schaatsthuis winterbulletin archief < < < vorige < < < contact
Winterverwachting
08-09
Winterverwachting
07-08
Winterverwachting
06-07
Winterverwachting
05-06
Terug
Home




Winterverwachting
2009-2010

door Cees van Zwieten

Waarschuwing:

Mijn winterverwachting is niet gebaseerd op berekeningen of algemene inzichten over voorspellen en verre van wetenschappelijk. Eerder intuïtief, speculatief en gegrond in eigen ervaringen. Aan dit product kleeft een groot risico; resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Sneeuwwinter

9-12-09

Ik geef mijn verwachting voor de komende winter:
D
e winter van 2009-2010 zal er één zijn met sneeuw. Zoals ik dat in oktober heb aangegeven zal het gaan om aanzienlijke hoeveelheden waarbij op veel plaatsen, ook in het westen, een sneeuwdek zal ontstaan dat tenminste een paar dagen blijft liggen. Deze sneeuwval zal voortkomen uit aanvoer van arctische lucht (=lucht uit de poolstreken). Afhankelijk van de baan waarlangs, over zee of over land, zal de temperatuur weinig of veel beneden normaal uitvallen gedurende enkele perioden van de winter. Daarbij zal een schaatsperiode optreden in zo’n periode waarin de kou over land wordt aangevoerd. Of dit tot een zeer koude winter gaat leiden is volgens mij niet de eerste optie. Eerder zie ik een winter met een paar perioden van winterweer naast zachter perioden.

In detail:
D
e kern van de winter komt in januari te liggen.
1. In december zal de kou wel een groot deel van Europa in z’n greep krijgen, maar in Nederland moeten we rekenen op enigszins kwakkelend weer waarbij sneeuwval zal voorkomen. Een plaatselijk witte kerst heeft dit jaar goede papieren. De gemiddelde temperatuur zal in december beneden normaal liggen, tussen 0 en +2.
2. In januari wordt de kou heviger, opnieuw gepaard gaand met sneeuwval. Ik verwacht een gemiddelde temperatuur in januari aanzienlijk beneden normaal, tussen -2 en +1. In januari is de kans groot dat we opnieuw (voor de derde keer op rij) op natuurijs staan; ik verwacht daarbij wel verstoring van de ijskwaliteit door sneeuwval of regen en ijzel.
3. Voor februari verwacht ik een meer normaal weerbeeld met een afwisseling van koud en zacht weer maar geen spraakmakende wintersituaties meer.
4. Voor de gemiddelde temperatuur kom ik uit op ongeveer +1°. Het koudegetal schat ik in op iets tussen 50 en 110.

Een paar overwegingen bij de winterverwachting

9-12-09

Opnieuw, onvermijdelijk zou je zeggen, kwamen de zonnevlekken ter sprake in de aanloop van de winter. We leven nu in een periode van zeer geringe zonne-activiteit. Er zijn astrofysici die menen dat deze periode van een minimum aan zonne-activiteit zo sterk en lang is, dat het tot enige afkoeling zal leiden of heeft geleid. Vergelijking met de “kleine ijstijd” is al gehoord. Mijn probleem is daarbij, dat 0,3° afkoeling op zich niet tot winterse taferelen leidt. Nodig is daarbij dat de stroming in de atmosfeer gunstig is. Voor zover ik weet is het mechanisme daarachter niet bekend en is er dus weinig verklaard. Evenzo is er een hardnekkig gerucht, dat bij een minimum aan zonnevlekken de kans op een elfstedentocht veel groter is. Statistisch is dat niet te onderbouwen. Het komt dan ook vooral voort uit het kijken naar een grafiekje door een winterliefhebber. Je merkt dan op dat er een lichte voorkeur is voor perioden met minder dan gemiddeld aantal zonnevlekken. Ook hier is het probleem: welk mechanisme zit er achter? Zolang we dat niet weten blijft het een slag in de lucht om dat verband te willen stellen. Voor een elfstedentocht is geen strenge winter nodig, maar een doorzettende, niet te vuile vorstperiode. Hoe moet ik dan het verband tussen zonnevlekken en een elfstedentocht zien als die tocht in heel verschillende soorten winters wordt gehouden? In 1912: normale winter. In 1954 een iets te koude winter, waarin één prachtige vorstperiode van ruim twee weken. In 1963: een superwinter. Ook waren er koude/strenge winters zonder elfstedentocht: 1979 en 1996. Mijn stelling is: put enige hoop uit de afwezigheid van zonnevlekken maar trekt uit dat gegeven op zich geen conclusies.

Oktober vertoonde geen duidelijke temperatuurdaling van eerste naar laatste decade. Een nooit bevestigde theorie zegt dat dan de kans op een koude winter kleiner is dan normaal. Voor mij blijft hier van over: geen aanwijzing voor een koude winter.

Onweer in november: de doodsteek voor een elfstedentocht? De Friese landbouwer Pruiksma huldigde die stelling en had daar in 79 goed mee gescoord. Als er al iets achter zit zou dit onrust in de atmosferische beweging moeten zijn. In hoeverre dit doorwerkt op de winter is dan de vervolgvraag. Ik geef deze stelling het voordeel van de twijfel en houd rekening met een onrustige winter. Dat spoort met de prognose van sneeuwval.

Ik heb dit jaar weinig onderzoek gedaan naar berichten van weerinstituten of winterprofeten. Hier en daar vang ik tegenstrijdige berichten op. Ik houd me bij mijn eigen intuïtie, daarbij gesteund door de computerprognoses die op dit moment binnen komen voor de komende tien dagen. Die wijzen al op enige vorm van kou en op sneeuwval bij luchtaanvoer uit het verre noorden.

Sneeuwwinter?

22-10-09

Iedere herfst gaan mijn gedachten uit naar de naderende winter. Ik kijk regelmatig naar de weerkaarten en speur naar bijzonderheden. Helaas is er voor onze omgeving geen winterverwachting te maken die stoelt op wetenschappelijke basis. Keer op keer worden volkswijsheden en vuistregels getoetst op hun betrouwbaarheid om er een verwachting voor de komende winter mee op te stellen. Het resultaat is steeds dat op vuistregels en volkswijsheden niet te bouwen valt. Een voorbeeld: vroege vorst in november zou verband houden met een te zachte winter, althans één met weinig vorst. Statistisch is daarvoor geen aanwijzing voor gevonden. Het KNMI huldigt de stellingname dat voor een komend winterseizoen geen behoorlijke verwachting is op te stellen. Daarmee blijft het KNMI aan de veilige kant en dat is misschien maar goed ook: critici staan tegenwoordig in de rij als er iets fout loopt met de uitkomst van belangrijke verwachtingen.

Het Engelse weerinstituut Met Office maakt wel ieder jaar een verwachting. Daarvoor gebruiken zij computermodellen die ook de temperaturen van het oppervlaktewater van de oceanen meenemen. Bovendien gebruiken ze ook statistische methoden. Statistische methoden zien af van mogelijke fysische relaties en gaan alleen af op beschikbare gegevens uit het verleden. Het resultaat is een ruwe verwachting voor de komende winter, met daarin de afwijking in temperatuur en neerslag ten opzichte van normaal. De definitieve verwachting voor de komende winter wordt in november gegeven. Voorlopig moeten we het doen met een eerste aanwijzing en die luidt: grote kans op een normale tot iets te zachte winter voor Europa.

Zoals hierboven opgemerkt: mijn methode is niet wetenschappelijk maar intuïtief van aard. Daarbij maak ik wel gebruik van gegevens die mij ter beschikking staan en houd daarbij rekening met de mogelijkheid dat sommige feiten wel zwakke signalen zijn voor de komende winter. In ieder geval hanteer ik ze zo in mijn compositie van een winterverwachting. In het verleden heb ik daarbij ook al eens gebruik gemaakt van zeewatertemperaturen en de daarbij behorende vergelijkingsjaren. Als ik die gegevens dit jaar weer boven tafel krijg, zal ik dat weer melden.

Wat is er nu al te zeggen over deze winter? Ik moet bekennen dat ik een ingeving kreeg, een paar weken geleden, die ik beschouw als mijn “wintervisioen”. Ik kan eenvoudig beschrijven hoe dat gaat: op een moment dat ik absoluut niet met de winter bezig ben, roept een bepaalde situatie een sterke gedachte aan de komende winter op. Dat kan een gedachte aan kou zijn, maar ook aan een totaalindruk zoals ”een sombere winter”. De gedachte die mij onlangs te binnen schoot, op het moment dat ik een fiets naar buiten sjouwde, was: deze winter gaan we hier sneeuw naar binnen lopen. Dat betekent voor deze winter: er zal ook bij ons in het zuidwesten op aanzienlijke schaal sneeuw vallen, dusdanig dat er een goed pak blijft liggen. Ik denk daarbij aan toestanden als in maart 2005 voor onze regio: minstens 10 centimeter, die ook blijft liggen dankzij aanhoudend lage temperaturen.

Kunnen we concluderen dat we een koude en dus schaatswinter krijgen? Die conclusie is voorbarig. Die sneeuw kan een incident zijn; die sneeuw kan aan het begin van een vorstperiode vallen en het schaatsen bemoeilijken; die sneeuw kan aan het eind van een vorstperiode vallen en zo de schaatspret onbedorven laten. Tenslotte is er de mogelijkheid van een koude winter, waar alles in zit. Ik zal in de komende zes weken proberen mijn beeld van de winter, rondom die sneeuw, duidelijker te krijgen.

pijl terug

schaatsthuis verhalen archief ijskansen websporen contact