alblasserwaard schaatstochtje

Het Winterbulletin.

Door Cees van Zwieten

Komt er weer eens een behoorlijke periode met natuurijs voor ons, smachtende glaciofielen???
Schaatsweerman Cees van Zwieten volgt het winterweer op de voet en doet er verslag van! Hij combineert zijn visie met die van de diverse meteorologische instituten. Op onregelmatige tijden verschijnt er een Winterbulletin, telkens als het weer daartoe aanleiding geeft. De nieuwste altijd bovenaan. Oudere bulletins vindt u terug in het archief.

Het Dagboek 1963 staat volledig op de site, met een paar foto's. Naar aanleiding van medewerking aan het TV-programma 'Lekker weertje' ben ik mij opnieuw gaan verdiepen in nieuwsfeiten van deze winter. Op basis daarvan zal het dagboek geleidelijk worden herschreven. Het Dagboek 1979 nu t/m 20 maart. Het Dagboek 1985 staat tot 12 februari op de site; er wordt aan gewerkt. Alle dagboeken zijn te lezen via de link "Winterhistorie".

  1. Huidig Seizoen

  2. Winterverwachting

  3. Winterhistorie

  4. Klimatologie

  5. Winterarchief


  6. IJsvorming

  7. IJspluim KNMI

  8. IJspluimen Weerplaza

  9. Actuele gegevens KNMI


  10. IJsbanen

  11. Weerlinks



Laatste Winterbulletins.

Winterbulletin 16 (12-2-2021); door Cees van Zwieten

Kwetsbaar ijs (2)

Opnieuw een prachtige winterdag met steeds meer schaatsmogelijkheden. Iets kouder dan gisteren met een maximumtemperatuur die ongeveer 2 graden lager was. Daarbij een matige oostenwind, wat het voor het gevoel kouder maakte. Dankzij de steeds krachtiger februarizon was het op het ijs aangenaam weer in de middag. Die krachtige februarizon blijkt wel een spelbreker in de middag. Aan de kanten waar de zon vol op staat komt water op het ijs en kan het ijs zwakker worden. Volgens de verwachtingen zal er morgenochtend weer 1 tot 1,5 cm ijs bij zijn gekomen, zodat de schaatscondities weer verbeterd zullen zijn. Zondag zal de grootste ijsdikte bereikt zijn, die volgens de ijspluim bijna 12 cm zou moeten zijn. Dat gaan we lang niet overal halen; meest toch wel minimaal 8 cm. Enkele blijvend kwetsbare plekken uitgezonderd.

Komende nacht gaat het kwik weer de diepte in. Vooral waar de wind zwakker wordt, en dat is vooral in het noordoosten, kan de -15 of iets lager bereikt worden. Ook het oosten met de dikste sneeuwlaag is een goede kandidaat voor -15. In het midden en westen zal het matig tot streng vriezen met minima tussen -8 en -12. Rotterdam zal de -10 wel weer aantikken of iets onderschrijden. In de middag komt de temperatuur om het vriespunt en plaatselijk betekent dat iets boven 0. De nacht naar zondag wordt al minder koud met alleen in het oosten en noordoosten nog strenge vorst tot -12; elders matige vorst van -5 in het zuidwesten tot -8 in het midden en zuidoosten. De wind is dan gedraaid naar het zuidoosten waarbij in de middag de temperatuur iets boven 0 komt. Maandag is het feest afgelopen doordat de dooi met allerlei soorten neerslag zijn intrede doet.

Winterbulletin 15 (11-2-2021); door Cees van Zwieten

Kwetsbaar ijs

Het was me het schaatsdagje wel! Op veel plaatsen in ons land trokken de liefhebbers van de frisse buitenlucht en van het schaatsen, op welk niveau dan ook, er op uit. En er was veel te genieten vanwege het schitterende winterweer. Op de meest plaatsen steeg de temperatuur in de middag tot iets onder 0 maar dankzij de zon en de lage windsnelheid was het in de middag niet koud. En niet te vergeten: de sneeuw maakte het wintergevoel weer ouderwets intens. Mijn eerste slagen op het ijs dit jaar, door Corona afgehouden van oefenen op de baan, maakte ik op het Quakjeswater bij Rockanje. Op redelijk ijs, met een paar zachte plekjes hier en daar, kwam het schaatsgevoel al snel weer in de benen.

Hoog gespannen waren de verwachtingen aan het eind van vorige week, toen de weermodellen aanhoudend een zeer koude week voorspelden met dagenlang middagtemperaturen van -4 tot -5 en een reeks nachten met strenge tot zeer strenge vorst. Het zou zeer snel leiden tot heel dik ijs. Zo zag ik, terugkijkend in deze bulletins, dat vorige week vrijdag de verwachting luidde: ongeveer 9 cm ijs op donderdag. De werkelijkheid was iets minder spectaculair. Ik schaatste vanmiddag op 6 tot 7 cm ijs; berichten uit de buurt van Kinderdijk wijzen op ongeveer 5 cm. Met een lange koude nacht naar morgen kan er 2 cm bij komen.

De afgelopen twee dagen waren de temperaturen minder laag dan in de verwachtingen van een dag of vijf geleden waren aangegeven. Met name de temperaturen overdag waren hoger; geen -4 tot -5 maar op de meeste plaatsen -1 tot -2. Ook de strenge vorst bleef uit voor een deel van het land. Wel meldde Rotterdam vanochten -10,5 ; de Bilt kwam op minimaal -9,5. De gehoopte strenge vorst kwam in het oosten en zuidoosten en ook in het noorden. Leeuwarden maakte een tussenspurt met -13,1 en Eelde zat daar in de buurt met -12,6. Het duidelijkst worden de tegenvallende temperaturen ge•llustreerd door de gemiddelden van De Bilt en Rotterdam over woensdag (10-2); beide gaven -3,7. Dat betekent dat het koudegetal in De Bilt bescheiden groeide en na woensdag stond op 17,8 over deze vorstperiode. Met de K-waarde van zondag, waarop het ijs op de meeste plaatsen nog niet gevormd werd, ervan afgetrokken staan we pas op 13,7. Ik ga nog iets verder en reken voor de afgelopen nacht vanaf 24 uur nog twee punten en voila: de schamele 15,7 verklaart het kwetsbare ijs van vandaag. Met het etmaal van vanochtend tot morgenochtend erbij zouden we op 18 of 19 kunnen uitkomen. Dat geeft iets meer zekerheid voor het ijs, maar bedenk dat algehele betrouwbaarheid er nog niet is, ook al geeft de ijspluim van het KNMI 8 tot 9 cm.

Hoe lang deze vorstperiode gaat duren tekent zich nu af. De eerder geschetste ontwikkelingen in de drukverdeling zullen leiden tot een draaiing van de wind naar zuidoost tot zuid. Zondagochtend vriest het nog en in de middag stijgt de temperatuur tot iets boven 0. Er kan maandag sneeuw en regen vallen, wat waarschijnlijk de echte dooi inluidt. Intussen is het genieten van dit mooie winterweer met om 22 uuur 30 al weer -12 in Hupsel, de plaats die het patent lijkt te hebben op de strengste koude in deze bijzonder vorstperiode. Het zal te maken hebben met het sneeuwdek, dat door het KNMI in het oosten van de Achterhoek als hoogste van Nederland wordt aangegeven. Meer dan 20 cm sneeuw isoleert de bodem sterk van de lucht erboven, waardoor de afkoeling weinig geremd wordt door warmte uit de bodem.

Winterbulletin 14 (10-2-2021); door Cees van Zwieten

Bijgesteld

Afgelopen nacht viel de vorst een beetje tegen. In midden en west Nederland kwam het tot -6 of -7. Rotterdam had piekwaarde -7,4. Het noorden van het land trekt bij; in Leeuwarden -8,5 en Eelde -9,8. Door de huidige windrichting trekken er nog wat kleine sneeuwbuitjes over en is de vorst in de avond nog veelal licht. Op de Veluwe zien we warempel om 21:50 uur strenge vorst: -11,7. De verwachting is dat de bewolking geleidelijk gaat verdwijnen en dat de wind meer naar een oostelijke richting gaat. Dat betekent dat op veel plaatsen strenge vorst kan voorkomen, met minima van -8 in het westen tot -14 in het oosten en zuidoosten.

De toestand van het ijs is op diep water nog niet geweldig. Afhankelijk van de plaats in het land zal op ondiep water vandaag al geschaatst zijn. Ik zag ook dat de ijsbaan in Schipluiden met 6 tot 7,5 centimeter ijs vandaag open was. Dat is heel ondiep water, dus daar gaat het altijd snel. Intussen is de ijsverwachting iets naar beneden bijgesteldVolgens de ijspluim kunnen we op water van 2 meter diepte morgen 6 tot 7 cm verwachten; vrijdag 9 cm en zaterdag 11 tot 12. Zondag komt er nog iets bij. De verwachting is vanaf vrijdag zeer gunstig. Morgen zal op veel plaatsen geschaatst kunnen worden al blijft het opppasen voor zwakke plekken.

De verwachting na zondag is nog onzeker. De kans op dooi is redelijk groot aanwezig. De ontwikkelingen op de weerkaart in het komend weekend zullen van doorslaggevend belang zijn. Er ontwikkelt zich een nieuwe rug van hoge druk; vorm en positie ervan kunnen grote invloed hebben op de temperatuurontwikkeling. Volgens de Amerikanen blijft de kou nog lang plakken bij een heel geleidelijk oplopende temperatuur. Het Europese model gaat op hoofdlijnen naar dooi na het weekend.

Winterbulletin 13 (9-2-2021); door Cees van Zwieten

Mooi begin

Wel, schaatsvrienden, daar is dan de vorstperiode met mogelijk een koudegolf daarin, begonnen. Het valt op dat de berichten nog wel wisselen, zeker op de langere termijn; ik kom daar zo nog op terug. Ook het heden geeft enige afwijking in de temperatuur die onverwacht lijkt. Zo had Leeuwarden vannacht/ochtend een minimum van -2,5 terwijl Hupsel vanochtend -16,2 aangaf. Rotterdam zat daartussen met -8,3. Dat lijkt al heel aardig, maar daar moet bij bedacht worden dat de temperatuurdaling pas later in de nacht inzette. De ijsgroei in het westen is nog bescheiden. De komende nacht zullen vermoedelijk vergelijkbare waarden gemeten worden, al is nu wel duidelijk dat het noorden het beter gaat doet met om 22 uur -6,7; op dat tijdstip in Hupsel al weer strenge vorst.

Op de weerkaart zien we de luchtdruk boven Scandinavie wat stijgen de komende dagen. Bij ons blijft de stroming in hoofdzaak noordoostelijk waardaar aanvoer van zeer koude, en geleidelijk iets drogere, lucht verzekerd is de komende dagen. Het noordwesten van het land kan iets hogere temperaturen hebben doordat de aanvoer deels over zee gaat. Op langere termijn zien we het krachtige hogedrukgebied boven Groenland verdwijnen en het is de vraag of het Scandinavische hoog de aanval van een oceaandepressie kan weerstaan. Het is waarschijnlijk dat de stroming naar zuidoost gaat draaien zodat na zaterdag de strengste kou er uit gaat. Na zondag kan het verschillende kanten op, misschien een voortzetting van de kou, mogelijk en iets waarschijnlijker een afbouw.

De discussie over een mogelijke Elfstedentocht lijkt intussen heel voorbarig (Dokkumer Ee vanochtend grotendeels nog open), al kan worden verdedigd dat vanwege de corona-maatregelen vroegtijdig hierover spreken van belang is. Maar dan is het voor de organisatie nu misschien al te laat om iets anders te organiseren dan de traditionele Elfstedentocht. Het zou mooi geweest zijn, bijvoorbeeld de Friesland-Corona-Marathon op natuurijs. De temperatuurverwachtingen doen vermoeden dat het niet tot voldoende ijsdikte zal komen in de huidige vorstperiode. Een storm in een glas water. Zo gaat dat in Nederland: er ligt nog geen ijs, iedereen bemoeit zich ermee en tenslotte komt het bestuur met de bevestiging van het eerder genomen besluit, aangevuld met de weigering om iets anders te organiseren. Kon men anders? Ik denk het niet, gezien de grote implicaties van een en ander.

Voorlopig is het genieten van deze prachtige winter. Hoe lang is het geleden dat een pak sneeuw dankzij voldoende vorst bleef liggen in het westen van het land? Vanmiddag wandelde ik op de prachtig witte ingelopen sneeuw. Nostalgie, inademen van de frisse lucht en genieten van de mooie kleuren. De vorstperiode is nog pril met in De Bilt tot en met 8-2 een koudegetal van 9,7 in deze periode; we hebben toch 16 tot 20 punten nodig voor een redelijke ijsdikte en het ziet er naar uit dat dat donderdag bereikt wordt. Dus: we gaan binnenkort genieten van het schaatsen. Ik heb vernomen dat vandaag bij Kinderdijk 2 centimer prachtig ijs lag. Dat is een mooi begin en dat lijkt heel goed aan te sluiten bij de ijsverwachting van het KNMI. Morgen 4 cm, donderdag 8, vrijdag 10 en zaterdag 12 cm. Zondag en maandag kan het nog iets meer worden, wat betekent dat zwakke plekken, die iets achter bleven, dan ook bij trekken. Het KNMI gaat uit van water van 2 meter diepte. Dat betekent dat er in het midden van het land op veel plaatsen op dieper water donderdag geschaatst kan worden. Met de waarschuwing om uit te kijken voor zwakke plekken, die later zijn dicht gevroren. Vrijdag en zeker zaterdag is de situatie nog beter. Alles hangt natuurlijk nog af van de vorst, die hopelijk de verwachtingen volgt. Die verwachtingen zijn voor het noordwesten van het land iets minder. Friesland loopt op dit moment misschien iets achter, maar dat kan met strenge vorst in de nacht worden ingelopen. Zojuist zag ik Erik Ekkel op de TV; hij houdt op zijn site de ijssituatie bij en zag vandaag nergens een veilige plek om te schaatsen. Met name donderdag verwacht ook hij veel schaatsmogelijkheden.

Winterbulletin 12 (8-2-2021); door Cees van Zwieten

Zeer strenge vorst

Hebben we dit ooit meegemaakt? ZoÕn heftige winterinval met uitzicht op een dag of vijf met zeer lage temperaturen? Als we het hebben over heftig, wat betreft temperatuurval en sneeuw, dan komen 1956 en 1979 in beeld. Zeker, daarna heeft het nog vaak gevroren, is het extreem koud geweest, zoals in de winter van 1985, die ook een prachtige inval van winterweer te zien gaf. Dit is echter van een andere kwaliteit in mijn beleving, al is duidelijk dat 1956 en 1979 van nog hogere winterse orde waren. In twee dagen van zacht naar diep winters, het is prachtig. Vandaag heb ik weer gewandeld en op de volkstuin weer ervaren hoe je bij matige vorst met een koude, natte hand aan metaal kan ÒplakkenÓ door de vorst. Herinneringen aan 1963 komen boven, toen dat vaak gebeurde met de klink van de keukendeur.

De lezer zal vooral benieuwd zijn naar het vervolg de komende week. We hebben al kunnen lezen en horen dat temperaturen onder -15 deze week mogelijk zijn; zelfs -20 wordt genoemd. Het is intussen negen jaar geleden dat die grens bereikt en zelfs overschreden werd. Voor ons, schaatsers zijn die extremen van minder belang. De kou zonder die extremen is al buitengewoon mooi. We moeten daarbij vooral op het etmaalgemiddelde letten. In De Bilt lag dat vandaag in de buurt van -5. Dat levert 5 punten voor het koudegetal. Zodra het opgeklaard is gaat de temperatuur vooral in de nacht en ochtend enorm naar beneden. Ook overdag zal het iets kouder worden. Gemiddelde etmaaltemperaturen van -8 to -10 zijn mogelijk en daarmee groeit het koudegetal snel en wordt het ijs snel dikker. Een factor daarbij is ook dat de zon weliswaar hoger aan de hemel staat maar nog niet al te sterk is. (Eind februari gaan we de invloed van de zon veel meer merken)

De komende drie dagen gaat de temperatuur bij meer zonnige condities en ook minder wind naar beneden. Komende nacht zal al plaatselijk -12 of -13 gemeten kunnen worden in het oosten en zuidoosten. Het noordwesten heeft nog een beetje last van een iets minder koude stroming over de Noordzee. In het midden van het land, afhankelijk van opklaringen, -6 tot -10. Waar het morgenochtend helder weer is zal de temperatuur laat en moeizaam opklimmen. Donderdag zal het nog kouder zijn met op heel veel plaatsen strenge vorst en in het oosten vooral temperaturen beneden -15. Dit weer zal waarschijnlijk tot en met zaterdag aanhouden met middagtemperaturen tussen -2 en -5 en nachten met strenge tot zeer strenge vorst. Zondag begint de onzekerheid wat groter te worden. Het is mogelijk dat minder koude lucht gaat opdringen. Aanhouden van het zeer koude vriesweer is evenwel heel goed mogelijk.

Om te zien wat dit voor de ijsdikte betekent nemen we de ijspluim van het KNMI erbij. (zie de link bovenaan). Volgens de KNMI-pluim gaan we in het midden van het land op twee meter diep water naar 8 cm op donderdag, geleidelijk oplopend naar 15 cm op zondag. De daarna verder mogelijk toenemende ijsdikte nemen we met een grote korrel zout. Dat zou betekenen dat met enige kennis van de situatie ter plaatse, bijvoorbeeld via ijsmeldingen, er schaatsen mogelijk is in een deel van de buitengebieden, zoals de Alblasserwaard, in het midden van het land. Vrijdag is het met 10 cm ijs zekerder en in het weekend lijkt er overal geschaatst te kunnen worden. Enige onzekerheid is er natuurlijk wel omdat plaatselijke omstandigheden van wind en waterdiepte kunnen verschillen. En dan hopen we dat er niet te veel sneeuw in het ijs terecht is gekomen. Sneeuw op het ijs lijkt geen groot probleem te worden. Houd de berichten in de gaten.

Winterbulletin 11 (6-2-2021); door Cees van Zwieten

Mooiste volgorde

Op 17 januari schreef ik in het winterbulletin: winter, waar ben je? Welnu hier is die winter en wel in vol ornaat en in lang niet vertoonde allure. Ieder dag ben ik weer verbaasd over hoe de verwachting van een hevige vorstperiode niet alleen blijft, maar er ook iedere nog iets mooier uitziet. Het bijzondere van deze vorstperiode zit in de lage dagmaxima. Als we de modellen mogen geloven zal er een reeks van ongeveer 7 dagen komen met temperatuur in de middag van omstreeks -5, of mogelijk nog iets lager. Dat hebben we lang niet meegemaakt; in 2012 gebeurde iets dergelijks in de loop van de vorstperiode, speciaal na de sneeuwval. En dat is nu ook weer de factor die de temperaturen zo laag houdt.

Verder is er weinig toe te voegen aan wat ik gisteren schreef. Het lijkt een vorstperiode van formaat te worden, die op het moment dat ik dit schrijf (22 uur) in het grootste deel van het land begonnen is. Rotterdam staat te trappelen, met een beetje natte sneeuw een uur geleden en gaat spoedig mee doen. Nu nog 0,0 en dat zal over een uurtje wel -0,2 of lager zijn geworden. We wachten de ontwikkelingen van de sneeuwjacht in de komende 24 uur af. Het is eigenlijk de mooiste volgorde: eerst het pak sneeuw en daarna een stevige vorst er overheen. Laten we ervan genieten na zo veel magere winters. Schaatsen zal waarschijnlijk dagenlang kunnen en er zijn voorzichtige aanwijzingen dat de kou zich volgend weekend nog niet laat verdrijven. De ijspluim van het KNMI verbaasde me vandaag opnieuw met een doorgaande lijn van maandag tot en met volgende week dinsdag. Kijk zelf en huiver. Voor de lezers die dit lezen op de pagina van het winterbulletin: de link staat op deze pagina.

Winterbulletin 10 (5-2-2021); door Cees van Zwieten

Strenge vorst

Het zag er al dagenlang naar uit: ons wacht een winterperiode van bijna ongekende kwaliteit, zeker in het kader van ons nieuwe klimaat. De combinatie van vorst, sneeuw en wind die ons hoogst waarschijnlijk zondag te wachten staat, doet denken aan de grote winterepisodes uit het verleden. We zullen niet de heftigheid van 1979 of 1956 meemaken, maar in mijn herinnering moeten we terug gaan naar dat verre verleden om die combinatie van sneeuwjacht en invallende vorst te vinden die nu landelijk op het menu staat. Een soort 30 december 78 light, zou ik zeggen.

Een krachtig hogedrukgebied dat zich boven Groenland ontwikkelt en een uitloper krijgt naar Scandinavie zal samen met een depressie, zuidelijk van ons tijdelijk opdringend naar het noorden, zorgen voor een krachtige en lang niet vertoonde transportkou; een klassieker, zoals ik een paar dagen geleden schreef. Nog steeds houden de weermodellen vast aan dat scenario waarin vanaf zaterdagavond (6-2) de vorst Nederland verovert, gepaard gaand met een flink pak sneeuw. Voorafgaand aan de sneeuw kan regen en ijzel vallen. Zondag zal de maximumtemperatuur in het midden en noorden op -4 tot -5 blijven hangen met doorgaande sneeuwval. Zuid Limburg zal het in de ochtend nog doen met regen bij ongeveer +1 om tenslotte later op de dag bij Thialf te worden ingelijfd..

Menigeen zal zondagochtend, misschien niet verbaasd over de sneeuwjacht, dan toch wel schrikken van de bijtende kou: een matige tot krachtige wind bij -5. Dat is lang niet vertoond; de kou van 28 februari 2018 kan hiermee wedijveren al waren we toen door voorafgaand koude dagen al een beetje gewend. De schaatsliefhebber zal de kou met enthousiasme begroeten en zich misschien wat bezorgd maken over de sneeuw. Valt er niet te veel? Wat wordt de kwaliteit van het ijs? Laten we bedenken dat de sneeuw lagere temperaturen mogelijk maakt en dat het landschap bij een schaatstocht schitterend zal zijn.

En zo zitten we vanaf zondag in een vorstperiode waarin de maximumtemperaturen eerst tussen -4 en -7 zullen liggen. De wind gaat in de volgende dagen geleidelijk afnemen. De nachtelijke minima liggen aanvankelijk in de buurt van -8. Later in de week gaan door opklaringen en afname van de wind de maxima iets omhoog, maar nog steeds een paar graden onder 0, en de minima omlaag. In een groot deel van het land komt het tot strenge vorst, waarbij temperaturen beneden -15 plaatselijk tot de mogelijkheden behoren. Vanaf donderdag neemt de onzekerheid toe, waarbij in het weekend de tendens lijkt te zijn naar vermindering van de kou. Of dit het einde van de vorstperiode is valt nu nog niet te zeggen.

In het midden van het land ligt de watertemperatuur op ongeveer 4 graden. Bij het invallen van de vorst zal de sneeuw het water snel doen afkoelen zodat op water van twee meter diepte in de nacht naar maandag de ijsvorming kan beginnen. De ijspluim van het KNMI gaat daarna ijskoud naar, als gemiddelde, 6 cm op woensdagochtend, 9 cm op donderdagochtend en zo verder naar 12 cm op zondag. Er zijn veel lijntjes, oa de Oper die veel verder gaan, maar die laat ik veiligheidshalve nu buiten beschouwing. De ijspluim van Weerplaza geeft vergelijkbare ijsdiktes. Let wel, dit zijn modelberekeningen; plaatselijke factoren en de invloed van wind en sneeuw kunnen afwijkingen geven van dit beeld. Stuifsneeuw op het ijs en windwakken zijn daarbij de boosdoeners. Desalniettemin: bijzonder mooie vooruitzichten.

Winterbulletin 9 (4-2-2021); door Cees van Zwieten

Neerslagsoorten

Er is ten opzichte van gisteren weinig nieuws te melden. De inval van de vorst in de nacht van zaterdag 6 op zondag 7 februari kan als zeker worden beschouwd. Alle modellen wijzen in dezelfde richting, met de kanttekening dat in het zuidoosten van het land de vorst beduidend minder zal zijn. Het ziet elders uit naar een stevige vorstperiode waarbij de mogelijkheid van schaatsen vooral lijkt af te hangen van de hoeveelheid sneeuw die er op eventueel aanwezig ijs zal vallen. De neerslag zal ik zometeen nog bespreken; duidelijk is dat veel sneeuw wordt verwacht in een deel van Nederland.

De zeer koude lucht die over Scandinavie naar onze omgeving stroomt gaat ons land in de loop van zaterdag bereiken. Tegelijkertijd vormt zich een depressie boven Frankrijk die naar het noordnoordoosten trekt. Deze voert zachte lucht mee die op de koude lucht botst en daar tegenop glijdt. Dit front komt enige tijd boven ons land te liggen en zal zondag naar het zuiden schuiven. Gevolg van dit alles is dat er een uitgebreid neerslaggebied ontstaat waaruit regen, ijzel, ijsregen en sneeuw gaat vallen. Waar de diverse neerslagsoorten precies vallen is niet zeker, maar de verwachting op dit moment is, dat regen alleen in het uiterste zuiden van ons land valt, ijzel en ijsregen in het zuiden en midden, en sneeuw vooral in het midden en noorden. De grens tussen sneeuw en andere neerslagsoorten zal in de loop van zondag vermoedelijk naar het zuidoosten trekken. De sneeuw zal lang aanhouden, vooral in het midden van het land, waarbij forse hoeveelheden zijn te verwachten, mogelijk tussen 10 en 25 cm. Het vindt plaats bij een krachtige oostenwind en dalende temperaturen tot ongeveer -4. Dat zal een sneeuwjacht geven, met alle problemen van dien.

Dat alles zal, voor zover ik dat nu kan inschatten in het midden van het land vooral op de kwaliteit van het ijs van invloed zijn als een grote hoeveelheid sneeuw in het water valt. Sneeuw op ijs lijkt me daar niet te verwachten dus een isolerende sneeuwlaag zit er niet in. In het noorden kan dat anders zijn, als eerst een ijslaag ontstaat waarop daarna sneeuw valt. Dat is ongunstig voor de ijsaangroei. Het hangt dan ook weer af van de sterkte van de wind. Kortom: een gecompliceerde situatie voor de vorming van ijs. Of bovenstaande verwachting ook uitkomt, is nog niet zeker; verschuivingen in de plaats van de verschillende neerslagsoorten en de hoevelheden kunnen nog iets anders worden dan aangegeven.

Als de zondag met waarschijnlijk grote overlast door sneeuw en ijzel voorbij is, komen we in de zeer koude lucht met in het midden en westen van het land temperaturen van -3 of -4 overdag en ongeveer -8 in de nacht en ochtend. De wind gaat afnemen zodat bij heldere hemel ook nog veel lagere temperaturen in nacht en ochtend mogelijk zijn, tot omstreeks -15 op donderdag. Als alles mee zit gaat dit alles op water van twee meter diep een ijslaag van ongeveer 8 centimeter geven vanaf woensdagochtend. Later in de week nog wat meer. Dat ziet er dus voor het eerst sinds jaren heel gunstig uit. Of de vorstperiode inderdaad tot en met vrijdag aanhoudt is nog afwachten; vanaf het volgende weekend wordt de ontwikkeling erg onzeker.

Winterbulletin 8 (3-2-2021); door Cees van Zwieten

Schaatskansen

Er wordt vandaag al druk gespeculeerd over een stevige vorstperiode in de komende week. Dat is niet zo gek, want zowel GFS als ECMWF geven in de modeluitvoer nu aan dat vanaf zondag in het grootste deel van het land de temperatuur aanzienlijk omlaag gaat. Daarbij kan een behoorlijk pak sneeuw vallen. We spreken dan over de termijn van 4 dagen en bij zoÕn omslag is dat nog steeds een beetje te ruim. Hoe koud het wordt, hoeveel sneeuw er gaat vallen en waar, het zijn onzekerheden die pas de komende dagen worden weggenomen.

De synoptische situatie is opvallend: er lijkt zich een zeer gunstige drukverdeling te ontwikkelen voor aanvoer van zeer koude lucht naar onze streken. Tussen Groenland en Noorwegen stijgt de luchtdruk zaterdag tot boven 1045 hPa. Tussen dit systeem en een depressie boven het noorden van de Oeral komt de zeer koude lucht uit noord Siberi‘ in beweging naar het zuiden en zuidwesten. Een hogedrukgebied boven Libi‘ trekt oostwaarts; een depressiegebied van de Oceaan krijgt daardoor doortocht naar midden en zuid Europa. Deze ontwikkelingen leiden tot een oostelijke stroming boven ons land, waarmee zeer koude lucht wordt aangevoerd. Complicatie in de verwachting is de positie die een depressiekern op zondag gaat krijgen. Waarschijnlijk zal dit Belgi‘ zijn. Dat zou leiden tot aanzienlijke sneeuwval in een groot deeel van Nederland en slechts moeizaam doordringen tot het zuiden van ons land van de kou.

Er zitten dus nog steeds onzekerheden in de verwachting. Zondag begint dat al; een kleine verandering in de positie en trekrichting van de depressie kan verschil maken in het doordringen van de vorst in het midden en zuiden van het land, en in de neerslag die valt. Wordt het alleen sneeuw? Duurt de sneeuwval lang? Valt er deels ook regen of ijzel? Als we het gemiddelde van ECMWF aanhouden dan is de voorlopige prognose: vorstinval met in het noorden en midden 5 ijsdagen, in het zuiden slechts 3. In het noordoosten kans 1 of 2 nachten strenge vorst. Veel lagere temperaturen zijn in principe nog mogelijk boven een sneeuwdek en opklaringen met weinig wind.

Hoe staat het nu met de kans op schaatsen aan het eind van de komende week? De kans daarop is flink toegenomen met een paar kantekeningen. In de eerste plaats de algemene onzekerheid in temperatuur. In de tweede plaats de mogelijkheid dat sneeuwval complicerend werkt. Een pak sneeuw op zondag valt in het water, dat volgens het KNMI-model dan nog een temperatuur van een graad of drie heeft (midden van het land). Dat zou hooguit iets minder mooi ijs kunnen geven als het veel sneeuw is. Valt er ook later sneeuw, op het ijs, dan is dat negatief voor de ijsgroei. Een ijsgroei die volgens de ijspluim van het KNMI op basis van het ensemblegemiddelde op ongeveer 6 cm komt. Bij het koude scenario van de oper en de control kan het meer worden: jawel, het rode lijntje geeft bijna 12 centimeter op vrijdag. Voor wat het waard is in deze fase van de verwachtingen.

Winterbulletin 7 (2-2-2021); door Cees van Zwieten

Schakel

Het was slechts een mogelijk scenario dat ECMWF ons gisteren voorhield. Vanavond komt er iets anders uit de bus, waarbij de operationele run voor de volgende week vrijwel geen vorst aangeeft. Wel is er in het ensemble een cluster met kou die wel een aantal ijsdagen zou geven. Het andere model, GFS komt ook niet met serieuze kou. Is het nu afgeblazen? Dat valt te bezien want we kijken eigenlijk te ver vooruit: zondag is de dag waarop de kou zou moeten binnen stromen en dat is 5 dagen vooruit.

De situatie die het alles spannend maakt is dat grote hogedrukgebied in het hoge noorden, met eventueel een krachtige verbinding met een oceanisch hoog, hetwelk de kou in onze richting gaat sturen. Richting is echter niet genoeg als de beweging van depressies niet lekker ligt. Lage druk in zuid Europa zou ons helpen aan een oostenwind en dat is precies de schakel die misschien ontbreekt. Zoals het er nu uitziet liggen die depressies toch steeds te noordelijk waardoor de kou in grote lijnen ons land niet of in verlichte vorm aandoet.

De ijspluim van het KNMI ziet er uiteraard weer geheel anders uit. De oper geeft helemaal geen ijs en het koude cluster een paar centimeter. Morgen weer anders.

Winterbulletin 6 (1-2-2021); door Cees van Zwieten

Klassieker?

Het is nu precies 65 jaar geleden dat de winter met bijzondere hevigheid ons land binnen viel. Op 30 januari 1956 begon het in een groot deel van het land al te vriezen bij toenemende oostenwind. Om middernacht noteren Eelde en Twente al matige vorst; Eelde heeft dan harde oostenwind en bijna -10. Op 31 januari gaat het verder de diepte in. Om middernacht naar 1 februari noteren De Bilt en Twente al -13; de wind is dan iets afgenomen. De 1e februari is ŽŽn van de koudste dagen uit onze recente weergeschiedenis. In Twente is de temperatuur alleen tussen 11:30 en 19 uur boven de -15 en het gemiddelde is -15,5. De Bilt heeft een gemiddelde van -14,0 en een maximum van -11,2. Alles bij een matige oostenwind.

In ons huidige klimaat lijkt dat een onmogelijkheid. We zitten nu op de eerste ijsdag te wachten, zoiets als 10 graden warmer dan op 1 februari 1956. En zelfs dat wil nog maar niet lukken. Toch gloort er nu hoop op meer dan het gekwakkel dat we tot nu toe mee maakten. Achtereenvolgende uitvoer van ECMWF neigt nu naar beduidend kouder weer vanaf aanstaande zondag; het is daarbij vanavond in de operationele run dat er serieuze vorst met ijsdagen wordt ingetekend; andere leden van het ensemble zijn iets terughoudender wat vorst betreft. Het Amerikaanse model GFS gaat niet helemaalmet deze verwachting mee. Dat geeft te denken; we zullen de komende dagen verder zien. Het is heel goed mogelijk dat de verwachting er morgen of overmorgen heel anders uit ziet.

Hoe zou die kou-inval volgens de oper van ECMWF nu tot stand moeten komen? Het is ongeveer een klassieker: een hogedrukgebied in het noordpoolgebied krijgt verbinding met een nieuw hogedrukgebied boven Groenland. Tussen deze luchtdrukkrachtpatser en een depressie boven het oosten van Europees Rusland wordt een hoevelheid arctische kou Rusland en Scandinavie ingeblazen. Bij drukstijgingen boven Scandinavi‘ trekt tegelijkertijd zondag een depressie zuidoostwaarts over Frankrijk. Daardoor ontstaat een oostelijke stroming die de vorst in ons land brengt.

Tot zo ver het fictieve scenario van ECMWF. De bijbehorende ijspluim van het KNMI gaat tot bijna 10 cm. Het andere fictieve scenario, van GFS, voorziet ook kouder weer met een paar detailverschillen die wat minder de prominente oostelijk stroming meebrengen. Dat alles op een te lange termijn om er conclusies aan te verbinden. Geen gelopen race, wel kansen op een serieuze vorstinval; deze zou ik voorlopig nog niet te hoog willen inschatten. Het kan nog op niets uitlopen. Het kan ook vanaf 7 of 8 februari tot iets leuks leiden.

Winterbulletin 5 (31-1-2021); door Cees van Zwieten

Positie kiezen

Plotseling was ie daar, de matige vorst in het land, tot -8,6 op vliegveld Eelde. Dat klinkt in deze tijd zo opwindend dat Niels Heithuis op radio 4 meldde dat hij aan Jan Visser, die later in het programma zou komen, ging vragen of dit een record was. Misschien een grapje, maar toch gaat dit mee in ons gevoel dat dit soort temperaturen uitzonderlijk worden. Dat zijn ze natuurlijk niet, ook al heeft het lang niet meer matig gevroren. Vorig jaar was het minimum in De Bilt -4,3 en dat op 25 maart. Nu staat er sinds vanochtend -5,3 in de boeken. Rotterdam kwam tot -4,3 en zelfs in Vlissingen vroor het, voor het eerst sinds ongeveer 2 jaar.

Stelt het veel voor qua winterweer? Ik ben bang van niet. Dit soort nachtelijke temperaturen worden interessant als ze gesteund worden door vorst overdag, en daar was vandaag geen sprake van. In het zuiden van het land is de vorst vanavond al weg en er valt neerslag. Dat is de voorbode van geleidelijke stijging van temperatuur in het hele land. Ook het beetje ijs in het noorden en oosten moet er in de loop van morgen aan geloven. Geen schaatsijs dus, behalve op dat opgespoten baantje in Winterswijk. En de vooruitzichten zijn zeer twijfelachtig voor de schaatser. Wel heeft De Bilt vandaag waarschijnlijk de eerste serieuze punten voor het koudegetal binnen, ik denk iets rond tussen 2 en 3. Tja, wat heet serieus.

De vooruitzichten doen vermoeden dat de kou dit jaar toch eens de lage landen zal bezoeken. De kans daarop is aanwezig, maar aanwijzingen voor een stevige kou-inval op korte termijn zijn er nog niet. Wel zijn er afwijkende drukpatronen te zien, vooral in het poolgebied. Bij ons hebben depressies nogal eens de neiging om zuidelijk af te zakken. De vrij koude lucht kan dan zo maar even binnen komen, zoals we vandaag gezien hebben. Een behoorlijke transportkou met een hogedrukgebied van formaat in het noorden is er echter niet. De kou is dus ook zo maar weer verdreven.

Alles wijst erop dat kou uit het noorden de komende week dicht in de buurt van ons zal zijn. In Rusland en Scandinavie wordt het kouder onder invloed van een hogedrukgebied bij Spitsbergen. De vraag is of een rug van hoge druk op de oceaan verbinding zal kunnen maken met dit systeem. Dat zou de kans op winterkou bij ons vergroten. De twee weermodellen ECMWF en GFS zijn het niet eens over de positie die de hoge druk gaat kiezen. Bovendien geven de pluimen op de termijn van ŽŽn week al veel onzekerheid. Duidelijk is wel dat na de verzachting in de eerste helft van deze week de temperatuur richting weekend weer gaat dalen naar waarschijnlijk opnieuw licht winterse waarden.

Winterbulletin 4 (17-1-2021); door Cees van Zwieten

Wintergekte

Er is weinig in de ontwikkelingen dat hoop geeft op serieus winterweer op korte termijn. De paar dagen met wat kouder weer, minder koud dan eerst gedacht, zitten er op en werden op zaterdag 16-1 afgesloten met een sneeuwdekje van 2 tot 5 cm, dat maar kort bleef liggen; in het noordoosten tot 7 cm en daar bleef het een deel van zondag nog liggen. In Rotterdam vormde zich in de late middag en avond een laagje sneeuw van enkele centimeters, in de vooravond eigenlijk al nattig. Het wegdooien begon in de loop van de avond al en de volgende ochtend was alles verdwenen. De voorafgaande kou stelde niets voor, met in het westen en midden niet veel meer dan een graad vorst in de nacht en ochtend. Eelde kwam nog een keer op -4 en Twente op -5.

De voor het schaatsijs benodigde etmaalgemiddelden onder 0 kwamen er in De Bilt niet. In Eelde zie ik nog -0,6 en Twente -0,5 op 14 januari. Het koudegetal in De Bilt staat nog steeds op 0,6; Twente en Eelde 0,7 en Rotterdam op 0,0. De benodigde kou wil maar niet onze kant op komen. In Oost Europa is dat anders. Volgens Jan Visser werd er in noordoost Polen -27 gemeten en in De Baltische Staten -31. De kou uit de poolstreken is over Rusland uitgevloeid tot in de Balkan. De koude lucht wordt de komende week weer ver naar het oosten terug gedrongen. Wij wachten tot de volgende poging tot winterweer, waarbij de kans dat dit in januari nog gebeurt nu wel erg klein is geworden.

Intussen maakte zich een soort wintergekte meester van een deel van Nederland. Ik hoorde iets over schaatsgekte, over een dooi-aanval, een sneeuwstorm en honderden sneeuwschuivers die de weg op gingen om het pak sneeuw de strijd aan te binden. Waar die schaatsgekte heeft geheerst is mij onduidelijk. Duidelijk is dat er geen enkele aanleiding toe was. Over een dooi-aanval spreken we als het echt gevroren heeft en dan bedoel ik een paar dagen met gemiddelde onder 0. Wij zijn tegenwoordig zo weinig gewend dat bij de aankondiging van een paar graden vorst in de nacht en een paar centimeter sneeuw overdag de wintergekte toeslaat. Winter, waar ben je?

Winterbulletin 3 (11-1-2021); door Cees van Zwieten

Iets in de kou

Het blijft een vraag wat de winter precies gaat doen de komende twee weken. Onzekerheid op termijn van meer dan 5 dagen is natuurlijk groot. En min of meer constante is echter de ontwikkeling van een hogedrukgebied bij de noordpool, met een kerndruk die zaterdag gaat oplopen tot 1050 hPa. Het is dat hogedrukgebied dat samen met een rug van hoge druk over Groenland de arctische lucht vanaf het poolgebied en noord Siberi‘ in beweging gaat zetten. Dat zal in de loop van volgende week moeten gebeuren. Het is echter zeer de vraag hoe ver deze kou zal komen. Of de diepe kou ons land gaat bereiken is zeer twijfelachtig.

Tot zo ver de lange termijn, die weliswaar kansen lijkt te bieden, maar voor onze omgeving zeer onzeker is. Laten we terug keren naar de huidige stand van zaken en de korte termijn. Op dit moment is het een beetje zachter weer geworden doordat met zuidwestelijke wind lucht vanaf de oceaan wordt aangevoerd. Zeer koud is het in het noorden van Europees Rusland en delen van Scandinavi‘. Deze kou blijft ver weg. Wij krijgen te maken met een aanvoer uit het noordwesten. Achter een depressie die over de Oostzee naar Polen trekt ontwikkelt zich, mede door drukstijgingen boven Scandinavi‘, een noordelijke tot noordoostelijke stroming. De Russische kou stroomt daardoor richting Roemeni‘ en de Zwarte Zee. Wij komen bij aflandige wind ook iets in de kou; de temperatuur gaat geleidelijk omlaag met lichte vorst in de nacht en ochtend op vrijdag en zaterdag met in de middag temperaturen iets boven 0. Een klein beetje winter dus, maar te weinig om aan goed ijs te denken.

De midden en lange termijn zijn zeer onzeker. Op zondag opteert het Europese model in belangrijke mate voor stijging van temperatuur die dan moet leiden naar een paar dagen met dooiweer. Er nadert vanuit het noordwesten dan een nieuwe depressie waarvan de impact onduidelijk is. ECMWF voorziet in de loop van de volgende week waarschijnlijk weer kouder weer, de Amerikanen (GFS) juist weer een stijging van temperatuur na een koude maandag. Wat hiervan nu te denken? Wel, eigenlijk niets. Gewoon gaan slapen en over een paar dagen zien hoe het werkelijk zit. De verse poolkou zal dan waarschijnlijk al terrein hebben gewonnen in Scandinavi‘ en Rusland. Voor wat het waard is in onze streken.

Winterbulletin 2 (10-1-2021); door Cees van Zwieten

Tandeloze winter?

De afgelopen weken hebben we weer gehad dat hier en daar vrij koud of koud werd genoemd. Eigenlijk is dat relatief; de temperaturen verschilden weinig van de normale, dat is het 30-jarig gemiddelde over 1981-2010. Normalen die binnenkort officieel worden aangepast aan de periode 1991-2020. Het is waarschijnlijk dat die normale waarden weer iets omlaag gaan, zodat het begrip vrij koud voor het weer van de afgelopen tijd meer op zijn plaats is.

Gisterenochtend, 9 januari, beleefde ik voor het eerst een wintersfeer, om 9 uur op de fiets: een net opgekomen zon boven berijpte grasvelden met in sloten en vijvers zowaar een ijslaagje. Daarbij de vrij koude vrieslucht die prikkelend langs mijn gezicht streek. Het is een beginnetje zullen we maar zeggen. In de loop van de dag ging de temperatuur omhoog naar waarden tussen +3 en +6. Van echt winterweer is dus nog geen sprake. De vraag is of dat er op korte termijn aankomt.

De ontwikkelingen van de komende tijd zijn echter wel interessant. Wie Trouw leest heeft gisteren een artikel kunnen lezen over de poolwervel die door verwarming van de stratosfeer verplaatst of gesplitst wordt. Daardoor wordt het weer op het noordelijk halfrond be•nvloed: kou vanuit het poolgebied zal meer naar het zuiden gedrukt worden. Waar en hoe staat daarbij nog niet vast, want de bewegingen van de druksystemen kunnen kou naar verschillende gebieden transporteren. Als alles goed valt, en daar is een redelijke kans op, leidt dit tot winterkou in west Europa. Gebeurt dit in de verwachting op een termijn van minder dan een week, dan wordt het tijd om zenuwachtig te worden.

In de uitvoer van de weermodellen is steeds de ontwikkeling van een hogedrukgebied boven de Noordpool zichtbaar en dat kan de aanzet zijn tot verschuiving van de kou naar Europa. Als gevolg van deze ontwikkeling zie ik al dagen in de uitvoer van de modellen Rusland en Scandinavi‘/Finland volgepompt worden met kou. Het Europese ECMWF ging gisterenavond zo ver om op termijn van een dag of 10 hevige kou in ons land in te tekenen. Helaas waren de meeste leden van het ensemble een andere richting toegedaan: voortzetting van het halfbakken winterweer. Vanochtend was in de uitvoer van ECMWF niets meer van hevige kou terug te vinden.

Wat hebben we nu eigenlijk voor winterweer gehad de laatste twee weken? Een poging tot aanvoer van kou over zee mislukte: het kwam niet tot sneeuwbuien, want daarvoor was de lucht net niet koud genoeg. Afgelopen week draaide de wind naar noordoost en voerde opnieuw geen kou aan, zelfs niet van die kant. In Europa is geen strenge kou aanwezig en het warme Oostzeewater deed de rest. Is dit een tandeloze winter? Komt van geen enkele kant nog serieuze winterkou naar ons toe? Het blijft uiteraard afwachten en misschien gaat de tweede helft van de winter nog voor iets leuks zorgen.

Winterbulletin 1 (17-12-20); door Cees van Zwieten

Winterse buien

Waar zijn de winters gebleven? Na de mooie winters van 2009 tot en met 2013 was het opeens gedaan met winterweer. Op een paar uitzonderingen na: in 2017 was er een flauwe vorstperiode in januari waarin er in het oosten van het land wat geschaatst kon worden. In 2018 zagen we de siberische kou in de laatste week van februari naar onze omgeving komen. Het gevolg was een aantal zeer koude dagen, vooral 28 februari, waardoor het tot een echte vorstperiode kwam. In het hele land kon geschaatst worden op 1 en 2 maart, helaas wel met veel windwakken, die een tocht van langere afstand onmogelijk maakte.

Onmogelijk is winterweer dus nog steeds niet, maar het lijkt een steeds uitzonderlijker fenomeen te worden. Wat in de periode van 7 jaar die achter ons ligt ook opvalt is het voorkomen van winters vrijwel zonder vorst. Als we weer het bekende Hellmann-getal als kriterium erbij halen, dan zien we bijvoorbeeld de winter van 2014 met een koudegetal van 0,0 in De Bilt. Afgelopen winter deed dat nog eens over met K=0,1. Het zijn koudegetallen voor een hele winter die vroeger (50 jaar geleden) niet bestonden. Bedenk dat voor schaatsen op grote schaal een koudegetal van 20 tot 30 nodig is. Een forse koudegolf heeft al gauw 60 tot 100 punten en de zeer koude winters van de vorige eeuw, zoals 1956, 1979 en 1985 zaten rond de 200. En 1963, de grote winter, had 337 koudepunten.

De klad zit er de laatste tijd dus goed in. Vorig jaar was de gemiddelde temperatuur in De Bilt 6,4 en dat is 3 graden boven normaal. Erg zacht dus? Zeker maar het kan gekker: in Moskou waren in de winter van 2020 alle drie de wintermaanden 6 graden of iets meer te zacht! Januari met een gemiddelde van +0,1 beleefde een all-time record. Een winter met veel dooi en weinig vorst dus. De mooiste periode met kou viel daar in november met voor onze begrippen een koudegolf: 8 ijsdagen op rij met drie maal strenge vorst. Maar ook november was er 3 graden te zacht. Het is de zoveelste illustratie van het veranderende, lees: opwarmende, klimaat.

Wat nu, deze winter? Begin december liet een paar dagen met temperaturen onder normaal zien. Een beetje winterse sfeer met vorst in de nacht en ochtend. Maar vorst van enige betekenis was het niet: het koudegetal staat nog steeds op 0. Op dit moment zijn het weer de zachte luchtmassaÕs die het weer domineren. Blijft het zacht in december? Er is in de weermodellen geen uitzicht op aanvoer van koude vrieslucht. Wel suggereren zowel GFS als ECMWF rond de kerstdagen een naar noordwest draaiende stroming waarmee koudere lucht van noordelijke breedte wordt aangevoerd over zee. Een paar winterse buien behoren dan tot de mogelijkheden. Maar winterweer? Nee, even wachten nog, want wie verwacht tegenwoordig de winter met kerst? Dat is 10 jaar gelden voor het laatst gebeurd, met een echt witte kerst. De decembermaand van 2010 had in De Bilt een gemiddelde van -1,1 en dat is bijna 5 graden beneden normaal.

Oudere bulletins:


Kijk voor oudere bulletins in het Winterarchief.



Diversen en Links.

Websites van ijsbanen en -verenigingen:




Weerlinks:





Site design and copyright by Ir Grootveld / Blinksoft.
//