van de visstand is gesneuveld. In het verleden, zoals in 1963, is gebleken, dat de visstand zich snel kan herstellen.

8 maart : Op de oceaan staat een sterke westelijke stroming. In de zuidwestelijke wind boven ons land ligt de temperatuur enkele graden boven normaal. Boven IJsland ligt het centrum van een grote depressie met kerndruk 960 hPa. Een actieve randstoring trekt met grote snelheid in de richting van west Europa.

9 maart : In de ochtend staat boven de Noordzee en ons land een zuidwesterstorm. De passage van het koufront van de IJsland-depressie gaat aan het begin van de middag gepaard met hevige stortregen; het doet me aan een zomerbui denken. Daarna neemt de wind in kracht af; de temperatuur levert weer enkele graden in. In de avond trekt een trog van de depressie voorbij; als laatste stuiptrekking van de winter passeert bij ons een sneeuwbui met onweer. Ook in De Bilt is de passage van de trog goed merkbaar : er valt een bui en de temperatuur daalt 3 graden in een kwartier.

10 maart : Het is opgeklaard; opnieuw komt er slecht weer aan met regen of sneeuw.

Door de strenge winter is veel vis in de Noordzee naar het relatief warme zuidelijk deel verhuisd. In het onder normale omstandigheden visrijke gebied bij Helgoland is bijna geen vis meer te vangen; geen wonder, de temperatuur van het water is daar ongeveer 0°C. Deze visverhuizing heeft de zuidelijk Noordzee tot bijzonder visrijk gebied gemaakt. Ondanks de door de Europese gemeenschap ingestelde vangstbeperking worden enorme hoeveelheden tong aangevoerd door Nederlandse en Belgische vissers. De prijzen zijn daardoor sterk gedaald en grote hoeveelheden vis gaan de diepvriespakhuizen in. Biologen zijn opgetogen over de zuidwesterstorm van gisteren, omdat daarmee een grote hoeveelheid minder koud water vanuit het Kanaal de Noordzee is binnengestroomd.

De fruitteelt is door de strenge winter zwaar getroffen. Alleen voor het noorden van het land wordt de schade al geschat op 1,1 miljoen euro. Hierin zijn de schade door sneeuwdruk en hongerig wild opgenomen. De gevolgen van de wateroverlast zijn nog niet te overzien; de telers zullen zich richten tot het Landbouwschap en minister van der Stee van Landbouw.

Winkeliers die in nood verkeren door de weersomstandigheden kunnen financiële hulp krijgen. Daar is weer en andere minister bij betrokken, nl minister Gardeniers van CRM. Zij heeft deze hulp aan de gemeentebesturen toegezegd.

11 maart : Het is zacht weer met veel wind en regen. Een depressie bij IJsland trekt langzaam in de richting van Schotland.

12 maart : Boven het zuiden van Groenland en boven IJsland is de luchtdruk aan een stijging begonnen. Bij ons is het vandaag iets aangenamer weer met flink wat zon; de westenwind is krachtig.

13 maart : Wat nu? Opnieuw tekenen zich winters ontwikkelingen af op de weerkaart. Van Groenland tot de Azoren is een lange gordel van hoge druk ontstaan, die boven Europa de stroming in noordelijke richting bijstuurt. Op IJsland staat een krachtige wind bij -7°C. De oceaandepressie, die eergisteren nog boven IJsland lag, heeft zich verplaatst naar Europa en ligt nu met kerndruk van 995 hPa boven de zuidelijke Oostzee.

Bij ons is de verandering duidelijk merkbaar : onder invloed van een randstoring, die zich van het kanaalgebied naar Frankrijk verplaatst, draait de wind aan het eind van de middag naar noordoost!

14 maart : Het hogedrukgebied boven Spitsbergen, Groenland en IJsland breidt zich heel langzaam uit in de richting van Scandinavië. Als gevolg daarvan stroomt koude poollucht het Europese continent in.

In Nederland wordt het weer bepaald door een depressie boven noord Frankrijk. In een noordoostelijk stroming is het al kouder geworden; af en toe valt er regen. Nu de depressie boven Frankrijk weinig van plaats verandert en het hogedrukgebied boven Scandinavië in betekenis toeneemt, lijkt opnieuw een strijd tussen koude en zachte lucht boven onze hoofden te ontstaan. Opnieuw een koudegolf, zoals eind december en half februari?

15 maart : Vanuit noord Europa komt steeds koudere lucht onze kant op. In de ochtend valt er in Vierpolders ijsregen, gevolgd door natte sneeuw. En inderdaad : het spel van december en februari herhaalt zich : boven Scandinavië en noord Rusland heeft zich een groot koudereservoir gevormd. De kou wordt nog versterkt door het grote arctische hogedrukgebied, dat nog steeds een deel van het noordpoolgebied, Groenland en de omgeving van IJsland beslaat. In Scandinavië is het kwik al weer tot -20 gedaald; overdag vriest het daar op veel plaatsen streng.

In het zuidoosten van ons land is intussen zachte lucht binnengedrongen, met in zuid Limburg temperaturen tot +14°C! Tegelijkertijd stond in het noorden van het land een krachtige tot harde noordoostenwind bij temperaturen die tot onder 0 dalen. Opnieuw worden sneeuwduinen gevormd. Het verschil met voorgaande situaties zit in de temperatuur. Op 30 december werden temperaturen van omstreeks -10 gemeten, in februari rond -6 en nu iets onder 0.

In Europa komen grote tegenstellingen voor : van -15 in Scandinavië tot +23 in (toen nog) Yoegoslavië. De grens tussen zachte en koude lucht ligt vandaag van ons land via midden Duitsland en Tchechië naar het oostzuidoosten.

De verwachting is, dat de zachte lucht eerst nog wat terrein wint, en dat vervolgens de koude lucht over het hele land uitstroomt. De kans op regen en sneeuw blijft, maar wordt over een paar dagen kleiner.

Helaas eist het winterweer slachtoffers in het verkeer : bij verkeerongevallen ten gevolge van de gladheid, in Dronten en Muiden, kwamen drie mensen om het leven.

16 maart : Je zou de winter toch gewoon zat worden in deze fase. Somber en vrij koud, maar geen doorzettend winterweer. Weliswaar stijgt de temperatuur iets in het noorden, maar in het zuiden van het land is het juist weer iets kouder geworden. Er blijft kans op sneeuw.

17 maart : De kou zet nog steeds niet echt door bij ons. Intussen zijn er wel grote problemen door sneeuwstormen in Engeland en Schotland; men spreekt zelfs van de grootste problemen voor het wegverkeer in de gehele winter! Sneeuwploegen liepen in het noorden van Engeland vast in 3 meter hoge sneeuwduinen; Newcastle was vrijwel onbereikbaar.

Boven de Oostzee staat een noordoosterstorm bij temperaturen enkele graden onder 0. In Scandinavië -15 tot -20 overdag, in Polen -10 en noord Duitsland -2°C. In zuid Europa komen algemeen temperaturen voor van 15°. En bij ons dan? In het midden van het land temperaturen van 6 tot 8°C. We lijken dit keer door het oog van een naald te kruipen; de koude lucht bereikt ons nauwelijks tot nu toe. Het KNMI verwacht wel, dat de kou naar het zuiden zal opdringen.

18 maart : De situatie is niet echt duidelijk. Winter of geen winter? De wind is in het gehele land naar oost tot noordoost gedraaid; sneeuw en vorst blijven echter uit. We blijven in het grensgebied tussen koude en zachte lucht, zonder dat dit tot heftige taferelen leidt als in december en februari. Nog steeds zit lichte vorst en regen of sneeuw in de verwachting, maar de kans op een laatste echte koudegolf lijkt nu wel voorbij.

19 maart : De opmars van de kou stagneerde in onze omgeving en lijkt al weer op zijn retour. Als we het temperatuurverloop op Eelde bezien, dan blijkt daar duidelijk uit hoe de kou aanviel, maar niet doorzette. Hieronder een tabelletje met daggemiddelde temperaturen van Eelde:
Datum Tgem
11-3 ; 5,6
12-3 ; 4,4
13-3 ; 1,9
14-3 ; 0,8
15-3 ; 0,7
16-3 ; 2,3
17-3 ; 0,9
18-3 ; -0,2
19-3 ; 3,6

Bijzonder koud was het vanochtend in Denemarken met -15°C en in noord Finland met -34°C. Intussen hebben wij al weer enkele dagen geen zon gezien. Je gaat gewoon naar lente verlangen!

20 maart : Aan de vooravond van de eerste lentedag blijkt de laatste koudegolf van de winter in Nederland een storm in een glas water te zijn geweest. Bij half bewolkt weer wordt het vandaag 8 tot 10°. De wind is gedraaid naar zuidzuidwest. Om twee uur in de middag stap ik in een “warme” auto, beschenen door een voorjaarszonnetje. In de Lange Nieuwstraat in Vierpolders zie ik een nat wegdek; dat moet condenswater zijn; de zon heeft op die plekken het wegdek niet verwarmd en de zachte lucht is vrij vochtig.

De natuur levert nog een winters beeld : gras heeft nog pas een vaag groene kleur. Het is te hopen, dat zachter weer snel een eind maakt aan deze achterstand.

Bron weergegevens : KNMI
Tenzij anders vermeld betreffen de gegevens het meetstation De Bilt.

- wordt vervolgd -

pijl terug